Nabetrachting op Pinksteren
'Ontwaak, Noordenwind en kom, gij Zuidenwind, doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien'.Hooglied 4 : 16a
De bekende Anglicaanse bisschop, ds. J. C. Ryle (1816-1900) zegt ergens dit: 'Heeft iemand het verlangen om de Kerk van Christus te helpen? Laat hem dan bidden om een grote uitstorting van de Geest. Want de Geest is de enige Die scherpte geven kan aan preken, puntigheid aan raadgevingen en kracht aan vermaningen. Hij alleen kan de hoge muren van zondige harten neerwerpen. Wat wij in deze tijd nodig hebben, zijn niet mooiere preken, maar we hebben behoefte aan de aanwezigheid van de Heilige Geest.'
De woorden van deze gezegende prediker hebben nog niets aan actualiteit verloren! Het mocht daarom wel onze dagelijkse verzuchting zijn: 'Ontwaak Noordenwind en kom, gij Zuidenwind…'
Want wees eens eerlijk, is het geen grote zegen als gemeenten welsprekendheid en talent, keurige rechtzinnige, maar dode preken niet langer bewonderen, maar levende klanken gaan begeren? Als voorgangers niet langer knappe en minder knappe staaltjes van exegese te berde wensen te brengen, maar worstelen met de Geest om zielen te vangen voor Koning Jezus en daarom Zijn Naam verhogen als de enige Naam onder de hemel gegeven tot zaligheid van zondaren? Als woorden gaan treffen en uitwerken een vragen naar en leven met de HEERE? Als gemeenten en voorgangers voor en met elkaar worstelen aan de Genadetroon, begerig naar vrucht op de Woordbediening? Is dat niet heerlijk als vrucht op de bede: 'Ontwaak Noordenwind, en kom. Gij, Zuidenwind…'
De Heilige Geest wordt in dit gebed vergeleken bij wind. Geen onbekend beeld. Immers, in Handelingen 2 lezen we er ook van. Een geweldig gedreven wind, een storm. Het is het uiterlijke, voorbijgaande teken van een zaak, die innerlijk diep doorleefd wordt om niet meer weg te gaan. De Geest. Die alles vervult met de heerlijkheid van een Drieënig God. Vader en Zoon dalen af in het hart der Kerk. Het geloof wordt verzegeld. Maar niet alleen dat. De Geest doet meer. In Zijn krachtige werking gaat Hij een zondaar overtuigen van zonde, oordeel en gerechtigheid. Hij leert wanhopen aan en omkomen met alles buiten Christus. Hij leidt naar de doorboorde handen van de Borg en geeft geen rust voordat men is teruggekeerd in het Vaderhart.
Weten wij van de werking van deze Geest in eigen leven? Door de Geest gaan we om de Geest roepen, gelijk de bruid uit het Hooglied. Want die Geest is voor Gods kind de Leidsman. Nee, die Geest maakt ook niet zelfgenoegzaam, maar doet de hemel bestormen om meer.
De bruid vergelijkt de Geest bij de Noordenwind en de Zuidenwind. De bedoeling is duidelijk. Ieder weet dat de wind uit verschillende hoeken waaien kan. De richting waaruit de Schepper hem laat waaien heeft grote invloed op het gewas. De Noordenwind is koud en scherp, tuchtigend van aard. De Noordenwind voelt niet prettig aan. Toch is ze op haar tijd niet minder nodig dan de Zuidenwind, die het jonge leven doet uitbreken en doorbreken.
Wat nodig is in het Rijk der natuur, is niet minder nodig in het Rijk der genade.
'Maar waarom moet de bruid nu nog bidden om de bediening van de Geest in de hof van het eigen zieleleven? Bekeerd is toch bekeerd?' Nooit geleerd, lezer wat die hof van uw hart is? 'Ja, van nature vervuld met een beestachtige liefde tot het goed van deze wereld (Calvijn) en haat tegen God en Zijn Gezalfde. Maar na ontvangen genade dan?' O, wat een onreinheid en wereldzin. Het vlees begeert tegen de Geest. Die tempel des Geestes moet gedurig weer gereinigd worden.
En die nu de heerlijke bediening van de Geest in eigen leven leerde kennen, zou die niet gaan verlangen naar een sterke doorwerking van die Geest in onze tijd? Daar, waar we moeten zien dat de zon aan het ondergaan is in het 'rijke' westen, waar men zuiniger is op zijn fiets dan op zijn ziel! Waar alle mogelijke zonden worden gestimuleerd en gepropageerd. Waar alles tot een climax lijkt te raken. Waar de liefde van velen verkilt en men ook op kerkelijk erf elkaar met de Waarheid in de hand geduchte klappen toedeelt. Waar men liever oren dan voeten wast! Och, wat hebben u en ik, lezer, ermee van doen voor de hoge God? Er is kerkelijke verdeeldheid en verbrokkeling als misschien wel nooit tevoren. Er wordt vergaderd bij het leven en ondertussen gaan duizenden bij duizenden ongewaarschuwd verloren (Spurgeon). Wat we nodig hebben? Dat Gods Geest nog weer eens krachtig onder ons doorstormt. Dat heilige en onheilige huisjes verpulverd worden en er massaal tempels van vrije genade worden opgericht.
Ach, zegt u, ik weet niet hoe het allemaal moet! Weet dan slechts dit: De Heilige Geest wordt beloofd aan hen 'die daarom bidden' (Luc. 11 : 13).
'Maar het is zo'n donkere tijd!' Zou dat de Geest in de weg staan, denkt u? De omstandigheden waaronder de Pinkstergeest werd uitgestort, leken ook niet de meest geschikte. Er is nooit enige verwachting bij ons, maar God is een God van wonderen. Die altijd door onmogelijkheden heen werkt. Hij is vrijmachtig, maar ook almachtig.
Och, dat we aan vormendienst en schema's niet langer genoeg hadden en Hem geen rust gaven voordat Hij opstond onder ons om Zijn Geest nog weer eens krachtig uit te gieten in ons midden, zodat zonen en dochters gaan profeteren, jongelingen gezichten zien en ouderen dromen dromen. 'Opent uwe mond.'
Ps. 81 : 12
ds. J. Belder, Katwijk aan Zee
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's