De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De omgang met de belijdenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De omgang met de belijdenis

Naschrift

5 minuten leestijd

Een korte reactie, na het uitgebreide artikel dat collega Van Kooten wijdde aan mijn stuk over de omgang met de belijdenissen, is op zijn plaats. Een reactie evenwel met de volgende kanttekening. Naar mijn gevoelen is het unfair om als laatste spreker de gelegenheid nog eens even te baat te nemen de opponent de oren te wassen, zonder dat deze zich kan verweren. Het gelijk, dat je dan haalt, is een gestolen gelijk. Liever geen heropening dus van de discussie, maar veeleer een eerste balans. Mochten wij (of anderen) ooit van mening zijn, dat er een tweede ronde moet komen, dan zal de opmaat daartoe toch zeker niet in het naschrift van één van ons beiden moeten plaatsvinden. Ik zal dus nauwelijks nog inhoudelijk reageren; nu gaat het slechts om een eerste balans.


Evenals in het stuk van collega Van Kooten, betreft mijn eerste opmerking de toonzetting van het stuk van mijn opponent. Want ook ik ben hem erkentelijk voor de wijze waarop hij heeft gereageerd en de mate van aandacht, die hij aan de materie heeft besteed. In die erkentelijkheid betrek ik dan graag ook uitdrukkelijk de redactie van 'de Waarheidsvriend', die het artikel heeft willen accepteren. Dat is een ruim gebaar, dat ik zeer heb gewaardeerd; en met genoegen schrijf ik deze regels van dankbetuiging dus als een saluut aan de GB en als een saluut aan uw verlangen naar helderheid. Een verlangen dat ik versta als een verlangen naar eenheid in onze kerk, verlangen dat daarmee tevens verlangen is ook de ander werkelijk in het hart te zien. Het brengt me bij mijn tweede opmerking. Ik ben geneigd te zeggen, dat de winst van deze uitwisseling is, dat er een opzetje voor een gesprek is. Ik herhaal nog maar eens dat ik dat als pure winst beschouw en dat het daarom van belang is, de aard van zo'n gesprek nog iets nader te omschrijven.
Duidelijk zal zijn dat je een dergelijke gedachtenwisseling niet zoekt vanwege persoonlijke sympathieën of antipathieën. Je schrijft niet om persoonlijke redenen als bewondering of afkeer, je schrijft niet vanwege de stropdas of kleur van het overhemd van de ander (voor de goede orde, collega Van Kooten en ik kennen elkaar persoonlijk niet), maar omdat er een zaak is, die je noopt je tot de ander te richten. Welnu, omdat het gesprek niet geboren wordt uit persoonlijke voorkeuren, is het ook niet meer vrijblijvend. Juist omdat het gevoerd wordt omwille van een zaak, die onze personen overstijgt, ontneemt het ons ook de mogelijkheid ons vrijblijvend op te stellen. Staande in één kerk moeten wij het omwille van de zaak met elkaar uithouden. Dat is geen geringe opgave en daarom moeten we in een dergelijk gesprek exact aangeven wat wezenlijk is en wat niet. Immers, wij moeten niet proberen, aldus Calvijn, 'anderen te binden aan wat wij willen, maar. een ieder zijn vrijheid te laten' (Comm. Matth. 9, 14).


Waar we dan wel aan gebonden moeten zijn, dat wordt in en door de kerk besloten, in soortgelijke samenspraken. Waarbij we ons wel moeten bedenken, dat we niet de eerste generatie zijn, die met deze problemen worstelt. Je vindt het al in de Oude Kerk en daar bracht men het probleem op de noemer van het verschil tussen twee Latijnse woorden, die allebei 'leer' betekenen, 'doctrina en disciplina'. Men vroeg zich af of alles wat zich aandiende onder het bedriegelijke woordje 'leer' wel afkomstig was uit het Woord en dus de naam wel waard was? Moeilijke vraag en de oplossing vonden (vereenvoudigend gezegd) de Oude Kerk en de Reformatie in het idee dat de disciplina (nog steeds het Franse woord voor kerkorde) nu juist geen aanspraak kon maken op goddelijke komaf, maar dat zij een menselijke aangelegenheid was. Leer der kerk is het, maar het zijn en blijven mensenwoorden; het is niet het Woord. De doctrina daarentegen achtten zij het waarachtig woord van 'Hem die ons gezonden heeft' (Joh. 7 : 16), en die spreekt ons daarom een heel andere tale. Calvijn speelt nog graag met dit klassieke begrippenpaar en noemt de doctrina de 'ziel' der kerk en de disciplina haar 'zenuwen' (Inst. IV, xii, 1). Wel, als dat zo is, dan is het natuurlijk zaak die twee niet te verwarren en het eens te worden over de vraag 'waar horen de belijdenissen nu bij, bij de doctrina of de disciplina, horen ze bij de orde van de kerk of bij Gods woord?' En hoe geven we het onderscheid aan tussen het een en het ander?


Dit soort vragen los je niet met een paar artikelen op, dat vergt een grotere krachtsinspanning, zij het ook al dat het wijs kan zijn om ook zo'n inspanning in tijd en mankracht te begrenzen. Vast moet echter staan, dat we niet de vrijheid hebben uit dat gesprek weg te lopen, juist omdat ons niet om onze persoonlijke mening wordt gevraagd. Dat zal wel eens moeilijk zijn, maar het kan ons ook leren van ons zelf af te zien omwille van de Ander.
Met broederlijke groet,

M. A. Smalbrugge, Delft

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De omgang met de belijdenis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's