De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Specifiek gereformeerde vroomheid?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Specifiek gereformeerde vroomheid?

Gereformeerde en middeleeuwse vroomheid (1)

8 minuten leestijd

In één van de stellingen van het proefschrift van dr. W. J. op 't Hof (Nederhemert) werd verband gelegd tussen middeleeuwse mystiek en gereformeerde spiritualiteit. Die verbinding wordt niet door iedere gereformeerde theoloog gelegd. We vroegen dr. Op 't Hof deze gedachte nader uit te werken in enkele artikelen, waarbij eventueel gerekend zou kunnen worden op de 'mogelijkheid van tegenspraak'. Verder verscheen een nieuw tijdschrift onder de titel 'Herademing' (Kok, Kampen), waarvan personen uit heel verschillende kringen, onder andere ook dr. Op 't Hof, de redactie vormen. Dit tijdschrift handelt ook over spiritualiteit. Ook daarom leek het ons goed dr. Op 't Hof in de gelegenheid te stellen zijn gedachten over gereformeerde spiritualiteit nader te ontvouwen.Red.

In het leven is het nuttig en heilzaam wanneer bij vanzelfsprekende uitgangspunten en zogenaamd vaststaande inzichten een vraagteken wordt geplaatst. Het wil immers nog wel eens blijken dat die apriori's en die opvattingen meer zeggen over de persoon die ze huldigt dan over de zaak waarover het gaat. Intellectuele en ook geestelijke verdieping vindt dan plaats, wanneer men zich van allerlei beeldvorming bewust wordt en wanneer men zich vanuit dit bewustwordingsproces innerlijk gedrongen voelt om een zoektocht te ondernemen naar de werkelijkheid, voor zover wij mensen die in het oog kunnen krijgen.

Majesteitsschennis?
Het zal op bijna alle lezers van dit blad als een soort majesteitsschennis overkomen, wanneer het bestaan van de gereformeerde vroomheid als een eigensoortige eenheid met vraagtekens wordt omringd. Wij zijn gereformeerd en gereformeerdheid is de beste vorm van christendom die er is. Het is voor ons dan vanzelfsprekend dat wij in vele, zo niet in alle opzichten iets eigens, iets unieks hebben. Anders vervalt toch de grond en het motief van onze gereformeerdheid?
Ik zal de laatste zijn om het waarheidsgehalte van deze gedachtengang te ontkennen, maar ik ben ook de eerste om te beseffen en erop te wijzen dat wij vanuit onze eigenwaarde veel meer geneigd zijn om te rekenen met wat ons van andere christenen scheidt dan met wat ons met hen verbindt. Deze nuchtere constatering, waar niemand omheen kan, leidt tot de vraag: hoe groot is het specifiek gereformeerde aandeel en hoe groot is het katholieke aandeel? Wil deze vraag niet in een oppervlakkige vergelijking verzanden, dan zal niet alleen het kwantitatieve, maar zeker ook het kwalitatieve aspect in ogenschouw genomen en verdisconteerd moeten worden. Anders geformuleerd: in welke verhouding staat de wezensbepalende waarde van het specifiek gereformeerde moment tot die van de katholieke bijdrage? De uitkomst van zo'n onderzoek zal per onderdeel variëren. In deze artikelenserie is het de bedoeling om de vroomheid onder de loep te nemen.

