De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers

16 minuten leestijd

Fusie of federatie
Als u de laatste maanden de kerkelijke pers hebt gevolgd, dan weet u bij het lezen van de hierboven genoemde termen wel waar het in deze rubriek weer over gaat. Inderdaad: Samen op Weg. Eigenlijk zijn het geen specifiek kerkelijke termen. Een fusie is een ineensmelting van partijen, banken of burgerlijke gemeenten. En een federatie is een verbond van samenwerkende lichamen die daarbij hun zelfstandigheid behouden. Bij een fusie verliezen de fuserende onderdelen hun eigen zelfstandigheid inclusief hun naam. Bij een federatie behoudt ieder eigenheid en eigen naam. Sinds de enerverende zitting van de drie synoden op 4 oktober 1993 waarop het Ontwerp Kerkorde in eerste lezing aan de orde kwam, is meer dan ooit Samen op Weg in een stroomversnelling gekomen. Voorafgaand aan de behandeling van genoemd Ontwerp besloot de trio-synode een reeks amendementen van dr. J. Hoek niet ontvankelijk te verklaren. Dr. Hoek stelde voor aan de Lutheranen in het proces een soort 'status aparte' te geven. Omdat de synode deze amendementen afwees, ontstond er onder hen die S.o.W. niet begeren grote ontsteltenis. Dr. H. B. Weijland komt op een en ander uitvoerig terug in een artikel 'Fusie, of toch maar een federatie?' in Kerk en Theologie van april 1994. In een uiterst heldere analyse zet hij de hele voorgeschiedenis terzake de besluitvorming voorafgaand aan het tot stand komen van het Ontwerp Kerkorde nog eens op een rij. Wat er op 4 oktober 1993 gebeurde, berust volgens dr. Weijland op een misverstand dat weer veroorzaakt is door het feit dat velen zich te weinig hebben gerealiseerd wat er in 1990 door de drie synoden unaniem is besloten. Het waren toen juist hervormden die kozen voor 'de opstelling van een ecclesiologisch structuurbepalend ontwerp' in tegenstelling tot de gereformeerden die veel meer dachten in het kader van een 'open en vernieuwende kerkeenheid in fasen van federatie', aldus dr. Weijland.

Na een fikse confrontatie over deze 'twee wegen' werd in februari 1990 een commissie ad hoc ingesteld, die na rijp beraad voorrang gaf aan duidelijkheid op korte termijn boven gestadige groei op langere termijn. Op grond hiervan besloten de drie synoden in oktober 1990 unaniem de inmiddels bekende werkgroep te installeren met de opdracht 'het ontwerpen van een samenhangend geheel van grondleggende artikelen voor het gezamenlijk kerk-zijn van de zich h(v)erenigende kerken'.
Hoewel het niet met zoveel woorden werd gezegd ging het toch wel om de opstelling van een nieuwe, voor de drie kerken gemeenschappelijke, kerkorde, die de drie bestaande kerkorden zou moeten gaan vervangen. Bij een welslagen van de opdracht zou het accent in het S.o.W.-proces nu gaan verschuiven van groei in eenheid door federatie naar een kerkordelijke samenbinding door fusie.

Wat dr. Weijland wil aangeven is duidelijk: er is toen in het hele proces iets fundamenteels veranderd:

Maar – en daar gaat het ons nu om – ook de hele procedure inzake het S.o.W.-proces werd vanaf dat moment als het ware op een ander spoor gezet! Immers, de behandeling van een Ontwerp Kerkorde, waarin concreet over het samengaan van drie bestaande kerkgenootschappen wordt gehandeld, is principieel van een andere orde dan het behandelen van schetsen over een 'toekomstige vormgeving'. Het gaat nu niet meer om een theoretisch werkstuk waar men in een zekere vrijheid wat 'losjes' mee om kan gaan, maar om een concreet statuut, dat 'in eigen vlees snijdt', omdat het gehele-eigen-kerk-zijn daarin voortaan een plaats moet krijgen. Het vrijblijvend idealiseren ging over in verplichtend concretiseren. De drie synoden hebben dat in 1990 bewust gewild. Niet voor niets werd aan de werkgroep opgedragen, dat het Ontwerp een zodanige vorm moest hebben, dat het aan de ambtelijke vergaderingen ter consultatie kon worden voorgelegd (besluit 1.3).

