De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Plurale of pluriforme kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Plurale of pluriforme kerk

Jaarvergadering Gereformeerde Bond

24 minuten leestijd

Enkele weken geleden bevond ik me op een stralende zaterdagmorgen op het prachtige plein in het centrum van Boedapest. Op een bepaald moment kwamen uit verschillende straten muziekkorpsen, afkomstig uit verschillende steden in Europa. Er bleek een festival van politiekapellen op handen te zijn.
Eerst kwam de kapel uit Boedapest, alle leden uniform, oftewel in zelfde grijze uniformen.
Vervolgens kwam München, uniform groen. Daarna Antwerpen, uniform blauw, met witte helmen.
En zo voegden zich negen rijen naast elkaar in gelid op het plein, afgeschermd naar buiten door een haag van politieagenten. Elk van de korpsen speelde bij het aantreden zo haar eigen wijs. Samen vormden ze een veelkleurig gezelschap. Maar het was mogelijk toch ook om samen één harmonieuze melodie te spelen.
U begrijpt waar ik heen wil, maar het verhaal is nog niet uit. Toen het festival al in gang was, kwam er uit een zijstraat nòg een groep. Het was een groep jongeren met trommels en ander lawaaimateriaal. Ze droegen oranje gewaden, liepen wel groepsgewijs, maar toch ook ongeordend dansend door elkaar heen. Het was een groep aanhangers van Hare Krishna, die demonstratief bij de musicerende korpsen wilde aansluiten. Ze werden echter door de grensbewakende politiemannen geweerd en weggestuurd. Die groep verstoorde de eenheid en de harmonie.


Op dat moment nam ik me voor om hier, op de jaarvergadering, met dit gebeuren te beginnen. Een sprekender voorbeeld van pluriformiteit en pluraliteit weet ik niet zo direct te bedenken. De muziekkorpsen sámen waren veelkleurig, pluriform, maar de Hare Krishna groep vormde een dissonant, een vreemde eend in de bijt. Samen met de muziekkorpsen zou er sprake zijn van een vreemde pluraliteit, die de ene melodie zou verstoren. Vandaar die grensbewaking.
Ik wil vanmorgen wat dieper ingaan op de begrippen pluriformiteit (veelvormigheid) en pluraliteit (veelvoudigheid). Vijf jaar geleden sprak ik hier over 'Pluraliteit in de kerkelijke praktijk'. Nu gaat het me vooral om de onderscheiding van deze twee begrippen, die vaak, mijns inziens ten onrechte, door elkaar worden gebruikt in de ontwikkelingen van het kerkelijke leven.

Pluriformiteit
Wat is pluriformiteit? A. D. R. Polman zegt, dat er slechts één Kerk (hoofdletter!) is, één Lichaam onder het éne Hoofd Christus. Hij zegt dan vervolgens, met een verwijzing naar 1 Corinthen 12: 'Er is wel pluriformiteit, zoals er in het lichaam de veelvormigheid is van oor en oog, hand en voet, maar deze verscheidenheid verstoort de eenheid van het lichaam niet. In deze ene Kerk van Christus klinkt de goddelijke roepstem: beijvert u de eenheid des Geestes te bewaren door de band des vredes: één Lichaam en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop uwer roeping, één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen' (Ef. 4 : 3-6).

Vervolgens zegt Polman, dat deze ene Kerk van Christus wèl kent het 'anathema', de vervloeking jegens diegenen, die een ander Evangelie brengen. 'Want er is onder de hemel geen andere Naam, die onder de mensen gegeven is, door Welke wij moeten zalig worden' (Hand. 4 : 12). De kerk dient in de leer van Christus te blijven (2 Joh. vers 9). En Paulus spreekt in vermanende zin over de valse apostelen, die een 'andere Jezus' prediken dan die hijzelf gepreekt heeft: 'Want indien hij komt, die een andere Jezus predikte, die wij niet gepredikt hebben, of indien gij een andere geest ontvingt, die gij niet ontvangen hebt of een ander evangelie, dat gij niet aangenomen hebt, dan verdroegt gij hem met recht' (St. Vert.), oftewel dan is dat 'een vreemde verdraagzaamheid' (N. Vert. 2 Kor. 11 : 4).


