Recht en genade (1)
Het is mijn bedoeling om in een aantal artikelen een schakel uit de heilsorde te lichten. Een schakel die met name de nazaten van de reformatie zeer lief moet zijn. Welke schakel zou ik anders bedoelen dan de rechtvaardiging? Steeds opnieuw krijgt hij nadruk in de prediking van het Woord, omdat hij het scharnier van het geloof wordt genoemd. Deze schakel heeft alles te maken met het recht èn de genade van God.
Nu moet men met het naar voren halen van één schakel toch wel wat voorzichtig zijn. Men zou kunnen denken, dat de schakels die vóór deze ene schakel komen, niet van belang zijn, evenmin als die daarna volgen.
Laat ik duidelijk zijn: er kan géén van de schakels in de gulden keten des heils worden gemist. Onlosmakelijk zijn ze aan elkaar verbonden. In de prediking zal van tijd tot tijd iedere schakel afzonderlijk voor het daglicht gehaald moeten worden. Dat dit alles afhangt van de tekstkeuze zal duidelijk zijn. Evenwel is men het aan de gemeente verschuldigd haar alle schakels voor te houden.
Dat ik toch die ene schakel er uitlicht, heeft dus meer met ons onderwerp te maken dan dat ik aan de ene schakel meer de voorkeur zou geven dan aan de andere. De schakels mogen wel onderscheiden worden, doch niet van elkaar gescheiden.
Heilsorde
Wat verstaan wij onder de heilsorde? In de loop der eeuwen zijn op deze vraag veel antwoorden gegeven. Persoonlijk kan ik mij heel goed vinden in het antwoord dat H. Bavinck heeft gegeven. Hij brengt het als volgt onder woorden: 'de wijze waarop, de orde waarin, of de weg waarlangs de zondaar in het bezit komt van de weldaden der genade, die door Christus verworven zijn' (G.D., III, blz. 567).
Die orde vinden vidj in de Schrift terug. Te denken valt aan Romeinen 8 : 30: 'En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt'.
In bovenstaande tekst wordt een grote stap gemaakt van de rechtvaardiging naar de verheerlijking. Over de heiliging wordt niet gesproken. Hoezeer déze van belang is, mag ons duidelijk zijn als wij Romeinen 6 lezen. Dit hoofdstuk gaat in z'n geheel over de heiliging van het leven.
Trouwens, voor allerlei schema's zullen wij ons hierbij moeten hoeden. Het komt ook wel voor dat direct na de vergeving der zonden de heiliging wordt genoemd en vervolgens de rechtvaardiging. Ik denk aan wat er te lezen staat in 1 Korinthe 6: 'En dit Waart gij sommigen (bedoeld zijn hoereerders, afgodendienaars, lasteraars etc.) maar gij zijt afgewassen; maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt ggerechtvaardigd, in de Naam van de Here Jezus, en door de Geest van onze God'.
Ergens las ik de terechte opmerking dat bij het gebruik van het woord 'heilsorde' meer gelet moet worden op het heil dan op de orde. Ik zal volstrekt niet ontkennen dat God een God van orde is. Werd er door ons maar meer rekening mee gehouden. In kerk en samenleving zou het er anders uitzien. Toch sluit ik niet het gevaar uit dat als men in het geval van het woord 'heilsorde' meer de nadruk legt op de orde dan op het heil er teveel vanuit de mens wordt geschematiseerd. Zelfs kan men er een soort stappenplan van maken. Eerst dit, dan dat.... Tengevolge daarvan kan men zich in geestelijke moeilijkheden brengen, omdat men verschillende stappen niet duidelijk in zich bevindt. Met name denk ik dan aan de verkiezing, de eerste schakel van de gulden keten van het heil.
Het zal juist zijn als men mij voorhoudt dat de verkiezing helemaal van God uitgaat. Niet wij verkiezen. God hééft verkoren. Toch kan iemand die de Heere nog niet kent daarmee niet beginnen. Voor hem is van belang: gods geopenbaarde wil. En wat God wil staat klip en klaar in de Schrift. De Heere wil niet dat er mensen omkomen. Hij wil dat ze behouden worden. De Vader wil dit als Hij zegt dat Hij geen lust heeft in de dood van de goddelozen, maar ook de Zoon wil het als Hij ons voorhoudt, dat de Zoon des mensen niet in de wereld is gekomen om der mensenzielen te verderven, doch om die te behouden. Voor ons is dus Gods geopenbaarde wil van uitermate groot belang. Het is zo'n wonder dat er heil is! Heil dat helemaal bij de drieënige God behoort. God de Vader verkiest tot het heil, de Zoon verwerft het op Golgotha's kruis en de Heilige Geest maakt het ons deelachtig. De drieënige God zij alle lof en eer!
In wat wij tot nu toe geschreven hebben over de heilsorde zal het ons wel opgevallen zijn dat wij die niet als een chronologische volgorde in het leven van een zondaar zien.
Er is echter nog een andere zaak waarop wij moeten letten. Als wij over de heilsorde spreken moeten wij ook niet denken dat het een psychologische orde is. Wat een christen beleeft op de 'weg' die de Heere met hem gaat wordt in die orde niet beschreven. Het gaat hier meer over de heilsopenbaring in het Woord van God dan dat men van eigen ervaring zou moeten uitgaan.
Eigen ervaring heeft in meerdere of minde re mate altijd iets subjectiefs in zich. Dat geldt zeer zeker in onze tijd voor de zogenaamde ervaringstheologie. In die theologie gaat het meer om wat ik denk, om wat ik geloof en om wat ik voel dan dat men zich laat leiden door het Woord.
