Reformatorisch onderwijs: vensters open of luiken dicht? (1)
Mij is gevraagd iets te schrijven over de reformatorische scholen voor voortgezet onderwijs. Ik zal proberen een positiebepaling te geven van het reformatorisch onderwijs binnen het gehele onderwijsveld. Tevens iets weer te geven van het eigene van dit onderwijs. Daarbij kunnen we ook niet om de vraag heen of de reformatorische scholen wel een goede voorbereiding geven op de plaats die onze jongeren moeten gaan innemen in een geseculariseerde wereld. Tenslotte mag niet ontbreken dat we de blik kritisch naar binnen slaan en dreigende gevaren onder ogen zien.
What's in a name
De naam reformatorisch voor instellingen op allerlei terrein is nog niet zo oud. Voor het voortgezet onderwijs is deze aanduiding nu ongeveer 25 jaar in omloop. In de protestantse sector van het onderwijs hadden we vanouds de p.c.-scholen (prot. chr.). Later ontstonden de zgn. gereformeerde scholen (uitgaande van Ger. kerken Vrijgemaakt). En nog weer later dan de reformatorische scholen.
Het is duidelijk dat op de reformatorische scholen christelijk onderwijs wordt gegeven. Toch dienden deze scholen zich in de naamgeving te onderscheiden van de p.c.-scholen omdat juist de verontrusting over de koers in het p.c.-onderwijs de stoot gaf tot oprichting van scholen voor reformatorisch onderwijs.
Ook mag worden aangenomen dat op reformatorische scholen gereformeerd onderwijs wordt gegeven, dat is: onderwijs in overeenstemming met de gereformeerde belijdenis. De naam gereformeerde school was echter reeds in gebruik en nadrukkelijk verbonden aan één kerkgenootschap. De reformatorische scholen voor voortgezet onderwijs zijn vanaf het begin zonder uitzondering interkerkelijk geweest.
Alleen al uit praktische overwegingen was een nieuwe naamgeving dus aan, te bevelen. Naamgeving is echter ook een betekenisvolle zaak. Je wilt er iets in tot uitdrukking brengen èn naar buiten duidelijk maken van wat je beweegt. Welnu, de naam reformatorisch verwijst niet naar het juridisch karakter (onderscheiding openbaar en bijzonder onderwijs), ook niet naar het pedagogisch karakter (zoals bijv. bij Montessorischolen) maar naar het levensbeschouwelijk karakter van de school. De grondslag – en ook het onderwijs – is bij een reformatorische school levensbeschouwelijk bepaald. En wel in het bijzonder door een levensbeschouwing die is geworteld in de Bijbel en in de Gereformeerde belijdenis.
What's in a name. Dat gezegde drukt iets uit van: wat maakt het uit welke naam je draagt. De naam reformatorisch is betekenisvol. Ze verwijst naar het Woord van God, zoals beleden door de kerk der Reformatie.
Bestaansrecht bewezen
Uit het kleine begin is in de laatste 25 jaar een landelijk netwerk van reformatorische scholen voor voortgezet onderwijs gegroeid. Ze worden bevolkt door zon 16.000 leerlingen. De meeste van deze scholen zijn groot van omvang en breed van opzet. Het laatste betekent dat alle opleidingsniveaus, variërend van voorbereidend beroepsonderwijs (vbo) tot voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) binnen één scholengemeenschap zijn ondergebracht. Dit sluit volledig aan bij het door het Ministerie van Onderwijs gevoerde stumuleringsbeleid voor brede scholengemeenschappen.
Een belangrijke impuls tot verdere uitbouw van het reformatorisch onderwijs was de erkenning door de overheid als een zelfstandige denominatie. Dat betekende dat ook de overheid de reformatorische scholen als zelfstandige aanvulling op de p.c.-scholen en gereformeerde scholen erkende. Gevolg was een versoepeling van het goedkeuringsbeleid van stichting van scholen maar ook voor het toekennen van adequate huisvesting.
Wat is het eigene?
Het is moeilijk om in het kader van een artikel het eigene van reformatorisch voortgezet onderwijs te verwoorden. Op de school waar ik werk is in het schoolwerkplan de identiteit uitvoerig beschreven. Hierin wordt aangegeven vanuit welke doelstelling we werken, hoe gegevens uit de Schrift en de reformatorische traditie hun doorvertaling vinden naar de onderwijssituatie, wat onze visie is op de mens in het algemeen en op het kind in het bijzonder, welke plaats de school heeft t.o.v. het gezin, de kerk en de maatschappij, vanuit welke pedagogische en didaktische principes wordt gewerkt enz. In de vakleerplannen is aangeduid op welke wijze er verbanden liggen tussen de beschreven identiteit en de leerstof.
Ik wil toch proberen om kort iets van het eigene door te geven.
