Calvijns Spiritualiteit
Reactie op 'Gereformeerde en middeleeuwse vroomheid'
In De Waarheidsvriend van 14 april 1994 schrijft dr. W. J. op 't Hof in zijn artikel 'Gereformeerde en middeleeuwse vroomheid?' en geeft daarin een beoordeling van Calvijn, welke vragen oproept. Dr. Op 't Hof schrijft: 'Runia's behandeling van Calvijns spiritualiteit laat onbedoeld zien hoe mager deze is geweest, in die zin dat ze inhoudelijk niet veel voorstelde… het is onmiskenbaar dat Calvijn de vroomheid en de bevordering hiervan niet als een speciaal doel heeft gezien'. Calvijn wordt ook weer – zoals zo vaak – tegen Luther uitgespeeld: 'In tegenstelling tot Luther heeft hij nooit specifiek stichtelijke lectuur geschreven. Ongetwijfeld heeft dat met zijn persoonlijkheid te maken gehad… het terrein van het vrome leven is bij hem buiten schot gebleven'. Wie dit leest, wrijft zijn ogen uit en herleest dezelfde passage nog eens: staat dat er? Maar het staat er inderdaad, echt, zwart op wit.
Deze volstrekt onjuiste oordeelvelling mag tegenover de lezers van De Waarheidsvriend niet onweersproken blijven. Dit is werkelijk een wereld van onbegrip en verraadt een groot gebrek aan kennis van de geschriften van Calvijn zelf. Zou dr. Op 't Hof Calvijn zelf bestudeerd hebben, dan zou hij tot een geheel andere conclusie gekomen zijn en dan zou hij ontdekt hebben, dat prof. Runia, op wie hij zich beroept, er niet in geslaagd is om de diepte van Calvijns spiritualiteit te peilen. Nu bewijst dr. Op 't Hof echter nog eens te meer de juistheid van de stelling: 'Bestudering van de Nadere Reformatie zonder grondige kennis van de Reformatie is af te raden.'
Diep spiritueel
Wie zich met Calvijn-onderzoek bezighoudt, komt telkens weer opnieuw onder de indruk van de diep spirituele wijze waarop Calvijn zijn uiteenzettingen geeft. Dat geldt van heel zijn werk, of het nu gaat om schriftuitleg of een verhandeling over een belangrijk onderwerp, of het nu gaat om zijn briefwisseling of zijn preken. Heel het werk van Calvijn is van een diepe vroomheid doortrokken.
Het onderzoek van Calvijns preken heeft nog steeds een grote achterstand. Over enkele maanden zal de Franse tekst van de 44 preken over Handelingen 1-7 gepubliceerd worden in de serie Supplementa Calviniana. Met de voorbereiding daarvan zijn collega drs. W. H. Th. Moehn te Reeuwijk en ik reeds meerdere jaren bezig en telkens ondergaan wij de zeggingskracht van deze preken. Calvijns prediking is geest en leven! Het is te hopen dat de Nederlandse vertaling van deze preken snel zal kunnen volgen.
Er is in de studies over Calvijn wel meer sprake van een geheel onjuiste interpretatie. Dat geldt o.a. van de predestinatie en van de theocratie, enz. In kerkelijk gereformeerde kring rekent men momenteel met het eigen verleden af en daarbij moet Calvijn het nog meer ontgelden dan Kuyper. Ook van liberale zijde neemt men graag Calvijn op de korrel. Peter van Rooden schreef eens in de NRC over 'Calvijn en Lenin'. Nog onlangs werd door prof. Goddijn in de NRC en passant Calvijns pessimisme aan de kaak gesteld. Onder hen die zich 'Issue de Calvin' (= geestverwant of afstammeling van Calvijn) weten en daartoe mogen de lezers van De Waarheidsvriend gerekend worden, mogen zulke misverstanden niet blijven voortleven.
