Globaal bekeken
In Israël-magazine (Israël Comité Nederland) schreef Joop Meljers een artikel onder de titel 'De Israëlische sticker en het Elfde Gebod. Hieruit het volgende:
'(…) Een paar uur achter auto's aanrijden in Tel Aviv of Jeruzalem is voldoende om op de hoogte te raken van de actualiteit van alledag en de hete hangijzers in de Israëlische politiek.
In kort bestek noteerde ik de volgende stickerteksten:
"Hebron, van oudsher en tot in eeuwigheid." De sticker heeft een kalmerende groene kleur en dat is opvallend: Hebron ligt over de "Groene Lijn" in "bezet" gebied. Rood had hier beter gepast.
"Judea en Samaria is hier." Voor de beginnende lezer van dit blad: Judea en Samaria zijn de bijbelse namen voor de "bezette gebieden". De sticker zat op de ruit van een auto die ik op de snelweg tussen Tel Aviv en Jeruzalem passeerde.
"Allemaal zijn we kolonisten." Op de achterruit van een gloednieuwe Volvo. Kennelijk loont het om "kolonist" te zijn. Mocht Rabin het onverhoopt in zijn hoofd halen om nederzettingen te ontmantelen dan kun je voor de prijs van een Volvo in het centrum van het land een tweekamerflat kopen (in de Negev zelfs een vrijstaand huis).
"Dood aan de fanatici." Met gevaar voor een botsing probeerde ik dichterbij te komen om te zien of de kleine lettertjes uitleg zouden geven over de identiteit van die "fanatici". Maar voor zover ik kon zien ontbrak dat gegeven. De tekst is zeker bedoeld om de achterrijdende automobilist enig denkwerk te bezorgen.
"Israël is in gevaar", roept een Fiat uit het jaar nul. Met zo'n vehikel kan over die boodschap consensus bestaan.
"Israël met vrede", daar kan niemand problemen mee hebben, ook al is de boodschap onduidelijk.
Niet alleen specifiek politieke zaken houden de Israëlische automobilist bezig, maar ook humanitaire aangelegenheden:
"Ron Arad werd geboren om vrij te zijn", zegt een blauwe sticker die deel uitmaakt van een intemationale campagne om de in Iran of Libanon vastgehouden Israëlische navigator Ron Arad in het publieke bewustzijn te houden en vrij te krijgen.
Wat echter vooral de gemoederen bezighoudt is de toekomst van de Golan. Een greep uit de stickers:
"Het volk mèt de Golan." Aardig, maar niet scherp genoeg. Moet het volk soms ook terug naar Syrië?
"Rabin heeft geen volmacht om de Golan terug te geven." Over de politieke identiteit van deze automobilist bestaat geen vraag.
"Van de Golan krijg je ons niet af." Da's duidelijk.
En tot slot nog deze sticker, genoteerd bij een rood stoplicht bij de Knesset:
"Je stemde Rabin, maar je kreeg Arafat."
De sticker op de achterruit is niet het enige medium waarlangs de automobilist zijn boodschappen het verkeer instuurt. Ook de zijruiten vervullen een functie. Dat blijkt vooral in de tijd tussen Onafhankelijkheidsdag en de "Dag van Jeruzalem", waarop de hereniging wordt gevierd van Israëls hoofdstad. In de maanden april en mei rijden honderdduizenden auto's rond die aan een of beide zijraampjes Israëlische vlaggetjes hebben wapperen. Was een vlaggetje aan de zijramen de vorige jaren al een bekend verschijnsel, dit jaar lijkt het wel of het ministerie van verkeer de automobilist heeft verplicht tijdens het rijden hiertoe over te gaan. In de Israëlische pers wordt druk geschreven over de vraag hoe de zee van vlaggetjes moet worden verklaard.
Waarschijnlijk zijn er evenveel antwoorden als automobilisten. Een gevoel van nationale trots en vertrouwen, ondanks de terreurgolf die over Israël trekt, zal niet vreemd zijn aan de vlaggenzee op de Israëlische wegen.
De vlaggen zijn een tijdelijk fenomeen dat weer verdwijnt als Jeruzalem-dag voorbij is. Maar de stickers blijven. Wie, zonder krant, toch op de hoogte wil blijven van de actualiteit, pakke zijn auto voor een informatief ritje achter een voorligger. Kijk vooruit, bewaar afstand, en je bent weer bij.'
In hetzelfde Israël-magazine schrijft DIck Honwaart enkele scherpe dingen over de ontwikkelingen in Israël:
'Wat er nu gebeurd is, is precies wat Buber rondom de eeuwwisseling al vreesde, wat de wijsgeer Leibowitz niet moe wordt thans te betogen: de joodse staat voegt niets nieuws toe aan het bestel van de wereld. Het is een nationalisme zoals het overal elders bestaat. Om een letterlijk citaat te geven: "Het joodse nationalisme staat op het punt om zich te begeven op de weg van alle volken, waarop men alleen nog maar zichzelf staande houdt tegenover de wereld en niet tegelijkertijd de wereld tegenover zichzelf". Het werd zoals men het toen noemde en nu weet "Kulturzionismus".
Het geseculariseerde volk van Israël heeft in meerderheid het Kulturzionismus aanvaard en lijkt geen boodschap meer te hebben aan de Geest, terwijl het godsdienstige fanatieke deel eenvoudig vergeet wat de eerste opdracht van het jodendom is:
Israël is meer dan een natie en Tsion is meer dan een natie. Tsion was eens en is nog het begin van het koninkrijk Gods voor de gehele mensheid. Tsionisme, zei Buber, is meer dan een nationale zaak, het is een boven-nationale zending. Machtspolitiek moet vervangen worden door de macht van de geest, die tot nieuwe betrekkingen tussen volkeren zal leiden. Bedenk dat Buber dat al in 1929 zei. Als een beslissende toetssteen voor deze nog ongekende vorm van nationalisme noemt hij het Arabische probleem. De jood, die zelf in zijn leven tussen de naties ervaren heeft wat verwerping en vervreemding betekent, zal zulk een lot nimmer de Arabier kunnen aandoen.
