De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers

11 minuten leestijd

Vermoeide cultuur
De boodschap van Pasen kan niet ontleend zijn aan de werkelijkheid hier en nu. Al prekend over het heil van de opstanding hoor je de vragen van de wereld om je heen op je afstormen. De dood gedood? Het Rijk Gods gefundeerd? Het kwaad in principe overwonnen? De machten naakt uitgetogen aan het Kruis? Sarajevo en Mostar dan? De haat tussen volken en stammen en religies dan? En de kinderen in Brazilië en Columbia? Hoe vreemd is en blijft altijd weer de boodschap van het heil. Hoe haaks staat ze op wat ons oog ziet en onze geest waarneemt. In Kontekstueel van februari 1994 (8e jaargang no. 4) verzorgt prof. dr. M. J. G. van der Velden de Kroniek en schrijft daarin onder andere over De kinderen van Sarajevo.

Een bericht: een mortiergranaat doodt in Sarajevo zes spelende kinderen. Het televisiejournaal laat alleen maar een rode bloedvlek in de sneeuw zien. Dat is ook meer dan genoeg. Die bloedvlek wordt even tot een symbool, niet alleen van wat daar gebeurt, maar van de werkelijkheid van onze wereld. Deze dingen gebeuren. Je bent even stil, geschrokken. Dan volgen weer andere berichten en de herhaling zorgt voor de gewenning. De ontsteltenis raakt op de achtergrond.
Er wordt in onze tijd veel gesproken over de moderne cultuur. In de kerk zijn we immers voortdurend op zoek naar de vertolking van het Woord van God, het Evangelie van verzoening en leven, in de wereld van nu. We kunnen daarover diepzinnige beschouwingen geven. Als we echter het begrip 'cultuur' breed opvatten, als daar ook bijhoort de beleving en de omgang met de werkelijkheid zoals die geworden is, grijpt zo'n gebeurtenis in Sarajevo je aan. De bloedvlek in de sneeuw van Sarajevo – zes spelende kinderen – is een aspect van de tijd waarin we leven en als tenminste even dat symbool blijft spreken, beseffen we dat wij hier in het westen ermee te maken hebben: ook dat is onze wereld en Gods wereld.
Even ontstellend was een ander bericht uit de krant. In Sarajevo zijn al enkele duizenden kinderen het slachtoffer geworden van de voortdurende oorlogshandelingen. Er zijn daar nauwelijks meer kinderen van vrie niet een broertje of zusje, een vriendinnetje of vriendje op deze wrede wijze gestorven is. Dat heeft, zo meldde het bericht, gevolgen gehad voor de geestesgesteldheid van de kinderen van Sarajevo, voor hun beleving van de werkelijkheid. Zij lijken het gevaar niet te vrezen, ze blijven onbekommerd buiten spelen, trekken zich niets meer aan van het gevaar, zoeken het zelfs soms op. En dat niet omdat ze de dreiging onderschatten of eraan gewend zijn, maar veel meer uit een soort gelatenheid, onverschilligheid bijna tegenover de reële mogelijkheid dat ze door een granaat of kogel getroffen worden. Ze verwachten dat bijna. Waarnemers stelden een suïcidaal besef bij die kinderen vast: wachtend op de volgende bloedvlek in de sneeuw van Sarajevo, van hun bloed!
Ook deze dingen behoren bij de werkelijkheid. Het lijkt op een anti-cultuur. Kinderen, jongeren zijn in alle culturen het symbool van het leven, van de toekomst, van een betere wereld. Ze vertegenwoordigen de hoop, de verwachting. In Sarajevo gaan ze voorop in de resignatie, ze zijn opgehouden de belofte voor morgen te zijn. Morgen kan immers de granaat of de kogel mij treffen en dan is het uit. Daarop wordt gerekend door de kinderen van Sarajevo.
Dat is aangrijpend. Als de kinderen, de jongeren zonder hoop en verwachting zijn is er sprake van een diepe crisis. En zo hier en daar vind je de echo ervan in onze Westeuropese cultuur terug. Ik las een reeks interviews met jongeren. Opvallend was dat velen daarvan zeiden dat ze nooit een krant lazen of naar het televisiejournaal keken. Ze sluiten de werkelijkheid van de wereld buiten, leven hun eigen leven in hun eigen kleine kring. Daar zit een nihilistische trek in en je denkt daarbij aan Jesaja 40: de jonge mensen worden moe en mat, omdat de verwachting is uitgedoofd en alleen het voorhandene overblijft.
Nu mogen we natuurlijk niet generaliseren. Niet alle jongeren denken en voelen zo. Gelukkig niet! Maar ze zijn er die al jong moe zijn. Ze zijn produkten van de cultuur van vandaag. Wat in het voormalig Joegoslavië gebeurt, heeft bevrast of onbewust invloed op de beleving van de werkelijkheid. Niet voor niets stellen cultuurfilosofen een deprimerende tendens vast bij velen. Van het optimimsme dat het afbreken van het ijzeren gordijn opriep, is niet zoveel meer over nu de Westeuropese samenleving onmachtig toeziet naar wat in dat stuk van Europa gebeurt.