Voorganger
Overigens heeft dr. Op 't Hof ten aanzien van zijn beoordeling van Calvijns vroomheid ook een voorganger in de vorige eeuw en wel Karl Iwan Botho Freiherr von Hodenberg, minister van het toenmalige vorstendom Hannover, die niet alleen de adel van Hannover vermaakte met zijn opvattingen, maar ook optrad in Den Haag en daar opgang maakte. Daniël Chantepie de la Saussaye had daar grote bezwaren tegen: 'Maar ons is ook… een gruwel, dat nederlandsche adel, onzen gereformeerden oorsprong, onzen vrijheidsstrijd, onzen traditioneelen afkeer van kerkelijk gezag, van ieder christelijk of onchristelijk absolutisme in kerk en staat vergetende, met de dóór en dóór anti-gereformeerde en onnederlandsche beschouwingen van Von Hodenberg kan dweepen… Men weet dat Von Hodenberg als minister van Hannover te 's-Gravenhage en met een der eerste nederlandsche geslachten vermaagschapt, grooten invloed heeft uitgeoefend in de christelijke kringen der residentie' (Het Protestantisme als politiek beginsel, Rotterdam 1871, blz. 83). Von Hodenberg was ambassadeur in Brussel en Den Haag en was in 1862 gehuwd met C. A. Gravin van Rechteren.
Chantepie
Van Daniël Chantepie de la Saussaye is bekend, dat hij – destijds predikant te Leiden – samen met Gunning – toen predikant te Hilversum – zich veel moeite gaf om regelmatig Calvijn in zijn geschriften te bestuderen. Chantepie schrijft in het bovengenoemde en nog altijd lezenswaardige geschrift het volgende over Calvijn: 'zijne innige en ootmoedige godsvrucht, waaraan – ook hierin was hij de meest bestredene van alle hervormers – zo vaak is getwijfeld geworden, zoodat een duitsch-luthers staatsman, nog onlangs hem alle gemoedsleven ontzegd heeft, is door zijne brieven zoo zonneklaar in het licht gesteld, dat men schaarsch in dat tijdperk stichtelijker lectuur kan vinden' (blz. 52).
Chantepie doelt op een uitspraak van Freiherr von Hodenberg in zijn Sechs Briefe über die Gewissens- und Begriffsverwirmng Politik, Kirche und Wissenschaft der Gegenwart (Erlangen 1867). Von Hodenberg zegt namelijk (I, S. 15): 'Terwijl Luther het evangelie in de ganse diepte van zijn krachtig geweten en hart had laten indringen en doordringen, en hij met al zijn ideeën en zijn verstand boog onder de gehoorzaamheid aan Gods Woord, wilden Calvijn en Zwingli slechts in zoverre geloven, als zij met hun logica het evangelie in hun hersenen konden opnemen'. Luther wordt als een theoloog van het hart geëerd. Zwingli en Calvijn worden als rationalisten, als verstandstheologen uitgeroepen, bij wie het Woord van God aan de wetten van de logica wordt onderworpen. Terecht merkt Chantepie daarbij op: 'Waarlijk, men heeft moeite zijne oogen te gelooven, als men zulke dingen leest: toch staat het er duidelijk' (blz. 80).
Neem en lees
Wij raden ieder aan om de geschriften van Calvijn, die zo bijbels, eenvoudig geschreven zijn, dat ieder ze kan begrijpen, zelf ter hand te nemen. De lezer oordele zelf. Calvijn preekte op Pinksteren (25 mei 1550) over Handelingen 4 : 24b-31. In deze dienst werd ook het H. Avondmaal bediend. Calvijn spreekt daar over de Heilige Geest, die God ons zendt, waardoor wij met standvastigheid, wijsheid, onderscheiding, verstand en kracht kunnen spreken in de Naam van Jezus Christus. En dan verbindt Calvijn de leer van de Heilige Geest met het gebruik van het H. Avondmaal: 'En vervolgens, teneinde deze leer hier te verbinden met het gebruik van het H. Avondmaal van onze Here Jezus Christus, dat wij nu hebben te ontvangen, laten wij erkennen, dat wij geen leden kunnen zijn van het lichaam van Jezus Christus en een zodanige verbondenheid met Hem kunnen hebben zoals het behoort, tenzij door middel van de Heilige Geest. Want als wij zien wat wij zijn, hoe zullen wij zeggen, dat wij zodanig verbonden zijn met Jezus Christus, dat Hij in ons leeft en wij in Hem? Geschiedt dat door middel van ons? Volstrekt niet! Maar integendeel als wij in onze natuur blijven, kunnen wij nooit een zodanige verbinding met Jezus Christus hebben.
