De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ik geloof in de Heilige Geest (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ik geloof in de Heilige Geest (1)

De Apostolische Geloofsbelijdenis (12)

11 minuten leestijd

Wie zondag 20 van de Heidelbergse Catechismus opslaat, waar het achtste artikel van het Apostolicum wordt uitgelegd, merkt meteen de beknoptheid van deze uitleg op. Dit lijkt in overeenstemming te zijn met de beknopte formulering van het Apostolicum zelf. 'Ik geloof in de Heilige Geest'. Daarmee lijkt alles gezegd te zijn over de derde persoon in de goddelijke drieëenheid.
Maar dat is niet helemaal waar. Want deze beknopte zin: Ik geloof in de Heilige Geest, moet gelezen worden als openingszin van het derde deel van de belijdenis. De artikelen over de kerk, de gemeenschap der heiligen, de vergeving der zonden, de opstanding des vleses en het eeuwige leven moeten gelezen worden als nadere ontvouwing van het werk van de Heilige Geest.
De kerk en de gemeenschap der heiligen zijn schepping van de Heilige Geest. Binnen de kerk ontvang ik vergeving van zonden, waarbij de oud-christelijke kerk vooral ook dacht aan het doopsel en binnen de kerk word ik ook verzekerd van het eeuwige leven.
We kunnen het ook nog anders zeggen. Na de belijdenis van de Heilige Geest volgen de artikelen over wat de Heilige Geest doet in het werk van de heiliging, de rechtvaardiging en de verheerlijking.
Zowel het Apostolicum als de Catechismus spreken dus minder beperkt en beknopt over de Heilige Geest en zijn werk dan we in eerste instantie zouden denken.

Oud-christelijke kerk
Toch moet hier ook nog iets anders gezegd worden. In het Apostolicum hebben we te maken met een doopbelijdenis van de kerk te Rome uit de derde eeuw. Het is nog de tijd vóór de grote concilies. Heel veel van de christelijke leer moest nog verder worden doordacht en uitgebouwd. Dat gold zeker van de leer van de Heilige Geest. De belijdenis van Nicea-Constantinopel is daarom op dit punt rijker.
Deze luidt als volgt: Ik geloof in de Heilige Geest, die Heere is en levend maakt, die van de Vader (en de Zoon) uitgaat, die tezamen met de Vader en de Zoon aangebeden en verheerlijkt wordt, die gesproken heeft door de Profeten.
Wie een tijdje over deze formulering nadenkt ontdekt daar zeer grote rijkdommen in, die ook voor een uitgewerkte leer van de Heilige Geest in onze tijd van het grootste gewicht zijn.
Ik wil de volgende punten noemen:

Die Heere is
Hiermee wordt de Heilige Geest wat betreft zijn macht en heerschappij op gelijke hoogte gesteld als Christus. 'Ik geloof in één Heere Jezus Christus' en ik geloof in de Heilige Geest, die Heere is.' We kunnen hier ook denken aan het woord van Paulus: 'De Heere nu is de Geest' (2 Cor. 3 : 17). Wat betekent dit nu voor een eigentijdse leer van de Heilige Geest?
Wel dit, dat door de inwoning van de Heilige Geest in de gemeente en in de harten der gelovigen in principe de afstand overbrugd is tussen de tijd waarvan de evangeliën ons vertellen en onze eigen tijd.
Vanuit de charismatische beweging en vanuit de pinksterkerken valt vaak het verwijt te horen, dat er in de traditionele kerken te weinig aandacht is voor de Heilige Geest. De discussie gaat dan meestal over bijzondere gaven van de Geest, die in de kerken thans gemist worden, zoals tongentaal, gave der genezing, profetie. Maar naar mijn overtuiging ligt daar niet het eigenlijke punt van gesprek. Het gaat erom, dat de geloofsbeleving van zeer veel christenen veel te 'historisch' is. Jezus Christus is in feite opgesloten in de historie van 0-33 na Christus. Toen is het eigenlijke gebeurd en dat moet de Geest dan vervolgens toepassen aan ons hart. Waar het om gaat is echter, dat we vandaag even reëel aan Jezus' voeten kunnen zitten als eertijds Maria en dat we vandaag even reëel de zoom van Jezus' kleed aan kunnen raken als eertijds de bloedvloeiende vrouw.
De Heilige Geest, die Heere is, betekent dat we gelijktijdig kunnen worden met de gelovigen, die behoorden tot de intieme kring van Jezus' tijdgenoten. Zoals Hij toen was, zo is Hij nu bij ons. Alleen nu op de wijze van de Geest. Zou niet op dit punt het gesprek tussen de kerken en de charismatische beweging opnieuw ingezet kunnen worden? Bedoelen zij iets anders met hun nadruk op het werk van de Geest en de gaven (charismata) dan dat de levende Heere Christus zelf bij ons is in het heden en dat we daarom veel verrassingen mogen verwachten? Zo ja, dan is het de vraag of wij van hen iets leren moeten. Zo nee, dan moeten wij onszelf onderzoeken of soms onze kerkelijke leer en levenspraktijk in plaats gekomen is van de levende Heere zelf, waardoor het bij ons een stilstaande vijver geworden is.

