Van waar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden
De Apostolische Geloofsbelijdenis (11)
Inleiding
Wat de wederkomst van Christus betreft, belijdt de Kerk dat Hij komt vanaf de rechterhand des Vaders. Dat betekent, dat Christus komt als de grote Machthebber. Hij komt als Degene, die volledig in het bezit is van alle macht in hemel en op aarde. Tegelijk komt Hij als de Overwinnaar Die de laatste trap van zijn verhoging gaat beklimmen.
Bovendien komt Hij als Rechter Die echt het laatste woord spreken zal. Daartoe heeft Hij van de Vader de bevoegdheid ontvangen (Hand. 10 : 42, Joh. 5 : 22). Niemand zal dat laatste woord ooit kunnen veranderen.
En Hij komt dat laatste woord spreken over levenden en doden. Zij die bij zijn wederkomst nog leven en zij die reeds gestorven zijn, zullen de laatste beslissing over hun leven horen. Waarbij we aantekenen, dat de reeds gestorvenen lichamelijk uit de doden opgewekt zullen zijn, hetzij ten oordeel, hetzij ter verheerlijking (Joh. 5 : 28 en 29).
Troost
We beginnen met op te merken, dat de Heidelbergse Catechismus de wederkomst van Christus zet in het teken van troost. Immers, in vraag 52 wordt gevraagd: 'Wat troost u de wederkomst van Christus om te oordelen de levenden en de doden?'
En dat is beslist opmerkelijk tegen de achtergrond van de middeleeuwen, waar de jongste dag vooral gezien werd als de verschrikkelijke dag van de toorn van het Lam. Niet dat de catechismus het oordeelskarakter van de jongste dag loslaat. Integendeel. Maar wel beziet de catechismus de jongste dag vanuit het geloof. En daarom is er sprake van troost. Want het geloof verwacht – terecht – vrijspraak en redding.
Hier hangt ook mee samen dat de catechismus een belijdenisgeschrift is, waar de Kerk haar geloof belijdt. Ongeloof en twijfel komen er niet aan bod, of het moet zijn ter afwijzing. Dat houdt in dat angst en vrees hebben plaatsgemaakt voor rust en vertrouwen.
Vervolging
We mogen niet vergeten dat de catechismus nog ruikt naar de geur van de brandstapels. Vandaar dat antwoord 52 begint met te spreken over droefenis en vervolging. Hierbij noteren we dat in het woord droefenis, alle ellende die maar denkbaar is, meeklinkt. Het is meer dan wij onder droefenis verstaan. Het tekent, samen met het woord vervolging, alle haat, lijden, foltering, ontbering en levensgevaar die gelovigen toen en alle tijden door hebben ondergaan.
Ook al kunnen wij vandaag onze strijd en nood hebben, vergeleken met de tijd van het ontstaan van de catechismus leven wij toch altijd nog op fluweel. Reden waarom wij ternauwernood iets van de afgrondelijk diepe troost van de wederkomst van Christus kunnen bevroeden. Dit zal ook één van de redenen zijn, waarom vandaag het zgn. 'Maranathaverlangen' zo dun gezaaid is.
Niet dat wij dit aanhalen om ook maar enigszins een verlangen naar levensgevaarlijke vervolging te stimuleren. Integendeel. We mogen zelfs voortdurend bidden of God ons er voor wil bewaren. Wel noemen we het om te mogen opscherpen in bijbels uitzien naar de jongste dag.
Aan de andere kant is er aanleiding ons af te vragen of wij door ons slappe christen-zijn niet zelf hard bezig zijn om het oordeel van vervolging over ons heen te halen. En dan hoeven we niet enkel te denken aan zorgwekkende ontwikkelingen in het huidige Rusland, doch evenzeer in ons eigen land.
Of hebben wij juist weer vervolgingen nodig om wakker te worden en tot een geestelijk ontwaken te komen, zodat we de troost van de wederkomst opnieuw gaan verstaan?
Christus als Gerichte en Rechter
Ook al is er vervolging en nood, de catechismus is er niet op uit om ons in moedeloosheid het hoofd te laten neerhangen. Het gaat juist om het tegendeel, nl. met opgericht hoofd Christus verwachten. Immers, we hebben te doen met een Heiland, Die ook Zelf weet heeft van vervolging en nood. Ziende op Hem mogen we daarom ons kruis vrolijk dragen. Hij is voorgegaan, wij mogen volgen.
Bovendien is Hij een totaal unieke weg gegaan. Een weg in zwaarte van lijden door ons nooit te evenaren, nl. de weg van het plaatsvervangend strafdragen en ondergaan van de toorn van God tegen onze zonde. Jezus is Zelf ook in het gericht van God geweest. Niet gedwongen, maar gewillig.