Actueel
De keuze voor de vroomheid behoeft geen verbazing te wekken. Wij beleven een tijd die gekenmerkt wordt door een intense aandacht voor spiritualiteit en mystiek. Buiten of aan de rand van de kerken verdiepen groepen zich in de aansprekende gevoeligheid van allerlei soorten vroomheid en in de fascinerende geheimzinnigheid van het onbekende. In de kerken wordt de roep om religieuze beleving en ervaringen steeds luider. Leerstellingen voldoen niet meer. Op de politieke en maatschappelijke vertaling van het evangelie is men afgeknapt. Er gloort voor de religie een nieuwe dag. Aan de einder wordt het morgenrood van een lang miskend zingevingsverband zichtbaar: spiritualiteit. Er lijkt zich in het laatste decennium van deze eeuw een golf van vroomheid door de kerken te slaan, die zo vitaal is dat zij tallozen buiten de kerken weet mee te voeren. Ineens schijnen onze moderne tijd en cultuur niet zo kil en koud te zijn. De religieuze ervaring in opmars. De verborgen omgang populairder dan ooit in deze eeuw.
Wanneer hier ingespeeld wordt op de geestelijke actualiteit van onze dagen, gebeurt dit vanuit de rustige wetenschap dat juist in ons modern tijdsgewricht ontzaglijk bruisende golven het snelst zijn uitgewoed. En als het water tot stilstand is gekomen, gaat het stinken voordat men het weet. De mode is veelal kort van duur. Een rage is snel voorbij.
Is het dan geen zinloze zaak om de huidige belangstelling voor vroomheid serieus te nemen? Mij dunkt van niet. In de eerste plaats is het voorgaande te generaliserend en heeft het iets karikaturaals. Het miskent de serieuze momenten en aspecten. Niet alles van wat nu in de branding van de belangstelling staat, zal door de volgende vloedgolf worden weggespoeld.
In de tweede en belangrijkste plaats vormt de huidige trend een uitdaging aan het adres van de gereformeerde vroomheid. Waar alle oude en recente vormen van spiritualiteit en mystiek een duit in de zak van de moderne geestelijke belevingswereld doen, mag de gereformeerde traditie met haar bevinding niet achterblijven. Niet om op deze wijze mee te huilen met de wolven in het bos, maar wel om het bijbels gehalte en de blijvende kracht en waarde daarvan te bewijzen. Is het niet onze roeping om hen die met de maalstroom worden meegezogen, vaste grond onder de voeten te bieden?
Helaas wordt de confrontatie welhaast systematisch uit de weg gegaan. De vraag waarbij het hier op aankomt is: wat zit hierachter? Ik ben geneigd om aan een veelal onbewuste angst te denken. Angst omdat men intuïtief aanvoelt dat een wezenlijke ontmoeting wel eens zou kunnen resulteren in de ontdekking dat veel gereformeerde vroomheidselementen lang niet zo exclusief zijn als men waar wil hebben en in de ontmaskering van het bevindelijke zelfbeeld. In deze artikelenserie laat ik die ontmaskering – hoe belangrijk zij ook is – grotendeels voor wat zij is en beperk ik mij voornamelijk tot de eerste inhoud van die angst: bestaat er wel een specifiek gereformeerde vroomheid?

Herademing
Dit speurtochtje naar de verhouding tussen het katholieke en het eigene van de gereformeerde vroomheid is niet alleen actueel in de algemene zin, maar kent ook een tweetal concrete aanleidingen. In september vorig jaar verscheen de eerste aflevering van een nieuw tijdschrift voor oecumenische spiritualiteit en mystiek, dat een gunstig onthaal bij het lezerspubliek vond: Herademing. Bij iedereen wekte het verbazing de auteur van deze artikelenserie als redacteur aan te treffen. Bij buitenstaanders was het een verwondering die veelal de vorm van bewondering aannam. Eindelijk eens iemand die uit de schulp van de gereformeerde bevindelijkheid wilde kruipen! Bij geestverwanten was er daarentegen afkeuring. Hoe kan iemand uit de bevindelijke gereformeerde traditie in één verband met vrijzinnigen, feministen, rooms-katholieken en russisch-orthodoxen samenwerken? De laatste aflevering van deze reeks zal impliciet een antwoord op deze vraag bevatten. Op dit moment is het voldoende erop te wijzen dat de overwegingen die geleid hebben tot het toetreden tot de redactie van het genoemde blad en het functioneren als redacteur de sinds mijn promotiestudie bij mij levende vraag naar het katholieke gehalte van de gereformeerde vroomheid hebben geïntensiveerd.