De levendmaking
Het tweede wat van de Geest beleden wordt is dat Hij levend maakt.
Wat wordt hier bedoeld? Wordt hier gedacht aan de schepping? 'Zendt Gij uw Geest uit, zo worden zij geschapen, en Gij vernieuwt het gelaat des aardrijks? ' (Ps. 104 : 30) Of denkt men aan de levendmakende Geest zoals ons avondmaalsformulier daar later over spreken zal: Hij, Christus, heeft ons de levendmakende Geest verworven, opdat wij door die Geest, die in Christus als in het Hoofd en in ons als zijn lidmaten woont, met Hem waarachtige gemeenschap zouden hebben en al zijn goederen, het eeuwige leven, de gerechtigheid en de heerlijkheid, deelachtig worden?
Het aardige is, dat het niet gelijk ingevuld wordt. Er had ook kunnen staan: 'Die wederbaart'. Dan was het uitsluitend gegaan over het werk van de herschepping. Bij het woord 'levendmaking' zal men ongetwijfeld aan de wedergeboorte gedacht hebben, maar de notie van de schepping blijft meeklinken.
Zowel het Hebreeuws (ruach) als het Grieks (pneuma) kennen één woord voor wind, adem en g(G)eest. Gods Geest is zijn levensadem, die al het geschapene bezielt, levend maakt. Wanneer we in het Nieuwe Testament lezen van de Geest, die uitgestort wordt op het Pinksterfeest, dan komt die Geest niet tot mensen, die Hem vreemd zijn, maar Hij komt tot het Zijne.
Zoals er van Christus staat, dat Hij kwam tot het Zijne, omdat door Hem als scheppingsmiddelaar al het geschapene is geworden (Joh. 1 : 11), zo geldt ook van de Geest, dat Hij kwam tot het Zijne. Want, zegt Genesis 2 : 7: 'God had de mens geformeerd uit het stof der aarde en in zijn neusgaten geblazen de adem des levens: alzo werd de mens tot een levende ziel'.
De Geest is de adem van God, waardoor wij een levende ziel geworden zijn.
Wanneer die Geest komt wonen als de Geest van Christus in het gevallen schepsel, heeft dat geen ander doel dan het oorspronkelijke scheppingsplan van God te voltooien.
Dit alles betekent twee dingen. Ieder mens is aangelegd op het ontvangen van de Geest van God. Niemand zal dus bijvoorbaat zeggen: Dat is niets voor mij. Wij zullen ook niemand bijvoorbaat afschrijven, wanneer het om het werk des Geestes gaat: te zondig, te onverschillig of hoe dan ook. Wij mogen tegen ieder zeggen, dat wanneer de Geest van God in Hem komt wonen, hij zeker niet van zijn eigenheid vervreemden zal, maar integendeel, dat hij zo juist zijn ware identiteit zal vinden. Wij worden vervuld met de Geest om weer echt mens te worden. Anderzijds, het feit dat het woord 'levendmaking' ook gebruikt wordt voor het herscheppende werk van Gods Geest, betekent dat de vervreemding van onze oorspronkelijke bestemming veel dieper gaat dan in welke psycho-analyse ook kan worden onthuld. Wij zijn van nature dood in zonden en misdaden en er moet een nieuwe scheppingsdaad van God aan te pas komen om ons levend te maken. Ik geloof in de Heilige Geest, dat betekent: ik geloof in Christus, die nog heden doden roept tot leven. 'De ure komt en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem van de Zoon Gods en die ze gehoord hebben, zullen leven' (Joh. 5 : 25). De belijdenis van de levendmakende Geest snijdt alle arminianisme, pelagianisme en synergisme (God en mens doen het samen) bij de wortel af. Tegelijk geeft deze belijdenis hoop in een tijd van kerkverlating. Doden zullen horen, ook vandaag.

