Boekbespreking
J. Hoek: Geloven de twijfel te boven – Een reactie op Kuitert. Uitgave: Kok/Kampen. Prijs ƒ 39,90.
Het rumoer ontstaan door Kuiterts publicatie 'Het algemeen betwijfeld christelijk geloof' (1992) is intussen behoorlijk geluwd. De verbazing over de hoge verkoopcijfers verwerkt en geboekstaafd. In 'Mekka jaarboek voor lezers 1994' komt het voor in één van de lijsten samengesteld door het CPNB van 10x10 best verkochte boeken. In de categorie 'Lichaam en geest' staat het over het jaar 1993 zelfs als nummer één vermeld. Die hoge cijfers zal het boek van dr. Hoek niet halen, vermoed ik. Wel staat ook de naam van Hoek in genoemd jaarboek vermeld. Dit vanwege de affaire die ontstond bij het verschijnen in maart 1993. Ik citeer: 'Hoek, die in zijn boek wil aantonen dat wie (zoals Kuitert) Jezus Christus wil relativeren de kern van het geloof aantast, heeft niet geplagieerd (want duidelijk zijn bron vermeld), maar een zodanig grove inbreuk op het auteursrecht gepleegd dat Kuiterts boek vrijwel overbodig is geworden'. Wat intussen absoluut niet bewezen is! Een pijnlijk misverstaan van Hoeks goede en nobele bedoelingen: Kuitert eerst zelf laten zeggen wat hij wil zeggen en pas daarna je commentaar er op leveren. We bespreken hier de 2e druk die vrij snel na genoemde affaire door dr. Hoek werd gereed gemaakt. De inhoud is verrijkt met een slothoofdstuk waarin Hoek Kuiterts theologiseren evalueert vanuit Schriftuurlijk-orthodox standpunt. Ook viel me in de 2e druk de uitweiding op die Hoek geeft aan het door Kuitert veelvuldig gehanteerde begrip metafoor. Met behulp van een beeld dat uit onze ervaringswerkelijkheid stamt zeg je iets over een eigenlijk onzegbare werkelijkheid. Metaforen verschuiven met de voortgang van de tijd. Sommige kun je niet meer hanteren, zoals je ook munten uit de Gouden Eeuw niet meer kunt gebruiken in de supermarkt. De theologie lijkt steeds de metaforen op haar toepasbaarheid en geldigheid. Kuitert schept met behulp van het begrip 'metafoor' voor zichzelf de nodige ruimte om uit de voeten te kunnen met uitspraken en beelden uit de bijbel. Daar zit volgens Hoek terecht het gevaar. De grenzen van de metafoor worden door de Schrift zelf aangegeven. Overigens blijft voor mij de vraag in hoeverre ook binnen de Schrift zelf sprake is van het gebruik van metaforen die toen zijn gekozen om het mysterie te vertolken voor mensen uit die tijd. Ik voel met Hoek aan hoe glibberig dit terrein is. Eer je er erg in hebt, reduceer je de boodschap tot het voor jou acceptabele en retoucheer je de ergernis. Toch ligt hier de uitdaging die Kuitert op zijn manier is aangegaan. Ik ben uiteraard met dr. Hoek van mening dat je het resultaat van Kuiterts herziening als reformatorisch theoloog onmogelijk voor je rekening kunt nemen. Met het weggooien van veel badwater blijft er te weinig kind over. Maar wat zijn onze antwoorden dan op veel eigentijdse vragen. Vragen die bijvoorbeeld het moderne Schriftonderzoek stelt aan hen die og altijd willen vasthouden aan hermeneutische beslissingen uit de periode van de Reformatie. Vragen die vanuit de New-Age beweging tot ons komen betreffende de relatie God en mens. Problemen met het geloof in de voorzienigheid Gods vanwege de geweldige vragen rond het lijden en het onrecht in de wereld. Dr. Hoek geeft veelvuldig blijk voor allerlei vragen open te staan. Hij gaat begripvol met de antwoorden van Kuitert om. Hij probeert hem zover mogelijk te volgen en zo mogelijk te waarderen. Hij prijst hem om zijn zeggingskracht en taalvermogen. Hij doet hem in alle opzichten recht en laat zich nergens verleiden tot schreeuwerige en goedkope leuzen tegen Kuiterts ideeën om zo snel mogelijk eigen gelijk te scoren. Hij dicussieert in de A-gedeelten nobel en eerlijk. In de B-gedeelten volgt Hoeks reactie. Hij doet dat door op een frisse en eigentijdse manier uitleg te geven aan vooral artikelen van de Confessie Belgica. Tegenover Kuiterts uitdagende herzieningen staat bij Hoek in feite slechts een herhaling van de antwoorden van de kerk der eeuwen. Dat is niet verkeerd, maar daar zal Kuitert niet echt van opgekeken hebben. Die antwoorden