Dr. Weijland spreekt in dit verband over een vliegwiel dat op gang is gebracht in het S.o.W.-proces dat zich maar weinigen voldoende hebben gerealiseerd. Daardoor, zegt hij, 'is de beweging naar fusie niet alleen versneld, maar ook haast als een zelfstandig mechanisme gaan werken, bijvoorbeeld via de structuren van het landelijk apparaat. Deze stroomversnelling versterkte de polarisatie. De voorstanders kregen vleugels en de tegenstanders kregen loden schoenen. In zo'n fase van verwijdering wordt de voortvarendheid van de een door de ander gezien als een overval en – omgekeerd – de behoefte aan herbezinning veroordeeld als een blokkade. Ziedaar de situatie waarin de trio-synode op 4 oktober 1993 van start ging,' aldus dr. Weijland in het hier geciteerde artikel.

Ja of toch maar niet?
Dr. Weijland gaat dan in op de nu ontstane situatie. De classicale vergaderingen en via hen de kerkeraden zijn nu aan de beurt om te oordelen over het Ontwerp Kerkorde. Er is o.a. door het Hoofdbestuur van de GB opgeroepen om 'neen' te zeggen tegen het ontwerp en tegelijk tegen het proces zelf. Kan dat eigenlijk wel, zo vraagt dr. Weijland zich af?

Dit brengt ons tot de derde vraag, over de vrijheid om 'nee' te zeggen. Vanwege de zorgvuldigheid wil ik het antwoord in fasen geven:
– aan alle kerkelijke vergaderingen werd in 1985 gevraagd hun oordeel te geven over de 'staat van hereniging' tussen de NHK en de GKN. Samen met de participatie van de ELK werd hiertoe besloten in 1986. Bij mijn weten heeft geen enkele kerkelijke vergadering hiertegen appèl of revisie aangetekend. Dat betekent, dat wij ons allemaal dus gecommitteerd hebben in een S.o.W.-proces als groei naar kerkeenheid;
– als gevolg hiervan kwam in grote delen van het land die eenheid vèrgaand tot stand (Noord-Brabant, Limburg, Noord-Holland, Friesland en op veel andere plaatsen, met name in de grote steden). Er is dan ook eenstemmigheid over het punt, dat het S.o.W.-proces redelijkerwijs niet meer terug te draaien is. Men kan het als proces in de komende consultatie m.i. dan ook niet meer afwijzen. Dat geldt ook van de reeds vèrgaande voldongen fusie van veel landelijke organen;
– blijft de vraag of men nu, met behoud van eigen plaatselijke identiteit, wil delen in een verenigde kerk op basis van een kerkorde die werd opgesteld volgens de in 1990 unaniem aanvaarde richtlijnen. Een kerkorde die principieel van de hervormde kerkorde als beginpunt en hoofdlijn uitgaat. Een kerkorde die juist daardoor veel meer continuïteit met het hervormde verleden heeft, dan in de 'lege hulsgedachte' van 'eenheid door vernieuwing' ooit mogelijk zou geweest zijn. Hoeveel ruimte is er om daar nog 'nee' tegen te zeggen?

Ja maar, we raken onze kerk kwijt. In oktober 1993 werd gezegd: we zijn beroofd van de vaderlandse kerk, omdat deze door één te worden met Gereformeerden en Lutheranen 'hun' kerk niet meer is.
Daarop reageert dr. Weijland in het volgende citaat:

