Het vreemdelingenbeleid ter sprake
Dagelijks staan de kranten vol over het vreemdelingenvraagstuk in ons land. In een jaar met drie verkiezingen en met daarbij de opkomst van de centrumdemocraten is dat niet verwonderlijk. In brede kring komt onbehagen tot uitdrukking inzake het overheidsbeleid in deze. Eveneens uit brede kring klinken van tijd tot tijd luide, kritische stemmen, die tot bezinning roepen.
De Amsterdamse politiecommissaris Nordholt liet enige tijd geleden van zich horen inzake de wassende criminaliteit in ons land, de hoofdstad in het bijzonder, waarbij allochtonen hoog scoren.
Ds. G. H. Abma te Gouda riep in Kontekstueel op tot herbezinning vanwege de rampzalige uitwerking, die het onderdrukken van onlustgevoelens wakker roept. Zijn betoog is in de dagbladpers breed uitgemeten en niet zelden scherp gekritiseerd. Vanuit de kring van de vakbonden is gewezen op de kwalijke gevolgen van positieve discriminatie van vreemdelingen, dat wil zeggen: het voortrekken van buitenlanders als het gaat om banen, woningen en financiële tegemoetkoming.
En recent zorgde VVD-voorman Frits Bolkestein voor politiek rumoer, toen hij ervoor pleitte toelating van vreemdelingen te beperken tot mensen, die binnen Europa wonen. Hij kreeg direct het verwijt van discriminatie, omdat hij kennelijk niet-blanken daarmee wilde uitsluiten. 'Janmaat rechts gepasseerd', reageerde bijvoorbeeld Hervormd Nederland.
Bij al dit soort uitingen laaien de golven hoog op. De verdraagzaamheid is in het geding, zegt men. Intussen geldt hetzelfde voor bejegening van de critici zelve. Al spoedig vallen woorden als vreemdelingenhaat en discriminatie. Anderzijds kunnen critici van het vreemdelingenbeleid ook op vóórhand rekenen op sympathie, die inderdaad uit vooringenomenheid voortkomt en soms emotioneel wordt verwoord.
In ieder geval is het vreemdelingenbeleid meer dan ooit ter spráke. Een taboe van jaren lijkt zo langzamerhand doorbroken te worden. De zaak is jarenlang onbespreekbaar geweest omdat men of ter enerzijde of ter anderer zijde zwart werd afgeschilderd. Die tijd lijkt voorbij. En dat is maar goed ook, want verzwijgen betekent verdringen en verdringen van problemen kan leiden tot explosies.
Met de regelmaat van de klok stellen ook lezers ons vragen of vragen zij om aandacht voor deze problemen. Daarom laat ik hier enkele gedachten volgen.
Schrift en Kerk
Vanuit de kerk mag worden verwacht, dat het vreemdelingenvraagstuk wordt beoordeeld vanuit de Schrift. Dat is iets anders dan vanuit een algemeen 'evangelisch' gevoelen.
Wellicht is het goed om dan eerst het woordgebruik onder de loep te nemen en helder te houden. Vandaag zijn de woorden asiel, asielzoekers en asielbeleid algemeen in zwang. Welnu, een asiel (asylum) is een vrijplaats. Vanouds was het een wijkplaats voor misdadigers, die een goed heenkomen zochten wanneer de rechter hen op de hielen zat. Als asiel golden dan 'heilige plaatsen', omdat die onschendbaar waren.
Ook Israël kende zo de vrijplaats (Num. 35 : 6 en Deut. 19 : 3, 9). Ook de Grieken kenden het asielrecht, méér dan de Romeinen. Toen het christendom echter in de Romeinse staat werd ingevoerd ging dit asielrecht over van de (Griekse) tempels op de kerken. En zo is in allerlei landen het kerkelijk asiel een mogelijkheid gebleven, waarvan van tijd tot tijd ook gebruik werd gemaakt wanneer vreemdelingen aan juridische vervolging blootstonden.
