Ik geloof in de Heilige Geest (2)
De Apostolische Geloofsbelijdenis (13)
Waarachtig God
Wat gelooft gij van de Heilige Geest, vraagt de catechismus in zondag 20.
Het antwoord is: ten eerste, dat Hij te zamen met de Vader en de Zoon waarachtig en eeuwig God is. Met de woorden van de geloofsbelijdenis van Nicea is dit ook impliciet gegeven, wanneer gezegd wordt, dat de Heilige Geest te zamen met de Vader en de Zoon aanbeden en verheerlijkt wordt. De Heilige Geest is God. Deze belijdenis heeft een vertroostende en kritische kant. Vertroostend: Wanneer de Heilige Geest woont in onze harten, is dus niemand minder dan God zelf onder ons dak binnengekomen. Wie kan het wonder hiervan bevatten? Wie zal de realiteit hiervan voldoende peilen, zodat hij alle troost en blijdschap hiervan zal beleven? Wanneer we mogen weten, dat de Geest in ons woont, zijn we zo onvoorstelbaar rijk.
De kritische kant is deze: We zullen niet de Heilige Geest mogen verwarren met onze menselijke geest. Dat gevaar is vandaag, nu de menselijke ervaring zo centraal staat, niet denkbeeldig. Transcendente ervaringen, religieuze belevingen, psychische topervaringen, heel gemakkelijk krijgen ze alle op voorhand het stempel van de Heilige Geest opgedrukt. Maar de Heilige Geest is niet onze geest, ook niet onze geest in zijn meest ontroerende en religieuze gestalte.
Maar hebben wij allen dan niet iets van God in ons? Heeft Hij zijn goddelijke adem, dat is zijn Geest, dan niet in onze neus geblazen? Jawel, maar daardoor heeft niet een vermenging plaatsgevonden tussen het goddelijke en het menselijke. De goddelijke adem is in onze neus geblazen, opdat wij zo werkelijk mèns zouden zijn. Levend op de adem van zijn stem, dat is van Hem afhankelijk, in een nauwe relatie met Hem. In deze tijd overspoelt ons een nieuwe vloedgolf van gnostisch denken (New Age). Kenmerk van alle gnostiek is de vermenging van het goddelijke en het menselijke. De diepste kern van ons menszijn zou een vonk zijn van de goddelijke Geest. Deze gedachte is niet in overeenstemming met het bijbels-israëlitisch scheppingsgeloof. Ook in de herschepping komt de Geest van God niet zó in ons wonen, dat er vermenging optreedt tussen het goddelijke en het menselijke. Zijn inwoning dient er slechts toe om ons juist als mens tot onze bestemming te brengen.
Aanbidding en lofprijzing
Omdat de Heilige Geest waarachtig God is, kan Nicea zeggen, dat Hij ook te zamen met de Vader en de Zoon aanbeden en verheerlijkt wordt.
Hier zijn we bij het hart van het dogma. Het ging de kerkvaders, die het dogma van de drieëenheid vorm gaven niet om wijsgerige speculatie, maar om aanbidding en lofprijzing. Vooral de kerk van het Oosten heeft deze lofprijzing tot op de dag van vandaag heel overtuigend in haar liturgie bewaard.
Het is een gelukkige gedachte geweest van de opstellers van de concept-kerkorde van de Verenigde Protestantse Kerk, aparte aandacht te vragen voor de viering van zondag Trinitatis. Juist in onze tijd, nu allerwegen zo menselijk en zo functioneel over God gedacht wordt, is het een goede zaak aandacht te vragen voor het dogma van de drieëenheid, maar dan niet met het accent op de leerstelligheid, maar met het accent op de lofprijzing. Deze lofprijzing op de drieënige God zal dan niet beperkt moeten blijven tot zondag Trinitatis, maar van daaruit al de andere zondagen, die de daden van de drieënige God uitzeggen, doortrekken. Men kan zeggen van de charismatische beweging wat men wil, men kan zeggen van Taizé wat men wil, maar indrukwekkend is de manier, waarop daar de lofprijzing gestalte krijgt. Wij kunnen er slechts tot onze schade aan voorbijgaan. Nogmaals, juist omdat onze tijd zo functioneel denkt over God en het dogma van de drieënige God de mensen verstandelijk totaal niet aanspreekt. Willen we de belijdenis niet verliezen en daarmee het geheim van wie de drieënige God is, dan zullen we er vooral van moeten zingen.
In de aanbidding en de verheerlijking wordt dus ook de Heilige Geest betrokken, omdat Hij te zamen met de Vader en de Zoon waarachtig God is.
We aanbidden en verheerlijken in Hem God de Vader, die zijn levensadem geeft aan al het geschapene. We aanbidden en vereren in Hem God de Vader, die in onze harten wilde komen wonen dankzij het verzoenend werk van de Zoon. We aanbidden de Geest, maar in de aanbidding van de Geest laten we de grondbelijdenis van Israël niet los: De HEERE is één.