Wat is Hij dus van ons? Wij moeten door middel van de Heilige Geest, en nadat wij vernieuwd zijn door Zijn genade, tot leden gemaakt zijn van het lichaam van Jezus Christus. En zo heeft God behagen in ons en neemt Hij ons aan tot Zijn kinderen, daar waar tevoren wij Zijn vijanden waren, dood door de zonde. Zo zijn wij dus meer dan ellendig, totdat onze Here Jezus Christus ons heeft ontvangen in Zijn lichaam. En dat geschiedt wanneer Hij in ons werkt door Zijn Heilige Geest (Et cela se faict quand il besongne en nous pas son sainct Esprit). En zo zijn wij deelgenoten aan Zijn lichaam en aan Zijn bloed, hetgeen ons in het Heilig Avondmaal wordt verklaard. Want wanneer wij komen en het brood en de wijn nemen, het is opdat wij een getuigenis hebben dat Jezus Christus in ons is en dat Hij ons leven is. Dat is te zeggen, dat het leven dat Hij in Zichzelf in alle volmaaktheid heeft, ons meegedeeld wordt. En door welk middel? Door Zijn Heilige Geest. En zo, als wij deel willen hebben aan het lichaam van Jezus Christus en dat God ons erkent als Zijn kinderen, dan moeten wij Hem bidden dat Hij ons Zijn Heilige Geest zendt, opdat wij door Hem geleid worden en opdat Hij maakt dat wij in alle stoutmoedigheid heel het Woord van God zullen spreken. En terwijl Hij Zijn hand over ons uitstrekt, maakt Hij dat het rijk van onze Here Jezus Christus tot bloei komt en dat Hij het meer en meer vermeerdert totdat Hij al zijn uitverkorenen tot Zich neemt en Hij hen bekleedt met Zijn heerlijkheid en met Zijn onsterfelijkheid'.
En dan besluit Calvijn zijn prediking aansluitend met gebed: 'Volgens deze heilige leer buigen wij ons neer voor het Aangezicht van onze goede God in erkenning van onze talloze zonden, die wij niet nalaten dagelijks tegen Zijn heilige Majesteit te begaan. Hem biddend, dat het Hem behage ons zodanig aan te raken door Zijn Heilige Geest, dat wij zodanig gedood worden, wat betreft de wereld en wat betreft onze eigen neigingen, dat wij niet anders vragen dan te volgen wat Hij ons beveelt om Zijn heerlijkheid te bevorderen en het rijk van Zijn geliefde Zoon, onze Here Jezus Christus, met Wie wij zodanig verbonden mogen zijn, dat wij werkelijk tot leden van Zijn lichaam gemaakt zijn. En dat daardoor God zal zijn alles in allen, nadat Hij ons zal hebben gereinigd van onze feilen om ons te bekleden met Zijn genadegaven. Laten wij allen zeggen: Onze Vader, die in de hemelen zijt, etc'.
Studie
Wie een geweldige tekst als deze op zich in laat werken, kan zich volstrekt niet voorstellen dat er beweerd wordt dat de diepte van de vreze Gods bij Calvijn onvoldoende naar voren kwam en eerst in de Nadere Reformatie gevonden werd. Integendeel! Men kan Calvijns geschriften nog altijd met grote stichting lezen, omdat deze niet anders bedoelen dan om ons terug te leiden tot de H. Schrift. Calvijn was de theoloog van de unio mystica cum Christo, de verborgen gemeenschap met Christus. Hij was de theoloog van de Heilige Geest en zijn schriftuitleg is door en door praktikaal, gericht op de praktijk van het christelijk leven, om een term van de 17e eeuw te gebruiken.
Misschien is er een student, die een studie wil maken over de pietas (= vroomheid) en Ie crainte de Dieu (= de vreze Gods) bij Calvijn. Onze predikanten, kerkeraden en gemeenteleden zouden er zeer mee gediend zijn.
W. Balke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's