Kruis en Opstanding
De Knecht des Heeren vernederd en verhoogd
De Knecht
Gods heil heeft oude papieren. Hoe lang geleden is het immers al beloofd! De verkondiging ervan klonk al uit 'der profeten wijze mond'. Hoopgevend was de situatie toen bepaald niet. Een volk, dat de dienst van de Heere verachtte, of er hoogstens enige lippendienst aan bewees. Een oordeelswolk, die donker en dreigend naderkwam. En dan toch daarachter het witte licht van het heil Gods dat komen zou. Als niets van ons meer hoop geeft, geeft God Zelf hoop. Hoop op Zijn heil. Hoop in en met Zijn Knecht.
Israël heeft haar roeping verzuimd. Het verschaft zichzelf geen heil en de volkeren evenmin. Maar God geeft Zijn Knecht. In en met Hem gloort het licht. Maar wel doorkruist het dan alle verwachtingspatronen. En zeker het patroon van excelsior, steeds hoger op. Alsof die Knecht zonder meer zou komen, zien en overwinnen. Alsof Zijn weg probleemloos naar de top zou leiden. Alsof Hij een zegevierende Messiaskoning zou zijn, die in luisterrijke glorie Zijn heerschappij vestigt. Een gestalte als David en Salomo weleer en dan liever nog groter en heerlijker. Ja de Knecht zal zeker verhoogd worden. Daar gaat het niet om. In Jesaja 49 wordt er al van getuigd. Gods Knecht zal in de ogen des Heeren verheerlijkt worden. En ook anderen, koningen en vorsten zullen die glorie moeten erkennen en voor Hem zich neerbuigen. In Jesaja 52 : 13 wordt het ons helder en klaar gemeld: De Knecht zal verhoogd en verheven worden. Ja, zeer hoog zal Hij zijn. Volkeren zullen van verbazing over Hem opspringen. Koningen worden met stomheid geslagen bij Zijn heerlijkheid. Pasen, Hemelvaart en Wederkomst, het is glorie van de Knecht. Glorie van Jezus in Wie wij de Knecht gekomen weten. En hoeveel volkeren zijn niet in beweging geraakt door Zijn overwinnende macht? Opgesprongen uit de doodsslaap van hun oude tradities om zich over Jezus' glorie te verbazen en het leven er in te vinden? Hoeveel koningen zijn niet stil geworden bij de glans van Gods liefde in het evangelie van Christus? Die altijd zoveel te zeggen hadden, vonden geen woorden meer om het zo diepe en zo grote wonder van Gods genade.
Vernedering
Dus aan heerlijkheid zal het de Knecht niet mankeren. Alleen de weg tot die heerlijkheid is zo anders. Zo tegendraads. Tegen de draad van ons menselijk verstaan en verlangen in. De Knecht zal in smadelijk en schandelijk lijden onder gaan. Jesaja heeft er heel wat van gezegd. De Knecht zal lichamelijk mishandeld worden. Men zal Hem in het gezicht spuwen, men zal Hem het haar uittrekken. Hem slaan. Zijn huid zal getekend worden door striemen van geselslagen. Misvormd zal Hij zijn. Het zal zo erg zijn, dat er haast niets menselijks meer aan Hem te ontdekken valt. Zoals David zong in Psalm 22: Ik ben een worm, geen man. En dat alles dan maar niet voor een keer. Nee, de Knecht des Heeren zal bezocht zijn in krankheid. Dat wil zeggen: Hij zal vertrouwd zijn met ziekte en allerlei ellende. Zoals mensen, die de ene klap na de andere te verwerken krijgen. Ze lijken wel aantrekkingskracht te hebben voor het onheil. Maar de Knecht des Heeren dan helemaal.
En wat daar innerlijk allemaal nog bij komt! Angst en vrees zullen zijn ziel proberen te verlammen. De miskenning en het onbegrip rusten als een loden last op Zijn hart. De mensen zullen zich vol afschuw van Hem afwenden. Zulk een lijden immers kunnen ze niet meemaken. Zoals wij het ziekbed van een wegterende kankerpatiënt vermijden. De weerstand en de weerzien worden ons te machtig. Men zal er ook niets van begrijpen, waarom Hij zo Zijn weg moet gaan. Net als bij Job steken ze beschuldigende vingers naar Hem uit: God plaagt Hem om Zijn eigen kwaad.
En als u vraagt, waar dat op uitlopen moest, is er maar één antwoord: de dood en de ondergang. Hij zal verbrijzeld worden. Stukgeslagen tot in de dood.
In de voorbije weken volgden wij Jezus in Zijn lijdensgang. En inderdaad, de stukken passen. Jezus' weg voegde zich tot de vervulling van de oude woorden. Alzo moest de Christus lijden. Zo zwaar in Gethsemané, zo veracht in het rechthuis van Kajafas, zo miskend voor Pilatus, met zoveel pijn op Golgotha, in zulke duisternis toen God Hem verliet.
