Met oplegging der handen
De wijze, waarop in Hongarije na de Wende aan de wederopbouw van het land wordt gewerkt, mag indrukwekkend heten. Hoewel er ook een schaduwzijde is! Nu het persoonlijk initiatief namelijk weer hoog genoteerd staat, ontwikkelt zich in hoog tempo een situatie, waarin een steeds bredere kloof groeit tussen een vermogende bovenlaag van de bevolking en een arm – en nog armer wòrdend – deel van het volk. Ook binnen de kerk is er sprake van indrukwekkende activiteiten met betrekking tot het herstel van de gemeentelijke kaders en ook van de onderwijskaders. In diverse gemeenten kreeg de kerk de schoolgebouwen terug, die in 1948 of daarna door de staat werden genaast. Wanneer zo'n gebouw als partijbureau benut werd ziet het er in het algemeen goed onderhouden uit. In vele gevallen echter zijn de gebouwen bouwvallen geworden, waarin heel wat moet worden geïnvesteerd om ze weer in de oude staat terug te krijgen. Maar kosten noch moeiten worden gespaard om de oude onderwijsinstituten weer tot leven te brengen en daarvoor de gebouwen te renoveren; hier en daar worden ook nieuwe gebouwen geplaatst.
Met name in plaatsen als Nagykörös en Kecskemet – vóór 1948 centra van educatie – worden de oude onderwijsinstellingen weer nieuw leven in geblazen. Daar met name kregen een lerarenopleiding en een juridische faculteit een plaats in de nieuwe Gaspar Karoli universiteit. De naam van Gaspar Karoli was daar trouwens al verbonden met de oude instituten, die er voor 1948 waren.
Diakenen
In Nagykörös nu is sinds enkele jaren ook een diakonale opleiding. Drie jaar lang worden jonge mensen opgeleid tot een functie in de samenleving, die te onzent de maatschappelijk werker inneemt. Daar heten ze echter diakenen. Hun functie is echter toch iets meer dan die van maatschappelijk werker alleen, omdat er ook duidelijk sprake is van een pastorale en godsdienst-didactische component in de opleiding.
Bij ons laatste bezoek aan Hongarije hadden we het voorrecht de afronding van de opleiding van de eerste lichting diakenen mee te maken. In een zondagse kerkdienst in Nagykörös werden twintig jonge mensen, die als eersten deze opleiding hadden voltooid, uitgezonden als diakenen. Na de prediking vond de uitzending plaats. Alle jonge diakenen – voor de helft mannelijk, voor de helft vrouwelijk – waren in zwart kostuum gestoken en legden, letterlijk met de hand op het hart, àllen en een íéder, voor Gods Aangezicht de belofte af trouw te zullen zijn aan de roeping van Christuswege. Het was zoiets als een (hernieuwde) geloofsbelijdenis met het oog op de dienst, die zij vanwege de kerk in de samenleving gingen uitoefenen. Daarna kregen ze de ambtelijke zegen mee doordat de dienaar des Woords hun de handen oplegde.
Op dit moment kent de Hongaarse Hervormde Kerk het ambt van diaken (nog) niet. De bezinning erop is wel telkens aan de orde. Men realiseert zich, dat het een gemis is, dat men in de gemeente, naast de ambten van predikant en ouderling, niet het ambt van diaken heeft, zoals dat in de gereformeerde traditie elders voorkomt. Bij genoemde uitzending van diakenen door de làndelijke kerk ging het derhalve niet om bevestiging in een ambt maar om uitzending in een diakonale bediening.
Bij deze uitzending realiseerde ik me intussen, dat wij deze vorm van uitzending niet kennen, of het moest die van de vroegere wika zijn. Het mag echter toch wel een goede zaak genoemd worden, dat jonge mensen, die een kerkelijke opleiding ontvangen om te kunnen dienen in de samenleving (op vaak kerkelijke posten), voor de uitoefening van hun dienst (bediening) ook de zegen meekrijgen.
Opleggen
Het trof mij verder, dat de uitgezonden diakenen de handen kregen opgelegd. Zulks vinden we ook in Handelingen 6, waarin het gaat over de verkiezing en bevestiging van diakenen: 'Welken zij voor de apostelen stelden; en dezen als zij gebeden hadden, legden hun de handen op.'
Toen Christus zegenend ten hemel voer kwam er op aarde een steeds groter wordend bereik onder Zijn zegenende handen.
Een dienaar, die het Woord heeft bediend, zendt het volk heen en geeft dat volk met uitgespreide handen, zodat ieder eronder valt, de zegen mee.
Er is echter ook het strict persoonlijke. Twee mensen geknield bij de huwelijksinzegening krijgen de handen opgelegd. Zo ook een dienaar des Woords, die voor het eerst wordt bevestigd.
Zo kregen hier in Nagykörös twintig jonge diakenen de handen opgelegd.
We denken in het algemeen misschien te weinig na over de zegen en de betekenis van de zegen, over de betekenis ook van de handoplegging.
Binnen de kerk hebben de symbolische handelingen geestelijke waarde. Of ze altijd geestelijk in waarde gehóúden worden is een tweede. Ze hebben intussen geen betekenis als ze niet geestelijk worden verstaan. Maar zo mogen ze ook dienen tot geestelijke bemoediging.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's