De Rechter weet dus 'aan den lijve' wat het is om ook Zelf als Gerichte het gericht van God te ondergaan. Doch Hij deed het als onze Plaatsvervanger en zo heeft Hij al de vloek van ons weggenomen. Van vervloekte mensen zijn wij gezegende mensen geworden. En daarom is er alle reden om met blijdschap deze Rechter te verwachten.
'Uit de hemel' te verwachten zegt de catechismus. Hij komt dus 'van boven' en daalt af 'naar beneden'. Wanneer zal dat zijn? Voordat de aarde vergaat door vuur? Of erna? Dat zal ervoor zijn, al blijft het voor ons moeilijk om alles precies te faseren. En waarschijnlijk zal het gebeuren in de wolken, dat is tussen hemel en aarde.
Zijn en mijn vijanden
Eén van de zeer moeilijke dingen is wat de catechismus noemt, nl. dat het een troost voor de gelovigen is, dat Christus 'al zijn en mijn vijanden in de eeuwige verdoemenis werpen (zal)'.
Dit is zo moeilijk, dat we het slechts dan zuiver kunnen verstaan, wanneer we het ten eerste verre houden van alle menselijke haatgevoelens. Met één of andere vorm van leedvermaak heeft het niets te maken. We verstaan het vervolgens pas echt zuiver, wanneer we stampvol zijn van liefde tot de Heere. Onze liefde tot de Heere is zozeer alles overheersend, dat we het niet verdragen kunnen, dat de vijanden van Christus hun verdiende straf ontgaan.
Bovendien hebben we dan zelf geen vijanden meer, d.w.z. geen mensen die we nog haten. De enige vijanden die er voor ons zijn overgebleven, zijn de vijanden van Christus Zelf. We hebben Jezus zozeer lief, dat zijn vijanden de onze zijn. Meer vijanden hebben we niet. We hebben een gezuiverd vijandsbeeld. Een hoogtepunt dat we op aarde zeer zelden zullen bereiken.
Met dit alles hangt ook samen de verheerlijking van God in zijn deugden. Immers, wanneer de vijanden des Heeren wel vrijuit zouden gaan, dan zouden in ieder geval de rechtvaardigheid en heiligheid van God (twee van zijn deugden) geschonden worden, terwijl het recht Gods gebroken werd. Het is dan ook een kwestie van soli Deo gloria (= Gode alleen de eer) dat de vijanden des Heeren hun verdiende straf ontvangen. En de gelovigen staan zozeer aan de kant van de Heere, dat het hen een troost is, dat God ook verheerlijkt wordt in het rechtvaardige oordeel over zijn vijanden.
We mogen hierbij ook nog denken aan het feit, dat de Bijbel leert dat gelovigen met Christus mee zullen oordelen (Luc. 22 : 30 en 1 Cor. 6 : 2). Iets wat in elk geval betekent, dat ze het oordeel van Christus geheel zullen bijvallen.
Elke vorm van humanistisch denken zal hierbij verdwenen zijn.
Een rechtvaardig oordeel
We zeiden reeds, dat Christus in een rechtvaardig oordeel zal oordelen. Uiteraard, zullen we zeggen. Want Hij is geheel rechtvaardig. Terecht.
Doch dat rechtvaardig oordeel hangt ook samen met het feit, dat Christus zal oordelen naar de werken, die we gedaan hebben (Openb. 20 : 12 en 13). En wat is er eerlijker dan een oordeel, precies naar wat we gedaan hebben? Alles wat we verbloemd hebben, zal dan onder het oordeel komen. Alle onrecht wordt binnenstebuiten gekeerd. Er wordt definitief orde op zaken gesteld. Alle dingen komen op hun plaats.
Het recht Gods zal worden voltrokken, zodat ieder vervloekt zal zijn, die niet gebleven is in al wat geschreven is in de wet van God. Het oordeel vindt plaats naar de norm van Gods woord, ons geopenbaard in de Bijbel. Voor hen die dan niet anders hebben dan eigen vermeende goede werken, blijft er niets meer te hopen over.
Gelovigen echter, worden geoordeeld naar de goede werken die ze in het geloof gedaan hebben. Hun goede werken zijn gereinigd in het bloed van Christus, terwijl hun foute werken (= al hun zonden) gestraft zijn in de vloekdood van Christus aan het kruis. Er blijft daarom voor hen geen enkele verdoemenis over, want ze zijn 'in Christus Jezus'.