Wanneer nu een ander Evangelie wordt gebracht dan dat van de Gekruisigde en de Opgestane valt dat niet meer onder wèttige pluriformiteit. Zo bezien noemt J. H. Gunning pluriformiteit 'ontbinding van de kerk' en 'bemanteling van de zonde'. De verkondiging van het Kruis van Christus heeft alleenrecht in de gemeente, zegt hij. Dat is de noodzakelijke eis der liefde. Die liefde laat 'de naaste, indien hij (dan tòch) rampzalig wil zijn, wel de volle vrijheid' maar nimmer 'zijn recht' om een ander evangelie aan te hangen.
Deze uitspraak van Gunning herinnerde mij aan een bijeenkomst van Groninger godgeleerden ten tijde van Het Getuigenis in 1971. Dr. M. A. Krop, de Groningse studentendominee, had toen de geruchtmakende uitspraak gedaan 'dood is dood'. Achter zo'n uitspraak zit uiteraard ook een onbijbelse visie op de 'leer van Christus', op het verlossingswerk van Christus. Een der aanwezigen zei toen het met Krop eens te zijn en vroeg of ik hem het recht ontzegde in de kerk te zijn. Ik heb geantwoord hem niet het recht te willen ontzeggen in de kerk te zijn maar wel om zulk een dwaling namens de kerk te leren.
Hier geldt het 'anathema'. Gunning zegt: 'verloochent iemand, bepaaldelijk een voorganger in haar (de kerk), dat geloof, zo heeft hij geen recht, in haar als voorganger te werken of te leren'.


Het is dan ook beter om hier, in plaats van over plurifòrmiteit, te spreken over pluraliteit, veelvoudigheid. Is er voor rechte pluriformiteit een wettige basis in de Schriften, voor pluraliteit geldt dat dunkt mij zeker niet. Alsof de kerk zou bestaan uit een veelvoud van opvattingen.
Pluralisme in de filosofie is een veelheid van delen, die niet tot elkaar te herleiden zijn. Zo is het ook met pluraliteit in de kerk: een veelheid van groepen, die niet tot dezelfde leer van Christus zijn te herleiden. Zo is echter helaas pluraliteit wel een bittere realiteit binnen het wereldwijde christendom.
Een plurifòrme kerk kan binnen bijbelse grenzen de trekken vertonen van de 'veelvuldige wijsheid Gods' (Ef. 3 : 10) en de 'menigerlei genade' (1 Petr. 4 : 10). Een plurále kerk accepteert in feite ook de ketterij, een ander Evangelie dan dat van onze Heere Jezus Christus.

Gereformeerde Kerk
De grote verdeeldheid van de kerk in de wereld heeft zo zeker ook als oorzaak het uiteengroeien van de christenheid op vaak fundamentele zaken aangaande de leer van Christus. Wie daarom maar alles wat kerk héét in de wereld bijeen wil brengen, al of niet onder één dak, moet wel in principe de plurale kerk accepteren. Binnen een gereformeerde kerk is dat onmogelijk. Een gereformeerde kerk is gekenmerkt door grenzen, door exclusieve, buiten-sluitende grenzen, die bepaald worden door de vierslag Sola Scriptura (alléén de Schrift), Sola Fide (alléén het geloof), Sola Gratia (alléén genade) en Solus Christus (alléén Christus). Die exclusiviteit is exclusiviteit van de liefde. Omdat er buiten het Woord om, buiten de genade en het geloof om, buiten Christus geen heil, geen zaligheid is! Het gaat om de enige Naam!
Het calvinisme, zei Ph. J. Hoedemaker, omvat een nauwere kring dan het protestantisme en het protestantisme is weer begrensder dan de christenheid in het algemeen. Het is dan ook in strijd met het wezen van een reformatorische kerk haar pluraal te noemen, pluraliteit na te streven of te tolereren.


