Het huis uit (2)
Hervormd Gereformeerde sleutelkinderen?
Eens ging ik aan mijns vaders hand
mee naar de avondkerk;
dat ik dat blij en dansend deed,
was Gods genadewerk.
En al begreep ik niet de helft
van wat daar werd gezegd
mijn vader heeft mij naderhand
voorzichtig uitgelegd,
dat ik daar bij de Heere was,
ik hoorde bij 't verbond
waardoor de Heer' mij leren zou
wat ik nu moeilijk vond.
Ik ging nadenkend aan zijn hand
een wereld in het klein,
die naderhand zo menigmaal
vol zorg en angst zou zijn.
Maar die steeds meer vertrouwen kreeg
– het werd mij vóórgeleefd –
in God, Die nooit Zijn Woord van trouw
aan mij gebroken heeft.
Blij ga ik aan Zijn Vaderhand
en wat ik ook verloor
dat, wat mijn vader mij eens zei
vond in mijn hart gehoor.
Helaas verloopt het niet allemaal zoals in dit mooie gedicht van mijn plaatsgenote Co 't Hart is verwoord.
Ook in hervormd gereformeerde kring groeit de groep 'sleutelkinderen'.
Ook onder ons zijn de gezinnen 'opengebroken'.
Ook onder ons neemt de kerkverlating toe.
Hoe dankbaar we ook zijn voor de vele jonge mensen, die nog deelnemen aan onze kerkdiensten, er zijn er nogal wat die er wèl zijn, maar die niet echt meer 'deelnemen'.
Dat zijn de a.s. kerkverlaters (als God het niet verhoedt).
Je ziet het vaak al op de catechisaties.
Als de kleding gaat veranderen, en andere uiterlijke dingen.
Als de woordkeus onverschilliger wordt en de trouw.
Als het meezingen in de diensten gestaakt wordt.
Er zijn zoveel 'kleine signalen'.
Kunnen we het als ouders voorkomen?
Hoe moeten we er op reageren?
Nu er zoveel andere 'op-voeders' zijn dan de eigen ouders en de school, – die vaak geestelijk gesproken meer 'af-voeders' zijn –, hoe kunnen we onze jongeren wapenen, beschermen, terugwinnen?
Geen eenvoudige vragen.
Een rapport – een tendens
In 1992 verscheen een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau 'Jongeren op de drempel van de jaren negentig'.
Ook al vergrijst Nederland, er zijn toch nog zo'n 2,4 miljoen jongeren in de leeftijd van 15-25 jaar.
En in vergelijking met de zestiger en zeventiger jaren, zijn er een aantal opmerkelijke veranderingen onder de jeugd geconstateerd.
Na de flower-power en andere revoluties, lijkt de jeugd wat tot 'rust' te zijn gekomen. Een leuke baan, een goed inkomen en een gezin, scoren weer hoog.
De tegenwoordige jeugd heeft een 'conflictarme, soms zelfs harmonieuze overgang naar de volwassenheid'.
Steeds vaker hebben jongeren naast hun school ook een bijbaantje.
Hun besteedbaar inkomen (omdat ouders vaak ook nog het zakgeld, ondanks de bijverdiensten blijven doorbetalen), neemt toe.
Het 'op kamers gaan' wordt een paar jaar uitgesteld.
En ook al kun je spreken over 'nijvere jongeren', die minder vrije tijd hebben dan vroeger (nu zo tussen de 35 tot 40 uur per week), toch wordt van die schaarse vrije tijd nog ongeveer 20 procent in beslag genomen door 'uitgaan'.
En ruim een derde deel van deze twintig procent gaat zitten in tv kijken en muziek luisteren.
Een Brits reclamebureau voorspelde al twee jaar eerder, dat 'de' jongeren van rond 1995 'materialistisch en ik-gericht' zullen zijn.
Jongeren geven ook gemakkelijk hun geld weer uit.
En dan vooral aan kleding, alcohol, snacks en cd's.
Zo maar wat cijfers en tendensen, die ook onze deuren niet voorbijgaan.
Wat zijn sleutelkinderen?
Onder sleutelkinderen wordt meestal verstaan 'jongeren die vaak in een ouderlooshuis thuiskomen'.
Ze hebben wel een sleutel.
Dus ze kunnen erin.
