De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eerste tekenen  van het gezegend regiment

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eerste tekenen van het gezegend regiment

De Knecht des Heeren en het Vrederijk

10 minuten leestijd

In de jaren tachtig, toen het land zuchtte onder de communistische dictatuur, werd in de DDR een bijbelse profetie het thema van de vredesbeweging: 'Zij zullen hun zwaarden tot ploegscharen smeden.' Het was de vertolking van het verlangen naar een nieuwe wereld, zoals dat door alle tijden mensenharten vervuld heeft. Eeuwen geleden heeft de profeet Jesaja als antwoord het lied gezongen van de Knecht des Heeren en Zijn vrederijk. Machtige beelden vol visionair elan verkondigen ons de grote toekomst, waarbij hemel en aarde betrokken zijn en waarin heel de schepping zal delen. Sion zal het middelpunt zijn, van waaruit de aarde vol zal worden van de vrede, die God brengt. Juist rond Goede Vrijdag en Pasen is het goed om daarbij stil te staan. Er is immers een nieuwe tijd aangebroken. Jeruzalem is de stad, waar Christus Zichzelf als een offer voor de zonde gaf. Hij is opgestaan uit de doden en Zijn evangelie van vrede gaat als een lopend vuurtje de wereld in.

Vrede
Het Oude Testament gebruikt voor vrede het woord sjalom. Dat heeft een ruimere betekenis dan het Griekse 'eirene', waarmee de Septuaginta het vertaalt en wat in het Nieuwe Testament wordt overgenomen. Sjalom is niet alleen een periode, waarin geen oorlog gevoerd wordt en er betrekkelijk rust heerst. Dat hoort er wel bij. Jesaja zegt: 'Het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen en zij zullen geen oorlog meer leren.' Maar sjalom is veelomvattender. Het betekent, dat alles in het leven op orde is en samenstemt, om God en elkaar te dienen. Het is welvaart en welzijn, rust en zegen. Waar sjalom is, wordt het leven gekenmerkt door vreugde en harmonie. Alles is op zijn plaats. God en mens staan in de juiste verhouding tegenover elkander. Daarom herinnert sjalom aan het paradijs, waar alles vol was van God en Zijn zegen. Het wijst tegelijk – met name bij de profeten en later in het Nieuwe Testament – vooruit, naar de toekomst van Christus en de nieuwe hemel en aarde, waar God alles en in allen zal zijn. Die gemeenschap met God staat centraal bij de sjalom. De goddelozen hebben geen vrede, zegt Jesaja. Daar is de orde verstoord en rest niets dan de onrust van het hart, angst voor de dood en de gebrokenheid van het leven. Waar de sjalom ontbreekt, heersen geweld en verdrukking. Men vreest God niet en ontziet geen mens. Daarmee is de nood van onze wereld getekend. Door de zonde is het leven ontwricht. Dat heeft niet alleen gevolgen voor het persoonlijk leven; ook de structuren van de samenleving worden erdoor geraakt. Vernietiging van wapens maakt geen einde aan onvrede, die de wereld beheerst. We dragen die mee in ons hart en ze komt uit in onze houding tegenover God en de naaste.
In die wereld is het Goede Vrijdag en Pasen geworden. Er heeft een kruis gestaan op Golgotha en in de hof van Jozef van Arimathea is een graf opengegaan. Daar is een nieuw, onvergankelijk leven aan het licht gebracht. Er is vrede met God gekomen en die sjalom breidt zich over de wereld uit door de prediking van het evangelie en het werk van de Heilige Geest. Jesaja is de boodschapper van de vrede, die door de Messias gebracht wordt. De profetie van het vrederijk loopt als een rode draad door zijn boek en komt telkens in vrijwel dezelfde woorden terug. Het is een voortgaand thema, waarvan de volkomen vervulling nog uitstaat. De profeet noemt Christus' eerste en tweede komst dikwijls in één adem; wij weten, dat daartussen een lange periode ligt. Bovendien legt Jesaja, wanneer hij spreekt over het vrederijk, allerlei verbindingen met Jeruzalem en Israël. Het zal daar in het bijzonder tot stand komen. Bij de uitleg van zijn profetie mogen we dat aspect niet vergeten, al krijgen zijn woorden in het licht van het Nieuwe Testament een wijdere strekking. De betekenis voor het oude bondsvolk wordt niet weggenomen, maar verbreed, zodat ook de volken er met Israël in delen. Pasen brengt zegen voor Israël en de heidenwereld.

