De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

…Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

…Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere

De Apostolische Geloofsbelijdenis (4)

8 minuten leestijd

Met de belijdenis dat Jezus is de Christus, is nog niet alles gezegd. Onze Heiland wordt in de Heilige Schrift ook genoemd 'Gods eniggeboren Zoon'.
Waarom zó? Wij zijn toch ook Gods kinderen? (Heid. Cat., vr. 33) Ja, maar Jezus is dè Zoon van God. Er zijn er niet méér. En ook: 'eniggeboren Zoon'. Een bekende uitspraak van A. A. van Ruler is, dat de Kerk, toen zij dit beleed, nooit het gevoel heeft gehad te begrijpen wat zij zei. Dat geldt nog. Wij staan voor een mysterie. Belijden is ook aanbidden, lofprijzen: 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God' (Matth. 16). Ziende op Jezus zingen wij: 'Van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God'. Jezus zegt: 'Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien'.

Jezus is niet bij de Doop tot het zoonschap verheven. Wel heeft God de Vader Hem toen met nadruk aangewezen: 'Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik mijn welbehagen'.
Jezus van Nazareth heeft ook niet eerst bij Zijn opstanding het zoonschap verworven. Toen is wel zonneklaar gebléken dat Hij de Zoon van God is. Hij staat niet op één lijn met de andere kinderen van God. Was dat wèl het geval, dan zou Hij, evenals wij, tot Zoon van God zijn geadopteerd.
Wij belijden: Ik geloof in God de Zoon. Niet in een mèns die tot de godheid werd verheven, maar in Gòd die Zich zo diep heeft vernederd dat Hij mens is geworden: Immanuël, God met ons. Ik geloof in God de Vader en in Jezus Christus de Zoon. Dat is geen volgorde, zeker geen rangorde. Jezus Christus: God uit God, Licht uit Licht, één van Wezen met de Vader.
Christus is 'van nature de eeuwige Zoon van God' (Cat. 13, 33). Dat kan alleen van Hèm worden gezegd.

Dat neemt niet weg – en het klinkt in onze Catechismus met verwondering – dat ook wij Gods kinderen zijn. Dat hangt samen met het verlossingswerk waarvan wij lazen in het voorgaande nummer van ons blad. 'Wij zijn om Zijnentwil, uit genade, tot kinderen van God aangenomen'. 'Kinderen van de toorn' die in het Rijk van God niet kunnen komen, zijn geadopteerd tot kinderen van God. Zo betuigt en verzegelt ons althans God de Vader (Form, van de H. Doop). Na de bediening van de Doop is (wordt) er gebeden: '… wij danken en loven U dat Gij ons en onze kinderen (…) tot Uw kinderen aangenomen hebt…'
Dat is de taal van het geloof. Zonder in automatisme te vervallen, moeten wij op die hoogte blijven, die toonhoogte niet kwijtraken. Wat God zègt, dat zijn we. Ook hier geldt dat het belijden aanbidding, lofprijzing is.

Daar hoort bij een leven waarin wij het beeld vertonen van onze Vader: wedergeboorte, vernieuwing. In zo'n leven is te horen en te zien van Wie we er een zijn, wat de verlossing praktisch inhoudt. Boven het tweede hoofdstuk van de Catechismus van Heidelberg staat dan ook niet zonder grond en reden: 'Van God de Zoon en onze verlossing'.
'Verlossing' wordt in onze belijdenis genoemd 'aanneming tot kinderen van God'. Uit genade! Dat zegt alles van Gòd. Van ons valt geen goed woord te vertellen. Bij adoptie komt er een rechter aan te pas. Wil adoptie namelijk rechtsgeldig zijn, dan moet aan alle regels van het recht zijn voldaan. Welnu: aan alle regels van Gòds recht is voldaan! 'Het is volbracht!' De aanneming tot kinderen geschiedt op grond van recht. Gòds recht, op Golgotha. Sion is door recht verlost. Vandaar de kinderrechten: erfgenaam van God en medeerfgenaam van Christus.
Dat lees ik niet af aan de kenmerken van een kind die ik in mezelf waarneem. Die maken mij niet tot kind. Hoe weet je 't dàn? Uit het Woord van God. 't Gaat om Gods genadige beschikking, die van kracht wordt in het geloof, door de Heilige Geest. Gods Testament is geopend toen Christus uit de doden opstond.

Ik wees in dit verband reeds op de betekenis van de Doop. Ook het Avondmaal heeft hier een plaats. De Heere hecht Zijn zegels aan de beloften van het Evangelie. De twaalf artikelen die wij aan de hand van de Catechismus overdenken, zijn twaalf beloften! Het zegel van het Avondmaal wordt gehecht aan de belofte van 'Gods eniggeboren Zoon', 'opdat wij niet twijfelen' dat God 'eeuwig onze genadige Vader' zal zijn (Form. Avondmaal). 'De Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn'. Nog eens: Uit genade, om Christus' wil geadopteerd.