Maar er is vaak geen moeder of vader aanwezig aan wie ze hun verhalen kwijt kunnen.
Ze krijgen wel te eten, maar vaak verliest de maaltijd het als 'ontmoetingspunt' van de 'snelle hap' en de vaak luidruchtig aanwezige radio en tv.
En vergeet ook de telefoon niet.
Vroeger waren winkels tussen de middag nog een uur gesloten, maar dit 'rinkelding' kent geen sluitingstijd.
Midden in een (soms eindelijk) goed gesprek gaat die stoorzender.
Jongeren hebben vaak wel een 'huis', maar geen 'thuis'.
Opvoeding wordt steeds meer 'zelfbediening'.
En ouders laten het ook als 'krapplank' vaak afweten.
Hoewel jongeren steeds later 'volwassen' worden – d.w.z. de steun en begeleiding van ouderen dus lànger nodig hebben – hoor je ouders nogal eens zeggen (soms uit gemakzucht) 'ze moeten zelf hun koers bepalen'.
Maar veel ouders vergeten dan, dat de opvoeding uit de kinderjaren, waarbij we als ouders gebruik maken van 'direkte besturing' later vervangen wordt door 'afstandsbediening'.
Neen, niet dat alles 'volautomatisch' gaat. Hoe hoger de snelheid (en wat leven we tegenwoordig snel), hoe gevaarlijker onvoorzichtige of ondoorzichtige koerscorrecties worden.
Ergens las ik eens de opmerking, dat 'pubers leven in botsauto's'.
Daar bedoelde men mee te zeggen, dat pubers vaak zo luidruchtig hun weg gaan.
Denken en spreken (en ook gevoelen!) in gróte tegenstellingen.
Zeer ongenuanceerd
Iets is of helemaal gááf, of helemaal wáárdeloos.
Er zijn geen nuanceringen.
En daardoor ook nogal wat botsingen.
Vandaar 'leven in botsauto's'.
Toch zit er ook in zulke autootjes een stuur.
En soms moet dat gebruikt worden, anders blijf je helemaal stilstaan!
Wat is het belangrijk, dat we als ouders tijd nemen voor onze jeugd. En wat een zegen, wanneer je ook vrienden en vriendinnen hebt (als ouders) die je (zoals die doopouders op Patmos) van tijd tot tijd even 'optillen'.
Ervaringen uitwisselen, raadgevingen ontvangen, en samen belijden, dat we net als Job eertijds hoe goed het ook lijkt te gaan met onze kinderen, altijd afhankelijk zijn van Gods onmisbare zegen.
De deur uit of nog thuis
Er wordt veel aandacht besteed aan dat aangrijpende moment, dat jongeren 'de deur uit' gaan.
De weekendtas, de afspraken over de was. Het leven op kamers, in een vreemde stad. Zeker, zeer ingrijpend.
Hoe belangrijk zijn goede vrienden en vriendinnen.
Christelijke studentenverenigingen.
Kerkelijk jeugdwerk in de plaats waar je woont.
Belangrijk, dat ervan twee kanten aansluiting gezocht wordt.
Prak-avonden, jeugdweekends.
Toch kom ik ook steeds meer jongeren tegen, die thuis op kamer zijn.
Voordeurdelers, die steeds minder de huiskamer, laat staan het bid-vertrek delen.
Wel in hetzelfde huis, maar helemaal je eigen leven leiden.
Je eigen muziek, je eigen TV, je eigen 'sfeer' en je eigen dagindeling.
Hooguit nog de afspraak 'wie doet de garage op slot en het licht uit?'
Het is niet goed als we zó uit elkaar groeien, dat de vrienden en vriendinnen niet meer 'beneden' komen.
Het is niet goed als we zó ver uit elkaar leven, dat we niet meer van elkaar weten 'waar we uithangen'.
Hanna zag haar kind maar eenmaal per jaar, toch leefde ze dagelijks met hem mee.
Met haar werkende handen en met haar gevouwen handen.
En in het gebed wordt zelfs de grootste afstand overbrugd!
Toch sleutelkinderen?!
In de wet van Mozes komt de verhouding tussen ouders en kinderen aan de orde in het vijfde gebod.
Het is het eerste van de tweede tafel.
