De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het verbond in de liturgische formulieren (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het verbond in de liturgische formulieren (1)

8 minuten leestijd

(Lezing gehouden op studie-ontmoetingsdag dinsdag 3 mei 1994 in De Schakel te Nijkerk)

1. Inleiding
Ik wil in deze lezing graag samen met u nadenken over het verbond in de klassiek gereformeerde formulieren.
De reden daartoe is gelegen in het feit dat deze formulieren tot op de dag van vandaag een belangrijke vormende waarde hebben voor ons persoonlijk leven en kerkelijk leven.
Generatie na generatie heeft rondom doopvont en avondmaalstafel geleefd bij het geloof dat ons in deze formulieren wordt aangereikt. Hoeveel uitdrukkingen zijn ons niet vertrouwd en dierbaar geworden. Ze hebben ook voor ons geloof vandaag een richtinggevende betekenis. Hopelijk kunt u met deze bezinning iets doen, hetzij bij de voorbereiding op het ambtelijk werk, hetzij in de praktische uitvoering ervan.

2. De plaats van de formulieren in de gemeente
Als ik het goed inschat, nemen de klassieke formulieren in gemeenten die zich bewegen in het gereformeerde spoor, die willen vasthouden aan de belijdenis, een betrekkelijk grote plaats in. Men herkent en bewaart er het eigene van het gereformeerd belijden inzake tal van thema's in, die het gemeenteleven en het geloofsleven stempelen. Hierin onderscheiden deze gemeenten zich van andere gemeenten, die een moderne koers varen en waar de band met de belijdenis veel losser is, c.q. is losgelaten.
Er is een tendens waar te nemen dat het gebruiken van de klassieke formulieren een kenmerk is van het gereformeerd zijn van een gemeente. In verband daarmee wordt een standpunt als van Koelman en van Lodensteijn uit de 17e eeuw nauwelijks meer gehoord. Zoals bekend, wezen zij het gebruik van formulieren af, omdat ze meenden dat de sleurdienst erdoor bevorderd werd. Deze negatieve opvatting over de formulieren bestaat naar mijn mening nauwelijks meer. Zo horen veel gemeenten bij iedere bediening van de heilige doop het klassieke doopsformulier voorlezen. Als er elke maand gedoopt wordt, dan is dat twaalf keer per jaar. Menig predikant kent derhalve dat formulier uit zijn hoofd. En bij elke avondmaalsviering en voorbereiding daarop horen veel kerkgangers het klassiek gereformeerde avondmaalsformulier. Dat is meestal vier keer per jaar. Wanneer een ouderling of diaken bevestigd wordt, lezen we het daarvoor bestemde bevestigingsformulier, ook al is het lang, evenals dat het geval is met de bevestiging van een predikant. Een uitdrukking als door de gemeente geroepen en mitsdien van God zelf, zoals deze voorkomt in de formulieren, heeft heel wat gemeenteleden die tot het ambt geroepen waren, geholpen bij hun beslissing. Ze heeft een bepaalde gereformeerde visie op de roeping tot het ambt tot stand gebracht. Minder vaak wordt het oude huwelijksformulier gebruikt. Dit formulier heeft een geduchte concurrent op gekregen aan het tweede formulier uit het Dienstboek, dat inzake de verhouding van man en vrouw en hun taken meer aansluit bij de huidige maatschappelijke omstandigheden.
De formulieren die bijna nooit of nooit gebruikt worden, zijn die van de ban of der afsnijding van de gemeente en van de wederopneming van de afgesnedene in de gemeente van Christus. Dat heeft natuurlijk te maken met het verval van de tucht in onze kerk. In plaats dat gemeenteleden worden afgesneden, laten velen zichzelf uitschrijven uit de gemeentelijke registers en ervaren dat bepaald niet als een tuchtmaatregel.
In onze klassiek gereformeerde formulieren liggen schatten aan geloofsgoed opgetast. Het weglaten of vervangen van formulieren als doops- en avondmaalsformulier betekent daarom geestelijk verlies en verschraling van het geloofsleven van de gemeente. Tegelijk moeten we zeggen dat het jammer is dat het taalgebruik van de formulieren zo sterk verouderd is. Dat leidt ertoe, dat er veel kapitaal in de formulieren ongebruikt blijft. Is het niet mogelijk om te komen tot een bewerking van de formulieren, namelijk een aanpassing in taal en stijl, zodat de rijke inhoud weer verstaan kan worden door ieder gemeentelid? Voor veel jongeren is de taal van de formulieren moeilijk te begrijpen en derhalve speelt dit euvel het slechte image van de formulieren in de kaart. ledere catecheet zal ervaren, dat wanneer hij bijvoorbeeld het avondmaalsformulier eens doorpraat met zijn belijdeniscatechisanten, de reactie is: staan er zulke mooie dingen in? Dat hebben we nooit gehoord. We hoorden alleen maar termen als nochtans, desniettegenstaande, overmits enz. Ligt hier geen taak voor hen die willen leven uit het rijke erfgoed van onze belijdenis en deze willen verdedigen en verbreiden? Zo zouden we de gemeente voor de inhoud van de formulieren en de inhoud van de formulieren voor de gemeente kunnen bewaren.
Onze formulieren zijn heel duidelijk en consistent ingedeeld. Ze vallen steeds uiteen in twee delen. Het eerste deel is het didactisch gedeelte. Daarin ontvangt de gemeente onderricht betreffende de liturgische handeling in kwestie, doop, avondmaal, bevestiging enz. Er valt dus wat te leren in de kerkdienst door middel van het formulier. Het tweede deel is het liturgisch gedeelte, toegespitst op de handeling zelf. Het gaat dus niet alleen om de theologische betekenis van de handeling, maar ook om de handeling zelf als theologische factor in de kerkdienst.

