Torenspitsen-Gemeenteflitsen
SOEST (ICHTHUSKERK)
Eerste evangelisatieperiode
Toen in februari 1930 ds. J. Kruishoop vanuit Soest vertrok naar Bodegraven, besloot het kiescollege 'Waarheid en Eenheid' in zijn vacature geen hervormd-gereformeerde predikant te beroepen. De ethische predikant ds. Van Schaick gaf mede leiding aan dit besluit om daarmee de Bonders af te straffen voor het feit dat zij te weinig gemeentebesef zouden hebben. Ds. Van Schaick gaf gedurende vier jaren (1928-1932) in eigen beheer een kerkbode uit onder de naam 'De Microfoon'. In dit blad maakte hij van zijn hart bepaald geen moordkuil. Als signalen van deze gebrekkige houding van de Bonders noemde hij het feit dat ds. Kruishoop zijn eigen avondmaalsdiensten had en dat de Bonders bij hun eigen diensten in een 'bij-kerk' nota bene ook nog een andere Bijbel op de katheder legden. Dit was het hoofdmotief van het kiescollege om in de plaats van ds. Kruishoop een confessioneel predikant te beroepen: ds. E. Groeneveld van Dalfsen.
Dinsdag 31 maart 1931 werd een vergadering belegd waarvoor allen werden opgeroepen 'die gereformeerde prediking begeeren'. Ds. Van Schaick voelde zich diep beledigd. Als ethisch predikant bracht hij naar zijn eigen mening ook een gereformeerde prediking. Met grote felheid richtte hij zich in zijn blad tot zijn tegenstanders en noemde hij hen openlijk bij name: 'de heeren Van Brummelen, H. van Herwaarden en Klein'. Ook de Waarheidsvriend die aan deze kwestie aandacht besteedde, kreeg er ongenadig van langs. Ds. Van Schaick vermeldde in het nummer van april tevens de oprichting van een nieuwe evangelisatie, die zondags diensten ging beleggen in een van de christelijke scholen. Ds. Kruishoop uit Bodegraven en ds. Timmer uit Ermelo werden als knoeiers berispt, omdat zij al hadden toegezegd in deze diensten te zullen voorgaan. Zo begon de eerste evangelisatieperiode.
Ds. M. Verkerk
In 1947 gebeurde er een wonder. Er werd een beroep uitgebracht op ds. M. Verkerk uit Moerkapelle, die na een tienjarig verblijf in het door hem zo geliefde Zuidhollandse dorp het beroep naar Soest aannam. In de intrededienst zei ds. Verkerk: 'Dit eensgezinde samenzijn zal wel niet altijd het beeld der gemeente zijn. Er is een kloof die overbrugd moet worden en dit kan door Jezus Christus. Mogen wij elkaar bij alle verscheidenheid in Hem en in Zijn liefde vinden.' Ds. Verkerk sprak ook uit lid van de Gereformeerde Bond te zijn. De diensten van de evangelisatie werden beëindigd. Ds. Verkerk was een minzaam mens, die in Soest een bruggebouwer wilde zijn. Bij een preekbeurt in Moerkapelle hoorde ik onlangs over hem ook nog een dankbaar getuigenis. In Soest trok hij volle kerken. Hij was geliefd bij het ene deel van de gemeente en werd benijd en verguisd door het andere deel.
Op 24 januari 1950 werd hij 39 jaar. Op 27 januari verongelukte hij te Amersfoort, toen hij terugkeerde uit Woudenberg, waar hij consulent was. 'Zijn graf is onder ons tot op deze dag'. Aan het begin van de avond, waarop ik deze bijdrage schreef, heb ik zijn graf nog opgezocht op de Algemene Begraafplaats aan de Veldweg te Soest.
Voor de tweede keer
Dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn, moeten de Hervormd-Gereformeerden te Soest niet alleen doorworsteld hebben bij, maar ook na het overlijden van hun geliefde predikant. De geschiedenis herhaalde zich namelijk. In de vacature van ds. Verkerk werd opnieuw een predikant beroepen van een andere modaliteit. Om die reden werd de slapende Hervormd Gereformeerde Evangelisatievereniging weer wakker gemaakt en opnieuw werden er diensten belegd in een school en later in de Christelijk Gereformeerde Kerk.
