Als een nachtkaars uitgegaan!
Gravamen over homofilie
Met deze zinsnede besloot het Nederlands Dagblad de verslaglegging over de Hervormde Synodezitting van afgelopen november en dit doelde op de einduitspraak van de generale commissie voor bezwaren en geschillen. Deze uitspraak stelde mij in het ongelijk over mijn bezwaar t.a.v. de behandeling van het gravamen over homofilie, (zie ook de Waarheidsvriend van 17-09-92).
Alvorens een aantal opmerkingen en conclusies te maken, eerst een klein historisch overzicht:
Op 16-06-89 werd de motie Ter Velde-Kloosterboer aangenomen met de volgende zinsnede: 'wijst derhalve maatregelen van kerkelijke tucht vanwege homoseksuele geaardheid en leefwijze van de hand'.
Op 24-11-89 werd dit besluit als volgt bijgesteld: 'het besluit van 16-06-89 te verstaan als een appel aan de tot het houden van opzicht bevoegde instanties…'
Het daarop ingediende gravamen wees op het overeind blijven van het besluit tot afwijzen van maatregelen van kerkelijke tucht en noemde het appel vrijblijvend en niet kerkordelijk onderbouwd.
Na een lange weg moet het gravamen uiteindelijk via een uitspraak van de generale commissie aan de generale synode worden gezonden ten einde tot een eindoordeel te komen (ord. 11-20-1) Op deze weg werd door de PKV Zuid-Holland aanbevolen om de vereniging van exhomofielen te horen, werd ondergetekende door de commissie van voorbereiding gehoord en bracht de Raad voor de zaken van Kerk en Theologie een advies uit. (ord. 11-20-2).
In dit advies kwam de volgende zinsnede voor: 'het gaat over een ethisch vraagstuk, dat natuurlijk het belijden raakt, maar in zekere zin van secundaire orde is.'
Over het laatste onderdeel van ord. 11-20-2 'en zonodig het oordeel vraagt van de daarvoor in aanmerking komende andere Kerken' werd in alle talen gezwegen.
Mijn, door een ordevoorstel afgedwongen, bijdrage met de opmerking: 'hier sta ik, ik kan niet anders' werd in Woord en Dienst van 27-06-92 met een spotprent, c.q. karikatuur opgesierd.
Het in mijn ogen niet kerkordelijk behandelen van het gravamen, leverde opnieuw een procedure op bij de generale commissie, die dit op 4-3-93 in een zitting gelijktijdig met een ander bezwaar van de classis Brielle behandelde.
De generale commissie had tot 13-10-93 tijd nodig om een 15 punten tellend antwoord op te stellen. Afgezien van de vraag of deze extreem lange periode kerkordelijk verantwoord genoemd mag worden, blijkt hieruit eveneens in welk een lastig parket de generale commissie zich heeft bevonden.
Afwijzing
Het afwijzen van mijn bezwaar werd gegrond op twee motieven, t.w.: 'het bezwaar (in mijn ogen niet behandelde gravamen) is vervolgens door de synodeleden uitvoerig besproken' en 'leidt de generale commissie tot het oordeel dat dhr. De Ronde niet aannemelijk heeft kunnen maken, dat hij door de wijze van behandelen ter synode in zijn belangen is geschaad'.
Dit laatste werd met enige voldoening op de novembersynode door mevr. Willemze in de informatienota weergegeven.
Wat de uitspraak betreft, dienen de volgende opmerkingen gemaakt te worden:
Ieder, die de synodevergadering van juni 92 heeft bijgewoond, weet dat het gravamen niet is besproken, maar uitsluitend het rapport van de commissie van voorbereiding;
dit blijkt ook uit de letterlijke tekst van de notulen van genoemde vergadering.
Het tweede motief van de generale commissie heeft mij erg verdrietig gemaakt. Ieder, die de hele procedure heeft gevolgd, weet dat er nimmer enig belang van mij persoonlijk is geschaad of in het geding is geweest. Mijn grondmotief ligt nog steeds in ord. 11-19-1, waar het gaat over een beroep op Gods Woord en in mijn geweten mij bezwaard gevoelende over uitingen der Kerk ter zake van haar belijden. Hoe is het dan mogelijk, heb ik mij afgevraagd, dat men zou kunnen veronderstellen dat ik in mijn belangen geschaad zou kunnen zijn. Mijn grote zorg is en blijft dat mijn Nederlandse Hervormde Kerk zichzelf hiermee grote schade heeft berokkend.
Verdere ontwikkelingen en gevolgen
Gedurende het jaar 1993 zijn er door mij, op grond van de fungerende kerkorde van 1951, twee procedures gevoerd tegen het voornemen om homofiele relaties kerkelijk te laten zegenen.
De eerste was tegen de gemeente Zeist-West, waar twee dames hun relatie kerkelijk wilden laten bevestigen.
