De gereformeerde vroomheidsgestalte: het gereformeerd piëtisme
Gereformeerde en middeleeuwse vroomheid (2)
In de vorige aflevering hebben wij gezien dat bij Calvijn als de voorman van de gereformeerde traditie nog geen sprake was van spiritualiteit in die zin dat hij afzonderlijke aandacht aan het vrome leven besteedde, laat staan dat hij middelen en methoden aanwees om enerzijds het ingekeerde leven en anderzijds de verwerkelijking van de godzaligheid in het leven van alledag en in alle leefverbanden te bevorderen. Wel kan men stellen dat zijn theologie openingen naar spiritualiteit en mystiek kent. Maar meer dan openingen zijn die aspecten niet. Wanneer kan men binnen het gereformeerde Protestantisme dan wel spreken van een vroomheidsgestalte?
Theodorus Beza?
Was Calvijn de theoloog van de eerste generatie van de gereformeerde Reformatie, zijn opvolger in Genève, Theodorus Beza, mag als een vertegenwoordiger van de tweede generatie worden gezien. Hij doet in betekenis voor de ontwikkeling van de gereformeerde leer en praktijk niet onder voor zijn voorganger. Heeft hij zorg gedragen voor de opkomst van de gereformeerde vroomheid? Het antwoord op deze vraag moet luiden: niet echt.
Bij Calvijn staat er wel spanning op de verhouding tussen openbaring en ervaring, tussen geloof en gevoel, tussen verstand en wil, maar ze vormen toch een eenheid. Bij Beza is de verbindende band allerminst verdwenen, maar zijn de onderdelen op een grotere afstand van elkaar komen te staan. Zo maakt Beza aan de ene kant een veel vrijmoediger gebruik van een logische redeneertrant om zijn dogmatische inzichten vorm te geven en uit te bouwen, en besteedt hij aan de andere kant aandacht aan het innerlijke geloofsleven. Tevens spreidt hij een zeer kritische houding ten toon ten opzichte van de leefwijze van gereformeerde christenen. Hij constateert zowel in de staat als in de kerk een verval vergeleken met de begintijd van de Hervorming. Beza heeft de piëtistische openingen die Calvijns theologie eigen zijn, uitgewerkt tot tendensen die in het kader van het gereformeerde Piëtisme het volle pond hebben ontvangen.
Gereformeerd Piëtisme
Het zijn vooral de volgelingen van Beza geweest die de gereformeerde theologie een spirituele en piëtistische behandeling hebben gegeven. Zonder tekort te doen aan de dogmatische intenties en structuur van de gereformeerde leer hebben zij de daarin sluimerende mogelijkheden ten volle benut om te komen tot een vroomheidstheologie. Het ging hun om de beleving van de gereformeerde leer. De persoonlijke omgang met de Heere in het krachtenveld van de Geest kwam centraal te staan. Bij al de aandacht voor het hart vergaten zij de handen en de voeten niet. Zij gaven concreet aan op welke wijzen het geloofsleven gestalte moest krijgen in de leefwijze van personen en maatschappelijke verbanden. Het verborgen leven voor Gods aangezicht en de praktische heiliging vormen de twee polen van de vroomheid van het gereformeerde Piëtisme.
De Reformatie had de mens logepeld uit de knellende en beheersende rooms-katholieke heilsinstituten van kerk en ambt en hem een eigen, volle en waardige plaats geschonken. De mens moest niet langer zijn hoofd en hart in de schoot van de kerk leggen en geloven wat de kerk voor hem geloofde. Het kwam aan op het persoonlijke rechtvaardigende geloof in Christus. Als vanzelf leidt deze ontwikkeling tot twee verdere stappen. Wat maakt een mens bij het ontstaan en de groei van dit geloof mee? Het zich steeds sterker profilerende pastoraat begunstigde die interesse voor het persoonlijke geloofsleven met al zijn gangen, diepte- en hoogtepunten. In de tweede plaats trok men de consequentie uit het dogmatisch inzicht dat de rechtvaardiging het startpunt van de heiliging is. Hoe behoort deze concreet en praktisch gestalte te krijgen? De beantwoording van deze vraag kreeg in die landen en gebieden waar een protestantse kerk de oude rooms-katholieke had vervangen een extra stimulans. Immers zo'n kerk zag zich geplaatst voor de noodzaak om behalve de leer en de kerk ook de samenleving en de cultuur te herkerstenen.
Als de these juist is dat het Piëtisme een volgende stap is op de weg die door de Hervorming is ingeslagen, zal het zich niet in een enkel land, maar algemeen in de hervormde gebieden hebben gemanifesteerd. Dit is dan ook inderdaad het geval. Het Piëtisme openbaarde zich internationaal. In Duitsland bleek het ook interconfessioneel van aard te zijn. Het kwam daar zowel binnen de Lutherse als de Gereformeerde Kerk op. De voorwaarden waaronder het gereformeerd Piëtisme in de verschillende landen ontstond, varieerden sterk. Hierbij mag gedacht worden aan de verschillen in kerkstructuur en vooral in de relatie tussen overheid en kerk. Vandaar dat in de kerkgeschiedschrijving binnen het raam van het gereformeerd Piëtisme het angelsaksische Puritanisme en de Nederlandse Nadere Reformatie worden onderscheiden.