Noodgemeente
Nadat verschillende predikanten uit de omgeving (o.a. ds. A. den Hartogh te Amersfoort) de pastorale zorg voor de leden van de Evangelisatievereniging op zich genomen hadden, werd in 1961 ds. J. Fokkema benoemd tot pastorale bijstand. Aan het einde van dat jaar stichtte de synode in Soest een zogenaamde 'noodgemeente'. Vanwege de trieste ervaringen uit het verleden bleef de Evangelisatievereniging bestaan en tot op de dag van heden zijn kerkgebouw en pastorie eigendom van deze vereniging.
Kerkgebouw
Op 25 maart 1964 legde ds. Fokkema de eerste steen voor het huidige kerkgebouw (1 Kon. 8 : 29a). De Ichthuskerk is dus nog geen dertig jaren oud. En toch is deze kerk voor mij een heel bijzonder kerkgebouw. Ongeveer 85 mensen besloten een kerk te bouwen. Drie middenstanders gaven bij de bank hun eigen zaak als onderpand en de leden verplichtten zichzelf gedurende enige jaren tien procent van hun inkomen af te dragen.
Wat me steeds weer verwondert, is dat zo'n 'gering' aantal nochtans besloot een kerk te bouwen met vierhonderd vaste zitplaatsen. Dat is een geloofsdaad geweest! Tegelijk wil ik de mensen van het eerste uur prijzen, omdat zij niet alleen bereid waren zulke grote financiële offers te brengen, maar eveneens zoveel werkzaamheden zelf te verrichten.
Predikanten
Op 27 februari 1966 werd ds. J. Smit bevestigd als eerste predikant van de huidige buitengewone wijkgemeente. Hij nam op 22 juni 1975 na ruim negen jaren afscheid (vertrokken naar Veenendaal). Op 31 augustus 1975 nam ds. P. H. van Harten (gekomen van Dinteloord) de herderstaf over. Hij vertrok op 13 juni 1982 naar Wapenveld. Hij werd opgevolgd door ds. J. H. Gijsbertsen (gekomen van Gouda) op 26 september 1982. Deze predikant vertrok op 21 juni 1987 naar Rijssen. Op 6 maart 1988 mocht ik als vierde predikant bevestigd worden.
Gemeente
Gedurende de loop der jaren mocht de gemeente groeien. Van een klein 'groepje' is de gemeente qua aantal kerkgangers ondertussen uitgegroeid tot de grootste plaatselijke kerk. Deze groei kwam tot stand door import en overkomst vanuit de gewone hervormde gemeente en de Gereformeerde Kerken en werd ruim twee jaren geleden versterkt door de overkomst van een vijfendertig leden uit de Vrije Hervormd Gereformeerde Gemeente te Hilversum na het overlijden van ds. Overduin. Middels stoelen is het aantal zitplaatsen uitgebreid.
Al met al is het een bonte gemeente. Tegelijk mogen wij ervaren dat het ene Woord eenheid schept, wat in onze tijd van individualisme en polarisatie een bijzonder voorrecht is. Het is enkel, enkel genade dat de Heere ons na zo'n roerige geschiedenis een periode van vrede en bloei schenkt.
Conclusie
Bij het bestuderen van de plaatselijke geschiedenis word je opnieuw bepaald bij het geheim dat Christus de Koning van de Kerk is. Dwars door alle menselijke gerommel heen vergadert Hij Zich een Gemeente ten eeuwige leven. God Zelf houdt Zijn Kerk in stand. Tevens zie je dat dit de menselijke verantwoordelijkheid niet uit- maar insluit. Dankzij de inzet en de offers van het voorgeslacht mag er in het groene hart van Soest op de Engh een plekje zijn, waar de hervormde gereformeerde prediking mag klinken. De HEERE vervulle Zelf de bede op de gedenksteen: 1 Kon. 8 : 29a.
ds. R. van Kooten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's