De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

7 minuten leestijd

Dr. J. van Genderen, Naar de norm van het Woord, Kok Kampen, 1993, 208 pag., ƒ 44,–.
Vorig jaar is prof. dr. J. van Genderen, na een periode van 45 jaar betrokken te zijn geweest bij het theologische onderwijs van de Christelijke Gereformeerde Kerken, met emeritaat gegaan. Als blijk van grote genegenheid en waardering is hem ter gelegenheid van zijn afscheid een 'boeket van bloemen uit eigen tuin' aangeboden. In een tiental hoofdstukken is een aantal eerder verschenen artikelen en nog niet eerder gepubliceerde colleges gebundeld, die ons een goede indruk geven van het vele wat Van Genderen heeft mogen bijdragen aan de theologie, vooral aan de opleiding van de predikanten van zijn kerken.
Zonder op de inhoud van de hoofdstukken in detail in te gaan, worden hier de onderwerpen achtereenvolgens genoemd: Het werk van de Heilige Geest volgens Calvijn, de vragen rond 'Toezegging en toeëigening', de 'Theologie van de incarnatie of theologie van het kruis', 'De opstanding van Christus', lessen 'Rondom doop, belijdenis en avondmaal', een lezing over 'De Latijnsamerikaanse bevrijdingstheologie – problemen van een contextuele theologie', een verhandeling over 'Nieuwe typen van belijden', over 'Openbaring en ervaring', 'Het bijbels gehalte van het dogma' en tenslotte 'De Heidelbergse Catechismus in discussie'. Zoals deze titels al laten zien, is het een veelvoud van onderwerpen, waarbij we in de bespreking een bedachtzame waarnemer ontmoeten, die eerlijk en met begrip kennisneemt van standpunten op diverse theologische fronten, maar niet minder beslist en duidelijk voor zijn keuze voor de reformatorische theologie, naar Schrift en Belijdenis uitkomt. Hij blijft het gereformeerde belijden verdedigen tegen Barthiaanse verwijten en tegen de ondergravingen van de moderne ervaringstheologie van bijv. Kuitert. Anderzijds keert hij zich ook meermalen tegen het front van wettische verstarde geloofsvisies in eigen gezindte, waarin de zekerheid van Gods beloften tekort wordt gedaan. Wat in het voorwoord is gezegd over Van Genderen, laat zich inderdaad gevoelen in zijn wijze van theologiseren: 'Zowel in zijn theologische opstelling als in persoonlijke contacten is hij een man des vredes, die tracht te bemiddelen zonder aan de waarheid tekort te doen'.
Wie kennisneemt van de inhoud van dit boek, dat hoewel van hooggeleerde hand toch heel helder en aansprekend is voor velen, zal het aanstelijke van zijn liefde voor het Woord en het dogma en het gereformeerde belijden in het bijzonder mogen ervaren. Het boek is voorzien van een bibliografie en een felicitatieregister. Het is de moeite van het lezen alleszins waard!
M. A. van den Berg