De Geest der profetie
Het laatste, wat Nicea belijdt over de Heilige Geest, is: die gesproken heeft door de profeten. Daarmee belijdt de oude kerk impliciet de eenheid van het oude en het nieuwe verbond. Rond 200 was er de gevaarlijke poging van Marcion geweest, deze eenheid absoluut te ontkennen. De God van het Oude Testament zou iemand anders zijn dan de God en Vader van Jezus Christus. Het mag wel een wonder van de Geest genoemd worden, dat deze ketterij beslist werd afgewezen. Wanneer de belijdenis van Nicea uitspreekt, dat de Geest gesproken heeft door de profeten, is hiermee de blijvende betekenis van het Oude Testament erkend. De Geest, die woont in de harten van heidenen, die Jezus Christus als Heere gingen belijden, is dezelfde aan wie we de profetische openbaring aan Israël te danken hebben. Hoezeer ook in de Oude Kerk de vervangingsgedachte opkwam (de kerk zou in plaats van Israël gekomen zijn), in deze belijdenis bewaart de kerk toch de blijvende band met Israël. Een belangrijk gegeven, omdat hierop kan worden teruggegrepen in het oecumenisch gesprek met de kerken van het Oosten, waar tot op de dag van vandaag de vervangingsgedachte volop aanwezig is en leidt tot een negatieve visie op het huidige Israël.
Het is vervolgens ook geen verre stap om vanuit de belijdenis, dat de Geest gesproken heeft door de profeten, de lijn door te trekken naar de gave van de profetie, die volgens het Nieuwe Testament (o.a. 1 Cor. 14) nog steeds als één van de belangrijkste gaven van de Geest verwacht mag worden. Zijn er profeten onder ons, die wij als zodanig niet herkennen en erkennen?
Of hebben wij de Geest zozeer bedroefd, dat Hij de gave van de profetie heeft ingetrokken? De grote verwarring en verdeeldheid, waarin wij als kerken zijn terechtgekomen, mag ons wel zeer verlegen doen zijn om de geestesgave van de profetie. Profeten waren en zijn zij, die overtuigend in de verwarde situatie aangeven wat de wil van God is. Wat zijn we om zulke mensen vandaag verlegen.
Geloven in de Heilige Geest betekent ook er ernstig rekening mee houden, dat God ons vandaag profeten zendt.
Het persoonlijke
Tenslotte wenden we ons nog een keer naar catechismus zondag 20. We kozen eerst voor een bespreking van enkele aspecten van de persoon en het werk van de Heilige Geest aan de hand van de geloofsbelijdenis van Nicea. We deden dat omdat deze voor wat betreft de belijdenis van de Heilige Geest rijker is dan het Apostolicum en omdat we door ons in deze belijdenis te verdiepen, verrijkt worden met de brede katholieke traditie tot en met die van de oosterse kerken. De belijdenis van Nicea is immers de enige belijdenis, die alle christelijke kerken ter wereld gemeenschappelijk hebben.
Daarnaast mogen we ook heel blij zijn met een typisch reformatorisch belijdenisgeschrift als de catechismus. Aan de ene kant treffen we hier de aansluiting bij de Oude Kerk aan in het begin van zondag 20: De Heilige Geest is te zamen met de Vader en de Zoon waarachtig en eeuwg God.
Aan de andere kant komt het geheel eigene van de Reformatie naar voren. Dat geheel eigene is het persoonlijke. De verschillen met de Rooms-Katholieke kerk lagen immers niet in de interpretatie van het oudkerkelijk dogma, maar gingen over de wijze, waarop het heil, dat door de gehele katholieke kerk van oost en west wordt beleden, ons deel wordt.
Op dit punt heeft de Reformatie oude en nieuwe schatten uit de Schriften opgediept. De Heilige Geest is ook mij gegeven, zegt de catechismus, opdat Hij mij door een waar geloof Christus en al zijn weldaden zou deelachtig maken, mij zou troosten en eeuwig bij mij zou blijven.
De bemiddeling en toeëigening van het heil geschieden niet op sacramentele en ambtelijke wijze, zoals Rome leerde, maar geschieden door Woord en Geest.
Wordt het dan niet onzeker of ook ik het heil deelachtig zal worden? Immers de priester kan ik zien en het sacrament kan mij worden toegediend, maar de Geest en het Woord heb ik toch niet tot mijn beschikking?
Nee, de Geest heb ik niet tot mijn beschikking, maar Hij is mij wel geschonken, zegt de catechismus.
Dat is een heerlijke vrijmoedige belijdenis. Wij hebben zelf geen toegang tot het heil. Wij krijgen er geen beschikking over door middel van ambt en sacrament, maar dit zet de toeëigening niet op losse schroeven. De Geest is ons geschonken! Mij ook heel persoonlijk in de belofte van het verbond, verzegeld in de Heilige Doop. Daar mag ik op pleiten. Wanneer Christus en zijn weldaden ver van mij af staan, ik ervaar, dat 'zien nog geen hebben' is (om deze tale Kanaans maar eens te gebruiken, waarin een oerervaring van al Gods kinderen is verwoord), dan mag ik in al mijn verlegenheid roepen tot de Geest.
Van de Geest ben ik afhankelijk om christen te worden, om christen te blijven en om eenmaal behouden thuis te komen. Maar of die Geest ook in mij wil werken, dat is voor de opstellers van de catechismus geen vraag. Dat is voor hen een zekerheid. Waarom? Wel, omdat ze wel heel persoonlijk spreken over de toeëigening, maar niet individualistisch. Dat wil zeggen, de enkeling wordt niet los gezien van de gemeenschap. Door Gods genade mag ik behoren tot een volk aan wie de Geest beloofd is: de gemeente, het lichaam van Christus.
Het is de moeite waard, steeds weer in de leer te gaan bij de Oude Kerk, maar ook bij de Reformatie. Het kan ons voor veel eenzijdigheden behoeden.
W. Dekker, Wezep
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's