Gereformeerd standaardwerk over spiritualiteit
De tweede aanleiding is van niet-persoonlijke aard. Niet zolang geleden verscheen een standaardwerk over spiritualiteit, waarin vanuit de gereformeerde gezichtshoek een overzicht wordt gegeven van de bijbelse en de historische gegevens over dat onderwerp en waarin de betekenis van de spiritualiteit voor de kerk, de theologie en het christen-zijn wordt uiteengezet. In de sectie geschiedenis schrijft F. van der Pol over de spiritualiteit in de Middeleeuwen. De laatste paragraaf getiteld 'Aan de vooravond van de Reformatie' zet in met een zin die typerend is voor de teneur van dat hoofdstuk: 'Het zou onjuist zijn de middeleeuwse spiritualiteit volledig af te schilderen als enkel maar duister'. Wie nu zou verwachten dat Van der Pol vervolgens allerlei vroomheidselementen aanwijst die door de Hervorming overgenomen zijn, komt bedrogen uit. Hij signaleert heel kort wel enige overeenkomsten tussen de Hervorming en de voor-reformatorische tijd, maar dan uitsluitend op dogmatisch gebied.

In het hoofdstuk over Calvijns spiritualiteit geeft de auteur K. Runia geen enkele blijk van herkenning van traditionele devotionele thema's en vormen bij de Geneefse hervormer. Het lezerspubliek wordt versterkt in de gedachte dat de gereformeerde vroomheid een geheel apart verschijnsel is. De rest van het boek doet hier eerder nog flinke scheppen bovenop dan dat zij aandacht vraagt voor een continuïteit in vroomheid tussen Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Blijkbaar moeten de lezers gestijfd worden in de opvatting dat de gereformeerde vroomheid een nieuw fenomeen was.

Calvijn
Runia's behandeling van Calvijns spiritualiteit laat onbedoeld zien hoe mager deze is geweest, in die zin dat ze inhoudelijk niet veel voorstelde. Nu moet men mij niet misverstaan. Ik bedoel niet te zeggen dat de Geneefse reformator ongeestelijk geweest zou zijn. Allerminst. Maar het is onmiskenbaar dat Calvijn de vroomheid en de bevordering hiervan niet als een, speciaal doel heeft gezien. In tegenstelling tot Luther heeft hij bijvoorbeeld nooit specifiek stichtelijke lectuur geschreven. Ongetwijfeld heeft dit met zijn persoonlijkheid te maken gehad. In dit verband spreekt Runia over een 'ingetogen' spiritualiteit. Calvijn heeft de principia van de reformatorische herontdekking van het evangelie uitgewerkt naar vele gebieden, maar het terrein van de vrome leven is bij hem buiten schot gebleven. Deze constatering maakt het nieuwe verschijnsel van de gereformeerde vroomheid bepaald niet aannemelijk.
Hier komt nog iets bij. Calvijns vroomheid komt het helderst uit in de hoofdstukken zeven tot en met negen van boek drie van zijn Institutie. Die gaan achtereenvolgens over de zelfverloochening, het kruis dragen en de overdenking van het toekomende leven. Juist deze drie onderwerpen zijn nu traditionele devotionele thema's. Zij zijn met name door de oorspronkelijk Nederlandse spirituele beweging van de Moderne Devotie onder woorden gebracht en gaan terug op de laatste kerkvader, Bernardus van Clairvaux. Als het grote voorbeeld voor alle gereformeerden de grenzen van zijn ingetogenheid overschrijdt, doet hij dit uitgerekend op een wijze die middeleeuwse devotionele beïnvloeding uitwijst. Mooiere legitimering voor het vraagteken achter het opschrift van deze aflevering is voor een gereformeerd persoon niet denkbaar.

W. J. op 't Hof, Nederhemert

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1994

De Waarheidsvriend | 21 Pagina's

Specifiek gereformeerde vroomheid?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1994

De Waarheidsvriend | 21 Pagina's