De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers

11 minuten leestijd

Woordinflatie
Woorden kunnen je soms heel diep treffen. Een fragment uit een boek. Een groepering van woorden in een poëtische tekst. Je zit al lezend soms beduusd in je stoel. Je trilt over al je leden. Je gemoed schiet ervan vol. Hoe kan iemand zo raak gevoelens vertolken?
Kennen we die ervaring ook in de kerkbank? Een psalmregel, een liedtekst, een bijbeluitleg, een concretisering, een geestelijke les. Midden in de roos geschoten.
Er wordt onder ons heel wat af gepreekt. Meer dan elders in onze kerk. Daar zitten heel veel kanten aan om dankbaar voor te zijn. Er is nog steeds animo om te komen en om te horen, ook al zijn er onder ons ook genoeg schaduwkanten op te merken. Wie zelf geroepen wordt vele malen te spreken over steeds weer diezelfde éne Boodschap, beseft menigmaal de zwaarte om het steeds weer zo te zeggen dat de Heilige Geest er wat mee kan doen, in eerbied bedoeld. Want elke mislukte preek afdoen met de befaamde kromme stok lijkt me ook wat al te ver gaan. In 'De Wekker' van 25 maart 1994 gaat dhr. D. Koole in zijn rubriek Nader Bekeken in op de vraag van iemand uit zijn kerken die de nodige zondagen had gekerkt onder een 'behoudende' dominee. Zijn vraag was: 'Moet nou echt in elke preek zo nadrukkelijk naar voren komen dat de mens zondaar is? Altijd maar weer die val in Adam…'
Koole reageert uitvoerig op deze vraagstelling. Volgens hem blijft het nodig het zondaar-zijn van de hoorder aan de orde te stellen. De vraag is daarbij wel van belang: hoe wordt er over gesproken?

Men kan er vlak en luchtig over spreken en om de diepe werkelijkheid ervan heengaan. Zo is er prediking die als het over zonde en ons zondaar-zijn gaat, niet verder reikt dan de aanduiding van enige menselijke zwakheden, onvolkomenheden en tekortkomingen, die vanuit het Evangelie om bijstelling en opheffing vragen. In zijn gevolgen wordt ons zondaar-zijn wel aangewezen, vooral op onze gedragscodes in de intermenselijke verhoudingen (niet altijd overbodig overigens), maar de wortel waaruit het alles opkomt wordt niet (voldoende) binnen het gezichtsveld gebracht.
Misschien heeft mijn vraagsteller bij het stellen van zijn vraag gedacht aan preekpatronen met een erg dogmatisch stramien, waarin de algehele verdorvenheid van de mens, verwoord in de overbekende formules, zondag in zondag uit aan de gemeente wordt voorgehouden maar waarvan het effect niet verder lijkt te reiken dan een algemeen gevoel van ondeugdelijkheid en een drukkend besef van nietswaardigheid, zonder dat het bij God brengt. Preken die qua toonzetting tot op zekere hoogte een gevoel van geestelijke malaise bij de hoorders oproepen maar die het gros van de mensen toch in een zekere gelatenheid over zich heen laat gaan.

Dhr. Koole vindt dat zorgvuldig naspreken van de Schrift noodzakelijk is. Maar daar doemt dan wel een probleem op. Elke prediker zal herkennen wat hij dan onder andere opmerkt.

Soms denk je wel eens: in de kerk, in de prediking en ook in de persoonlijke ontmoetingen met elkaar zijn we als het op de geestelijke dingen aankomt een beetje doodgelopen in woorden. Aan al wat over zonde en genade is gezegd, kan nauwelijks nog iets worden toegevoegd. Daarbij voegt zich dan nog dat binnen het moderne leefklimaat het besef van zonde en ons zondaar-zijn voor God sterk is vervaagd. Door meer te weten en te kunnen zijn we – althans in ons gevoel – zelfbewuster, zelfverzekerder, onafhankelijker en meer eigengereid geworden. Door verminderde omgang met het Woord van God in het leven van elke dag gaat ook steeds méér de spiegel ontbreken waarin de mens tot heilzame zelfherkenning komt en waardoor steeds opnieuw het verlangen wordt gewekt om zondags de boodschap der vergeving te horen. Wanneer vandaag wordt gesproken van geestelijke armoede en ingezonkenheid, wanneer men hier en daar – en misschien overal wel – de klacht kan horen dat er zo weinig echt blije mensen in de kerk te vinden zijn, dat er zo weinig aan geloofservaringen uit te wisselen valt, dan zou dat misschien hierop kunnen teruggaan dat de vreugde over de vergeving niet groot is omdat het verdriet over de zonde te klein is. Wie eigen leven op dit punt eerlijk wil bezien zal tot geen andere conclusie kunnen komen dan dat in elke preek waarin het woord genade valt, de zonde niet ongenoemd kan blijven. Het is en blijft gewoon onontkoombaar.