Ja we hebben goed begrepen dat ook gelovigen geoordeeld worden in de dag der dagen (2 Cor. 5 : 10). Voor hen die reeds gestorven zijn, zal dat echter hetzelfde oordeel zijn als dat toen ze stierven. En voor alle gelovigen, zowel levenden als doden, zal het oordeel enkel vrijspraak wezen. We mogen inderdaad zonder verschrikken voor de Heere verschijnen.
Mij en alle uitverkorenen
Vergaan al Gods vijanden in het oordeel, alle gelovigen daarentegen worden door Christus tot Zich genomen in de hemelse blijdschap en heerlijkheid.
'Mij en alle uitverkorenen' zegt de catechismus. Inderdaad, enkel de uitverkorenen worden zalig. Het is terecht dat de catechismus dit waterdicht zegt.
Tegelijk maakt de catechismus duidelijk, dat de uitverkorenen geen andere mensen zijn dan de ware gelovigen en dat iemand die gelooft, weet bij die uitverkorenen te behoren. Dat komt omdat de catechismus geheel uitgaat van de zekerheid van het geloof. De enige troost van vraag/antwoord 1 speelt door heel de catechismus heen mee.
En wie zeker is in het geloof, is dat enkel omdat Hij volkomen vertrouwt op Jezus alleen. Buiten het geloof in Christus om is er geen geloofszekerheid.
Doch buiten het geloof in Christus om is er ook niets en niemendal te verstaan van de uitverkiezing. Christus is de Spiegel der verkiezing en aan het kruis van Golgotha zien we God de Vader in zijn verkiezend Vaderhart.
Dat de catechismus het als een troost verstaat, dat gelovigen zich verheugen in de komende zaligheid, heeft niets met één of andere vorm van fout heils-egoïsme te maken. Immers, het diepste van de zaligheid is niet dat wij behouden worden, maar dat we God tot in alle eeuwigheid mogen dienen. Ook hier staat het soli Deo gloria centraal. Bovendien is de eeuwige zaligheid niet los te maken van de herschapen nieuwe hemel en aarde, waarin God zal zijn alles in allen.
Wanneer?
Wanneer zal de wederkomst precies zijn? In elk geval aan het einde van de wereldgeschiedenis. Het zal echt de jongste dag zijn. Berekenen is niet mogelijk. Is verboden zelfs. Wel dienen we ermee te rekenen.
Hoewel er tekenen der tijden zijn, die nog in vervulling moeten gaan, zoals de bekering van Israël en de prediking van het evangelie aan werkelijk alle volken der aarde, is het aan de andere kant toch goed en nodig zo te leven alsof Jezus elk moment kan wederkomen. We leven sinds hemelvaart immers in het laatste der dagen. Dat betekent dat de tijd voorts kort is. Vandaar dat de bijbel ons toeroept: 'Gij dan zijt ook bereid'.
Appèl
De belijdenis van de wederkomst van Christus om te oordelen de levenden en de doden, doet een krachtig appèl op ons om voortdurend te leven 'voor het aangezicht des Heeren' (coram Deo). Iets wat bijkans totaal is weggesleten uit onze westeuropese cultuur. Dat mag ons diep voor God verootmoedigen omdat het mede door onze schuld heeft plaatsgevonden. Tegelijk mag het ons in voortdurend gebed tot God doen opzien om Hem te smeken of Hij verandering wil geven. Zou Hij Die alle macht heeft, ook vandaag geen geestelijk ontwaken kunnen geven?
Zou de Heere met de stormwind van Zijn Heilige Geest ook vandaag onze Europese cultuur niet zo kunnen doorwaaien dat er weer een op God gericht leven ontstaat? De vraag is alleen of wij bereid zijn ons daartoe door de Heere te laten gebruiken. Mensen die werkelijk met troost uitzien naar de wederkomst van Christus, zullen die bereidheid zeker beoefenen. Want ze leven zelf 'voor het aangezicht des Heeren' en beseffen dat ieder mens voor Gods rechterstoel geopenbaard moet worden. Ze doen daarom alles om al Gods vijanden met het evangelie te benaderen opdat ze met God verzoend zullen worden.
China, waar elke gelovige een evangelist is, gaat ons voor. Europa en Nederland mogen niet achterblijven.
Immers, de wereldgeschiedenis is geen zinloos gebeuren. God werkt toe naar een doel. Op de grote morgen van de grote dag des Heeren gaat al het oude van zonde en satan nl. voor eeuwig onder in het oordeel van God, terwijl de Heere alle dingen werkelijk nieuw maakt. En wie zou dat eeuwig nieuwe niet van ganser harte aan iedereen gunnen?
R. H. Kieskamp, Leerdam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1994
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1994
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's