Past het groeiend verzet tegen SoW wel in de grondgedachte van de éne vaderlandse kerk als planting van de Geest in ons volk krachtens het genadeverbond? Gaat het in die kerk niet om héél de kerk en héél het volk; om een samen ziek en samen gezond worden? Stond de kracht van dit 'samen' niet in de grondslag van de Gereformeerde Bond 'tot verbreiding en verdediging der Waarheid in de Ned. Herv. (Ger.) Kerk', tegenover Kuypers kerkelijk omgaan met de waarheid? En als nu de volgelingen van Kuyper de draad van het 'samen' in de volle breedte van de kerk weer willen opnemen en het 'afscheidings-denken' achter zich willen laten, wordt dàn een verzet uit hervormde kring tegen SoW niet tot een 'beweging van wantrouwen' tegen de gedachte van één vaderlandse kerk', die – als zij door de Geest geplant is – toch niet 'onze hervormde kerk' is?
Maar, zo werd ter synode gezegd, die kerk wordt nu door SoW-handen getransformeerd, tot aan de naam toe, waardoor juist onze grondslag wegvalt. Er ontstaat een nieuwe kerk! Ik moet toegeven dat wij, als wij zouden doorgewerkt hebben in de (verlaten!) gedachte van de 'lege huls', via een langdurige federatie uiteindelijk tot een nieuwe kerk zouden zijn gekomen. Maar zo is het niet gegaan! Juist ten behoeve van de continuïteit werd de opdracht in 1990 tot een ecclesiologisch ontwerp voor een kerkorde gegeven, waarin wel van vernieuwing, maar niet van een nieuwe kerk sprake zou mogen zijn. Het accent ligt op voortzetting van de NHK de GKN en de ELK. De vraag of dit ook echt zo is, kan niet door groepen van gemeenten of op appèldagen van ambtsdragers worden beantwoord. Ook 'mindere vergaderingen' hebben wel recht op inspraak maar kunnen niet 'los' een kerkorde bedisselen. Hierover beslist uitsluitend een wettige synode, via een wettige procedure met een wettige meerderheid.
In het licht van het bovenstaande vraag ik mij af, hoe logisch het is om, ten behoeve van het behoud van wat als de oude 'vaderlandse kerk' wordt gezien, terug te willen vallen op een blijvende, structurele federatie van SoW-kerken, dus op een 'samen kerken zijn. Is dat niet in strijd met de grondslag van de NHK (art. I, KO), waar deze kerk openbaring (let wel, niet 'een' of 'de') van de Christelijke Kerk wordt genoemd? Wordt zo de NHK institutioneel niet tot 'een' kerk tussen de andere kerken? Wordt zo de mystiek van de vaderlandse kerk niet ingeruild voor een kuyperiaans model van pluriformiteit?

Moeten wij niet allen oppassen voor de verleiding om met federatieve of congregationalistische gedachten te gaan spelen als een alibi voor de pijnen van een kerkelijke éénwording? Ik weet het, fusie doet zeer, want het snijdt altijd in het eigen vlees van het 'kerkgevoel', en heel vaak ook in het vlees van eerlijke overtuigingen. Maar een toegeven aan het alibi snijdt in het vlees van de Catholica…

Voor dr. Weijland wordt de ruimte om 'neen' te zeggen tegen het Ontwerp Kerkorde bepaald door de gewetensvraag of dit Ontwerp voldoende ruimte biedt voor principieel kerkscheidende argumenten. 'Anders gezegd: wanneer wij het over zóveel eens zijn als daar staat, mogen wij dan om Christus' wil een fusie weigeren?'

Bond en sleutel
Aan het slot van zijn bijdrage gaat dr. Weijland nog in op wat er kan gebeuren en zou gebeuren, als andere wegen worden gezocht om eventueel uit de impasse sinds 4 oktober 1993 te geraken.

Maar, zo zal dan gevraagd worden, welke mogelijkheden blijven er dan nog over voor hen die principieel bezwaar houden tegen de voortzetting van de hervormde kerk in de VPKN samen met gereformeerden en lutheranen? Misschien zou daarop het volgende gezegd kunnen worden:
In orthodox-hervormde kring wordt nogal eens gespeeld met de zogenaamde 'terugkeer'optie: waarom zouden we toch al die rompslomp van SoW aanhalen, als de gereformeerden gewoon kunnen terugkeren in de NHK?
Wanneer we de emoties bij gereformeerden en lutheranen over deze optie even buiten beschouwing laten, blijft de vraag of de consequenties ervan voor de NHK wel goed zijn doordacht. Wie bedenkt welke invloed de terugkeervan 7000 'Hersteld-Verbanders' in 1946 op de NHK heeft gehad, kan niet overzien welke gevolgen een 'terugkeer' van honderd maal zoveel gereformeerden (en ambtsdragers!) nu voor de NHK zal hebben. Zal zij in dat geval niet veel meer van kleur verschieten dan bij een reguliere fusie met ingebouwde identiteitsgaranties en plaatselijke federatiemogelijkheden het geval zijn? Juist bij een kerkordelijk goed doordachte fusie kan ook evenredige vertegenwoordiging ter synode toegezegd en nagekomen worden.
Wat gebeurt er, wanneer de bezwaarde gemeenten ondanks de fusie 'gewoon hervormd' blijven en dat ook landelijk willen weten onder namen als 'oud hervormd' en dergelijke? Dan zullen mijns inziens – hoe men het ook wendt of keert – die bezwaarden er geen 'vaderlandse kerk' aan overhouden. Zodra men de 'breedte van de kerk' gaat prijsgeven, gaat het werkterrein van de grondslag (verbreiding en verdediging van de Waarheid in de NHK) verloren en… daarmee de zin van de grondslag. In dat licht kan ik dan ook niet inzien, hoe een voortzetting van de vaderlandse kerk in de VPKN een daad van afscheiding van de NHK zou zijn, althans in de ogen van veel bezwaarden. Hun 'werkterrein' voor de strijd om de Waarheid wordt toch niet verkwanseld, maar juist vergroot in een VPKN…
Er is wel eens gezegd, dat de Gereformeerde Bond de sleutel in handen heeft voor de oecumene in reformatorisch Nederland. Daar is nog steeds veel van waar. Maar daaraan is nu, in het versnelde SoW-proces naar een fusie van de drie samenwerkende kerken, wel een voorwaarde aan verbonden: die sleutel blijft in handen van de Bond bij de gratie van behoud van eenheid van de NHK! In het behoud van die eenheid ligt de levensdraad van wat nog voor zeer velen de 'vaderlandse kerk' betekent. Daarom blijft het – tenslotte – niet meer gaan om federatie- maar om fusie-vragen. Dat houdt in: een keuze voor ruimte om 'nee' te zeggen (en daarmee in feite in het veelvoud van afzonderlijke gereformeerde kerkgenootschappen terecht te komen), dan wel te kiezen voor de ruimte van een kritisch gedogen in een Verenigde Kerk als gestalte van de Christelijke Kerk.