Maar dan keer ik nu toch eerst nòg weer even terug tot het begrip pluriformiteit. Polman zegt dat, wanneer de scheidingen in de kerken steeds zouden hebben plaatsgevonden vanuit de centrale tégenstelling – Evangelie of géén Evangelie – het er in de kerken anders zou uitzien. Hij zegt: 'In de zondige verdeeldheid van Christus' kerk zijn er echter tal van kerken, die hun gescheiden zijn niet (let wel: niet!) vanuit het genoemde anathema (vervloekt, v.d.G.) kunnen verdedigen'.
Wanneer we inderdaad de verdeeldheid van de gereformeerd hetende kerken in òns land alléén al op ons laten inwerken, kunnen we toch moeilijk volhouden, dat haar gescheurdheid altijd te maken heeft met de scheiding tussen het Evangelie van Kruis en Opstanding en het 'andere evangelie' dat geen Evangelie is. ledere kerk, die ontstond, zocht uniformiteit (één-vormigheid), ontwikkelde ook een eigen, uniform patroon, waardoor men zich steeds sterker profileerde ten opzichte van de ander. En het probleem van de gescheidenheid werd onoplosbaar. Ik laat hier nu buiten beschouwing, dat Kuyper van die nood een deugd maakte, door op grond van pluriformiteit kerkelijke gescheidenheid wettig te verklaren.
De discussies binnen en tussen kerken van gereformeerde signatuur omtrent de vraag welke factoren kerkscheidend mogen heten laten echter zien, dat we binnen het gereformeerd protestantisme het zicht op de bijbelse pluriformiteit binnen het ene lichaam van Christus zijn kwijtgeraakt. Ik sluit daar overigens de eigen hervormd gereformeerde kring niet buiten.


De gereformeerde gezindte is al weer verfijnd tot een reformatorische gezindte en recent kwam men al weer te spreken over een verkerkelijkte sub-zuil in de reformatorische gezindte voor hem en zijn geestverwanten. We moeten ons dan afvragen of er nog enig zicht is op het ene Lichaam van Christus. Veeleer is zulk een situatie kenmerkend voor de geestelijke ingezonkenheid van de gereformeerde kerken (helaas moet ik in meervoud spreken) in dit land. Er is zodoende van de gestalte van de gereformeerde reformatie, zoals die zich tot vandaag in ons land ontwikkeld heeft, weinig goeds te zeggen. We zijn het reformatorisch zicht op de eenheid van het Lichaam van Christus, ondanks onze schone formulieren, kwijtgeraakt.
Als met een goed geweten zou zijn vol te houden, dat er tussen kerken van gereformeerde confessie echte kerkscheidende factoren zijn, zijn die er ook al geweest zijn direct na de Reformatie. Zeker, we onderkennen ook vandaag wezenlijke (accents)verschillen, maar meestal vallen die toch binnen de grenzen van de leer van Christus, van het Evangelie van Kruis en Opstanding? Ze zijn pas echt kerkscheidend geworden, toen de grote afscheidingen in dit land in de vorige eeuw tot beginsel werden en mede daardoor het kerkelijk vraagstuk onoplosbaar werd.
Zou een verdeelde gereformeerde kerkelijke wereld er ten aanzien van Samen op Weg beter ook niet het zwijgen toe kunnen doen?


