De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

Uit een boekje van prof. J. van Kamphuis, 'Zo vonden wij elkaar' ('Het begin van het Nederlandse gereformeerde kerkverband, de synode van Emden, 1571'), uitgave De Vuurbaak, Barneveld, treffen we het volgende over het Convent van Wezel met betrekking tot 'predikantenzonden':

'Wezel sluit inderdaad op bepaalde punten heel nauw bij de Geneefse kerkorde aan. Dat is bijvoorbeeld zo in de twee lijsten van "predikantenzonden", die we hier vinden (VIII, 14 en VIII, 15). De eerste lijst bevat zonden, die niet te dulden zijn in een dienaar des Woords; onder meer en allereerst: ketterij, scheurmaking, openlijke verachting van de kerkelijke orde en openbare godslastering. De tweede lijst bevat zonden, die wèl vergeeflijk zijn, namelijk in een predikant, maar die hem toch ook wel degelijk strafwaardig maken: hier spreekt Wezel in de eerste plaats over het ongepast omgaan met de Heilige Schrift, het willekeurig invoeren van nieuwigheden, luiheid In de studie van de Heilige Schrift.
Hier zijn twee lánge lijsten. Maar ze komen beide, wat de formulering èn de volgorde betreft nauwkeurig overeen met de twee zonden-registers die Calvijn had opgenomen in de kerkorde van Genève. Die overeenkomst is natuurlijk niet toevallig. Maar dat betekent dan ook: als er afwijkingen van het Geneefse model zijn, is dat óók niet toevallig. Dan heeft men daar z'n reden voor gehad! Die afwijkingen zijn er. Een enkele ervan is van veel betekenis. In de lijst van in een predikant onduldbare zonden heeft Wezel toegevoegd: "het openlijk streven naar dwingelandij over kerk en ambtgenoten".
Een belangrijke bepaling!
Dat het hier zéker geen toeval is dat men een toevoeging heeft aangebracht, blijkt wel uit het feit, dat in de tweede lijst van zonden (wèl vergeeflijk, maar toch ook strafbaar) op ditzelfde punt een toevoeging plaats heeft gevonden. Nu wordt opzettelijk in de lijst als kwaad ingevoegd: "heimelijk streven om te heersen en dwingelandij te oefenen over kerk of ambtgenoten". En daar gaat dan nog aan vooraf: "eerzucht en begeerte naar ijdele roem".
Het is duidelijk, dat Wezel heeft gemeend nadrukkelijk de tirannieke heerszucht van de predikanten onder de kerkelijke censuur te moeten zetten. Dat is op zichzelf al van grote betekenis. We kunnen constateren dat het Nederlandse gereformeerde kerkrecht vanaf het allereerste begin het dodelijk gevaar (want dat is het!) van de predikanten-heerschappij in de kerk, de dominocratie heeft onderkend en daar weerstand aan geboden heeft.
Wil men dus een karakteristiek kenmerk van ons kerkrecht hebben, dan kan men het híer vinden: de gelovigen die "nee" hadden leren zeggen tegen de machtsaanspraak van één dominé, namelijk van de dominé van Rome (die men paus noemt), hebben dat niet gedaan om vervolgens aan even zoveel pausjes als er plaatselijke kerken zijn de kans te geven in die plaatselijke kerken en onderde collega's hun machtsinstincten bot te vieren!'


Er is niets nieuws onder de zon. Wat er is, is er al geweest. In een publikatie van dr. M. J. A. de Vrijer uit 1920 ('De Gereformeerd Ethischen', uitgave Kemink, Utrecht) troffen we het volgende over de 'lopers'. Ze gaan wel trouw ter kerke maar:

'Men gaat dan predikanten hooren, die "goed" zijn, in welke kerk-groepeering ook. Het zijn de loopers, van hervormd-gereformeerde prediking naar gereformeerde, dan weer naar christelijk- of oud-gereformeerde. Fijnproevers, aan wie ten slotte haast geen predikant voldoet; die bij voorkeur een niet-gestudeerden oefenaar hooren. Onderling vormen zij door ons geheele land een eigenaardigen kring, die elkaar herkent aan taal en beschouwing, in de verschillende kerken onvereenigd verstrooid, elkaar als "het volk" achtend. De kerkelijke orde en tucht heeft op hen geen vat, daar zij leven buiten het sacrament des Avondmaals. In hervormde gemeenten in ons vaderland, waar deze strooming òf overwegend is òf wat op tal van plaatsen voorkomt: den toon en de godsdienstige kritiek aangeeft, staat de Avondmaalstafel ledig; het formulier afschaffen zou in dergelijke gemeenten een storm verwekken; het Avondmaal zelve opheffen een ondenkbaarheid zijn; maar het subjectivisme heeft de van God gegeven middelen voor een doodsche lijdelijkheid uitgeruild, en ongelukkigerwijze voor een lijdelijkheid, die in de practijk dikwijls met rudimentaire moraal gepaard gaat. Ook hier bedoel ik weer niet hen, die waarachtigen zielestrijd hebben over hun onwaardigheid ten Avondmaal, al verwonder ik mij telkens weer over het niet-aangrijpen van de noodiging, die God ons in Zijn Woord biedt.'


Uit het verslag over de jaren 1992 en 1993 van de hervormde Commissie voor het beroepingswerk de volgende gegevens over 'predikantsvacatures':

[tabel]

Het aantal vervulbare predikantsvacatures in 1992 en in 1993 was dus bijna gelijk aan 1991.

Over de verschillende provincies verdeeld, levert het aantal vacatures de volgende gegevens op.

[tabel]

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's