Ziet, Mijn Knecht, zegt de Heere. Zie de mens, zei Pilatus. U zag Hem toch wel in de prediking van de lijdenstijd? Of ging u aan Hem voorbij? 'Er zijn wel leukere dingen te zien aan lijden heb ik geen boodschap'. Wacht dan nog even, want er is nog meer van dat lijden gemeld.
Wie hebben het Hem eigenlijk aangedaan? En waarom? Dat vragen we toch als er geleden moet worden: Aan wie heb ik dat te danken? En waar is het goed voor! De Knecht heeft het aan God te danken. In Jesaja 50 : 6 wordt wel van mensen gerept, maar de nadruk valt als we lezen: het behaagde de Heere Hem te verbrijzelen. Hij heeft Hem ziek gemaakt. Maar wat kon dat dan voor zin hebben? Moest Hij door dat alles gehard en gestaald worden. Als ijzer in het vuur? Nee, en nu komt het wel heel dicht naar ons toe. Het komt ons op de huid, het raakt ons hart: Om onze overtredingen is Hij verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld.
Als het over de lijdende Knecht gaat krijgen wij onze trekken thuis. Dat zondaarsleven, dat wij er op nahouden voor God en dat de barrière is voor alle heil. Dat ons doet ondergaan in de barre gerichten Gods. Hebt u er dat al aan afgezien al die lijdensweken. Al afgehoord aan het evangelie van de gekruisigde Christus? Niet? Dan komt het op de valreep toch nog eens naar u toe. Er om hen praten helpt niet, belijden wel, want dat verbindt aan Hem, die in onze plaats wilde staan. Wilde ja, want – ook dat wordt van de Knecht verkondigd. Niet afgedwongen, maar vrijwillig ging Hij de weg. Vastberaden, vertrouwd, maar vooral toch zich vrijwillig overgevend tot in de dood. De Knecht is een lam. Het stille Lam, dat zich vrij ten offer geeft in de dood. Rumoer maakt Hij niet. Opzien baart Hij niet, maar liefde geeft Hij des te meer.
Koningen imponeren, machthebbers maken indruk met eer en glorie, maar Jezus de Knecht maakt indruk met Zijn nederige liefde. En u en jij, zondig mensenkind mag Hem erom liefhebben, mag er om leven: Hij voor mij, daar ik anders de eeuwige dood had moeten sterven.
Verhoging
Maar die lijdensweg van de Knecht is dus wel de levensweg. De weg van het glorieleven. Als de schuld is betaald en de zonde en de dood teniet gedaan, is het leven er ook. Dan kan de dood Hem niet houden. Dan is het Pasen. Hij zal de dagen verlengen. Niet voor een week, of voor een jaar, maar voor eeuwig. De dood is niet uitgesteld, maar achtergelaten en overwonnen. En die verlengde dagen, die Paasdagen zijn niet als weleer. Eindeloze herhaling van hetzelfde, één kringloop van lijden en dood. Nee, ze zijn meer. Ze zijn dagen van overwinning. Groot en rijk is de buit die Hij behaald heeft op Zijn vijanden. De dood heeft Hij gebonden aan Zijn zegenwagen. De hel moet het voorgoed aan Hem gewonnen geven. De duivel moest in Hem definitief zijn meerdere erkennen. De werken van de boze zijn verbroken.
En niet alleen voor Zichzelf geniet Hij de overwinning. Velen laat Hij er in delen. Het evangeliewoord van overwinning en bevrijding in Hem bindt veler harten. Zo zal Hij velen rechtvaardig maken en zaad zien.
Het heil des Heeren, de zaligheid Gods zal door Hem gerealiseerd worden. Nu de laatste belemmering wegviel, de belemmering van zonde en schuld krijgt het heil ruim baan. Baan naar de harten van zondaren, baan ook naar hun leven van alledag. Maar het blijft verbonden aan de Zaligmaker. Het rust in 's Heeren welbehagen, maar komt door Christus naar ons toe. Door de hand van de Knecht gaat het welbehagen des Heeren gelukkig voort.
Dan moeten en mogen wij dus ook maar aan Hem verbonden blijven. Waar Hij is, dat is waar Zijn Evangelie is, daar is het welbehagen des Heeren. Nee, het is daar niet, het gaat daar. Het beweegt zich voort. Het neemt vorm aan, het breidt zich uit en rept zich voort naar de jongste dag. De Knecht des Heeren zal verhoogd en verheven zijn, ja Hij zal zeer hoog worden. En allen, die Zijn verschijning hebben liefgehad zullen delen in Zijn glorie.
Tot zolang gaan we voort, struikelend en vallend, dat wel, maar toch weer opstaand. Treurend en soms mismoedig genoeg, maar niet zonder hoop. Lijdend, aan tegenstand en spot, maar niet zonder uitzicht. Als blinden tastend vaak in een donkere wereld, maar niet zonder belofte: Ziet uw Koning komt.
J. Westland
[Tekst foto: Krakau, Polen]
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's