Boekbespreking
A. F. Troost: Morgen zal het Pasen zijn – Een rondgang om het waarom van het lijden, uitgave Boekencentrum, ƒ 27,50.
'De hel was in die dagen helemaal leeg. Want alle duivels waren aan het moorden in Ruanda'. Dat stond begin mei 1994 te lezen op de cover van het weekblad Newsweek. 'Waar was God in Auschwitz?' Dat was een vraag die tot voor kort soms te lezen of te beluisteren viel. Of het nu van de duivel komt of dat God ervoor verantwoordelijk wordt geacht, de vraag naar de oorzaak van het kwaad is een begrijpelijke want heel menselijke vraag. Leed en kwaad zijn immers volop present in de (leef)wereld van ons mensen. Hoe ga je daar mee om? Ieder zoekt daarin op zijn manier een weg. Het is mensen eigen naar een verklaring te zoeken. Er bestaan verschillende interpretatiepatronen. Voor de gereformeerde traditie zijn Zondag 10 en artikel 13 maatgevend geworden. Dit belijden staat ook weer niet op zichzelf. Ds. Troost geeft uitvoerig aandacht aan Calvijns gedachten over de voorzienigheid waarop genoemde passages uit onze belijdenis gebaseerd zijn. Niets geschiedt bij toeval en een christenmens moet zich geduldig overgeven aan het leed dat God hem zendt. Deze visie is niet vreemd aan de bijbel. Je komt voldoende uitspraken daarin tegen die grond bieden voor deze opvattingen. Toch heeft Troost er zo zijn vragen bij. Hij heeft moeite met de vlotheid waarmee Zondag 10 tot een antwoord komt en waarop in artikel 13 antwoorden gegeven worden. Het is allemaal te kort door de bocht, te weinig ingehouden. De theologie die er achter zit, is hem te waterdicht. Hij kan nauwelijks de gedachte aanvaarden als zou alles tot op de laatste seconde door God zijn vastgelegd. God als 'een Groot Organisator van Ongelukken' is de zijne niet. Hij noemt dat ergens 'die alles organiserende Planmaster' die in sommige reformatorische geschriften tot ons komt. Hij kan ook niet uit de voeten met al die 'je-moet-maar-denken-dat-antwoorden'. Dat zit 'm teveel op de alles-willen-verklaren-lijn van Jobs vrienden.
Job, ja. Troost heeft zijn hele boek in een origineel kader gezet. Hij wandelt met Job door zijn woonplaats en is voortdurend met hem in gesprek. Het passeren van kerkgebouwen, de begraafplaats, gebouwen van 's-Heerenloo en Veldwijk, de plaats waar in vroeger jaren het ziekenhuis stond, het wandelen door de natuur, geeft aanleiding de dialoog gaande te houden, hoewel Job zelf geen nieuwe uitspraken doet uiteraard. Het geeft ds. Troost de gelegenheid aan zijn boek een levendige stijl te geven en al schrijvend in te haken op de boodschap die het bijbelboek naar Job genoemd vertolkt. Want daar zoekt Troost zo ongeveer zijn antwoord op de vraag naar lijden en kwaad. Job blijft protesteren tegen God, totdat hij voor God zwicht. Job geeft zich over en legt naar oosters gebruik daarbij de hand op de mond. Hij (en ook wij, bedoelt Troost) krijgen geen ant-woord doch een hand-woord. Wat wil dat zeggen? Dit: in de schepping is en blijft veel onverklaarbaar, maar je komt met Job wel steeds tot de ontdekking dat er Eén is die al dat chaotische begrenst en niet uit zijn handen laat vallen. Dat is geen logisch, geen pasklaar, eigenlijk helemaal geen antwoord. Maar dat wil ds. Troost ook juist niet. Hoe kan, ondanks het bestuur van een goede God, toch het kwaad zo'n grote rol blijven spelen? Waar komt het kwaad eigenlijk vandaan? Is het er misschien altijd al geweest? Kan het kwade wel ooit afwezig zijn? Ds. Troost voelt zich aangesproken door Noordmans' gedachte: scheppen is scheiden. God is eens begonnen goed van kwaad te scheiden. En nog steeds gaat Hij daarmee door. God strijdt tegen het kwaad. Hij heeft zelfs een Zoon dood aan het kwaad en aan het lijden. Hij wil het kwade niet. Straks zal het er dan ook niet meer zijn. Om tot deze opvatting te komen is wel een bepaalde interpretatie van de eerste hoofdstukken van Genesis nodig. Een 'staat der rechtheid' zonder het kwaad lijkt min of meer te vervallen, althans zoals deze in onze confessie staat weergegeven. Het is wel een heel aansprekende poging tot verklaring van de positie van het kwaad in Gods goede schepping. Dat betreft ook Jezus als Gods anti-woord. Er is in Hem een beslissende stap gezet op weg naar de uiteindelijke overwinning van het kwaad. Uiterst geboeid heb ik deze studie van collega Troost gelezen en herlezen. Raak is wat hij schrijft over het pastoraat als vriendschap (hoofdstuk 3). Theologisch overzichtelijk als hij verschillende visies over een en ander op een rij zet (hoofdstuk 5). En verder: hij beschikt over de pen van één die vaardig schrijft, een lust om te lezen menigmaal. Eén opmerking: de moeder uit het befaamde boek van Maarten 't Hart 'Een vlucht regenwulpen' is niet de biologische moeder van de schrijver, maar de 'romanmoeder' uit het verhaal. 't Hart is wat dat betreft niet zo beklagenswaardig als nu zou lijken.
J. Maasland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's