Maar dan nu ook de andere kant. De ethische Gunning achtte het een grote zonde, dat al hetgeen de Christus der Schriften lóóchent gelijke bevoegdheid heeft met hetgeen Hem belijdt'. En dàt nu is de gronddwaling bij aanvaarding van pluraliteit. De Christus der Schriften kan niet tegelijkertijd beleden en geloochend worden.
Nu zal dit laatste ook niet zo direct worden verdedigd. Pleidooien voor een plurale kerk zijn altijd verhulder als het gaat om het Christusgetuigenis.
Ik denk hier aan wat prof. dr. G. J. Dingemans zegt over 'Modaliteit of pluraliteit' in zijn boek 'Een huis om in te wonen'. Hij pleit voor een dialoogkerk. Nee, dat is geen kerk, zegt hij, waarin 'verscheidenheid en pluriformiteit' leiden tot vrijblijvendheid, 'waarbij ieder de waarheid voor zich kan hebben'. 'Het gaat ons – zegt hij – om een plurale kerk, waarin niet het met-elkaar-eens-zijn het doel is maar het samen zoeken naar de Waarheid'.
Men lette op het woord zoeken. We zijn kennelijk op zóék naar de Waarheid. We mogen echter toch zeggen, dat de waarheid, in onderscheiden gestalten ons geopenbáárd en gegéven is in het Schriftgeworden Woord en in het vleesgeworden Woord. Wij behóéven niet meer op zoek naar de Waarheid. De Waarheid Gods zoekt ons, in de Persoon van Christus, door Woord en Geest.
Nu spreekt ook Dingemans wel over 'De waarheid in Christus'. Maar mij dunkt, dat we dan de vraag scherp moeten stellen. Welke Christus bedoelen we? 'Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen, ben?' vroeg Jezus aan Zijn jongeren. Toen ging het toch maar om dat ene antwoord: 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God'. Zalig zijt gij, zegt Christus op die belijdenis van Petrus. Nog anders gezegd: het gaat om Christus als Zaligmáker, om Jezus als Verlosser, om Zijn verzoenend lijden en sterven. Neem de verzoening en de verlossing weg en we hebben Christus ontdaan van Zijn heerlijkheid.
Deze belijdenis aangaande Christus gaat over het scherp van de snede. Geen andere Naam door Welke wij moeten zalig worden! Daarbij verbleken alle andere namen, die mensen, theologen, filosofen. Hem ook vandaag toedenken, in antwoord op de vraag 'Wie zeggen de mensen, dat Ik, de Zoon des mensen ben?'


Toen recent in Zuid Afrika door Frederik Willem de Klerk, Thoba Mbeki en Nelson Mandela de eed werd afgelegd, zwoeren ze alle drie bij de Naam van God. De Klerk zwoer echter bij de Naam van de drieënige God: Vader, Zoon en Heilige Geest. Daarin lag een bijbels gekwalificeerde belijdenis aangaande God. Daarmee is geen waardeoordeel uitgesproken over het louter zweren bij de Naam van God, want dat is algemeen gebruikelijk. Maar wie bij God zweert kan dat ook doen bij een algemeen Godsbesef. Wie bij de Naam van de drie-enige God zweert, doet dat exclusief bij de Naam van de God van de Bijbel.
Wel, zo spreekt en belijdt een gereformeerde kerk toch vanuit het Sola Scriptura ook gekwalificeerd over Christus, als de Christus der Schriften? Die behoeven we niet te zoeken. Die Waarheid als Persóón is ons geopenbaard, tot onze volkomen verlossing. Men kan echter zó 'zoekend en tastend' (Dingemans) over Christus spreken, dat de Waarheid, die Hij is, niet meer ten volle tot haar recht komt.

Samen op Weg
Ik kom nu in dit verband ook nog even te spreken over het Samen op Weg proces. Prof. dr. H. B. Weijland heeft in zijn afscheidscollege te Kampen op 11 juni 1993 gesproken over het thema 'Om de vrijheid van het Woord' (over het kerkverenigend karakter van artikel I, lid 1-4 van de Ontwerp Kerkorde). Daarin zegt hij, dat de kerkvereniging, waarvoor de Ontwerp Kerk­ orde een model poogt aan te reiken, niet hangt 'aan ondertekeningsakkoorden' en ook niet 'aan plurale ruimten'.
Hij zegt dat de concept-kerkorde ervan uitgaat, dat de kerk 'overeenkomstig haar belijden' gestalte is van de Catholica, dus van de ene, heilige, algemene, christelijke kerk. Niet 'een' gestalte – zegt hij – in de lijn van pluraliteit, maar ook niet 'de' gestalte, in de lijn van exclusief waarheidsdenken.


Weijland koerst hier dus op een middenpositie. Dat is dunkt mij op zich al tekenend voor de breedte, die ook hij omvatten wil. Nu realiseer ik me zeer wel, dat hier veel afhangt van wié wàt interpreteert. De vraag bij dit alles is echter dunkt mij niet of het ontwerp kerkorde zó ruim is, dat al wat christen heet binnen de formuleringen van de kerkorde past, maar of deze kerkorde begrensd genoeg is om met recht een kerkorde voor een gereforméérde kerk te mogen heten.