Gegeven deze specifieke betekenis van het asielbegrip lijkt het me beter om dit woord te laten voor wat het is en consequent te spreken van vreemdelingenbeleid of vreemdelingenopvang.
Gaat het daarover, dan laat de Schrift ons overigens óók niet in het ongewisse. Op verschillende plaatsen in de Schrift wordt wordt over het gastrecht van vreemdelingen gesproken. Nu zijn er uiteraard vreemdelingen in soorten, zeg van passanten (in onze tijd toeristen) tot vluchtelingen, ontheemden. In Mattheüs 25 noemt Christus vreemdelingen in ieder geval echter in één adem met hongerigen en dorstigen, met mensen die geen kleding hebben, met zieken en gevangenen. 'Ik was een vreemdeling en gij hebt Mij geherbergd…', zegt Hij. Bejegening van de hulp-behoevende vreemdeling – positief of negatief – is zelfs één van de criteria in het oordeel en is dan bepalend voor de 'eeuwige pijn' of' het eeuwige leven'. Het is dus niet om het even hoe we de vreemdeling benaderen.
Zo staat Nederland in een grote christelijke traditie als het gaat om opvang van vreemdelingen. Toen Nederland nog een christelijke natie was, was er sprake van ruime opvang van vreemdelingen, die vluchtelingen waren. 'Mijn minste broeders', waarover Jezus sprak, werd bijvoorbeeld ook ruim doorvertaald naar de oudste broeder, blijkens de opvang van joden.
De vreemdeling heeft naar de Schriften echter niet alleen rècht op bescherming en gastvrijheid, hij is ook onderworpen aan verplichtingen. Zo mag de vreemdeling weliswaar delen in de voorrechten van de sabbat, hij staat ook onder het sahbalsgebod. De vreemdeling had in Israël gastrecht, maar was ook onderworpen aan de Thora. Dat betekent, dat de vreemdeling zich had te voegen naar de regels van de theocratie in Israël. Met die gedachte is men in onze geseculariseerde en gedemocratiseerde samenleving snel klaar. Dat alles heeft afgedaan, zegt men. Terwijl intussen begrippen als sabbatsjaar en sabbat wel in overdrachtelijke zin – en terecht – te hulp geroepen werden als het gaat om de sociale kwestie (de zondag als rustdag van de arbeid)! Maar bovendien, als samenleving willen we wel vegeteren op de verworvenheid van de zondag als vrije dag, in de traditie van het christendom.
De kwestie van de sabbat (ten onzent de zondag) mag dan ook, naar onze overtuiging vandáág met een eerlijk geweten worden opgevoerd, als we bedenken, dat bij de masssale toelating van vreemdelingen niet alleen sprake is van vermenging van culturen maar ook van botsing van religies. Bij massale instroom van mensen, die de moslimreligie aanhangen, komt de verhouding van de zondag tot de vrijdag (als religieuze dag voor de moslims) aan de orde.
Het lijkt, gegeven dit alles, niet ondienstig als in de zondagse samenkomsten van de gemeente, bij de voorlezing van de Wet der Tien Geboden, de 'vreemdeling, die in onze poorten is', eens wordt afgewisseld met 'de buitenlander, die in onze steden en in onze dorpen is'. Om ook voor hen de zegen en de verplichting van de sabbat te onderstrepen.
Opvang
Dan zijn we nu bij de eigenlijke kwestie. Wat we vandaag onder vreemdelingenbeleid verstaan, is bepaald van een andere orde dan wat onder asielbeleid moet worden verstaan. Het is ook van een andere orde dan vluchtelingenbeleid.
Op de dag, dat ik dit schrijf, lees ik in de dagbladen, dat nu in ons land overwogen wordt een minister aan te stellen voor het vreemdelingenbeleid. Dagelijks zijn alleen al bij politie en marechaussee 900 mensen werkzaam vanwege de grote instroom van vreemdelingen. Dat zijn bepaald niet alleen vluchtelingen.