En tot slot:
"Tsion bestaat, het is een missie van boven, die betrekking heeft op het tot stand brengen van een juiste levenswijze. De vervulling van deze taak is de voorwaarde voor het zich vestigen in dit land. Verbanning, diaspora volgde toen Israël er niet in slaagde de toebedeelde taak te vervullen, maar de opdracht daartoe bleef bij ons. Nu is het ons enig verlangen eindelijk te gehoorzamen. Beide, joden en Arabieren, doen recht gelden op dit land. Wij kunnen de joodse aanspraak niet verloochenen – iets van hoger orde dan het leven van ons volk is aan dit land verbonden, namelijk zijn goddelijke opdracht. Maar het is evenzeer onze plicht de andere aanspraak, welke tegengesteld is aan de onze, te honoreren en te trachten de beide aanspraken te verzoenen."
Het is een taal, die velen, helaas, niet meer willen verstaan, begrijpen en er van willen getuigen. De gevolgen zijn verschrikkelijk.
Is er nog een weg terug mogelijk? Altijd, zegt het jodendom. Tesjoewa, omkeer, is elk moment mogelijk. Tesjoewa voor de joden en de Arabieren.
De politieke realiteit gebiedt de joodse en de Arabische leiders de volkeren te scheiden door grenzen te trekken. De volkeren uit elkaar te halen, te ontstrengelen om zo mogelijk verder bloedvergieten te voorkomen.
En dan werken aan de jichoed, de eenheid. (…)'
Dat op de benaming 'vaderlandse kerk' al sinds vele jaren nadruk wordt gelegd leert ons onderstaand gedicht 'uit een oud boek', ons toegezonden door een lezer. De titel van het gedicht, ondertekend door G is 'Onze kerk'. Omdat 'het oude boek' een bundeling is van het 'Christelijk Weekblad' van Gunning van honderd jaar gelegen (1e jaargang 1892), zal G wel voor Gunning staan.
Ik heb u lief, gij oude Kerk,
Gij Erfgoed onzer Vaderen.
Hetzelfde bloed door hen gestort,
Het leeft ook in mijn aderen.
Dezelfde waarheid die hun kracht,
Hun hoop was in het lijden,
Is ook, door 's Heeren vrije gunst,
Mijn innigst zielsverblijden.
Wat zonkt gij diep, gij eens zoo groot!
Hoe is uw glans verdwenen!
Gij kunt de zonen van uw huis
Niet meer te saam vereenen.
Hoevelen zijn u uitgegaan
Die toch tot u behooren –
Waar is uw oude gloriekroon?
Verzondigd en verloren!
Voor hen die gingen, hebt ge er veel
In uwen schoot ontvangen,
Die slechts naar 't geen u dooden moet
Besturen uwe gangen.
Die tot onheilig strijdgewoel
Uw heilig erf ontwijen,
Als waar' de Kerk des Zoons van God
Een steekspel der partijen!
Terug, terug van onzen grond
Gij nieuwerwetsche lichten!
Terug die buiten Gods verbond
Zijn kinderen wilt stichten!
Wij eischen in den naam van recht,
En in den naam des Heeren,
Voor onze Kerk ons erfdeel op,
Dat gij ons zoekt te weren.
Wat wilt gij toch dat samengaan
De waarheid en de logen?
Wat knutselt gij toch aan elkaar
Die nooit vereengen mogen?
Wat haspelt gij om ja en neen
Kunstmatig saam te binden?
Waar leidt gij onze kerk toch heen,
Rampzalige verblinden?
Wij wenschen, ruim van oog en hart,
Aan allen plaats te geven,
Die in onze oude, trouwe Kerk
Op haren grondslag leven.
Maar oorlog tot den laatsten snik
Aan wie dien grond verlaten –
Dèn staan wij voor onze erve pal,
Als Jezus' onderzaten!
Wie geen almachten Heiland leert,
Verrezen uit de dooden;
Wie in Zijn bloed, aan 't kruis geplengd,
Geen heil zoekt voor zijn nooden;
Wie geen drieënig God belijdt,
Kan slechts de Kerk verstoren;
Hij kwam er wederrechtlijk in,
Hij zal er nooit behooren!
Waakt dan getrouwen! en komt op
Voor de eer van onzen Koning!
Steeds minder vinde in onze kerk
De leugen hare woning!
Komt voor uw Vorst en Heiland op,
Als blijde kruisgezanten –
Wat deert u dan het krijgsgeschal
Van nietige adressanten?
Geen aardsche Kerkvergadering,
Hoe hoog zij zich moog' roemen,
Kan in de Vaderlandsche Kerk
De leugen waarheid noemen.
Nòg leeft Hij die in martlaarsbloed
Haar eenmaal wilde stichten –
Hij zal ook nòg door Zijnen arm
Zijn heilige rijkszaak richten!
Weest dus getroost! Hebt goeden moed,
En laat de lieden praten!
De Heer heeft onze vadren Kerk
Begeven noch verlaten!
En wat de vijand ook begeer,
Of poge te onderwinden –
Hij zal ons met de hulpe Gods,
Op Sions muren vinden!
G.
(Ex. tempore)
v. d. G.
[Tekst afbeelding: Auto-sticker met het Elfde Gebod: 'Lo tivgod' (Gij zult niet verraden).]
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1994
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1994
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's