Torenspitsen-Gemeenteflitsen
WOUDRICHEM
De geschiedenis van de grote kerk van Woudrichem heeft veel te maken met de historie van het oude stadje. Volgens overlevering zou er al aan het einde van de 7e eeuw een kerk of kapel gesticht zijn door een zekere Suitbertus, een medewerker en reisgenoot van Bisschop Willebrord. Vervolgens komt Woudrichem in het jaar 866 voor op de lijst van bezittingen van het Utrechtse Bisdom. De gunstige ligging zorgde ervoor, dat handel en visserij van grote betekenis werden. In de volgende eeuwen groeide Woudrichem uit tot een plaats van betekenis, vooral de periode 1350-1420 staat als bijzonder welvarend bekend. De kerk zal waarschijnlijk ook het eerste stenen gebouw geweest zijn en juist in de bloeiperiode werd deze vergroot en verfraaid. We kunnen stellen, dat de laatgotische kruiskerk in de 15e eeuw zijn huidige gestalte kreeg.
De kerk had ook een beschermheilige, t.w. de Heilige Martinus (St. Maarten), die in het jaar 361 het eerste klooster op Franse bodem stichtte.
Bij de kerk behoort de zware vierkante toren, die voorheen van een hoogopgaande spits voorzien geweest zou zijn. Over het wel of niet bestaan van deze spits zijn verscheidene lezingen, waarvan de waarheid vaak in twijfel wordt getrokken. De titel 'Torenspitsen-Gemeenteflitsen' past eigenlijk maar voor de helft boven dit stukje geschiedenis van Hervormd Woerkum.
De toren dateert uit de 15e eeuw en wordt geroemd om zijn prachtige bouworde en is ook om de talrijke uit zandsteen bebeitelde koppen en andere versieringen zeer bezienswaardig. Aan het begin van deze eeuw was het bouwwerk echter danig in verval geraakt, zodat restauratie onvermijdelijk was. In 1933 werd deze voltooid. Daarbij werd om het platte dak een balustrade aangebracht.
In 1573 werd door oorlogshandelingen dan wel baldadigheid – de stad was in 1572 van Spaans- naar staatsgezind overgegaan – een groot deel van Woudrichem door brand verwoest en ook de kerk werd in alle hevigheid in die vuurzee meegesleurd. De verwoesting was zo groot, dat praktisch de gehele kerk opnieuw gebouwd moest worden. De voltooiing daarvan vond plaats in 1621. Na een paar rustige eeuwen wordt de kerk omstreeks 1841 voor meer dan de helft op rijkskosten verbouwd en inwendig gemoderniseerd. Daarbij werd alles wat nog oud en merkwaardig was verwijderd. Het voormalige priesterkoor kreeg een andere bestemming: opslag van materiaal voor de Genie.
In 1922 werden opnieuw met de hulp van Rijk en Synode verbouwingen uitgevoerd; ditmaal betrof het een nieuwe bekapping, waarbij het in 1841 aangebrachte stucplafond verviel. Tevens werd de kerk toen van elektrische leidingen voorzien. Het oorlogsgeweld is door de geschiedenis van de kerk heen altijd een bedreiging geweest. Zo ook weer tijdens de laatste wereldoorlog. In 1945 dreigden de Duitsers de toren, en daarmee ook de kerk, op te blazen. Gelukkig kon deze ramp worden afgewend. Na de restauratie van de toren, bijgenaamd de Mosterdpot, kwam de zeer slechte staat van de kerk nog duidelijker naar voren: de verrotting van het monumentale gebouw sloop aan alle kanten verder en was niet meer tegen te gaan. De hervormde gemeente stond voor een moeilijke beslissing: òf kiezen voor restauratie òf consequenties trekken uit de tand des tijds. De gemeente stond achter restaureren, een keuze die van kerk en bevolking grote offers en inspanning zou eisen. In oktober 1972 werd met de restauratie van het koordak van de kerk gestart. Algemeen wordt aangenomen, dat dit koor een overblijfsel is van de vroegere kerk(en).
Na de voltooiing van het koor werd begonnen met restauratie van het schip van de kerk met de beide transepten. Onder kunstenaarshanden werd de kerk in enkele jaren in zijn oude glorie hersteld. Tijdens de werkzaamheden werd de fundering van de vroegere Sacristie (bij het koor) blootgelegd. Deze werd eveneens herbouwd.
