Reformatorisch onderwijs: vensters open of luiken dicht? (2)
Kritische geluiden
Van tijd tot tijd worden er aan het reformatorisch onderwijs kritische vragen gesteld. En dat niet alleen door degenen die er ver vanaf staan, maar ook door mensen die een zekere affiniteit met dit onderwijs niet kan worden ontzegd. Ik wil er twee noemen.
1. Prof. Graafland heeft enkele jaren geleden in zijn boek 'Gereformeerden op zoek naar God' kritische opmerkingen geplaatst bij het reformatorisch onderwijs. In een lezing op de jaarvergadering van de Rotterdamse scholen heeft hij dit nader toegelicht:
Het reformatorisch onderwijs heeft zich in haar eigen zuil geïsoleerd. Dit werkt verstarring, verschraling en verenging in de hand. De nadruk ligt op het doorgeven van feitelijke gegevens en oude overgeleverde waarden. Hierbij wordt voorbijgegaan aan wezenlijke en eigentijdse vragen, waardoor de leerlingen bij het verlaten van de school een ware cultuurschok ondergaan. Door de cultivering van een eigen refowereldje, in stand gehouden door (uiterlijke) kenmerken draagt de zuil de kiem van ontbinding in zich. Bovendien moeten reformatorische scholen zich eens afvragen of hun wortels wel werkelijk in de Reformatie liggen of veelmeer in het piëtisme en conventikelwezen van de 18e en 19e eeuw.
2. In de studie 'Bijtijds leren geloven' hebben de onderwijsmensen Van Driel en Kole de vraag aan de orde gesteld of een apart opvoedingsklimaat wel wenselijk of zelfs geoorloofd is. Bij dit apart opvoedingsklimaat wordt uiteraard ook gedacht aan reformatorische scholen. Hun conclusie is dat in onze tijd eigenlijk niet meer past. Een aparte opvoedingsklimaat draagt een beschermend en enigszins geïsoleerd karakter. En dat in een samenleving waarin alles open ligt. In een samenleving waarin het geloof in God als achterhaald wordt beschouwd. In een samenleving waarin de zelfontplooiingsgedachte – jongeren maken zelf wel uit welke keuzes er gemaakt moeten worden – centraal staat.
Bovendien is uit onderzoek gebleken dat reformatorische jongeren tot nauwelijks andere opvattingen komen dan jeugd die op een andere wijze is opgevoed. De vraag kan zelfs gesteld worden of een reformatorische school de jongeren niet eerder weerloos maakt dan weerbaar!
Beschermend of ontsluitend?
In dit artikel kan niet op alle punten van kritiek worden ingegaan. Sommige 'verwijten' zijn onterecht, andere vragen wijzen reële gevaren aan en nopen tot voortdurende bezinning.
Eén zaak wil ik er uit lichten. Zijn de reformatorische scholen niet veel te beschermend bezig? Brengen ze de leerlingen niet in een onverantwoord isolement? Schieten ze zodoende inderdaad niet aan hun doel voorbij? 'Doe de luiken niet dicht, maar zet de vensters wijd open. Ga de confrontatie met die boze wereld maar aan. Eens komt het er toch van…'
Tòch een apart opvoedingsklimaat
Toch meen ik dat een apart opvoedingsklimaat, óók in deze tijd, zéker ook in deze tijd, van groot belang is. Inderdaad, onze samenleving is open, onze samenleving is geseculariseerd. Alle christelijke waarden en normen worden één voor één, en soms meerdere tegelijk, onderuit gehaald. Een wirwar van meningen komt op ons af. Maar is het juist dáárom niet van groot belang dat er voor onze jongeren, zolang zij nog zoekende zijn om hun leven vorm te geven, een vangnet is en een oriëntatiepunt waarbinnen ze een zekere mate van veiligheid en geborgenheid vinden. Is het juist dáárom niet van groot belang dat kerk, gezin en school eenheid nastreven in de opvoeding van onze jongeren, ieder op eigen terrein. Dat zij samen de fundamentele waarden en normen inscherpen, waarmee de jongere een basis wordt meegegeven om als volwassene in het volle leven te kunnen staan.
Niet alleen vanuit pedagogisch motief is een eigen opvoedingsklimaat wenselijk. Er is ook een levensbeschouwelijk motief. Immers, onze kinderen worden niet als een blanke wortel geboren. Waar bij het maken van de juiste keuzes vanzelf een goede boom uitgroeit. Onze kinderen hebben een zondige aard. Ze zijn vanaf het begin geneigd om het verkeerde te kiezen. De zelfontplooiingsgedachte gaat uit van een onbijbels mensbeeld. Christelijke opvoeding is o.a. nodig vanwege de zondige geaardheid. Dat pleit voor een apart opvoedingsklimaat.
Wortels en vleugels
Hoe lang moet dat aparte opvoedingsklimaat in stand gehouden worden? Tot welke leeftijd? Dat er reformatorische basisscholen nodig zijn, is te begrijpen, maar moet dat ook nog in het voortgezet onderwijs? Jongeren in de puberteit zijn zoekende naar eigen identiteit, naar vormgeving van het eigen leven. Hoe onevenwichtig zijn ze vaak juist in die levensperiode. Hoe ontvankelijk voor invloeden. Zeker voor hen is een beschermde schoolomgeving nog van belang.
