De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Belijdenis doen: plicht of vrijheid?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Belijdenis doen: plicht of vrijheid?

7 minuten leestijd

Een verschil
September vorig jaar schreef ik over hervormd-zijn op z'n Canadees. In die lijn zoeken we in dit immigranten-land kerk te zijn. Kerk van Christus. Bij alle overeenkomsten lopen de verschillen vaak het meest in het oog. En die zetten tot nadenken.
Laat me vanuit Canada met u een ogenblik nadenken over een verschil, dat we in de Reformed Church hier hebben met de Nederlandse Hervormde Kerk. Een verschil wat betreft het doen van belijdenis.
In de Reformed Church is dat eerder verplicht dan in de Nederlandse Hervormde Kerk. Ouders kunnen namelijk geen kind laten dopen als niet minstens één van hen belijdenis heeft gedaan. In de Nederlandse Hervormde Kerk is die mogelijkheid er wel. Ik geloof overigens dat we met deze regel meer overeenkomst vertonen met de afgescheiden kerken dan met de Hervormde Kerk.

Wat is beter?
Goede vraag!
Het antwoord kan ik u niet gemakkelijk geven.
Laat me allereerst dit zeggen: Het is op z'n best als in de kerk alles in het geloof gedaan kan worden.
En onder dat 'alles' valt dan zowel naar de kerk gaan als kinderen laten dopen en hen daarna opvoeden, belijdenis doen en aan het avondmaal deelnemen.
Als je bedenkt dat de Schrift er duidelijk over is, dat al wat niet uit het geloof is zonde is (Rom. 14 : 23), móet je dat wel zo zeggen. En als je beaamt, dat het zonder geloof onmogelijk is God te behagen (Hebr. 11 : 6), ijver je niet meer zo hard om ruimte te creëren voor een kerkgang uit sleur, een dopen uit gewoonte of bijgelovigheid, een belijdenis-doen omdat dat er toch ook bijhoort, een avondmaalsgang die er nu eenmaal ook bijhoort.
Geloof is noodzaak.
Waarachtig geloof is eis.
Daarom geldt: doe het in het geloof, of doe het niet.
Laat het zwart of wit zijn en probeer er verder geen grijze mogelijkheid tussen te plaatsen.

Dwalen is altijd mogelijk
Het antwoord op de vraag wat nu beter is: wel of geen plicht om belijdend lid te zijn om je kinderen te laten dopen, laat nog steeds op zich wachten. Omdat het zo moeilijk te geven is in het algemeen.
Zondige mensen kunen namelijk met elke goede regel toch een verkeerde kant op gaan.

En laten we ervan uitgaan, dat zwel de Reformed Church in Amerika als de Nederlandse Hervormde Kerk het goed bedoelen met hun regels.
Het gevaar van de plicht tot belijdenis doen voor de doop van een kind is, dat er dan maar belijdenis gedaan wordt omdat het moet. De dwang op zich brengt namelijk geen mens tot het geloof.
Het gevaar van de vrijheid om pas belijdenis te doen als je er echt aan toe bent (mischien pas als je 75 bent) is dat het nooit gebeurt. Een mens gebruikt zijn vrijheid namelijk niet altijd ten goede.
Regels op zich doen mensen niet automatisch in het spoor gaan, al moeten ze er wel zijn. Als het nu zo zou zijn dat wanneer belijdenis geen plicht was, al de mensen in de kerk op een keer tot een echte geloofsbelijdenis zouden komen, dan was dat wellicht het beste.
Of als het in bepaald opzicht verplicht stellen van belijdenis zou maken, dat iedereen in de kerk dan zijn hart eerder aan de Heere zou geven, dan zou dat het beste kunnen zijn.
Het ligt alleen niet zo simpel.

Zonder geloof kan het echt niet
In wezen gaat het er in de kerk om dat we het telkens weer aandurven om de noodzaak van het geloof als een paal boven water te laten staan.
We moeten de taal van Filippus maar spreken als mensen toelating vragen tot een sacrament voor zichzelf of voor een kind, of tot belijdenis-doen: 'Indien gij van ganser harte gelooft, zo is het geoorloofd.' (Hand. 8 : 37)
Het gaat hier tenslotte over instellingen des Heeren! (Belijdenis-doen mogen we in dit geval sterk gekoppeld zien aan de doop: als ik nog niet gedoopt was, dan zou ik vandaag gedoopt willen worden). En die zaken moeten wij hoog houden. Die mogen we niet aanpassen en uithollen door te proberen zoveel mogelijk mensen er maar door te sluizen.
Als wij geloven dat de wet van God duidelijk gepreekt moet worden, moeten wij duidelijk zijn in wat God eist.
Wij moeten de eis van het geloof dan maar laten horen.
God heeft er recht op, dat we in Hem geloven; Hij is geloof-waardig. Is er minder dan dat, dan wil Hij geen genoegen nemen met ons.