Het verhaal van dr. Weijland is duidelijk. Maar het geeft aan hoe groot de verwarring in feite is. Verwarring door een geheel andere interpretatie van de feiten. Het HB van de GB roept immers kerkeraden op tegen te stemmen omdat de 'historische continuïteit van de NHK onduidelijk is'. Er wordt door de GB gepleit voor bij tussenorde geregelde federatieve samenwerking van gemeenten en bovenplaatselijke verbanden waar men dat wenst. Maar dr. Weijland toont aan, dat in februari 1990 gekozen is voor een andere weg, namelijk die van de fusie, waartoe een commissie is benoemd, die daarvoor een Ontwerp Kerkorde heeft opgesteld.
Hoe komt het dat de verwarring zo groot is? Is er dan door mensen niet goed opgelet? Is er niet duidelijk genoeg gesteld, wat consequenties van bepaalde voorstellen zijn? Al zou dat zo zijn, kan het dan toch niet dringend gewenst zijn, dat een bepaalde gang van zaken alsnog bezien wordt? Is er niet veel van waar, wat dr. Weijland sommigen verzuchtend in de mond legt: Liever een federatie met vrede, dan een fusie met ruzie?

Samen of weg?
Dat schrijft ds. A. J. Zoutendijk boven een bijdrage van zijn hand in 'Woord en Dienst' van 6 mei 1994. Drie redactieleden spreken hun hart uit over wat zij van SoW vinden: ds. A. Treuren, ds. A. J. Zoutendijk en ds. T. Poot. Laatstgenoemde is één van de Achttien die in de 60-er jaren een eerste oproep deed tot eenwording van Hervormden en Gereformeerden. Hij heeft het gevoel dat de 'Echte SoW-bezwaren onder de toonbank' blijven. Om zijn gevoelen recht te doen, moet er wel een lang citaat volgen.

