Globaal bekeken
Voor het blad Herdersporen (kwartaalblad over vacatures, c.q. beroepingswerk in de rechterflank der Nederlandse Hervormde Kerk) kreeg redacteur W. Hardeman 'Twee zondagen op rijm' aangereikt door ds. A. Romein, overgenomen uit: De Luister der Hervormde Kerke, Uitblinkkende in het kort begrip der H. Godgeleertheit van den Heidelbergschen Catechismus, Met dezelfs vragen en antwoorden in digtmaat gestelt door Christiaan Klaarbout te Amsterdam By Reinier en Josua Ottens, Kaart- en Boekverkopers, in de Kalverstraat Weareltkaart 1742.
1. Vraag
Welk is uw een'ge Troost in leven en in sterven,
Op dat gy wel gestraft moogt zaligheit verwerven?
Antwoord:
Dat ik met lyf en ziel geheel in leven, en
In sterven niet my zelfs, maar Christus eigen ben,
die zo getrouw voor my moest tot den bloede stryden,
En my alzo verloste uit 's duivels boos gewelt,
Waar in ik van natuur lag jammerlyk geknelt:
Van 's Menschen Ellende.
Ja my naar 's Vaders wil bewaart in dezen allen,
Dat zelfs geen enkel hair kan van myn hooft afvallen;
Zo dat ik ben getroost in alle tegenspoet,
Om dat ter zaligheit my alles dienen moet;
Terwyl ik ben in hem, eer dat ik was geboren,
Voor d'eeuwen zelfs al tot Zyn eigendom verkoren
Dit toost in leven, en in sterven, my ook 't meest
Om dat hy zulks aan my verzekert door Zyn Geest,
In wiens gemeenschap my wort deze troost gegeven,
Dat ik hier namaals zal genieten 't eeuwig leven:
Dit niet alleen, maar zelfs maakt Hy my steeds bezielt,
Op dat ik leef tot eer van Hem ter zaligheit.
Ter gelegenheid van 400 jaar Reformatie in Scherpenzeel verscheen een fraaie plaatselijke kerkgeschiedenis 'De geschiedenis van de Grote Kerk in Scherpenzeel' (Uitgave B.D.U. Barneveld), geschreven door H. M. van Woudenberg. Uit dit boek twee passages:
• Conventikels in Scherpenzeel
'Op de classisvergadering van 1699 maakt ds. Steen bekend, dat er sinds enige tijd conventikels plaatsvinden in zijn gemeente. Dit zijn buitenkerkelijke godsdienstige bijeenkomsten. In de 17e eeuw vielen de kerkelijke gemeente en de dorpsgemeenschap praktisch samen. Onder invloed van het piëtisme komt er behoefte aan een meer persoonlijke geloofsbeleving. Dat uit zich in het ontstaan van kleine gezelschappen van gelovigen. Dit verschijnsel is niet plaatselijk, maar komt veel voorin het noorden en westen van de Veluwe. Oefenaars trekken rond met het doel de nieuwe denkbeelden te verbreiden. Klachten hierover komen uit Kootwijk, Barneveld en Nijkerk.
In Scherpenzeel komt een aantal mensen bijeen om samen te bidden, preken te lezen en psalmen te zingen. Volgens ds. Steen tot groot nadeel van de gewone kerkdienst. Hij verwacht dwalingen, scheuringen en andere ongeregeldheden. In overleg met de kerkeraad heeft hij van de preekstoel afgekondigd dat zulke vergaderingen worden afgekeurd. De gemeente wordt ervoor gewaarschuwd daaraan deel te nemen. Gemeenteleden die dergelijke bijeenkomsten organiseren worden van het Avondmaal geweerd. De schout wordt verzocht tegen de conventikels op te treden.