kende hij wel vanuit zijn Gereformeerd verleden. Daarom is er ook geen echte ontmoeting ontstaan tussen Hoek en Kuitert. Nu kon dat ook eigenlijk niet, omdat tussen beiden in de Schriften staan en hun absoluut gezag. Voor Kuitert is dit gezag er niet meer. Hoek blijft er eerbiedig voor staan. In VU-Magazine van november 1993 typeert Gert J. Peelen de discussie tussen Kuitert en diens andere opponent dr. H. S. Versnel met de woorden 'Een debat tussen doven'. Dat beeld acht ik in wezen ook van toepassing op de ontmoeting Kuitert-Hoek. Ik moest ook denken aan een beeld dat in de geschiedenis van de theologie al eens eerder is gebruikt: Hoek en Kuitert passeren elkaar als schepen in de nacht. Een debat tussen doven. Omdat Kuitert doof is geworden voor het getuigenis van de Schriften. Maar is Hoek dan doof voor de vragen van deze tijd? Dat zou ik niet durven zeggen. Maar Hoek start wel met zijn antwoord in wat vast staat voor hem: de Schrift en de confessie. Zijn repliek bestaat in wezen uit herhalingen, zij het met wat andere woorden. Herhalingen van begrippen en woorden uit de schat van de kerk der eeuwen. Ik heb Hoeks studie de achterliggende maanden verschillende keren gelezen. Met instemming en bewondering voor zijn moed om de Areopagus van onze tijd op te klimmen. Bij mij kwam wel steeds de vraag naar boven: hoe ver mogen en moeten we gaan om de mens van onze tijd te bereiken. Kan het dan nog wel helemaal met letterlijke antwoorden uit het verleden? Want de toelichting in de B-gedeelten die Hoek geeft bij de gereformeerde confessie als antwoord op Kuitert zijn toch slechts voor echte insiders te volgen. Af en toe had ik het idee preekfragmenten te lezen over artikelen van de NGB.
De taal wordt dan opmerkelijk stichtelijk. Dr. Hoek beschikt over een vaardige pen. De lefschoppers die lofscheppers worden, komen zelfs tweemaal voor (101 en 127). Het woord 'laconiciteit' (152) lijkt me teveel van het fraaie, want een neologisme. De openingszin (15) is meer op z'n plaats op de achterflap om een aarzelende koper in de boekwinkel over de streep te trekken. Want wie eenmaal het boek gekocht en in handen heeft, zal neem ik aan het ook wel gaan lezen. Misschien dat deze wat al te uitvoerige recensie nog wat meer kopers en vooral lezers oplevert. Want dr. Hoeks poging verdient wel de aandacht van allen die èn het klassieke belijden èn de vertolking ervan in het heden nog altijd hoog in het vaandel hebben staan.
J. Maasland
Bert Koning, Gedachten over het Vrederijk. Uitgeverij Aksent, België, 80 blz., ƒ 12,50.
De schrijver stelt de verwachting van het komende (duizendjarig) vrederijk tegenover de New Age-gedachte dat wij door menselijke inspanning een vrederijk kunnen bewerken. Daarbij gaat hij niet diep op de New Age-beweging zelf in, waardoor veel gedachten iets ongenuanceerds hebben gekregen. Terecht zegt hij dat het Koninkrijk van God niet van deze wereld is, maar 'van buiten' moet komen en wij dat Koninkrijk alleen kunnen zien (ingaan) door wedergeboorte.
In een van de laatste hoofdstukken trekt hij lijnen van de zeven feesten van Israël uit Leviticus 23 naar de wereldgeschiedenis. Het Pascha, het feest van de ongezuurde broden, van de eerstelingen-garve en van de eerstelingen zijn vervuld in Christus en met Pinksteren. Na Pinksteren volgt een periode zonder feesten, de periode van rijping, waarin het tarwe en het onkruid (goed en kwaad) samen opgroeien tot de dag van de oogst. In die periode leven wij. De laatste drie feesten (van het bazuingeschal, de grote verzoendag en het Loofhuttenfeest) staan voor de deur en hebben betrekking op het herstel van Israël. Of je zulke lijnen zomaar kunt trekken, betwijfel ik. Maar al te gemakkelijk kan het komen tot speculaties, die weinig bijbelse grond hebben. Het Loofhuttenfeest mogen we op grond van onder andere Openb. 7 : 15-17 zeker zien als voorafschaduwing. Ik zou dat echter willen zien als voorafschaduwing niet van het duizendjarig vrederijk, maar van de tijd na de wederkomst van Christus, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
H. Veldhuizen, Zoetermeer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's