Door de nood heen
Nee, op deze manier wordt het er niet gemakkelijker op. Hoe kun je dan nog je kind laten dopen en hoe kun je dan nog belijdenis doen? Jongeren en ouderen die hier echt mee bezig zijn, verzuchten: dat is te hoog voor mij. Dat kan ik niet.
Dat is bepaald niet gemakkelijk.
Toch geloof ik, dat het heel heilzaam is, als we in dit lastig parket zitten. Als we het ervaren: te moeten en niet te kunnen.
Persoonlijk geloof ik, dat God ons in deze nood wil hebben. En dat Hij hier de bakerplaats van het geloof heeft gesteld.
Want wat is geloof? Van onszelf afzien, en op God zien. Onszelf wantrouwen en God vertrouwen. De verloren zaak van. ons leven in Christus' handen leggen.
Daar kom je meestal niet toe, als je net zo lang mag wachten met belijdenis doen tot je eraan toe bent.
Daar kom je evenmin als de kerk je vertelt, dat je allereerst belijdenis doet van de waarheid, en dat je dat doen mag als je maar trouw meeleeft met de gemeente – de eis van het echte geloof stellen we dan maar niet.
Wie zit met een gebroken hart en tobt over de onmogelijkheid om te doen wat God wil, is er klaar voor om het troostwoord te horen: 'Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.' (Matth. 19:26)
Wat dat betreft ervaar ik weinig verschil in de pastorale praktijk in een gemeente van de Reformed Church en de vorige gemeenten binnen de Nederlandse Hervormde Kerk. Het centrale bij alle doopgesprekken, rondom de belijdeniscatechisatie en in de voorbereiding op het avondmaal is telkens weer: de aandrang tot het geloof. En het samen duidelijk proberen te zien dat er zonder geloof geen weg is. Althans: geen weg die voor God bestaan kan.
Zeker, dan kan het gebeuren dat een belijdenis uitgesteld wordt en dat een kind niet binnen drie maanden na de geboorte gedoopt wordt. Dan stormt het soms best een beetje bij degenen die de zaken liever maar gladjes zagen verlopen, zonder al te veel oponthoud.
Maar is het hooghouden van God en Zijn instellingen dat niet waard? En zou het geestelijk niet vaak vruchtbaarder zijn?

Evenwicht
Natuurlijk, we moeten waken dat we evenwichtig blijven.
Wanneer we de wet preken en het evangelie in dezen verzaken, is het niet best. Laten we maar uitnodigend spreken. Naar jong en oud. Naar de kleinen en de groten.
Wij mogen het steeds weer benadrukken dat arme mensen als wij zijn, alles in de rijke Christus gereed mogen vinden.
We mogen benadrukken dat Gods verbond van kracht is voor de gelovigen en hun zaad en dat hij ook een nieuw geslacht met dat verbond omringen wil.
Wij zijn geroepen om Zijn verbond in te willigen. In een ten doop houden van onze kinderen en in een opvoeding die daarmee strookt.
Wij mogen ook best bedenken dat de Heere de sacramenten tegemoet-komend bedoeld heeft, om erbij te houden. Inderdaad ook bij de kerk.
Wij mogen ook degenen bij wie we beginselen van waar geloof waarnemen, laten weten dat God hen om Christus' wil in genade wil aanzien, en hen aanmodigen om verder te komen.
Maar we moeten dan weer niet doorslaan naar de kant waar we uit het oog verloren hebben, hoe God alleen geëerd kan worden.
Laten wij maar strijden voor de waarheid. U in Nederland (of waar u dit ook leest), wij in Canada.
En laten wij maar geloven, dat de Zone Gods uit het ganse menselijk geslacht Zich een gemeente, tot het eeuwige leven verkoren, vergadert, beschermt en onderhoudt, en dat Hij onze strijd voor de waarheid daarin wil gebruiken.

A. de Lange, Fort Macleod

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Belijdenis doen: plicht of vrijheid?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's