Maar hoe beschermend moet die omgeving dan zijn? Er moet toch ook zicht zijn op de werkelijkheid van het leven? Het onderwijs heeft toch ook een ontsluitende functie? Zeer zeker!
Bij een enquête onder oud-leerlingen gaf één van hen de volgende 'spreuk' door:
'Als kinderen klein zijn moet je ze diepe wortels geven.
Als ze groter worden moet je ze vleugels geven.'
Hiermee wordt uitgedrukt dat de dosering van het beschermend en ontsluitend bezig zijn moet meegroeien met de ontwikkeling van de jongere. Jonge kinderen hebben in hoge mate bescherming nodig. Vóórdat ze kennis maken met wat buiten de eigen levenswereld plaats heeft, moet verworteling plaats hebben met het eigen klimaat. Zoals reeds gezegd is eenduidigheid tussen de opvoedingsmilieus noodzakelijk om deze verworteling evenwichtig te laten verlopen. Er komt echter een periode waarin de jeugd gaat uitvliegen. Dan moeten ze vleugels krijgen om te kunnen vliegen. Dat betekent dat bij de oudere leerlingen de vensters moeten worden opengezet. In de literatuurbehandeling. Bij de behandeling van andere religies. Bij maatschappijleer. We komen in de fase van begeleide confrontatie. Ook het omgaan met media heeft hierin een plaats. Veel wordt hierin gevraagd van de docent. Hij zelf moet geworteld zijn in de reformatorische identiteit. Maar hij moet ook weet hebben van de eigentijdse vragen. Buiten het raam hebben gekeken. Iemand die alleen maar binnenskamers rondkijkt, kan moeilijk voor anderen vensters openen.
Ook in het uitnodigen van sprekers moeten we niet tè benauwd zijn. Het laten optreden van een andersdenkende – uiteraard binnen verantwoorde grenzen – kan passen bij een begeleide confrontatie. Zo was er onlangs op onze school een politieke schoolavond voor de bovenbouw met sprekers van 5 partijen: natuurlijk SGP en RPF, maar ook CDA, VVD en PvdA.
Let op uw saeck
Dat reformatorische scholen voor voortgezet onderwijs wenselijk en noodzakelijk zijn, is voor mij geen vraag. (De discussie over het theocratische ideaal van een openbare school met de Bijbel laat ik nu kortheidshalve rusten). Dat gevaren ons bedreigen staat voor mij eveneens als een paal boven water.
De waarschuwingen van prof. Graafland voor zelfgenoegzaamheid en verstarring zijn terecht. Evengoed moeten we beducht zijn voor vervlakking en verschraling van de identiteit.
Onlangs is het rapport verschenen van een in 1990 onder directeuren van scholen voor voortgezet onderwijs ingesteld onderzoek naar 'de levensbeschouwelijke vorming in het voortgezet onderwijs'. Aan dit onderzoek, afgenomen door dr. B. A. N. M. Vreeburg van de Universiteit van Amsterdam, namen 550 scholen deel.
Twee onderzoeksresultaten zetten mij aan het denken.
1. Gevraagd werd of de school een werkgroep identiteit had, die zich bezig hield met de 'vormgeving' van de grondslag.
Het antwoord was 'neen' op alle openbare scholen en… reformatorische scholen. Natuurlijk is er wel een verklaring voor. Openbare scholen hebben een zo algemene identiteit dat deze weinig vragen oproept en bij reformatorische scholen is de identiteit voor iedereen duidelijk. Aldus het rapport. Daar zit het 'm nou juist. Zó duidelijk dat er misschien wel te weinig over wordt nagedacht. Ook hier kan de vanzelfsprekendheid kwalijke gevolgen hebben. Om een voorbeeld te noemen: is er voldoende nagedacht over de soort 'kennis' die wij overdragen. Hanteren wij niet veel te gemakkelijk de kennis die opkomt uit het positivistische denkklimaat van de 19e eeuw, waarbij de menselijke ratio = verstand het een en het al is? Waar vindt op onze scholen het Bijbelse kennen, waarin het hart zo'n belangrijke plaats inneemt, toepassing?
2. Citaat uit het rapport:
'Een sterke organisatorische activiteit alléén is niet een voldoende garantie voor een duidelijke identiteit. In het onderzoek is gebleken, dat met name in het RK onderwijs een omvangrijke organisatorische activiteit plaatsvindt ten aanzien van de identiteit… Toch valt op, dat bij de uitwerking van de identiteit op schoolniveau het katholieke onderwijs van al het confessionele onderwijs het laagst scoort en de grootste interne spreiding heeft. Hieruit blijkt in ieder geval, dat organisatorische activiteit maar een beperkte indicator is voor de levensbeschouwelijke identiteit van een school.'
Een teken aan de wand, ook voor reformatorische scholen. Een eigen zuil, met eigen organisaties. De identiteit moet niet beperkt worden tot een organisatorische activiteit, moet ook niet bepaald worden door een 'denktank' (commissie) buiten de school, maar moet vlees en bloed zijn voor iedere betrokkene in de school.
De Heere heeft ons veel gegeven in het reformatorisch onderwijs. Op ons rust de verantwoording om dit pand te bewaren.
J. Molenaar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1994
De Waarheidsvriend | 21 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1994
De Waarheidsvriend | 21 Pagina's