3. Het verbond in de formulieren
We willen in deze inleiding vooral letten op de plaats en de betekenis van het verbond in onze klassieke formulieren. Waarom het verbond, waarom niet een ander facet? Omdat naar mijn besef het verbond een zeer karakteristiek punt is in onze formulieren. Ook al wordt het begrip niet met name genoemd, zoals in de bevestigingsformulieren, dan toch is de gedachte van het verbond impliciet aan de orde. Het is die verbondsgedachte, die aan de formulieren hun blijvende betekenis heeft gegeven voor de kerk der eeuwen en ook voor de gemeente in onze tijd.
Wanneer we de zinsneden waarin het verbond voorkomt eens nalopen, dan merken we dat er niet op een abstracte, dogmatische wijze over het verbond gesproken wordt, maar op een bijbelse, praktische wijze. In het Oude Testament is het woord verbond afgeleid van het woord berith. Het duidt op een overeenkomst tussen mensen en volken. Toegepast op de verhouding tussen God en Zijn volk duidt het op een gekwalificeerde relatie tussen God en de mens. Een relatie die bij God begint en om een antwoord van de mens vraagt. Een relatie die vol van genade is, omdat mensen het totaal niet verdienen dat God in relatie met hen wil staan. De relatie is alleen maar mogelijk omwille van de Middelaar van het verbond, die wij mogen kennen als onze Heere Jezus Christus. In de Beknopte Dogmatiek van Van Genderen en Velema wordt het verbond als volgt omschreven: 'Het genadeverbond is de relatie van God met de gelovigen en hun kinderen die door Hem uit genade tot stand gebracht is en waardoor Hij zich aan hen verbindt om hun God te zijn en hen aan zich verbindt om zijn volk te zijn door Jezus Christus, de Middelaar van het verbond'. De wijze waarop in de formulieren over het verbond wordt gesproken, komt hier helemaal mee overeen. Er is in de formulieren nergens sprake van een abstract verbond, dat al in de eeuwigheid zou zijn opgericht tussen de Vader en de Zoon als vertegenwoordiger van de uitverkorenen. Een dergelijke theologische conceptie treffen we in dit erfgoed van de Reformatie niet aan. Zij is van later datum, uit de tijd dat de verkiezing, of beter gezegd een bepaalde verkiezingstheologie het verbond is gaan beheersen. In onze formulieren is het genadeverbond eenvoudig de relatie die God in de geschiedenis aangaat met concrete mensen, met Abraham en zijn nageslacht. Een relatie die door de komst van Christus Jezus is doorgetrokken ook naar andere volken, ja naar alle volken. Waarin ook gelovigen uit de heidenen en hun kinderen mogen delen. Het Oude Verbond of Testament en het Nieuwe Verbond of Testament, vormen als het om de substantie gaat een eenheid, terwijl de vormgeving ervan, de gestalte ervan verschillend is.
W. van 't Spijker zegt terecht: 'Wat in de theologie van onze formulieren aan de orde komt, is de realiteit van Gods handelen in Christus, die van Gods kant radicaal en totaal is en die ook oproept tot een radicale en totale beantwoording.' (Zijn verbond en woorden, 11) Het verbond in de formulieren vertolkt de gedachte van de innige gemeenschap van de drieƫnige God met zondige mensen, waarbij Hij de eerste is en werkt en doorwerkt in de lijn der geslachten. Het verbond vertolkt de grote betekenis van de beloften die de Heere in zijn goedheid aan mensen geeft en waarvan Hij de vervulling zelf wil geven langs de weg der middelen'. Het verbond vertolkt een bepaalde visie op de gemeente als de gemeente van het verbond, als een spanningsvolle ruimte waarin levend geloof verwacht en gewerkt wordt. Daarover straks meer.
W. Verboom, Hierden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het verbond in de liturgische formulieren (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's