Ik laat nu maar rusten de al telkens door ons opgevoerde kwestie van de verschillende belijdenissen of belijdende verklaringen, die in het grondleggende artikel van de kerkorde zijn opgenomen. De Remonstranten hebben weliswaar afgehaakt maar zij willen eigenlijk slechts een minimum aan belijden, als ze dat al in formuleringen willen vatten. De geest van het grondslagartikel van de kerkorde is echter van dien aard, dat naar de mening van medeopstellers van de kerkorde, ook de Remonstranten in het geheel heel goed zouden kunnen passen. Er zijn althans krachtige pogingen gedaan om de remonstranten ervan te overtuigen, dat ze óók kunnen meedoen. Dàt nu op zich al betekent, dat de kerkorde op z'n minst voor verschillende uitleg vatbaar is en dat de beoogde kerk, met de kerkorde als basis, een gewettigde plurale kerk zal kunnen zijn. Of men moet zeggen, dat remonstrants vandaag óók gereformeerd is of in de traditie van de gereformeerde Reformatie staat.


Dezer dagen las ik nog eens het boekje 'Spreken over Samen op Weg', een uitgave van de Raad van Deputaten Samen op Weg' uit 1984, uitgegeven in de tijd, dat de zogeheten 'Verklaring van overeenstemming ten aanzien van het samen kerk-zijn' aan de orde kwam. Ik werd daarin getroffen door een uitspraak van dr. S. Meyers. Hij zegt: 'Hoezeer ook in kringen van SoW boven alle twijfel is verheven, dat de klassiek-gereformeerde belijdenisgeschriften meegaan de verenigde kerk binnen, het gaat mij net iets te vanzelfsprekend. Er protesteert immers niemand, terwijl toch in beide kerken sectoren zijn, die het klassiek belijden fundamenteel in gebreke stellen'. Hij vraagt dan of er bij SoW op dit punt niet 'een derde' in het spel is, namelijk 'de geest van relativering van hetgeen het verleden ons, in zijn worsteling om de waarheid, heeft aangereikt'. 'Hoe kan het zo probleemloos toegaan – vraagt hij – terwijl in de NHK op het punt van het belijden de geesten telkens weer openlijk uiteengaan en de GKN met hun belijdenistucht helemaal zijn vastgelopen?'
Mij dunkt, dat hier trefzeker de vinger bij de wonde wordt gelegd. De formulering 'gemeenschap met de belijdenis van het voorgeslacht' kan kennelijk zo ruim worden geïnterpreteerd, dat ook stromingen, die van de inhoud van dit belijden zijn weggegroeid, zich er in kunnen vinden en daarbij ook de opsomming van de klassieke belijdenisgeschriften voor lief kunnen nemen. De 'gemeenschap met de belijdenis' kan kennelijk pluraal worden geïnterpreteerd.


We moeten dan ook goed heenluisteren door het gehéél van de kerkorde om te verstaan hoe de kerkorde zichzèlf, wat betreft haar belijdend karakter, interpreteert. Ten aanzien van het verbond bijvoorbeeld zei recent dr. W. Verboom: 'zo is (…) de principiële overtuiging van het doopformulier, dat kinderen gedoopt behoren te worden, in de nieuwe kerkorde vervangen door een pluraal standpunt. Men kan kiezen tussen de kinderdoop en de volwassendoop.'
Inderdaad, inzake het verbond wordt uitgegaan van een pluraliteit, die de oevers van het gereformeerde belijden te buiten gaat. Nog niet eerder in de geschiedenis van de kerk der Reformatie in dit land – zo is mijn overtuiging – is dan ook een zó naar pluraliteit knipogende kerkorde ontworpen voor een in naam reformatorische kerk.