Er moesten ook vaak financiële problemen overwonnen worden, vooral wanneer er helemaal geen geld meer beschikbaar was. Door middel van allerlei acties werd in totaal ongeveer 2 ton door de gemeente bijeengebracht. De restauratie van het fraaie monument heeft ettelijke miljoenen guldens gekost, waaraan Rijk, Provincie, Gemeente, Kerk en andere instanties hun bijdragen leverden met als resultaat, dat in 1978 een juweel van een kerk in gebruik genomen kon worden.
In 1865 kocht de kerkvoogdij een orgel aan, dat in 1680 waarschijnlijk door stadhouderkoning Willem III werd geschonken aan de Haagse Kloosterkerk. Dit orgel bleek te klein en werd te koop aangeboden. In 1908 werd het orgel volgens toenmalige normen gerestaureerd. Volgens huidige normen werd het vernield. In 1980 werd een nieuw instrument in de originele kast geplaatst. Dit instrument werd gebouwd volgens de principes van ca. 1680.
Wat betreft de gemeente, zoals die in de zondagochtend- en avonddiensten mag samenkomen – er kan, en er mag dus, móét wellicht getuigenisgevend van de hoop die in haar is – gesproken worden van een gezegende en zegenende gemeente.
Hoewel de oorspronkelijke (vissers)bevolking sedert de laatste vijfentwintig jaar 'overwoekerd' is geworden door forensische inwoners, is het, wat leer en leven aangaat, toch dezelfde gemeente gebleven. Inhoudelijk dan. Uiterlijk groter geworden, maar dan door mensen die een bijbelse verkondiging naar reformatorische beginselen lief is. Men begeert geleid te worden in de grazige weide van het Woord. En langs de zeer stille wateren. Want er is niet zo gauw commotie als het over de hoofdzaak begeleidende dingen gaat. Zo is de invoering van de Evangelische Gezangen in de vorige eeuw zonder slag of stoot gegaan. En nog heeft men, wetende van, zoals Luther zei: de in Oude Testament en met name in de Psalmen als in doeken gewikkelde Christus, een sterk verlangen naar de grote Naam te willen bezingen (Ps. 72) met Gezangen die de psalmenbundel verrijken. Geheel naar Colossenzen 3 : 16. In het begin van deze eeuw is er even het Gezang nagelaten wegens twijfels over hun bijbels gehalte, maar het is nooit een gemeente geworden die geen gezangen zong. Haast eenduidig – doch beter gezegd éénsporig is sedert de Reformatie de bijbelse verkondiging geliefd; in een sfeer die binnen de vaderlandse kerk altijd nog volgens een redelijk midden behouden is gebleven en een degelijkheid heeft, waar invloeden van buitenaf op afstuiten, in ieder geval moeilijk binnendringen of het moet minstens zo degelijk gebleken zijn. Uiteraard waren er in het verleden – en zijn er op heden nog – pittige en hittige flanken links en rechts, evenals een lauw midden. Geledingen die moeilijk of niet (kunnen) meedoen in een gemeente met één predikant(splaats). Het mag echter merkwaardig heten, dat Afscheiding noch Doleantie in respectievelijk 1834 en 1886 een scheuring hebben veroorzaakt. Behalve de ene grote kerk is in 1853 er een rooms-katholieke, zogenaamde Waterstaatskerk binnen de wallen gebouwd mogen worden. Maar dat was meer voor de in garnizoen gelegen militairen. Woudrichem was niet alleen vissersstad, maar ook een vestingstad, strategisch op de zuidelijke wal gelegen tegenover de forten Loevesteyn en Vuren, aan de rivieren Maas en Waal.
Deze militante opmerking moge tevens de gemeente typeren als een in vallen en opstaan strijdend deel van de kerk op aarde. Wie elders vandaan uit een hervormd nest, dan wel uit denominaties in ons verdeelde christendom verder, in Woudrichem is komen wonen, voelt er zich in het algemeen thuis. Ook in ons mooie Godshuis. Verschillende tradities hebben tot nog toe mogen meewerken en bijdragen aan de eenheid die in Christus is. Het klinkt haast ideaal, maar het mag toch een ideaal zijn om te bestreven. Namelijk over de Weg en de Waarheid ten Leven; tot het Ideaal is bereikt – God alles en in allen.
De gegevens over het kerkgebouw werden aangepast en aangevuld met gegevens over de gemeente door haar drieëndertigste predikant.
ds. G. K. Korporaal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's