Ik doe in dit artikel een poging om dat achter de hand gehoudene voor de dag te halen. Dan moet ik het hebben over de gevoelens tussen hervormden en gereformeerden. Jaren geleden (oktober 1979) schreef ik in het toenmalige Kerkinformatie, op verzoek van de redactie, een verhaal over hoe ik tegen de gereformeerden aankeek. Ik verklaarde toen dat, vergeleken met het grote schisma in het volk van God, de scheiding tussen hervormden en gereformeerden slechts een tarntje is; ze zijn immers van dezelfde calvinistische familie. Maar, zei ik, als wij samenkomen, heb ik wel een duchtig woordje met mijn gereformeerde vrienden te wisselen. Ik citeer: 'U kunt zoveel, u wilt zoveel, u hebt zoveel, u bent zoveel in uw gereformeerde deugden. U zegt zo vlot Vader tegen de hoge, heilige God. U kunt altijd zo bidden. U hebt het zo vaak over blijdschap. Uw zonden zijn u altijd vergeven. U gaat, blijkens uw rouwadvertenties, ook allemaal naar de hemel. … Maar ik kom u zo weinig tegen in de gestalte van de tollenaar, die man met een hart door schuldbesef getroffen en verslagen, die man die niets bij zichzelf, maar alles bij zijn God heeft. U belijdt met ons uw reinigmaking en zaligheid geheel en al buiten uzelf te hebben in Christus Jezus, maar beleeft en doorleeft u dat nog? U voelt wel: dit is geen bezwaar tegen u, maar verdriet en zorg over u. Zorg heb ik ook over de manier waarop u bij de tijd wilt zijn in uw theologie en levensstijl. Ik leer, als stijve hervormde, graag van u dat wij geen christenen kunnen zijn op een 17e-eeuws eilandje in de 20e-eeuwse zee. Maar loopt u niet het gevaar dat u zo onder de indruk en onder de bekoring bent van deze tegenwoordige wereld, dat u niet meer bent bij wat wezenlijk is voor gereformeerd geloven en leven?'. Einde citaat.
Deze pijl, in eenvoudigheid geschoten, trof doel. Nooit kreeg ik op iets wat ik geschreven had, zoveel reacties, tot uit het buitenland toe. Gereformeerden herkenden hun kerk en zichzelf; hervormden beaamden dat hun gevoelens tegenover de gereformeerden verwoord waren. Zou ik dat verhaal nu nog zo schrijven? Voor een deel van het gereformeerde kerkvolk gaat het misschien nog op. Want het is uiterst onbillijk, om geen lelijker woord te gebruiken, alle gereformeerde dominees en het hele gereformeerde kerkvolk af te schilderen als Kuitertianen of Wiersinganianen of welke andere, gevaarlijke ianen er nog maar in de tenten van Afscheiding en Doleantie zouden ronddolen. Maar ik denk dat ik vandaag – let wel: in de aanvaarding van mijn gereformeerde broeders en zusters en niet om hen af te stoten – aan hen zou vragen: waarom doet u wat ooit uw trots en sieraad was, zo goedkoop in de uitverkoop? Ik bedoel: uw kerken waren, niet zonder reden, uw trots. Met gulden letters, zei de moeder van mijn gereformeerde jeugdvriend, staan de jaartallen 1834 en 1886 in de hemel geschreven. Ik hoor u daar nauwelijks meer over. Hervormden lopen met een Hervormd Pleidooi nog te hoop voor de voortzetting en de bewaring van 'de vaderlandse kerk'. Maar u lijkt er geen traan om te laten, dat uw eens zo fiere en zelfbewuste kerken instromen in de bedding van de VPKN. Hebt u daar geen pijn aan of zijn ze u zó weinig waard geworden, dat u niets liever wilt dan zo snel mogelijk verenigen?
En dan wat uw sieraad was: uw gereformeerd belijden; uw gereformeerde dogmatiek en bijbeluitleg en ethiek; uw gereformeerd organisatieleven – wat hebben gereformeerde hervormden daarvan geprofiteerd en tegenaan geleund! Wij hebben vaak het gevoel dat dat alles voor velen van u een rijk verleden is geworden. Zeker, u hebt u, veel meer dan de gereformeerde hervormden, gewaagd aan de confrontatie met de geest van deze eeuw. Ik prees u daarvoor al in 1979. Maar is wat ik toen vreesde niet gebeurd? Dat u zich door die tijdgeest al te zeer hebt laten meeslepen en leegzuigen?

We begonnen met de heldere uiteenzetting van data en feiten door dr. Weijland. En we sluiten af met geladen woorden van ds. Poot. Gelijk hebben òf gelijk krijgen., Dat zijn lang niet altijd dezelfde realiteiten. Het blijft spannend en het zal er om spannen de komende maanden. Ds. Poot gewaagt van 'een hevige tegenzin' en van 'argwaan tegen het (vroegere?) zelfverzekerde, doenerige geloofsleven en afkeer van het huidige, zo vlot door de bocht gaande, aanpassingsgeloof'.
Als wij dit nazeggen, past ons tegelijk grote ootmoed in het besef: wat heeft de Hervormde Kerk concreet gemerkt in positieve zin van het bestaan van een Gereformeerde Bond in haar midden? Hebben wij niet vaak de rust gezocht van eilanden en ghetto's, waar we graag met rust gelaten werden? Samen of weg? We hebben samen wederkeer nodig tot Hem Die de Weg is.

J. Maasland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1994

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Uit de Pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1994

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's