Puritanisme
De gereformeerde vroomheid kreeg voor het eerst in de geschiedenis gestalte in Engeland in de gedaante van het Puritanisme. Deze beweging kent een hele geschiedenis. Haar oorsprong heeft zij te danken aan het door velen gekoesterde verlangen om de Anglikaanse Staatskerk te zuiveren van de nog vele rooms-katholieke restanten. Zij wensen een verdergaande reformatie dan de kerk tot dan toe had gekend. Historisch concentreerde de aandacht zich eerst, rond 1565, voornamelijk op liturgische aangelegenheden. Vervolgens kwam de kerkregering en de verhouding tussen de kerk en de staat meer in het blikveld. Toen het omstreeks 1590 de puriteinen duidelijk was geworden dat zij de door hen beoogde reformatie nooit via politieke of officieel kerkelijke wegen tot stand zouden kunnen brengen, pasten zij hun strategie aan. Zij richten zich nu voornamelijk op het persoonlijk geestelijk leven. Zowel via het gesproken woord in prediking en pastoraat als via het geschreven woord propageerden en stimuleerden zij de persoonlijke beleving van de gereformeerde leer en de persoonlijke praktische levensheiliging. Hierbij drongen zij erop aan dat godzalige personen alle maatschappelijke verbanden waarop zij invloed konden uitoefenen, tot het voorwerp van hun reformerende arbeid zouden maken. Zo groeide binnen het Puritanisme de gezinsgodsdienst welig. Via de hervorming van de persoonlijke levens en de gezinnen hoopte men uiteindelijk de gewenste reformatie van de kerk te bereiken.
Nederlands gereformeerd Piëtisme
Het feit dat met ingang van 1588 jaarlijks regelmatig geschriften van volledig of gedeeltelijk piëtistische strekking in de Nederlandse taal verschenen, gecombineerd met het gegeven dat in het genoemde jaar de uitgave van de veelvuldig herdrukte en invloedrijke vertalingen van de werken van Jean Taffin een aanvang nam, maakt het mogelijk het Nederlandse gereformeerde Piëtisme als stroming in het genoemde jaar te laten beginnen. Met 'stroming' worden alle opvattingen bedoeld die één bepaalde richting – in dit geval de vroomheid – uitgaan, zonder dat er een historische samenhang tussen de huldigers van deze opvattingen behoeft te bestaan.
Sinds 1588 heeft een vooral in de zeventiende eeuw wassende stroom theologen en ook leken zich in ons land ingezet voor de bevordering van de interne en externe vroomheid. Het was wel goed en zelfs noodzakelijk dat de leer verdedigd en veiliggesteld werd – Synode van Dordrecht 1618-1619! – maar dit mocht niet ten koste gaan van de spiritualiteit en de heiliging. De gereformeerde leer mocht geen doel op zichzelf zijn, maar behoorde het middel te zijn om particulier, kerkelijk, maatschappelijk en politiek Gode tot eer te leven.
Nadere Reformatie
Binnen de min of meer losstaande stroming van het gereformeerd Piëtisme vormde zich in het begin van de zeventiende eeuw de belijnde en samenhangende beweging van de Nadere Reformatie. Het eigene van deze beweging is dat zij programma's ontwierp waarin zij haar bedoelen concreet en systematisch onder woorden bracht. Deze programma's waren niet slechts opgesteld uit propagandistische oogmerken, maar waren ook functioneel: ze werden namelijk door de nadere reformatoren als verzoekschriften ingeleverd bij de kerkelijke en politieke overheidsorganen. De Nadere Reformatie wenste over te gaan tot een breed gedragen reformerende actie in de kerk, maatschappij en politiek. Het werd tijd dat de klagende en diagnostische woorden uit de mond van enkelingen omgezet werden in gezamenlijke daden.
Het eerste reformatieprogram, dat in feite nooit meer overtroffen is, dateert van 1627. Het betreft het hoofdwerk van de Middelburgse predikant Willem Teellinck: Noodwendigh vertoogh. Deze had ook in de tijd daarvóór reeds fragmentarische hervormingsvoorstellen gedaan en met geestgenoten nadere-reformatorische acties op classicaal, provinciaal en nationaal niveau ondernomen. De eerste dateren van 1608, zodat dit jaar als het geboortejaar van de Nadere Reformatie mag gelden. Het opstellen, indienen en publiceren van reformatieprogramma's vond navolging. Voor zover wij nu weten was Jacobus Koelman de laatste die dit heeft gedaan. Met hem is het einde van de zeventiende eeuw bereikt. Het gaat niet aan om alleen de samenstellers van nadere-reformatorische actieprogramma's tot de beweging van de Nadere Reformatie te rekenen. Ook zij die zich aansloten bij de oproep en de actie in woord en/of in daad ondersteunden, mogen als nadere reformatoren worden beschouwd. Zo bezien is de Nadere Reformatie ook in (zeker het eerste kwart van) de achttiende eeuw historische realiteit geweest.
Wie naar de historische oorsprong van de Nadere Reformatie vraagt, komt bij het Puritanisme in Engeland uit. De vader van de Nederlandse vroomheidsbeweging Teellinck heeft in de onmiddellijke nabijheid van de meest vooraanstaande puriteinen verkeerd en is op deze wijze een bezielde voorvechter van een programmatische verdere hervorming van alle levensgebieden geworden. De naam van Koelman, die tientallen Engelse en Schotse stichtelijke werken in het Nederlands heeft vertaald, bevestigt het Puritanisme als verklarende achtergrond van de Nadere Reformatie. Welbeschouwd was deze het produkt van de toepassing der puriteinse ideeën en praktijken op de specifiek Nederlandse toestanden.
W. J. op 't Hof, Nederhemert
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's