Ds. Steen wil van de vergadering weten of hij juist heeft gehandeld. Deze is van oordeel dat een bijeenkomst van mensen waar men elkaar sticht en preken leest een prijzenswaardige zaak is en "wenschen, dat de Christenen meer haer werck maeckten van sulcke bijeencomsten, als van 't saemen comen in herbergen off tot andere ijdelheden en Godtloosheijt". Aan de andere kant moet alles ordelijk verlopen. Zulke bijeenkomsten mogen nooit tijdens de kerkdienst worden gehouden. Er mag niets ten nadele van de kerk of de predikant gezegd worden. Het aantal bezoekers mag niet te groot worden en ieder moet bij zijn eigen kerk blijven. Er moet overleg zijn met de predikant Zij moeten bovendien onder zijn toezicht staan. Onbekwame mensen mogen het woord niet voeren. Het geheel mag er niet uitzien als een openbare kerkdienst
Wat betreft de maatregelen in Scherpenzeel prijst men de ijver van de kerkeraad om ongeregeldheden te voorkomen. Toch had men, voordat de maatregelen van de preekstoel werden afgekondigd, eerst het oordeel van de gedeputeerden van de classis moeten vragen. Er wordt gevraagd "in het toecomende door alle sachte en voorsichtige middelen tegen alle onordres te waecken". En zijn er gemeenteleden die behoefte hebben te catechiseren of preken te lezen. De predikant moet hen daarin zoveel mogelijk tegemoet komen en niet tegenwerken. (…)'
• Abraham Capadose
'Abraham Capadose is een Amsterdammer van joodse afkomst Hij studeert geneeskunde in Leiden. Studievrienden zijn de bekende Isaäc da Costa en Dirk van Hogendorp. Na zijn studie wordt hij arts in de praktijk van zijn oom. Na zijn overgang tot het christendom verliest hij veel patiënten en relaties. Mede daardoor en omdat hij een zwakke gezondheid heeft, moet hij de praktijk in 1827 opgeven. Hij trouwt en krijgt een dochtertje. Eind april 1831 verhuist hij met vrouw en kind naar Scherpenzeel. Het goedkopere landleven in alle eenvoud trekt hem. Waarom hij juist naar Scherpenzeel komt, is niet duidelijk. Er wonen daar "veel van Gods volk". In een brief aan Da Costa typeert hij hen als: "eenvoud, zuiverheid in de leer, gematigdheid en liefde zijn hunne kenmerken, doch zij zijn meestal wat terneergedrukt en er lopen er vele die wel als Lazarus uit de dooden zijn opgewekt, maar die op het machtwoord des Heeren wachtende zijn: ontbind hem! Vele zuchten nog in Bethesda en zien teveel om naar iemand die hen in 't badwater werpe in plaats van in 't geloof den hand des Verlossers aan te grijpen zonder vreeze".
Hij gaat in de Zandenhoef wonen, een huis tegenover de kerk, waar voorheen de Rabobank gevestigd was. De eerste drie maanden zijn moeilijk voor hem. Hij zegt "dat hij gedurende de eerste drie maanden in zijn nieuwe woonplaats God dagelijks op de knieën met tranen had gesmeekt om hem niet nutteloos op de aarde te doen zijn". Een bezoek van de bekende ds. F. Kohlbrugge brengt hem tot het besluit regelmatig godsdienstige samenkomsten in zijn huis te houden. Daarbij staat een bevindelijke uitleg van de Bijbel centraal: "… het Woord legt den grondslag der bevinding en de bevinding strekt ter verzegeling van het Woord", schrijft hij ergens.
In juni begint hij met de huisbijeenkomsten, eerst op zaterdagavond, later steeds op de maandagavond. Trouwe bezoekers zijn Jan Renes Wzn., Frederik den Uijl, Van Bruggen, Boerkool en Gradus Homoet. Langzamerhand groeit het aantal bezoekers van de oefening. Uit de verre omtrek komen de mensen. Op een keer komt er een predikant uit Veenendaal met een deel van zijn kerkeraad luisteren en op een maandag zelfs een wagen vol mensen uit Culemborg. Hij houdt een oefening in Rheden en stelt een onderzoek in naar de bekering van drie personen in Ede. Capadose schrijft: "Vele stommen beginnen te spreken, vele zuigelingen het Abba vader te stamelen en de oude bevestigden groenen als olijfbomen van vreugde op 't gezicht van het jong opschietend gras…" Tijdens de cholera-epidemie van 1832 wordt er tevens op donderdagavond bidstond gehouden. Als er op een avond 80 mensen komen, wordt het Capadose te veel. Hij neemt het besluit dat voortaan alleen de mensen uit Scherpenzeel bij de oefening aanwezig mogen zijn. Hij is namelijk strafbaar volgens art. 291 van de Code Penal, een wet uit de Franse tijd, waarbij men vergaderingen van meer dan 20 personen kan verbieden. Elders in het land wordt deze wet al toegepast op soortgelijke bijeenkomsten.