Hoe ruim?
Hoe ruim is het allemaal? In 1986 werd aan de Vrije Universiteit een symposium gehouden over Samen op Weg, waaraan ruim 700 mensen deelnamen. Op dat symposium sprak wijlen prof. dr. A. Geense over het thema 'Kerk zijn in mondiaal perspectief'. Zijn verhaal is eigenlijk één pleidooi voor een plurale kerk. 'In de kerk komen we niet samen op grond van gelijkheid – zei hij – maar op grond van overwonnen afstand'; dit 'op grond van verzoening en vergeving van zonden'. Voor hem is het wenkend perspectief het ontwikkelen van 'een gemeenschappelijke kijk òp en hoop vóór de wereld'. Dat is dus wel heel breed!
Geense spreekt dan echter – en daar gaat het mij nu om – het volgende intrigerende zinnetje uit: 'Hebben we er wel eens bij stilgestaan dat het grootste gedeelte van de christenen in onze huidige wereld, de Rooms Katholieken en de Orthodoxen, niet door de reformatie zijn heengegaan?' Wat bedoelt zo'n vraag? Ze mag ook ons best bezighouden. Er zijn inderdaad kennelijk in de wereld duizenden schapen, die van de stal van de Reformatie niet zijn. Het is dan ook – laat ik dat voorop stellen – niet aan òns om uit te maken waar de Heere Zijn kerk wereldwijd heeft.
Als Calvijn in zijn dagen al zei, dat ook in Rome nog 'vonkskens' van de kerk van Christus waren, dan zullen we het ook in onze dagen maar houden op wat artikel 27 belijdt, namelijk dat de kerk van Christus verspreid en verstrooid is door de gehele wereld; ook waar ze zich in een andere gestalte openbaart dan bij ons, in onze reformatorische traditie, het geval is.
De Heere zal zijn volk hebben in de huisgemeenten van China en in de oude orthodoxe kerken, in diasporagemeenten en in vluchtelingenkampen. Dan is niet beslissend of men onze belijdenissen heeft maar of men deel heeft aan Christus door het wederbarende werk van de Heilige Geest.

Maar wat bedoelde prof. Geense? Hij sprak op een symposium over concrete kèrkveréniging. Hij bedoelde daarbij toch kennelijk de Reformatie te relativéren.
Mogen we echter misschien óók zeggen, dat het te betreuren is, dat de zegen van de Reformatie niet overal in de kerk van Christus is doorgedrongen? Die zegen namelijk, die ligt opgesloten, geconcentréérd ligt opgesloten in de belijdenis en de belevenis van de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof?
We kunnen die zegen echter binnen de Reformatie zelf ook gaan verspelen, in een langzame vervloeiing naar een plurale kerk, een kerk, die met Johannes Bogerman geen 'ga' (ite!) meer weet te zeggen tegen wat niet strookt met de leer van Christus en als zodanig zielen misleidt.
Moeten we niet eerlijk zeggen dat, in alle getob over de formuleringen van de kerkorde, wel steeds ruimte bepleit is, maar dat stemmen, die opkwamen voor belijnd en begrensd belijden, omdat het gaat om wezenlijk en beslissend heil (zaligheid) voor de mens, in de breedte van de kerken witte raven waren?
Waar is nog de beduchtheid voor het andere Evangelie, de andere geest, de andere Naam, de andere Jezus, zoals de Reformatie die ook in kerkformatie tot uitdrukking bracht?


Daarom zetten we vandaag, juist ook in de ontwikkelingen van Samen op Weg, de begrippen pluriformiteit en pluraliteit nog eens krachtdadig en van heler harte af tegen de zegen van het reformatorisch erfgoed. Wij staan niet in een traditie van een algemene christelijke kerk. We staan in de traditie van de Algemene Christelijke Kerk, die in de zestiende eeuw in een nieuwe geestelijke opwekking haar bedding vond in de kerk der Reformatie. Binnen die kerk mag er verscheidenheid zijn, verscheidenheid binnen de grenzen van het bijbels getuigenis. 'Die verscheidenheid breekt haar eenheid, haar katholiciteit niet', zolang maar niet de leer van Christus, de leer van verzoening en verlossing, voor meerderlei uitleg vatbaar wordt geacht. Een kerk in de traditie van de Reformatie grenst zich echter wel af, grenst zich belijdend af van een oeverloze plurale gemeenschap.