Woorden, woorden, altijd maar woorden. Zeker, zo behaagt het onze God nog steeds zalig te maken. We dienen er wel steeds voor te waken dat onze woorden niet leeg lopen en daarom zonder kracht raken. Woorden kennen net als geld het gevaar van ontwaarding. Dan worden woorden waardeloos. Wat koop je er dan nog voor? Waarom zou ik dan nog naar de kerk gaan? En als ik dat uit gewoonte nog steeds doe, waarom zou ik luisteren? Ik hoor toch altijd hetzelfde. Woordinflatie heeft ingrijpende gevolgen.

Daar gaan we dan!
Dat gevoel kreeg dr. A. A. Spijkerboer toen hij voor het NOS-joumaal het rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau over Secularisatie in Nederland 1966-1991 gememoreerd en toegelicht zag. Voor het oog van heel Nederland: daar gaan we dan als kerken. Dr. Spijkerboer had liever gezien dat als één der oorzaken ook was genoemd 'onze weigering ons bij de ontplooiing van onszelf door God in de rede te laten vallen'. Hij schrijft daarover in 'in de Waagschaal' van 19 maart 1994.

De reacties op het rapport hadden soms iets van fluiten in het donker. 'We wisten het allemaal al'. Ja, en is het daarom soms niet erg? 'Er is al een kentering'. Ja, dat er een kentering was heb ik vijfentwintig jaar geleden ook al op de jaarlijkse predikantenvergadering gehoord, maar ik heb er nog nooit iets van gezien. 'Er is toch nog zoveel goeds'. Ja, gelukkig wel, maar het feit ligt er dat met name de Nederlandse Hervormde Kerk – ooit de volkskerk – ineenschrompelt tot het formaat van een grote secte. De andere kerken doen het niet veel beter en dat betekent dat er miljoenen mensen opgroeien met op z'n best een hoogst oppervlakkige kennis van de boodschap van de Bijbel. (…)
Het enige waar je wijzer van wordt, het enige wat je tot bekering brengt, is iets dat je namens Jezus Christus gezegd wordt. Dus is het zaak om te blijven bij wat je namens Jezus Christus gezegd is, en daar met elkaar uit te leven.
Daar gaan we! Dat gevoel kun je inderdaad aan het rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau overhouden. En misschien gaan we daar ook echt wel. Weggevaagd. Niets meer van over. Maar zelfs dan zou ik graag bevonden worden op mijn post te zijn. Op de post van het geloof, dat de hoop voor de mensen nooit opgeeft.

De verkondiging wekt geloof en in haar gevolg ook hoop. Hoop die het inderdaad niet opgeeft. Onze hoop heeft haar fundering in de opstanding van Jezus Christus uit de doden (1 Petrus 1 : 3). Het nieuw begonnen begin dat nooit meer stuk kan. Nu vangt het nieuwe leven aan. Maar hoe gaat dat dan?

Nieuwe tijd
In het tijdschrift voor Spiritualiteit en Mystiek Her adem ing 1994 nr. 3 staat een interessant artikel te lezen van de hand van dr. R. Kranenborg onder de titel 'De verwachting van de nieuwe tijd binnen de New Age-beweging'. Dr. Kranenborg geeft een beschrijving van de eindtijdverwachting van de New Age-beweging. New Age staat voor een zeer veelomvattende cultuurstroom in het Westen waarin op alternatieve wijze, dat is anders dan in de christelijke traditie, gedacht wordt over God, mens en wereld, aldus de omschrijving door dr. Kranenborg gegeven. Hij sluit zijn artikel af met een aantal overwegingen bij de toekomstverwachting van New Age.