Ondanks het feit dat ik de gemeente Zeist-West, de generale commissie en het Breed Moderamen van de generale synode vroegtijdig op de hoogte heb gesteld van mijn bezwaar tegen dit onkerkordelijk voornemen, werd ik in het ongelijk gesteld. De gemeente Zeist-West gaf in eerste termijn geen antwoord op mijn bezwaar en daardoor kwam het formele bezwaar 5 dagen te laat op het 'goede' adres, in dit geval de provinciale commissie van Utrecht. Mede gevoed door de uitspraak van de synode meende Zeist-West dat de zegening, ondanks de lopende procedure, wel doorgang kon vinden. De enige weg voor de generale commissie om aan problemen te ontkomen, was de escape via termijnoverschrijding.
De tweede procedure liep tegen de gemeente Uitgeest-Akersloot, waar de plaatselijke predikante met een gemeentelid hun relatie wilden laten inzegenen. Hier was geen sprake van termijnoverschrijding en stelde de provinciale commissie van Alkmaar mij in een tussenuitspraak in het gelijk. In deze tussenuitspraak maakte de commissie echter duidelijk dat, als het zou gaan om het vragen van een zegen in een gewone dienst voor twee leden der gemeente, daar dan niemand op tegen zou kunnen zijn.
Het antwoord liet zich raden, want Uitgeest-Akersloot liet prompt weten dat men zich in dit geval zou houden aan de aanbevelingen van de provinciale commissie. De einduitspraak lag wederom voor de hand: er was geen sprake van een kerkordelijke zegening en mijn bezwaar werd (terecht) ongegrond verklaard.
Toekomstverwachting
Wat leert ons dit? Als niemand bezwaar maakt, kan alles, tot en met een formele kerkelijke zegening, worden uitgevoerd.
Immers op de toezegging van het Breed Moderamen der synode om in beide gevallen een onderzoek in te stellen, heb ik nimmer antwoord ontvangen. Overigens een kwaal waar ds. K Blei wel vaker aan schijnt te lijden (zie ook de klacht van ds. Blauw in Woord en Dienst van 25-02-1994).
Wordt er wel een formeel bezwaar ingediend, dan wordt de procedure zodanig aangepast, dat uitvoering ogenschijnlijk binnen de kerkordelijke regels past.
De hele commotie rondom het gravamen is er mede de oorzaak van geweest dat in de nieuwe kerkorde van de Verenigde Protestantse Kerk in Nederland het artikel over het huwelijk weggelaten moest worden. In de toelichting bij het eerste ontwerp stond namelijk aangegeven, dat een artikel over het huwelijk te veel problemen zou oproepen en daarom was het beter dit artikel dan maar helemaal weg te laten.
In artikel VII-1 wordt nu wel gesproken over trouwdiensten.
Dus niets aan de hand zult u zeggen. Vergeet u het maar, want hier is sprake van een zeer bedrieglijk woord.
Vanuit de Gereformeerde Synode heeft mevr. A. Bouman op 17-11-93 tijdens de vergadering van de gereformeerde classis Brielle dit nader uiteengezet.
Trouwdiensten: niet alleen huwelijksdiensten, maar voor allen die elkaar trouw beloven!
Als God het niet verhoedt, voorzie ik een goddeloze ontwikkeling, waarbij een ieder doet naar dat het hem goeddunkt.
Gods Woord wordt nu eerst her-ijkt en daarna met de nieuwe norm naar eigen inzicht bijgesteld.
Het woord van Jezus Christus, gesproken tegen de duivel, 'er staat geschreven' heeft blijkbaar afgedaan. En toch blijft dat het enige middel om de duivel en alle andere ketterijen te weerstaan. Met pijn in mijn hart en droefheid in mijn ziel zie ik mijn Nederlandse Hervormde Kerk steeds verder afglijden naar de afgrond van een 'elk wat wils' kerk.
Met grote nadruk wijs ik u allen op uw verantwoordelijkheid, vooral ambtsdragers in de komende vergaderingen, waarin vergaande beslissingen genomen zullen moeten worden, maar ook alle andere leden van onze kerk om eveneens in de binnenkamer de knieën te buigen en God te smeken of Hij dit kwaad van ons weren wil.
Het is niet zo zeer 'als een nachtkaars uitgegaan', maar meer dat onze kerk opzettelijk, willens en wetens het licht van Gods Woord onder de korenmaat geplaatst heeft.
Is er dan reden om te wanhopen? Beslist niet! God zal niet laten varen het werk waar Zijn Handen mee begonnen zijn.
Laten wij dan in alle ootmoedigheid maar evenzeer met een enorme vasthoudendheid en geloof in onze gebeden de nood van onze Kerk opdragen aan de troon der genade!
Dan zal er ook in de toekomst zegen voor de gemeenten uit verwacht mogen worden.
A. W. de Ronde, Stellendam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's