Prof. Van der Velden sluit zijn kroniek af met een verwijzing naar de woorden uit Jesaja 40 : 28. De God van Israël wordt niet moe noch mat. En wie de Heere verwachten, zullen evenmin moe worden daar Hij onze kracht steeds weer vernieuwt. Hij reikt daartoe ook steeds weer tekenen en getuigen aan die ons perspectief willen geven, óók voor de kinderen van Sarajevo. Er is wel heel veel geloof voor nodig soms om in de zo moedeloos makende werkelijkheid overeind te blijven. Ik kan de reactie van jongeren tenminste goed begrijpen, die geen krant meer lezen of geen journaal meer willen zien. Wat haalt het uit? Het wordt er toch niet beter van wat ik er ook van vind of denk.

Weerzinwekkend geweld
We blijven ondanks het net gevierde Paasfeest aan de minkant van deze wereld staan, nu we ook Loes van Lennep willen citeren via haar wekelijkse column in Hervormd Nederland van 26 maart 1994. Wie heeft niet met ontroering het verslag gelezen van de zinloze moord op Nederlandse en Ierse zendingsmensen in Sierra Leone enkele weken geleden? Die ontroering nam nog toe toen er een gezinsfoto van de vermoorden in de kranten verscheen. Je eerste reactie is er één van woede en weerzin, zoals Loes van Lennep in haar column ook verwoordt.

De Nederlandse tropenarts Eelco Krijn, zijn vrouw Karin en hun driejarige dochtertje Zita zijn even buiten de poort van het ziekenhuis in Sierra Leone, waar Krijn werkte, doodgeschoten. Ik zag een foto van hen in de krant: mooie, jonge, intelligente mensen, die ons welvaartsparadijs hadden verlaten om ziekte en armoede ver van hun bed de wacht aan te zeggen.
Van zoiets word ik behoorlijk opstandig. Wat zijn dat voor domkoppen en lomperiken, die zonder pardon een weerloos echtpaar met kind afmaken? Ik weet niet veel meer van de situatie in Sierra Leone dan dat het er al jaren onrustig is. Opstandige soldaten en buitenlandse roversbenden gaan er plunderend rond. Zij zullen op hun beurt ook wel slachtoffer zijn van de omstandigheden en misbruikt worden. Voor hen betekent weerloosheid kennelijk niet, dat ze ophouden met hun agressie. Ze werkt eerder als een aanmoediging. Je hoort mooie verhalen van vroeger. Van mensen die hun belagers recht aankeken, hun borst ontblootten en hen uitdaagden te schieten. Dat gebeurde dan natuurlijk niet. Of je leest van vechtende dieren, waarvan de een als hij zich verslagen toont, door de ander verder ongemoeid wordt gelaten. Op een knop drukken om een raket af te vuren, is niet zo moeilijk, zegt men. Maar het gelaat van de ander tegenover je, hem in de ogen kijken, zou de wil tot doden verlammen.
Het gezin Krijn en de biddende moslims in Hebron hebben dat in ieder geval niet gemerkt. Oorlogen, zie de jodenverdelging onder Hider, zie Hiroshima, zie de geallieerde bombardementen boven Duitse steden, zie het voormalige Joegoslavië, zijn al lang niet enkel meer gevechten tussen gewapenden. Bij voorkeur worden weerloze burgers als doelwit gekozen. Geweld roept geweld op. Maar ook weerloosheid kan geweld aantrekken en weerbaarheid daarentegen geweldsgebruik afschrikken.
Ik vind het verwarrend en kom er niet uit. Liever gedood worden dan doden? Wie het zwaard opneemt, zal door het zwaard vergaan. Het eigen zwaard of toch het zwaard van de ander, van de aangevallene? Zelfs de kampioen der weerloosheid, Jezus van Nazareth, raadde zijn vrienden op een gegeven moment aan een zwaard te kopen. Ze kwamen er met twee aanzetten, waarop hij zei: 'Zo is het genoeg'. Misschien een aanviijzing voor de legitimiteit en noodzaak van beperkt wapengebruik voor zelfverdediging.

Wat ver weg gebeurt en wat door geweld van wapens plaatsvindt, kan ook heel dichtbij gebeuren. Mensen krijgen een jobstijding te verwerken, die heel hun leven verandert. Ook dat gaat door ondanks Pasen. En ook daarop liggen de antwoorden niet voor het oprapen, ook al zijn de vrienden van Job nog lang niet uitgestorven. In Opbouw van 25 maart 1994 schrijft ds. J. M. Smelik (Nieuwegein) in de rubriek Pastorale notities over 'De Heere kastijdt die Hij liefheeft'.

'De Heere kastijdt die Hij liefheeft'
Je zult toch opeens uit je gezin gerukt worden om maandenlang plat op bed in het ziekenhuis te moeten liggen.