Scharnier tussen onze verhouding tot God (de eerste tafel) en onze verhouding tot de naaste.
Daarover zou met het oog op onze tijd veel te zeggen zijn.
We kunnen onze kinderen het geloof niet geven.
We beseffen meer dan ooit, dat het Gods gave is.
En àls jongeren ook geestelijk in het voetspoor van de ouders en van de gemeente gaan, dan zullen we ons er alleen stil (hoewel: ze mogen het best eens hóren!) en dankbaar over verwonderen.
Co 't Hart zei in haar gedicht wèl 'het is mij vóórgeleefd'.
En Paulus heeft het óók over 'leesbare brieven'.
En in plaats van klagen over jongeren die niet meer 'thuis' willen zijn, omdat ze het er 'niet meer kunnen vinden', zouden we ons als ouders méér moeten afvragen 'hoe leesbaar zijn wij eigenlijk?'
En hoe is de sfeer thuis?
Wat is er bij ons te merken van het 'ziet, hoe lief ze elkaar hebben' van die gemeente kort na Pinksteren?
Genade is geen erfgoed.
En we weten, dat hoe meer de eindtijd vordert (Markus 13 : 12) ook de spanningen in de gezinnen zullen toenemen. Maar er is ook het profetisch vergezicht van Jesaja 8 : 17 en 18, dat in Hebr. 2 weer terugkeert met die bijzondere belofte juist voor de gezinnen!
Laten we daar niet aan voorbij leven.
Soms is het in bepaalde perioden moeilijk om de sleutel te vinden waarmee je het hart van je eigen kind voor jou als vader of moeder open krijgt.
Dan lijken ze zo onbereikbaar.
'Ik heb op het ogenblik helemaal geen contact met m'n eigen kind'.
Dat kan weleens een slapeloze nacht geven.
Maar naar die sleutel blijven we zoeken, totdat we hem weer vinden!
Zodat ze niet alleen van tijd tot tijd in huis zijn, maar ook echt 'thuis' zijn.
Wij kunnen als ouders en als gemeente onze kinderen de weg naar Gods schatvertrekken alleen maar wijzen.
Wij hebben dáárvan de sleutel niet.
Maar we weten wel Wie déze sleutel heeft. Hij, Die ook De Deur is.
Jezus Christus.
In een wereld, waarin mensen steeds meer deuren voor elkaar sluiten, mogen we van Hem getuigen. Die voor de kleine gemeente van Filadelfia (Openb. 3 : 7, 8) zulk een rijke belofte had.
Een geopende deur.
Ook naar harten van mensen.
Zelfs waar niemand dat verwachtte.
Wie door het geloof dit geheim leert kennen wordt ook, maar dan in een heel ander opzicht… sleutelkind.
Zelfs in een kleine gemeente.
Daarvan kunnen er niet genoeg in deze wereld zijn!
Ik lag vannacht toch niet voor niets te bidden?
U kent mijn strijd toch wel en mijn verdriet?
Om 't ene kind, dat zover afging dwalen?
O Heer', waarom voorkwam u dat toch niet?
Al wat ik had, heb ik mijn kinderen gegeven
ging, ondanks dàt, er soms iets door mij fout?
Naar mijn vermogen gaf ik liefde, tijd en aandacht.
Wanneer ging het mis? Dàt is 't wat mij benauwt!
Ging door de drukte van de dagelijkse zorgen
er iets aan mijn opmerkzaamheid voorbij?
Zagen – ondanks dat ik uit Uw kracht wilde leven –
mijn kinderen toch niet UW beeld in mij?
O Heer', ik breng de nachten door met tobben,
houdt U toch voor mijn smekingen niet doof.
Vergeef mij al mijn onvolkomenheden
en sterk mijn soms zo wankelend geloof.
Ik weet: dit afgedwaalde lam zal eens uitschreeuwen
haar eenzaamheid en wanhoop en berouw…
Ik bid U, God, houdt toch niet op met zoeken,
betoon door de geslachten heen Uw trouw.
Dit is mijn troost in al die bange nachten
Uw liefde is groter dan de dwaling van mijn kind!
Maar néém mijn handen… leer mij lós te laten
ik bid, dat niet ik, maar dat U haar eenmaal vindt!
P. Vermaat, v.d.m., Maassluis
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's