Bij onwettig verblijf alhier, hebben voorts velen de beruchte naam illegalen gekregen. Het gaat allang niet meer alléén om mensen, die een wijkplaats zoeken, omdat ze vervolgd worden, het gaat ook al lang niet meer om alleen mensen, die de gevaren van hun land ontvluchten of die verjaagd zijn van huis en haard. Ook over zülken gaat het. Dat moeten we wel vasthouden om niet in een algeméén oordeel te vervallen en alle vreemdelingen over één kam te scheren. Maar het gaat met name ook om een grote instroom van mensen, die aangetrokken worden door een uitnodigend beleid in Nederland. Dat beleid is de jaren door gevoed vanuit een aanvechtbaar soort medemenselijkheidsgevoel, dat wel appelleerde op rechten maar niet op verantwoordelijkheid en dat tenslotte ontspoorde in positieve discriminatie.
Intussen is vermenging van culturen uitgelopen op bòtsing van culturen, hetgeen resulteert in diepe gevoelens van onbehagen onder de mensen, omdat woonwijken onherkenbaar zijn veranderd, binnensteden door de oorspronkelijke bewoners goeddeels zijn verlaten, met alle problemen vandien voor achterblijvenden. Als zodanig vallen we de hartekreet van ds. G. H. Abma In Kontekstueel volstrekt bij.
Terecht staat het overheidsbeleid thans ter discussie. Want uiteindelijk is het de overheid – landelijk en plaatselijk – die regels stelt aan de toelating van vreemdelingen en voorts de opvang zelf regelt.
Ook in zaken als het vreemdelingenbeleid is de overheid dienaresse Gods. De overheid is er – zegt artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis – van Godswege, 'opdat de ongebondenheid der mensen bedwongen worden en het alles met goede orde onder de mensen toega'. De overheid is er dus (ook) om regelgevend te handelen terwille van de goede, (openbare) orde. Luther heeft ooit het volgende gezegd:
'Het aan te durven een geheel land met het evangelie te regeren is hetzelfde als wanneer een herder in één stal wolven, leeuwen, arenden en schapen bijeen deed. De schapen zouden vrede houden maar niet lang leven.'
Een volk behoeft een overheid vanwege het kwaad onder de mensen. Louter met het evangelie regeren kan niet. We kunnen ons hier evenwel niet aan de indruk onttrekken, dat in de afgelopen tientallen jaren een soort nieuwmodisch, verlicht-humanistisch 'evangelie' heeft moeten dienen om mensen van allerlei soort en slag, uit gevoelens van medemenselijkheid, toe te laten, met welk motief men ook toegang tot onze samenleving zocht.
Ik laat nu uiteraard het beeld van de schapen en de wolven los. Maar feit is wel, dat het samenbrengen van verschillende (leef)culturen in onze samenleving, de goede orde niet altijd heeft bevorderd. Integendeel, de opgekropte emoties bij velen zorgen voor een situatie, die hier en daar gevaarlijk kan escaleren. Dat behoeft nog niet eens te betekenen, dat mensen opeens racisten of vreemdelingenhaters worden, of dat ze hun stem gaan uitbrengen op een verderfelijke en absoluut verwerpelijke partij, die zich tooit met een naam als die van centrumdemocraten. Het kan bijvoorbeeld ook betekenen, dat mensen in hun stemgedrag gefrustreerd raken en louter hun gevoelens van onbehagen tot uitdrukking willen brengen. Alleen al daardoor kunnen politieke eensdagsvliegen hun kansen krijgen en kan een constructief politiek beleid worden verstoord of onmogelijk worden gemaakt.
Onderscheid
In ieder geval krijgt de overheid vandaag signalen te over om het beleid jegens vreemdelingen te overwegen en te heroverwegen.
