Boekbespreking
'Theologische aspecten van de Nadere Reformatie', door T. Brienen, drs. K. Exalto, prof. dr. C. Graafland, dr. B. Loonstra, prof. dr. W. van 't Spijker. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer, 1993. 315 blz. Prijs ƒ 62,50.
In tegenstelling tot z'n twee voorgangers, respectievelijk verschenen in 1986 en 1989, is het derde deel in de reeks omvangrijke studies over de Nadere Reformatie niet gewijd aan een aantal (belangrijke) vertegenwoordigers, maar aan verschillende theologische aspecten van deze beweging. Het is een kloek boek geworden, dat veel heeft te bieden voor de studie van de (theologie van de) Nadere Reformatie.
De eerste bijdrage van prof. dr. W. van "t Spijker poogt de verschillen tussen Orthodoxie en Nadere Reformatie in kaart te brengen met als doel antwoord te geven op de vraag in hoeverre de laatste door de eerste is beïnvloed. Die verschillen zijn er in zoverre de eerste beweging in haar poging om het theologische eigene van de Reformatie voor de toekomst veilig te.stellen een Westeuropees karakter heeft, terwijl de tweede beweging, hoewel vanuit het buitenland beïnvloed, duidelijk een Nederlandse gereformeerde vroomheidsbeweging is geweest. Die verschillen hebben ook hiermee te maken dat de Orthodoxie vooral een academische inslag heeft, terwijl de Nadere Reformatie theologie op de kansel bedrijft met alle gevolgen van dien. De auteur noemt deze verschillen wel (die niet als tegenstellingen beschouwd dienen te worden), maar poogt het eigene aan te duiden met kenmerken die o.i. voor beide bewegingen met geheel en al specifiek zijn. Is dat er de oorzaak van dat deze bijdrage niet zo doorzichtig is, al worden de bedoelingen wel duidelijk? De Apeldoornse hoogleraar lijkt beter op dreef in zijn bijdrage over de kerk, waarin hij de lijnen volgt die in de Nadere Reformatie getrokken zijn over wezen en structuur van de kerk, ambt en gemeente, volkskerk en conventikel. We misten in deze overigens interessante bijdrage verwerking van wat recent onderzoek heeft te zien gegeven aan openheid naar spiritualiteit in de Romana bij verschillende vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie.
De bijdrage van prof. dr. C. Graafland betreft Schriftleer en Schriftverstaan in de Nadere Reformatie rond 'brandpunten' als G. Amesius, G. Voetius, W. à Brakel, P. van Mastricht, Joh. Coccejus (zijn invloed zou zich in toenemende mate in de tijd van de Nadere Reformatie hebben laten gelden) en Joh. d'Outrein: terecht genoemd een bevindelijke coccejaan, die o.i. daarom meer een tussen figuur is dan een vertegenwoordiger van de Nadere Reformatie. We werden vooral geboeid door het slotgedeelte waarin de piëtistische reactie getekend wordt op de invloed van Descartes op het Schriftverstaan.
Bij de titel van de bijdrage van dr. B. Loonstra ('De leer van God en Christus in de Nadere Reformatie') keken we even op. Is dat een specifiek theologisch thema van de Nadere Reformatie? Begrijpelijk is dat een beweging die oog heeft voor pastorale vragen rond het verkrijgen van de zaligheid ook antwoord poogt te geven op de vraag hoe men God waarachtig leert kennen en dienen? Die vraag kan inderdaad moeilijk beantwoord worden zonder naar Christus te verwijzen. Maar heeft met name de Reformatie op deze vragen al geen indringende antwoorden gegeven, die mogelijk door de Nadere Reformatie op eigen manier zijn ingekleurd? Meer moeite hebben we met conclusies dat de beschrijving van de gemeenschap met God in ervaringscategorieën ten koste gaat van de persoonlijke ontmoeting met God middenin ons aardse bestaan. Zodat niet langer het Woord van God middenin het leven staat. Er is inderdaad een ontwikkeling in de richtingvan verinnerlijking aan te wijzen, zoals ook door Graafland in zijn bijdrage bijv. m.b.t. de piëtistische' reactie op het Cartesiaans Schriftverstaan is aangetoond. Maar noem dan niet de naam van W. à Brakel die bijv. in zijn Redelijke Godsdienst het Woord van God regelmatig een plaats geeft in het alledaagse Rotterdamse leven van zijn dagen. En wordt de conclusie dat God niet handelend in de geschiedenis kan optreden, niet ondergraven door het feit dat de mannen van de Nadere Reformatie in bepaalde ontwikkelingen van hun dagen God bezig zagen? Wijst ook het verschijnsel van bid- en boetedagen bij bepaalde gelegenheden niet op de mogelijkheid van een ingrijpen van God in de concrete geschiedenis?
In zijn bijdrage biedt drs. K. Exalto een helder overzicht hoe in de Nadere Reformatie gedacht is over de leer der genade en de weg des heils. Hij beperkt zich niet tot enkele vertegenwoordigers van de beweging en daardoor biedt het hoofdstuk een massa gegevens. Dit alles gegroepeerd rond thema's als verkiezing, roeping, wedergeboorte en bekering, geloof, rechtvaardiging, heiliging en volharding. Bij het ene thema wat meer dan bij het andere heeft de Nadere Reformatie eigen accenten gelegd. Aangelegen zaken als geloof(szekerheid) en rechtvaardiging komen voor het licht, waarbij onze aandacht vooral gevangen werd door wat bijv. door A. Comrie is gesteld m.b.t. de rechtvaardiging in de vierschaar der consciëntie, naar het inzicht van de auteur vooral te verstaan in het licht van Comrie's sterke concentratie op de eeuwigheid.
Dr. Brienen sluit af met een weergave van de eschatologie van de Nadere Reformatie zowel naar persoonlijke als kosmische zijde uitgewerkt. Daarbij komt uiteraard ook de visie op de joden bij sommige vertegenwoordigers van deze beweging ter sprake. Aardig was te vernemen hoe W. à Brakel onderlinge herkenning in de heerlijkheid 'bewijst' uit het feit dat in toekomstige volmaaktheid voor onkunde geen plaats is. Bij deze vrij uitvoerige weergave uit verschillende bronnen hebben we gemist wat nu specifiek is voorde theologie van de Nadere Reformatie.
Nu zal die laatste vraag niet makkelijk te beantwoorden zijn. Drs. Exalto wijst er aan het slot van zijn bijdrage met klem op dat niet gesproken kan worden van dè theologie van dè Nadere Reformatie. Vaak is sprake van verschil in nuances, soms zelfs van tegenstellingen. Toch stelt hij ook dat de aambeelden waarop geslagen wordt niet ver van elkaar staan. Er moet(en) dus (een) verbindingslijn(en) zijn. Welke is (zijn) dat? Zou die vraag niet méér in de richting van het antwoord komen als de Nadere Reformatie minder als een theologische, ook niet met name (in het spoor van Goeters) als een kerkelijke reformatie-partij, maar meer als een brede vroomheidsbeweging wordt gezien?
Bovenstaande opmerkingen mogen aantonen dat we het boek met belangstelling gelezen hebben en we zijn ervan overtuigd dat meerderen dat zullen doen.
P. van der Kraan, Bleskensgraaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's