De verwachting van een nieuw tijdperk, in dit geval het Aquariustijdperk, is niet iets nieuws. Alle eeuwen door zien we mensen die verwachten dat het nieuwe tijdperk nu begint. We kunnen onderscheid maken tussen optimistische verwachtingen en pessimistische. In de pessimistische is men vooral apokalyptish: door een groot aantal afschuwelijke rampen komt van de andere kant de nieuwe tijd, het Rijk van God. In optimistische verwachtingen ziet men de nieuwe tijd al aangebroken en zijn de eventuele rampen al achter de rug. New Age behoort als regel tot de optimistische richting. Zij is in dit opzicht verwant met stromingen en groepen als de Renaissance, de Verlichting, de Romantiek, het Marxisme. Ook al zijn deze stromingen inhoudelijk verschillend, gemeenschappelijk is dat men de nieuwe tijd al ziet en voor een deel al gerealiseerd ziet. New Age is echter nog optimisischer dan de genoemde. Want bij haar komt, sterker dan bij Marxisme, de overtuiging dat er een opwaartse evolutie is. Het geschiedenisbegrip, zoals reeds vermeld afkomstig uit haar theosofisch denken, ziet een gaan van het ene goede tijdperk naar het andere weer betere tijdperk. New Age is de voltooiing van dit theosofisch denken. Hierin is zij in zeker opzicht uniek binnen de vele millenniaristische bewegingen die we in de loop der eeuwen gehad hebben. Zij is een duidelijk kind van deze tijd, behorend tot een westerse cultuur die het vooruitgangsgeloof hoog in haar vaandel heeft geschreven. Zij is in veel opzichten een gespiritualiseerd westers vooruitgangsgeloof.

In de werelgeschiedenis hebben meestal de pessimistische visies op wat de mensheid te wachten staat de overhand gehad. Opmerkelijk is dat New Age, hoewel het nodige ontleend aan oosterse religies, op dit punt diametraal afwijkt van bijvoorbeeld het Hindoeïsme. Daar ziet men de wereld in een proces van devolutie dat wil zeggen: het wordt steeds beroerder in de wereld. New Age is echter uiterst optimistisch over de toekomst.

Op zichzelf is het uitermate boeiend dat we aan het eind van deze eeuw een nieuwe sterke eschatologische stroming tegenkomen. Immers, lange tijd heerste in de westerse cultuur een sterk 'diesseitig' bepaald vooruitgangsgeloof, zonder diepere religieuze achtergronden of verdere perspectieven, en binnen kerk en theologie werd over de toekomst vaak weinig gesproken en kende de eschatologische verwachting vaak een kwijnend bestaan. Alleen bij meer fundamentalistische en evangelische kringen zag men een eschatologische verwachting, doch sterk apocalyptisch gekleurd. In New Age zien we een sterk geloof in een toekomst die nabij komt, waar de mens zelf aan zal moeten werken, maar die tegelijkertijd ook op de een of andere manier van de andere kant naar ons toekomt. Deze nieuwe religieuze toekomstverwachting is opvallen. Het is een winstpunt dat in onze cultuur er op een andere nieuwe wijze aan de toekomst wordt gedacht. Niettemin is het mogelijk een aantal kritische vragen bij deze verwachting te stellen. Want hoe interessant de achtergronden en overwegingen binnen New Age zijn, we hebben te maken met opvattingen die in principe niet volmaakt zijn en absoluut vast liggen. Binnen New Age wordt met zeer veel stelligheid over de toekomst gesproken, zodat het vaak meer een zaak van wetenschappelijke zekerheid lijkt dan van geloof. Die zekerheid is echter niet zo vast als men hoopt. Vandaar dat er enige vragen te stellen zijn. Allereerst, hoe zeker is de astrologie? Wordt er niet een gewicht aan de astrologie toegekend die deze in feite niet kan dragen, en wordt er niet aan voorbijgezien dat astrologisch gesproken andere interpretaties mogelijk zijn? In de tweede plaats: hoe zeker is evolutie? Uiteraard zien we altijd verandering, maar is het geheel van deze veranderingen tegelijkertijd vooruitgang? Het omgekeerde zou eveneens gezegd kunnen worden. En ten derde, is men niet te zeer blind voor de keerzijde; in het verleden is maar al te vaak gebleken dat toekomstdromen van een maakbare wereld of van het vestigen van een nieuwe wereld altijd stuk liepen op de keiharde realiteit van de menselijke onwil en de uiteindelijke onmacht. Is New Age niet te optimistisch? Een teleurgesteld optimistisme kan daarna omslaan in een totaal wereldmijdend pessimisme.
Hoewel ik het fascinerend vind dat mensen zo naar de toekomst kijken, ben ik persoonlijk van mening dat hun visie te onzeker is. Hoe moeten we dan naar de toekomst kijken? Met die open vraag, teken van mijn verlegenheid, wil ik eindigen.

Voor die verlegenheid is alle reden voor wie ziet naar wat er aan vreselijks om ons heen gebeurt. Er is minder reden vóór wie leeft uit Christus' belofte: Ziet, Ik maak alle dingen nieuw! Want dat zegt Hij Die nu al op de troon zit (Openbaring 21 : 5).

J. Maasland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de Pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's