Capadose raakt bekend in de wijde omgeving. Hij heeft ook tegenstanders. In de herfst van 1832 zijn een aantal Utrechtse studenten en "gemeen volk" van plan "op te trekken naar Scherpenzeel tegen den Heer Capadose" om de bijeenkomst te verstoren.
Al die tijd wordt er weinig van ds. Nahuys vernomen. Eenmaal heeft hij erop aangedrongen dat Capadose en zijn vrouw hun attestatie van Amsterdam in moeten leveren. Dat doen zij, nadat ze bijna een jaar in Scherpenzeel wonen. Capadose bezoekt de zondagse prediking, maar is er niet erg over te spreken. Het is duidelijk dat opmerkingen als "ketterij heb ik niet gehoord" en "zijn preek was zondag weer bedroevend, mocht de Heere hem bekeren" de verhouding tussen hen beiden niet bevorderen.
In de kerkeraadsnotulen wordt pas van Capadose gesproken als hij bijna uit Scherpenzeel vertrekt. Van Naamen heeft hem de huishuur opgezegd. Hij kreeg van veel kanten commentaar op de huisdiensten van Capadose en wil er op die manier een eind aan maken. Een aanbod van gemeenteleden aan Capadose om een huis voor hem te bouwen, slaat hij af.
Als de kerkeraad censura morum houdt voor het aanstaande Avondmaal, staat er: "Er geschiede censura morum, waarbij niets berispelijks voorkwam. Alleen vielen er aanmerkingen op het onrustig gedrag van A. Capadose". In mei 1833 vertrekt hij met zijn vrouwen inmiddels twee kinderen naar 's-Gravenhage. Als hij zijn attestatie opvraagt, wil men die niet zomaar afgeven. Men komt tot het volgende besluit: De kerkeraad, overwegende dat A. Capadose med. doctor gedurende zijn verblijf in deze gemeente oefeningen heeft gehouden, verboden bij art. 14 en 15 van het reglement op het godsdienstonderwijs. Overwegende dat die oefeningen en het verder gedrag van dien heer meermalen heeft gestrekt om wanorde en verdeeldheid te verwekken. Overwegende dat hij zich tegen de predikant en vervolgens tegen den kerkeraad onbescheiden en onchristelijk heeft gedragen en hardnekkig geweigerd heeft naar vermaningen en bestraffingen te hooren… heeft besloten… dat aan voornoemden A. Capadose geenszins kan noch mag gegeven worden de getuigenis van onergerlijk en onbesproken in leer en leven, maar dat men alleen zal bezigen de woorden: niet te beschuldigen in de leer noch zedeloos van leven, en dat men hierbij in de attestatie, tot eenen wenk voor den kerkeraad van 's-Gravenhage, den wensch zal uitdrukken, dat hij (Capadose) voortaan den kring zijner bemoeiingen zal beperken tot het geen elk rustig lidmaat betaamt en zich wachten van alles wat wantrouwen en verdeeldheid in de christelijke gemeente zou kunnen verwekken. Capadose protesteert hiertegen, zonder succes. Dan protesteert hij bij het classicaal bestuur van Arnhem, dat hem echter geen gelijk teeft.
In 1839 gaat Capadose vanwege zijn astma twee jaar naar Zwitserland, alwaar zijn vrouw overlijdt. Teruggekomen hertrouwt hij en begint een zondagsschool aan huis. Deze groeit uit tot een landelijke beweging. Hij is tevens stichter van de Vereniging van vrienden Israëls en van de Nederlandsche Protestantse Vereniging. Ondanks zijn zwakke gezondheid wordt hij 79 jaar oud. Hij sterft in 1874 in 's-Gravenhage.'
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's