Zowel het piëtisme als het methodisme zijn niet helemaal aan de ervaringstheologie ontkomen. Weliswaar was die anders van inhoud dan die wij in onze tijd kennen. Toch stond de geestelijke ervaring soms meer op de voorgrond dan de Openbaring.
Nu zou iemand zich kunnen afvragen òf er dan geen ervaring van het geloof is? Deze ervaring is er ongetwijfeld, ofschoon ik liever spreek over de bevinding van het geloof dan over de ervaring daarvan. Maar let wel: de bevinding van het geloof komt op uit de Schrift. Uit de Openbaring is de geloofservaring(-bevinding).
Wellicht mag ik er ook nog aan toevoegen dat de bevinding (= beproefdheid) niet een 'plus' is aan het geloof. Er bestaat geen geloof zonder bevinding. Ook het omgekeerde bestaat niet: bevinding zonder geloof. Zo dit laatste toch mocht voorkomen, heeft het meer te maken met gedachtenspinsels over het heil dan dat het te maken heeft met het heil zelf. Het lijkt mij niet verkeerd om deze opmerking te maken, zeker nu ook in de gemeenten het individualisme z'n duizenden verslaat.
Afrondend schrijf ik: de bevinding van het geloof is door de Heilige Geest uit de Openbaring. Men weet altijd in het Woord aan te wijzen waar die bevinding des geloofs staat geschreven. Wanneer dit het geval is, wordt men bewaard voor afdwalen, zowel naar de ene als naar de andere zijde!
Een tegenstelling?
Opzettelijk ben ik begonnen met iets te schrijven over de heilsorde. Niet zozeer uit hobbyïsme of liefhebberij, zoals gedacht zou kunnen worden. Neen, het is mijn bedoeling om eens vanuit een andere invalshoek te laten zien dat er heil is.
De prediking van dat heil behoeft niet minimaal, doch mag maximaal zijn. Bij de Heere is een overvloed aan heil. Hij deelt graag daarvan uit. Het welmenend aanbod der genade (ofschoon sommigen tegen deze 'term' bezwaren hebben, zoals onlangs in een verslag in het Reformatorisch Dagblad was te lezen) mag èn moet werkelijk welmenend zijn. Het zou te ver voeren om vanuit de Schrift aan te tonen, hoe welmenend de Heere Jezus heeft gepreekt. Daarbij had Hij niet hier en daar een enkeling op het oog, doch gehele scharen. Er is dus heil, er is dus genade. Van de Heere mag men zeggen dat Hij genadig is en groot van goedertierenheid.
Echter… hoe zit het met Gods recht(-vaardigheid)? Tussen God en onze zonde is een absolute tegenstelling. De Heere wil de zonde niet. Intens haat Hij het kwaad. Hij toorn over de zonde. Maar als dit alles zo is, kan men dan wel spreken van een genadig God? Men kan de vraag ook anders stellen. Behoort het wel bij een genadig òf barmhartig God dat Hij de zonden straft? Ooit heeft iemand eens gezegd dat men eigenlijk niet van 'vergevende liefde' kan spreken, omdat de liefde alle gedachte aan straf uitsluit. Een liefdevol God kan niet straffen. Ik denk dat achter deze opmerking meer een stille wens schuilgaat dan dat zij op werkelijkheid en waarheid berust.
Meer dan eens wordt in de Schrift gesproken over de rechtvaardigheid van God. Een vraag: wat houdt deze rechtvaardigheid van God in? Het antwoord kan ik direct vanuit de Schrift geven nl. dat God de schuldige geenszins onschuldig zal houden. God is Rechter, Die gehoorzaamheid eist en de ongehoorzame straft. Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament wordt hierover veelvuldig gesproken.
De gerechtigheid van God is een eisende! Van Zijn recht doet Hij geen afstand. Gesteld dat Hij dit zou doen, zo zou Hij geen God meer zijn. De Allerhoogste zou niet meer volmaakt zijn in Zichzelf Zijn Woord, Zijn Waarheid en Zijn Recht zouden van geen enkele waarde meer zijn. Hoewel wij voorzichtig moeten zijn om de deugden (virtutes, Calvijn) Gods tegen elkaar uit te spelen, zou het ongestraft laten van de zonden een inbreuk zijn op al Gods eigenschappen, doch met name op die van Zijn recht.
De Heere geeft Zijn recht niet op. Genesis 3 houdt ons dit overduidelijk voor. Het recht van God heeft zijn loop. Wij worden gestraft met tijdelijke en eeuwige straffen. Sommigen vinden de eeuwige straffen te erg. Uiteindelijk – zo leren zij – komt het met een ieder wel goed. De een zal weliswaar eerder dan de ander het zalig hemelleven deelachtig zijn, maar het komt voor allen goed.
Wie op deze wijze denkt, heeft de eigenschap van het recht van God laten opgaan in die van de liefde Gods. Op Golgotha heeft God alle afstand gedaan van Zijn recht. Hij heeft geen recht meer om te straffen, zeker niet om eeuwig te straffen. Zijn recht is op de kruisheuvel verslonden door de liefde. In deze richting tendeert de gedachte van K. Barth!
Het moet gezegd worden dat deze gedachte zeer aantrekkelijk is. Alleen… het is een zoethoudertje. Beter gezegd: men misleidt zichzelf èn een ander ermee. Want als de Heere Jezus spreekt over het helse vuur, zou Hij daarmee dan niet een eeuwige straf bedoelen voor hen die het recht Gods vertreden hebben. Neen, van dat recht van God zijn wij niet 'zomaar' af. Dat geldt niet alleen met het oog op een eeuwige straf, niet minder komt het recht van God ter sprake als het om tijdelijke straffen in ons leven gaat. Doch daarover in een volgend artikel iets meer.
(wordt vervolgd)
G. S. A. de Knegt, B.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's