Nu is het op zich niet zo eenvoudig om aan te geven waar wettige bijbelse pluriformiteit overgaat in ongeoorloofde pluraliteit. Het is zeker ook waar, dat een kerk in haar orde en in haar belijden heel begrensd kan zijn en in haar praktijk intussen zeer pluraal kan zijn. In de Hervormde Kerk wordt ieder, die zègt in te stemmen met artikel X van de kerkorde – gemeenschap met de belijdenis der vaderen – ook geàcht daarmee in te stemmen. Terwijl als het gaat over de verkondiging er kennelijk alle ruimte is om een Andere Jezus te verkondigen dan die ons in de Schriften als Verlosser en Zaligmaker is geopenbaard. De woorden 'door Welke wij moeten zalig worden', zo nauw verbonden met de prediking van het reine Evangelie, zijn vaak geschrapt of verbleekt.
Daarom is het niet zo – zoals ons wel wordt toegedicht – dat wij principiéél de plurale gestalte van de Hervormde Kerk aanvaarden, ook niet de volkskerkgestalte. De vraag is slechts hoe zij opnieuw tot Reformatie zal komen. De vraag daarbij was en is of afscheiding van de kerk in haar gedeformeerde gestalte een deugdelijke en aangewezen weg is om tot bekering van het gescheurde lichaam van Christus te komen, zolang die kerk op haar bijbelse en belijdende gestalte aanspreekbaar is.
De vraag is niet minder of Samen op Weg dan de weg is. Naar te vrezen is zal de Verenigde Protestanste Kerk in Nederland, ook al zou de kerkorde nog aanmerkelijk worden verbeterd, nog méér een plurale gestalte hebben. Ze krijgt daarvoor echter meer ruimte in de kerkorde die voorligt.
De woorden, die gesproken worden, kunnen bovendien dezelfde zijn, maar de duiding ervan kan heel pluraal zijn.
Wat dunkt u van de Christus? Dat is de kernvraag.


Daarom worden we niet moede de kerk te herinneren aan haar roeping om begrensd en nochtans bijbels-katholiek te belijden. In 1959 gaf de generale synode van de Gereformeerde Kerken een rapport uit, getiteld Oecumeniciteit en 'pluriformiteit'. Me klimmende verbazing las ik dat dezer dagen. Het woord pluriformiteit staat in de titel tussen aanhalingstekens, alsof men zeggen wilde: pas er mee op, want we gebruiken een woord, dat anderen nogal eens in de mond nemen om een ongeoorloofde ruimte te bepleiten.
In ieder geval wordt het hart van dit rapport gevormd door behartigenswaardige hoofdstukken over 'De kerk in het Nieuwe Testament' en over 'De Nederlandse Geloofsbelijdenis en de "pluriformiteit" van de kerk' De Gereformeerde Kerken waren toen nog gereforméérde kerken, daarom was er toetsing aan Schrift èn belijdenis.
Ik citeer allereerst: 'Volle handhaving van deze belijdenis en praktijk vraagt ook in het heden erkenning van kerken van Christus buiten eigen kerkformatie'. We zeggen dat, op grond van wettige pluriformiteit, volmondig na; hoewel, als eerder gezegd, niet om met Kuyper van de nood van de kerkelijke gescheidenheid een deugd te maken.
Maar vervolgens wordt in genoemd rapport ook gezegd, dat het roeping en verplichting is om in de worsteling tussen 'ware en valse kerk, die in alle kerken gevonden wordt', 'de eenheid, katholiciteit, apostoliciteit en heiligheid van Christus' kerk' te bevorderen. Ook daaronder zetten we een streep. Hier wordt nog, mèt de belijdenis, over 'ware en valse kerk' gesproken. Ongetwijfeld is met dit gegeven in het verleden wel eens te lichtvaardig omgegaan, zodat ook wettige pluriformiteit in een verstrakte uniformiteit (eenvormigheid) werd gesmoord. Maar terecht wordt hier ook een oeverloze, plurale kerk bij de wortel afgesneden.