1. In het onderwijs wordt getracht steeds gestalte te geven aan het eerbiedig luisteren naar de Heilige Schrift en het beleven van onze afhankelijkheid van God. In de praktijk gebeurt dit in de dagliturgie (dagopening, rond de maaltijden, dagsluiting), maar ook in de leerstof die overgedragen wordt. Dat dit bij het ene vak sterker tot uitdrukking komt dan bij het andere spreekt vanzelf Bij vakken als geschiedenis en maatschappijleer speelt de levensbeschouwing wel een heel duidelijke rol. Hoe wordt bij aardrijkskunde de wording van de aarde en het onstaan van (menselijk) leven behandeld? Hoe wordt bij biologie gesproken over de voortplanting van het menselijk leven? Hoe wordt bij het nieuwe vak verzorging uitleg gegeven over het onderhouden van relaties? Allemaal onderwerpen die rechtstreeks de levensbeschouwing raken en ingekleurd dienen te worden door een eerbiedig luisteren naar de Heilige Schrift.
Maar ook bij de zgn. neutrale exacte vakken mag het plaatsen van levensbeschouwelijke kanttekeningen niet ontbreken. Hoe neutraal zijn deze vakken? Waar liggen de grenzen van het wiskundig denken? Kunnen natuurwetenschappelijk onderzoek en christelijk geloof samengaan. Eveneens vragen waarbij eerbiedig moet worden geluisterd naar de Heilige Schrift.
2. Voor alle schoolvakken is een veelheid van leerboeken op de markt. Het kiezen van een methode vergt veel zorgvuldigheid. In het reformatorisch onderwijs vormt de identiteit die de methode uitdraagt een belangrijk criterium voor de keuze. Helaas moet worden gezegd dat voor diverse vakken een aanvaardbare methode ontbreekt. Dat betekent dat eigen lesmateriaal moet worden ontworpen. Zo zijn er (min of meer officiële) eigen methoden ontstaan voor godsdienst, Nederlandse literatuurbehandeling, geschiedenis, biologie, maatschappijleer en (gedeeltelijk) ook voor andere vakken. Enorm veel tijd is hierin gestoken. Helaas is er tot voor kort weinig coördinatie geweest binnen het reformatorisch onderwijs m.b.t. het schrijven van eigen lesmateriaal. Bij de invoering van de basisvorming zijn de handen ineengeslagen, waardoor er nu gewerkt wordt aan methoden voor Nederlands, geschiedenis en biologie die op alle reformatorische scholen gebruikt zullen worden.
3. In het reformatorisch onderwijs heeft het godsdienstonderwijs een belangrijke plaats. Uit het vorenstaande is wel duidelijk geworden dat godsdienst niet het enige vak is waarin de identiteit wordt ingevuld. Maar hier worden de leerlingen direct onderwezen in de Heilige Schrift, in de geloofsleer en in de geschiedenis van de Kerk. Ook de andere religies en onze houding daartegenover krijgen de aandacht (in de bovenbouw). Het godsdienstonderwijs op reformatorische scholen gaat niet op in 'het onderwerp van de dag' of in het open discussiëren over door leerlingen op tafel gelegde vragen. Natuurlijk is er alle ruimte om vragen te stellen en om momenten van discussie te hebben. Natuurlijk zal waar mogelijk een eigentijdse toespitsing van de behandelde stof worden gegeven. Maar hoofdzaak zal toch zijn om de leerlingen te funderen in de Heilige Schrift en in de Belijdenis van de Kerk. Daarbij zal kennisoverdracht een belangrijke rol spelen. Maar dan toch onder de voortdurende bede dat de Heilige Geest deze kennis tot hartekennis wil maken.
4. Hoewel de school een eigen verantwoordelijkheid heeft en niet zonder meer een verlengstuk van het gezin is, wordt het belang van de eenheid in opvoeding binnen gezin, kerk en school nadrukkelijk onderstreept. Dit komt o.a. naar voren in de levensstijl die op reformatorische scholen wordt voorgestaan. Liefde en aandacht voor elkaar moeten voorop staan. Begeleiding van leerlingen die hulp nodig hebben mag niet ontbreken. Gezagsverhoudingen dienen te worden gerespecteerd. Ook in uiterlijke zin dienen Bijbelse richtlijnen als matigheid en eerbaarheid te worden nageleefd. Onderscheiden kleding voor jongens en meisjes wordt verplicht gesteld.
Dat een en ander aanleiding geeft tot het opstellen en handhaven van een aantal regels is onontkoombaar. Dat hiermee de reformatorische scholen soms verweten wordt er een wettisch leefklimaat op na te houden is ten onrechte. Het trachten te leven naar Gods geboden is niet wettisch, maar heilzaam.
Ook in de buitenschoolse activiteiten (excursies, werkweken, schoolavonden) is er aandacht voor een verantwoorde levensstijl.
5. Wanneer met één zin moet worden aangegeven wat reformatorisch onderwijs beoogt, dan denk ik aan het woord van de apostel Paulus in Efeze 6 : 4b 'voedt hen op in de lering en vermaning des Heeren'. Daarin zit het gefundeerd zijn in Gods Woord. Daarin zit ook het gericht zijn op God. Daarin zit opgesloten dat wij de leerlingen moeten leren een christen te zijn in de (onchristelijke) samenleving. Mensenwerk? In eigen kracht? Wie zal het kunnen! Maar wel een opdracht. En… 't is Israëls God, die krachten geeft!
J. Molenaar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's