Het 'filioque'
Wat betekent dit Latijnse woord? Oorspronkelijk stond er in de geloofsbelijdenis van Nicea: ik geloof in de Heilige Geest, die van de Vader uitgaat. De kerk van het Westen voegde er later aan toe: en van de Zoon, in het Latijn 'filioque'. Uiteindelijk is het tot een breuk gekomen tussen de kerk van het Oosten (Oosters-orthodoxe kerken) en de kerk van het Westen, mede op grond van dit 'filioque'. Voor ons is het niet gemakkelijk te begrijpen, waarom zo'n in ons oog klein verschilpunt, zulke grote gevolgen moest hebben van een kerkscheuring. Maakt het nu echt zoveel uit of je belijdt, dat de Heilige Geest van de Vader uitgaat of dat je belijdt, dat Hij van de Vader en de Zoon uitgaat?
Kom je in de Bijbel trouwens niet beide gedachten tegen? 'Die van de Vader uitgaat', staat in Johannes 15 : 26. Maar in Johannes 20 : 22 lezen we, dat de verhoogde Heiland op Zijn discipelen blaast en zegt: 'Ontvangt de Heilige Geest'.
Dan lijkt het toch, dat de Geest ook uitgaat van de Zoon, want het is Zijn levendmakende Geest, adem, die Hij uitblaast.
Toch, wanneer ik vandaag zou moeten kiezen, zou ik kiezen voor de kerk van het Oosten: Die van de Vader uitgaat. Waarom? In de eerste plaats, omdat zo de eenheid Gods beter tot haar recht komt. De eenheid van God en de eenheid van Zijn werk van schepping tot voleinding. De Geest ging van de Vader uit, waardoor al het geschapene tot aanzijn kwam. Toen de zonde het geschapene dreigde te verwoesten, ging de Geest opnieuw uit om het volk Israël in het aanzijn te roepen en binnen dat volk de profeten. Wanneer ook dat volk het af laat weten, gaat de Geest opnieuw uit en brengt de Christus in de wereld. Aan de vleeswording van het Woord gaat een nieuwe uitzending van de Geest vooraf (Luk. 1 : 35).
Het geheim van de Christus is dat Hij gezalfd is door de Geest. Het is vooral de evangelist Lukas, die hier heel sterk de nadruk op legt. Jezus is de Christus, door de Geest, die hem het lichaam toebereidde en die sinds zijn doop in de Jordaan op bijzondere wijze in Hem woonde. Want nu na Pinksteren gebeurt, is dat de Geest, die op zo'n bijzondere wijze in Jezus woonde, ook wil wonen in degenen, die van Christus zijn. Jezus heeft voor hen dezelfde Geest verworven die in Hem op zo'n bijzondere wijze woonde.
De Geest gaat van de Vader uit en Jezus is de maximaal met deze Geest vervulde. Als zodanig is Hij de Geest zelf en is Hij als de verheerlijkte op de wijze van de Geest in ons midden.
In de tweede plaats, de leer van de drieëenheid is nooit geheel te doorgronden, maar het misverstand, dat uitdrukkelijk vermeden moet worden, is dat er sprake zou zijn van twee of drie Goden. Met name in het gesprek met het jodendom is dit steeds de uitdaging te laten zien, dat de belijdenis van de kerk aangaande de drieëenheid niet in strijd is met de grondbelijdenis van Israël: De HEERE, onze God, de HEERE, is één.
Het moet Israël en de kerk gaan om de ene God, die nochtans niet eenzaam wilde zijn. Daarom trad Hij uit zichzelf in de levendmakende Geest. Daarom trad Hij uit zichzelf in het Woord, dat er van den beginne was. Daarom trad Hij uit zichzelf door de Geest in het Woord, dat is de vleeswording des Woords.
Daarom treedt Hij uit zichzelf, wanneer Hij in mensenharten komt inwonen. Niet: Die van de Vader èn de Zoon uitgaat, zei de kerk van het Oosten, maar die van de Vader uitgaat door de Zoon. Dat lijkt me heel juist geformuleerd. Want de Vader woont met zijn Geest in die mensenharten, die zich aan de Zoon hebben toevertrouwd.
Na al deze beschouwingen wordt het zo langzamerhand tijd voor de lofprijzing. Want het gaat erom de eenheid in de drieheid en de drieheid in de eenheid te eren, zegt een andere geloofsbelijdenis van de Oude Kerk, die van Athanasius.
Daarover in het volgende artikel.

W. Dekker, Wezep

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Ik geloof in de Heilige Geest (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's