Wilt u horen wat over de valse kerk wordt gezegd?:
'De valse kerk is de gemeenschap der suppoosten, handlangers, knechten van satan, die onder de duivel als hoofd leven en werken en bewust of onbewust zijn instigaties (ophitsingen, v. d. G.) ondergaan en volgen. Van de dagen van Kaïn af is het het duister pogen van satan om zijn kerk zo op te smukken en te versieren, dat zij voor de ware kerk van Christus wordt aangezien. Daartoe dringen de leden van de valse kerk de ware kerk binnen, bezetten zo mogelijk de eerste plaatsen, vervalsen het evangelie en de leer der godzaligheid, veranderen de wet, voeren hun verzinselen in en oefenen een goddeloze tirannie in de kerk van Christus uit… Juist omdat het de strategie van de duivel is om zijn kerk als de ware kerk voor te stellen, moeten de merktekenen van de ware en van de valse kerk duidelijk worden aangegeven. De opsomming daarvan is zo duidelijk, dat we dit hier niet nader hoeven aan te geven'. Einde citaat.

Mij dunkt, dat hier in ieder geval nog ondubbelzinnig stelling wordt genomen tegen het 'algemeen betwijfeld christelijk geloof, dat vandaag ook door de vrijzinnigen als vrijzinnig wordt herkend.

Vooruit
Ik ga afsluiten. We zullen met schaamte moeten erkennen, dat de kerk van Christus wereldwijd en ook in eigen land zo veelvoudig, zo pluraal geworden is – uiterlijk verscheurd en innerlijk verdeeld – dat er geen redden meer aan lijkt. De kerkelijke vereniging van dit moment lijkt hierbij niet meer te zijn dan een herverkaveling van een plurale kerk en niet reformatie van de kerk tot 'waarheid en eenheid'.
Dat de kerk zo pluraal is geworden is haar schuld. Besef van die schuld is niet van vandaag of gisteren. Honderd jaar geleden zei Gunning al, 'dat wij ontzaglijke omkeringen tegemoet gaan, dat onze overgeleverde kerkelijke toestanden der verdwijning nabij zijn, waarbij ter geestelijke redding van onszelf en van anderen, gelijk de liefde verlangt, de hoogste persoonlijke energie, volle aanvaarding van het kruis nodig zal zijn'.
Hij voegt eraan toe, 'dat er…aan geen andere oplossing onzer kerkelijke kwestie te denken valt dan welke van buiten af door de gerichten Gods over ons zullen komen'. Het zijn profetische woorden.
Is er vandaag minder reden dit zo te zeggen? Is er misschien de aanvechting om het maar niet meer te zeggen, omdat het honderd jaar geleden ook al zo werd gezegd? Ten aanzien van de dag van de wederkomst zei echter Petrus al, dat spotters vroegen: waar blijft de dag van Zijn komst? Zou het zo ook niet kunnen zijn met het geloof in 'de dag van Zijn gerichten'? Zou het niet kunnen zijn, dat we al, zonder de volle draagwijdte daarvan te beseffen, midden in die gerichten ons bevinden en dat Samen op Weg daar niet buiten staat?
Dan is er maar één weg, één uit-weg: diepe verootmoediging.


Op het moment, dat we denken 'vrede en geen gevaar' is het haastige verderf reeds daar. Daarom worden we, op hoop tegen hoop, geroepen vast te houden aan de belijdenis van het ene Evangelie tegenover het 'andere evangelie', dat geen Evangelie is.
Ik citeer één van de coupletten van het gedicht van Gunning over 'Onze kerk', dat vorige week in de Waarheidsvriend stond afgedrukt:

Wij wensen, ruim van oog en hart,
aan allen plaats te geven,
die in onze oude, trouwe kerk,
op haren grondslag leven.
Maar oorlog tot den laatsten snik
aan wie dien grond verlaten
Dan staan wij voor onze erve pal
als Jezus' onderzaten

Maar, om niet zonder hoop te eindigen, sluit ik af met nog een couplet:

Geen aardse Kerkvergadering,
hoe hoog zij zich moog roemen,
kan in de vaderlandse kerk
de leugen waarheid noemen.
Nòg leeft Hij, die in martlaarsbloed
haar eenmaal wilde stichten –
Hij zal ook nòg door Zijnen arm
Zijn heilige rijkszaak richten

Een plurale kerk?
Terug naar de één-voud van de leer van Christus.
Terug naar de één-dracht van Pinksteren. Dan is er alle ruimte voor de véél-kleurigheid van de menigerlei genade!

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Plurale of pluriforme kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's