Is er nòg meer? Ja. Jezus Christus is niet alleen 'Gods eniggeboren Zoon', maar Hij is ook 'onze Heere' (kurios). Koning der koningen en Heer der heren.
Wanneer de Catechismus de vraag stelt: 'Waarom noemt gij Hem onze Heere?', dan klinkt in het antwoord opnieuw 'Omdat Hij'. De hoge eer van Jezus Christus is onlosmakelijk verbonden met Zijn vernedering, met het vergieten van Zijn dierbaar bloed. Hij, God, is mens geworden in de gestalte van een slaaf om het zware werk van onze verlossing te volbrengen. God de Vader zet Zijn Zoon op de plaats van 'Heer der heren'. Heer (kurios) over allen.

Het geloof zegt: Jezus de Christus is 'onze Heere'. Bij dit belijden herhaalt onze Catechismus ten dele de tekst van zondag I. Daar belijdt de Kerk 'de enige troost beide in het leven en in het sterven, dat ik niet van mezelf ben, maar het eigendom van mijn getrouwe Zaligmaker, Jezus Christus, die met Zijn dierbaar bloed voor al mijn zonden volkomen heeft betaald en mij uit alle heerschappij van de duivel heeft verlost'. In zondag 13 wordt aan de woorden van zondag I alleen toegevoegd dat de koopsom die Christus betaalde, niet goud of zilver is. Wij horen een citaat uit de eerste zendbrief van Petrus, een passage waarin de apostel wijst op het Lam van God. Met andere woorden: ook wanneer wij belijden dat Jezus Christus 'onze Heere' is, gaat het om het kruis-evangelie.

Christus heeft in lichaam en ziel geleden (zondag 15) om ons naar lichaam en ziel tot Zijn eigendom te kopen, vrij te maken uit de slavernij van de zonde en de duivel. Dat er in de Heilige Schrift en in het belijden der Kerk telkens sprake is van 'lichaam en ziel' houdt verband met het lijden van de gelovigen, met vervolging ook, zoals ten tijde van de eerste christenen in het Romeinse Rijk. Die christenen die weigerden de keizer als hun heer (kurios) te erkennen, werden gemarteld en gedood. Op wie konden zij zich beroepen? Niet op de keizer, maar op de Koning der koningen, de Heer der heren. Zij wisten het zeker (geloven is immers zeker weten!): Wat men ook met mijn lichaam doet, het is van Christus. Hij is de wettige eigenaar.
Wij denken in dit verband ook aan de macht van de dood, die zijn slag slaat door een slopende ziekte, door een vernietigende oorlog, door een vreselijk ongeval. Welke verschrikking ook ons deel is, wij zijn 'des Heeren'.

Niemand, zelfs de dood niet, kan aanspraak op ons maken. Jezus Christus is niet alleen 'Heere' – dat zullen zelfs Zijn vijanden erkennen op de jongste dag – Hij is 'ònze Heere'. Hij kocht mij en zei: 'Mijn!' Hij is de Eerste. Zijn liefde gaat voorop. Zo kan wederliefde niet uitblijven: 'Mijn', 'Mijn Heere en mijn God', 'onze Heere'.

Nu is er in zondag 13 van de Catechismus niet sprake van 'mijn', maar van 'onze'. Een opvallend verschil met zondag I. Het gaat om beide: 'onze en 'mijn'. Binnen de gemeenschap der heiligen leren wij belijden: 'Onze Heere is mijn Heere'. Het gemeenschappelijke sluit het persoonlijke in. Samen belijden wij dat onze Heere (!) Jezus Christus ons heeft vrijgekocht van al onze zonden en dat Hij ons van alle heerschappij van de duivel heeft verlost. Wij waren slaven. Wie de zonde doet, is immers een slaaf van de zonde en kan het zondigen niet laten. Daar moet een Ander aan te pas komen. Hij is er aan te pas gekomen. Hij, Jezus Christus, onze Heere, de eniggeboren Zoon van God.

'Gij zijt duur gekocht'. Wilt u weten hoeveel u bij God waard bent? Dan moet u op de gekruisigde, bloedende Zaligmaker zien. 'Duur gekocht'. Dat is één.
En twee is: 'Zo verheerlijkt dan God in uw lichaam'.
Vrijgekocht is ook vrijgemaakt. 'De zonde zal over u niet heersen'. Híj zal heersen, Jezus Christus, de Heere.
Zo is het belijden der Kerk niet alleen een zaak van de mond, maar van het hele leven. Zichtbaar en hoorbaar wordt wie onze Heere is. Hij, Jezus Christus is het.

Kan je dat zomaar zeggen?
Wat is 'zomaar'?
Paulus schrijft: Dat kan en zal niemand; dat belijdt uitsluitend degene die geleid wordt door de Heilige Geest.
Het gaat samen op: 'De Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn' èn de Geest leert ons belijden dat Jezus Christus is Gods eniggeboren Zoon, onze Heere.
Jezus Christus is Kurios!
Hij is aan het bewind.
Waarom noemt gij Hem 'onze Heere'?
'Gij' en 'onze'.
Alweer: het gemeenschappelijke en het persoonlijke.
't Gaat om het belijden van de heilige katholieke Kerk.
'Omdat HIJ!'

M. verduin, Z.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

…Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's