Hoe verwerk je zoiets?
Wat doet het geloof je in zo'n situatie? We praten er samen heel wat keren over.
Zij en ik.
Ik, als ziekenhuispredikant.
Zij: een vrouw van middelbare leeftijd uit een kleine provinciestad.
In haar woonplaats blijkt ze niet meer naar de kerk te gaan.
Ze is afgeknapt op de zware, sombere godsdienstigheid van de streek.
Toen ze te horen kreeg dat ze naar het ziekenhuis moest, zei haar schoonvader – die tot de 'zware' richting behoort – tegen haar:
'Je moet maar denken, de Heere kastijdt die Hij liefheeft!'
'Nou, dan wou ik dat Hij maar wat minder van mij hield!'
Dat heeft ze hem geantwoord, vertelt ze me.
Wat kan ik goed begrijpen, dat ze zich verzet tegen dergelijke vroomklinkende redenaties, die haar geen steek verder helpen of troost geven. Integendeel, goed beschouwd suggereert zo'n gezegde, dat ze fout – stout, zeg maar – is geweest en daarvoor nu eens flink gestràft moet worden.
Zou dat woord over een kastijdende God nu werkelijk op die manier waar zijn?
Wat kun je, wanneer je zo'n bijbeltekst als een algemene regel hanteert en klakkeloos toepast, iemand gemeen pijn doen!
Zeker op het moment waarop je net het moeilijke bericht krijgt, dat je ernstig ziek bent en voor een hele tijd naar het ziekenhuis moet…
Moet je óók nog te horen krijgen, dat het een straf van God is!
Ik kan me voorstellen, datje dan reageert zoals deze vrouw.
Je doet, denk ik, zowel de Heere God als je medemens ermee ònrecht.
Ik geloof ook niet in een God, Die ons ziekte zendt om ons eens flink een pak slaag te geven. Toch is dat 'de Heere kastijdt die Hij liefheeft', mits bijbels opgevat, een waar woord.
'Kastijden' betekent in de Schrift 'opvoeden'.
En opvoeden – dat doet de Heere God in alle levensfasen.
Hij wil vormend met ons bezig zijn.
Hij brengt je tot ontplooiing.
Doet je groeien.
Als je er tenminste voor openstaat!
Hoe is Hij, juist omdat Hij ons zo liefheeft, daarmee bezig, óók in tijden van ziekte.
Zoals bij deze vrouw.
Ik weet zeker, dat het verblijf in het ziekenhuis – hoe lang duurde het? zes, zeven, acht maanden… – haar heel veel heeft gedaan.
Het heeft haar tot bezinning gebracht. Haar ook dichter bij God gebracht. En terug naar de kerk: ze kwam al die tijd trouw naar de kerkdiensten en haalde haar hart eraan op.
In die zin is dat woord over Gods opvoedende liefde in haar leven zeker nog waar gebleken. Dat heeft ze zelf ook beáámd. Al geloofde zij noch ik, dat God haar ziek máákte om haar tot hernieuwd geloven te brengen, wel waren we er zeker van: God wil alle dingen doen medewerken ten goede voor wie Hem liefhebben.
Dat is een geheim, dat binnen de liefdesrelatie tussen God en ons werkelijkheid wordt.

Ik weet, het is maar een verhaaltje. Althans, dat is het voor ons die deze pastorale aantekening lezen. Voor de mevrouw in kwestie betekent het leven. Gelukkig maar dat het zo soms ook gaat. Dat wil niet zeggen dat Pasen betekent dat het altijd zo gaat. Leven is veelal gaan in raadsels, zoals een apostel het zelf eens schreef. U weet wel, die spiegel en die duistere rede.
Poëzie kan soms een mens wonderbaarlijk troosten en verder helpen. We hebben net het rumoer van een boekenweek achter de rug waarin geprobeerd is lezers voor poëzie te interesseren. Ik weet niet of het bij u gelukt is. Daarom citeer ik graag dit keer ter afsluiting het volgende gedicht:

Opstanding
Zeggen ze dat Hij is opgestaan
waarom is de wereld dan dezelfde,
lijdt Hij zelf dan nog in al de zijnen,
sterft Hij dagelijks nog duizend doden,
altijd door zoals het immers is?

Weegt het lijden deze korte tijd
ook niet op tegen de heerlijkheid
die eens komen zal, is duizend jaar
als de dag van gisteren, als een droom,

altijd duurt die boze droom nog voort,
roept het bloed van Abel van de aarde,
wordt de stem in Rama weer gehoord,
altijd weer hetzelfde. Rachel weent
om haar kinderen die niet meer zijn.

En daar blijft mijn ongeloof bij staan,
dat ik net als Thomas telkens twijfel,
enkel in zijn wonden Hem herken.
(J. W. Schulte Nordholt, Verzamelde Gedichten, Baarn 1989, p. 186)

J. Maasland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Uit de Pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's