We zullen dan, dunkt me, niet mogen afdingen op de noodzaak van opvang van èchte ontheemden, vluchtelingen, berooiden. Om dan toelating te beperken tot mensen van eigen kleur, dus alleen binnen Europa, is een te grove benadering. Men heeft dan de schijn tegen, dat men op huidskleur selecteert.
Men moet zich echter in gemoede afvragen of het Midden-Oosten en de regio Noord-Afrika een dermate geprofileerd probleemgebied vormen, dat instroom in ons land vanuit die regio's op zo grote schaal gerechtvaardigd was en is. Hier spelen immers gewoon motieven van inkomen en goede sociale voorzieningen een rol. Dat heeft weinig of niets te maken met vreemdelingenopvang, waartoe we vanwege bijzondere nóden geroepen en verplicht zijn. Het gaat hier om economische vluchtelingen.
Als vandaag dan ook terecht stemmen klinken voor herziening van het opnamebeleid, dan gaat het wat ons betreft om vaststelling van de echte probleemzones in de wereld. Het zal Nederland een eer zijn zich ook nu in te zetten voor echte vluchtelingen. Maar het is hard nodig, dat orde op zaken gesteld wordt als het gaat om toelating van ieder, die zich aandient; dat paal en perk gesteld worden aan de grote instroom van mensen, die hier niets te zoeken hebben dan materieel gewin. Daarmee wil niet gezegd zijn dat diegenen, die hier ooit als 'gastarbeiders' (!) toegelaten werden, nu gedupeerd zouden mogen worden.
Dit gezegd hebbende, moet direct ook worden toegevoegd, dat gevoelens van materialisme, van materieel voordeel of nadeel, bij bezwaren tégen toelating van vreemdelingen ook openlijk of verborgen helaas een rol kunnen spelen. Wanneer mensen alleen (al) om die gevoelens zich keren tegen de instroom van vreemdelingen, zal de optie van Bolkestein, om opvang te beperken tot Eurolanders, overigens weinig soelaas bieden.
Het is nog niet zó lang geleden, dat ik ergens verbleef, waar Westduitsers en voormalige Oostduitsers in één verblijfplaats bijeen waren. De Westduitsers meden hun landgenoten van weleer en vandaag alsof het ongedierte betrof. Luid riepen ze van de daken, dat zij, Westduitsers, nu moesten opdraaien voor de kosten, terwijl zij veertig jaar lang aan de opbouw van hun land hadden gewerkt en daaraan hadden betaald. Hier demonstreerde zich haat jegens landgenoten, die na veertig jaar als vreemdelingen werden bejegend. Ze vormden een bedreiging voor het Wirtschaftswunder. Zulke stemmen beloven weinig goeds voor opvang van vluchtelingen uit en binnen Europa.
Zuiver
Kritiek òp en verzet tégen het huidige vreemdelingenbeleid dient zuiver te blijven. Vreemdelingenopvang zal ook betekenen mede-deelzaamheid. Maar de vraag voor wíé dat geldt, is volop aan de orde. Die vraag is vandaag gelukkig ter sprake. Het wordt tijd, dat afscheid genomen wordt van een uitnodigend beleid richting mensen, die beter in eigen land kunnen werken voor de opbouw van eigen samenleving. Door grootschalige toelating van vreemdelingen dreigt de eigen samenleving te worden ontwricht en dreigen vervolgens de echte ontheemden en berooiden de dupe te worden van vooroordelen.
De overheid is ons gegeven, opdat alles met goede orde toega. Alleen al daarom worde het vreemdelingenbeleid grondig herzien.
De kerk bewake intussen het echte gastrecht voor vreemdelingen. We zijn geroepen tot daadwerkelijke liefde jegens de vreemdeling. Wanneer er ook in de kerk een vijandsbeeld jegens vreemdelingen als zodanig zou post vatten en zelfs zou worden gevoed, mogen we ons afvragen wat het nog inhoudt als we de vreemdeling ook met het Evangelie in aanraking willen brengen. De Goede Boodschap verdraagt zich niet met een mens-onvriendelijke benadering of bejegening.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's