Dr. B. J. Brouwer: 'Er zijn tenslotte grenzen'. De Nederlandse kerken en het vraagstuk van de moderne oorlog 1945-1965, 256 blz., ƒ 39,50, Kok, Kampen, 1993.
De schrijver is historicus van professie en lange tijd verbonden geweest aan het onderzoeksbureau van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij schonk ons een uiterst objectief en informerend boek.
Na de inleiding (hoofdstuk 1) waarin er vooral op gewezen wordt hoezeer de discussie over het atoomwapen samenhangt met politieke vragen, maar tevens ook de hele oorlogsethiek op de helling bracht, handelt hoofdstuk 2 over de voorgeschiedenis vanaf 1919 tot 1945. Noch in Nederland noch in de wereldkerk noch in de politiek leeft het oorlogsvraagstuk echt. 'Rome' laat het aan Rome over, aan de KVP, de NHK is onderling te verdeeld en teveel met zichzelf bezig, en de GKN heeft het vraagstuk aan de ARP gedelegeerd. De klassieke onderscheiding tussen verdedigings- en aanvalsoorlog doet nog volop opgeld, zelfs nog op de Lambeth-conferentie, die toch als progressief kan worden aangemerkt in zijn verzet tegen iedere vorm van een aanvalsoorlog. Trouwens, de anglicanen vormen een voorhoede in de strijd voor vrede. De afschuw van de eerste wereldoorlog (de loopgraven!) zit er diep in.
In de jaren 1945-1953 (hoofdstuk 3) wordt de atoombewapeningsvraag echter geïntensiveerd, vooral vanwege de ontzetting over de waterstofbommen op Hirosjima en Nagasaki. Vooral in de nucleair bewapende landen speelt de discussie zich heftig af: bij de Angelsaksers. De Britse commissie Oldham bekleedt een voortrekkersrol en verwoordt de afschuw van de verdelging. Rome (1945) waarschuwt, maar houdt zich neutraal. Ook in Nederland nog geen kritiek: de koude oorlog is bepalend voor de realiteit en hindert de doordenking van het probleem. Dat van een rechtvaardige oorlog met deze middelen in handen niet meer gesproken kan worden, wordt het eerst verwoord op de Lambeth-conferentie in 1948. Opvallend en wetenswaardig is dat Noordmans in 1948 eigenlijk de enige is die voorzichtig maar achteraf profetisch waarschuwt: er zijn ritselingen van atoompacifisme. De Koreaanse oorlog met daarachter de Russische agressie, en het Russiche bezit van de waterstofbom verhinderen echter de doorbraak van de discussie. Het hoofdmotief is dat een nieuwe oorlog moet worden voorkomen. 'Kerk en Vrede' veroordeelt de besluiteloosheid van de NHK maar deze stelt zich achter het Atlantisch Bondgenootschap op (G. C. van Niftrik), zij het niet zonder de gevaren te onderkennen (het herderlijk schrijven van 1952 dat de bal vooral aan de militairen toespeelde).
De periode 1953-1959 (hoofdstuk 4) laat de intensivering zien van het dilemma. Engeland en Frankrijk hebben de beschikking over de waterstofbom nu ook. Het pact van Warschau wordt in het leven geroepen. De machtsgrenzen blijken te zijn geconsolideerd (Amerika grijpt niet in tijdens de Hongaarse opstand in 1956). In Engeland en Duitsland komen de tegenbewegingen op gang. Paus Pius XII uit zich zeer kritisch over de ontwikkelingen en gevaren (echter zonder de status-quo aan te tasten) en de KVP is daar gevoelig voor. Zo niet de ARP en de CHU. Binnen de PvdA overheerst de harde lijn, mede aanleiding voor het ontstaan van de PSP. In de NHK gaan Berkhof, Boerwinkel en Dippel zich roeren tegenover Van Niftrik en Patijn. De GKN oordelen dat de nieuwe ontwikkelingen geen nieuwe ethische problemen brengen: men is daar altijd geneigd geweest de grenzen van de bemoeienis met de staat nauw te trekken. In 1960 komt dan in het wereldgebeuren een stuk politieke ontspanning en de discussie strandt weer. Ook Pax Christi ziet geen politieke taak.
In de jaren 1959-1965 vlamt de politieke spanning weer op (Chroesjtsjows harde opstelling) en dus intensiveert zich de bewapeningswedloop. Met name Frankrijk wil bij het eerste teken van Russische agressie een volledige atoomoorlog riskeren en trekt zich uit dien hoofde terug uit de NATO en wordt een eigen kernmogendheid. Dan verschuift het accent van de noodzaak zich tegen eventuele bedreiging te weren náár het zoeken van ontspannning. De encycliek Pacem in Terris en het zelfstandig optreden van Kennedy werken mee aan verbetering van het nationaal klimaat. Echter, de encycliek zwijgt over het al of niet rechtvaardig zijn van atoom 'bewapening', hoewel daar in eerste lezing wel degelijk een oordeel over werd uitgesproken. Zelfs in 1960/1 erkent de NHK het atoomwapen nog als wapen. Vooral Landsman beseft echter dat de kerk moet kiezen en zijn invloed is merkbaar in het rapport over de kernwapens uit 1962. Alle politieke partijen zijn tegen. De kerk zegt echter: wat de politici niet konden zeggen, hebben wij nu gedaan, in een belijdend spreken. In 'Woord en wederwoord' wordt dit laatste, vooral pastoraal gericht op de militairen, nog eens onderstreept. De kleinere kerken volgen op afstand en de GKN is in grote verwarring, met vooral Brillenburg Wurth als pleitbezorger voor het nieuwe denken. De discussie kan nu echt gaan beginnen.
Een geweldig boek, dat o.i. schreeuwt om een vervolg. Het gaat immers steeds spannender worden na 1965. De schrijver is niet alleen in de hervormde archieven gedoken, maar ook in die van Buskes, Dippel en Van Niftrik. Bovendien is het zo waardevol dat hij van de officieel van de kerken uitgaande geschriften ook de eerste lezingen heeft geraadpleegd en doorgeeft. Een boek, hoog van kwaliteit en objectiviteit.
S. M., Z.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's