Vrederijk
Terwijl in zijn tijd de rijken kwamen en gingen en de wereld volop in beweging was, bracht Jesaja een bijzonder evangelie: er komt een rijk van vrede. De Heere zal Zijn heerschappij in Sion tonen en Zijn volk verlossen. Hij zal het samenbrengen uit de verstrooiing en met Zijn genade verheerlijken, zodat de volken zullen toestromen om te delen in het heil, dat Israël heeft ontvangen. Bij die verlossing draait alles om de Knecht des Heeren. In Hem wordt Gods Koningschap geopenbaard. Dat is een aangevochten zaak. De Knecht des Heeren wordt niet gekenmerkt door grote kracht of bijzondere heerlijkheid. Hij gaat stil en eenvoudig Zijn weg; vernedering en lijden worden Zijn deel. 'Als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte noch heerlijkheid.' Maar in dat alles blijft Hij gehoorzaam aan Zijn Zender. Hij is de grote Zoon van Israël, Die trouw is tot de dood. Het Nieuwe Testament geeft de Knecht des Heeren een naam: Jezus Christus (Hand. 8 : 35).
In het rijk van Christus heerst de vrede. Om dat te doen komen, moet alles op orde gebracht worden tussen God en de mensen. De vervreemding van Israël, de zonde en de verwording van het leven moeten ongedaan gemaakt worden. Het lijden en sterven van Christus op Goede Vrijdag zijn daarom geen incident, maar de vervulling van wat van Hem voorzegd is. Hij grondt Zijn rijk door plaatsvervangend de strafte dragen, die ons de vrede aanbrengt. Sion wordt door recht verlost; er vindt verzoening van de zonde plaats. Alleen waar de mens op zijn plaats komt voor God, kan er vrede zijn. Ze is geen werk van mensen; geen ver gelegen ideaal, waar wij in eigen kracht naar moeten streven, maar een gave uit de hemel, die ons in de Knecht des Heeren geschonken wordt. Van Hem geldt: 'Hij is vrede'. Hij baant de weg terug voor mensen, die als dwalende schapen hun eigen weg gezocht hebben, ver van God en Zijn vrede. Jesaja's liederen over de lijdende Knecht des Heeren vinden in hoofdstuk 53 hun hoogtepunt. Terwijl daar de hemel donker is van oordeel en dood, gloort aan de horizon het licht van Pasen: 'Als Zijn ziel zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien… Hij zal machtigen als een roof delen en een deel van velen ontvangen.' Gods Knecht gaat door de dood heen naar het leven en zal regeren als de van God gegeven Koning.
Om Zijn vrederijk te vestigen, moet Hij alle vijanden verslaan. Wanneer Jesaja over vrede spreekt, staat dat ook in het kader van de strijd met de verdrukkers van Israël en de overwinning over de machten, die de vrede bedreigen. De Heere verlost Zijn volk door de vijanden te oordelen. Zo spreekt Jesaja als profeet tegelijk over de verlossing, die Christus op Goede Vrijdag gebracht heeft en die Hij brengen zal bij Zijn wederkomst. 'Ik heb de pers alleen getreden' (Jes. 63 : 3), doelt niet alleen op de tijd van Jesaja, maar reikt tot aan het toekomstig oordeel, waarover in Openbaring 19 gesproken wordt. Intussen vindt het zijn nadere invulling aan het kruis van Golgotha. Daar bindt Christus Zijn eenzame strijd aan tegen het rijk der duisternis en overwint Hij de Boze. Daarom trekt de apostel de lijn van Jesaja's profetie door, wanneer hij over Christus' lijden aan het kruis schrijft: 'De overheden en de machten uitgetogen hebbende, heeft Hij die in het openbaar tentoongesteld, en heeft door dezelve over hen getriomfeerd' (Col. 2 : 15).

Verlossing
Op Goede Vrijdag was veel van het nieuwe vrederijk verborgen, al waren er de eerste tekenen van de overwinning, toen de aarde beefde en de graven zich openden bij Christus' sterven. Het gescheurde voorhangsel in de tempel sprak van de vrede met God, die Christus van het kruis afkondigde, toen Hij riep: 'Het is volbracht'. Maar bij Zijn opstanding op Pasen breekt het nieuwe leven zich baan. Christus ontvangt als de Overwinnaar van de dood de buit, die Hij heeft verworven. Nu komt de zegen van Zijn werk openbaar in Zijn vrederijk, waarin mensen door genade mogen leven. 'Hij zal zaad zien', zegt de profeet. De verstrooiden van Israël worden verzameld; Sion ontvangt nieuwe heerlijkheid, want haar Koning woont in haar midden. Dat ziet verder dan de terugkeer uit de ballingschap. Het wordt in beginsel aan Israël vervuld, wanneer de Heiland Zijn gemeente samenbrengt. Vrouwen delen erin. Zijn discipelen en allen die door het evangelie geroepen worden. Waar Hij komt, brengt Christus de overwinning mee en groet Hij de Zijnen met 'Vrede zij ulieden.' Met Zijn woorden daalt de vrede neer in het hart van allen die geloven. Hij heeft immers in Zijn sterven en opstanding de levendmakende Geest verworven. Daarom kan Jesaja profeteren: 'al uw kinderen zullen van de Heere geleerd zijn.'
Wie van Zijn genade leeft, wordt geroepen om Hem te dienen. 'Dit volk heb Ik Mij geformeerd, het zal Mijn lof vertellen.' Zondaren worden uit de vervreemding van God teruggebracht tot Zijn gemeenschap. Het leven bloeit op, waar de Knecht des Heeren Zijn vrede brengt. Dat heeft ook betekenis voor de schepping. Juist de profeten van het Oude Testament brengen ons die boodschap. Eén en andermaal zingt Jesaja het lied van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waar de wolf met het lam verkeert en de woestijn bloeit als een roos. In tere beelden, die herinneren aan het paradijs (Jes. 61 : 25), tekent hij ons het vrederijk dat in Christus aanbreekt. Het is de boodschap van zo'n overweldigende zegen, dat die alleen in de toekomst kan liggen. De nieuwe hemel en aarde komen door hef oordeel heen (Jes. 42 : 15; 51 : 6, 65 : 17), maar de voortekenen zijn er. Op Pasen beeft de aarde van ingehouden vreugde, als de Zaligmaker opstaat uit de doden. Het illustreert, hoe het schepsel als met opgestoken hoofd uitziet naar de openbaring van Gods kinderen, wanneer de vloek van de schepping wordt weggenomen en de vrede van God alles vervullen zal.
Pasen heeft dus een belofte voor de toekomst. Gods rijk komt en waar het evangelie van Goede Vrijdag en Pasen geloofd wordt, 'verschijnen de eerste tekenen van het gezegend regiment' (Koopmans). Juist omdat Jesaja het vrederijk altijd in verband brengt met Sion en Israël, is het zaak om op Gods oude bondsvolk te letten. Hoewel we allerlei chiliastische gedachten afwijzen, blijft die band met Israël van wezenlijk belang voor de toekomstverwachting van de kerk, zoals we die op grond van Jesaja's profetie mogen hebben. Het doet ons bidden, dat de volheid der heidenen zal ingaan en Christus Zijn Koninkrijk aan Israël zal oprichten, zodat de afgebroken ranken door het geloof in Christus opnieuw hun plaats in de Wijnstok zullen ontvangen. Dan zullen joden en heidenen samen gezegend worden in Davids grote Zoon, de Knecht des Heeren. Goede Vrijdag en Pasen geven ons de belofte mee: 'De bergen zullen vrede dragen, de heuvels heilig recht'.

A. W. van der Plas, Waddinxveen

[Tekst foto: Interieur van de stavkirke van Uvdal (Xlle eeuw); rechts, de preekstoel; op de achtergrond een retabel, dat het Laatste Avondmaal voorstelt. De stavkirke zijn meesterlijke houten constructies, die getuigen van het geloof van de onlangs gekerstende Noren.
Uit: J. Brosse, Het Europa van de Spiritualiteit (Kok Agora, Kampen)]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Eerste tekenen  van het gezegend regiment

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's