De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

8 minuten leestijd

Prof. dr. W. van 't Spijker e.a., red., Spiritualiteit. Uitgeverij De Groot Goudriaan, Kampen, 1993, 480 pag., ƒ 99,–.
Binnen de formule van een brede bezinning in het kader van de gereformeerde traditie op centrale thema's van geloof en kerk heeft men zich nu ook 'gewaagd' aan het onderwerp van de spiritualiteit. Naast de toch wat eenvoudiger te definiëren onderwerpen als Doop, Avondmaal en de Kerk, lijkt dit project een wat hachelijke onderneming te zijn, omdat het nauwelijks te omschrijven valt, wat men zoal vangen wil onder het begrip 'spiritualiteit'.
Prof. dr. W. van 't Spijker, de redacteur van het boek dat een keur van medewerkers heeft uit de breedte van de gereformeerde gezindte, geeft dit in zijn voorwoord zelf ook aan. Dat men er toch aan begonnen is, en m.i. ook geslaagd is, heeft alles te maken met de vaste overtuiging dat er vanuit de Schrift en de Traditie een geheel eigen weergave en zinvolle invulling mogelijk is van wat er mag worden verstaan onder dit begrip, dat in de grote variëteit waarmee het in allerlei religieuze kaders wordt gebezigd, vaak maar al te zeer vervaagd is.
Men zou zich af kunnen vragen of de keus van de titel wel geheel voldoet. Het geeft dit boek terecht een positie binnen de grote aandacht die er alom is voor meer geestelijke verdieping van het vaak al te materialistische en geesteloze bestaan. Maar gezien het feit dat het woord spiritualiteit een vlag geworden is, die veel te veel diverse lading dekt, zou een titel als 'Bijbelse vroomheid' of 'Gereformeerde vroomheid' gezien de duidelijk genormeerde behandeling in dit boek wellicht beter hebben gepast.
Opvallend is dat door de scribenten telkens weer de vraag wordt gesteld wat er onder spiritualiteit moet worden verstaan. Er is kennelijk geen uitgangspunt genomen in één bepaalde definide. Prof. dr. C. Graafland, in zijn bijdrage over de Puriteinen, noemt het vooral 'het geestelijk karakter van hun geloof, zowel gericht naar de innerlijke zijde van de heilservaring in het hart als ook naar de praktische vormgeving ervan in het dagelijks bestaan in alle verbanden'. De beleving van het hart en de beoefening ervan in de praktijk der godzaligheid zijn wezenlijke elementen. Een andere scribent zoekt aansluiting bij de definitie van prof. dr. W. H. Velema, die spreekt van een grondhouding, die wortelt in de relatie tot God, die te maken heeft met de openbaring van God en de beleving van het heil. Ook anderen, o.a. prof. dr. L. Floor, sluiten zich hierbij aan. In de bijdrage over 'Spiritualiteit en psychologie' zien we een meer globale omschrijving. Het gaan dan om de levensbeschouwing van bepaalde geloofstradities en de wijze waarop daaraan vorm gegeven wordt in persoonlijk geloofsleven.
Hebben alle scribenten het over hetzelfde? Dat zouden we ons af kunnen vragen. In ieder geval hebben ze het allen vanuit hun eigen invalshoek, en met hun eigen accenten, wezenlijke bijdragen geleverd over de geestelijke beleving en uitleving van het geloof in de concreetheid van ons menselijk bestaan.
Het is onmogelijk om ook maar een poging te ondernemen om de inhoud van dit boek via een samenvatting weer te geven. Ik wil de grote lijnen kort schetsen. Uiteraard is het uitgangspunt de Heilige Schrift. In een hoofdstuk over het Oude Testament bespreekt dr. M. J. Paul op een encyclopedische wijze de bijbels-theologische lijnen en kernwoorden die met de praktijk van de vroomheid te maken hebben. Dr. A. Noordegraaf verzorgde het hoofdstuk over het Nieuwe Testament, waarin hij de relaties verticaal met God en horizontaal in de onderlinge gemeenschap, van Christus uit laat zien, met de kernbegrippen zoals navolging, geloven, hopen, liefhebben, godsvrucht en eredienst als bouwstenen.
Het historische gedeelte neemt de meeste ruimte in beslag. De wijze van de bespreking van de spiritualiteit door de eeuwen van de geschiedenis van de Christelijke Kerk heen varieert nogal. Van de Vroege Kerk (door dr. J. H. van de Bank) en de Middeleeuwen (door prof. dr. F. van der Pol) zijn goede globale overzichten gegeven aan de hand van de hoofdfiguren die de vroomheid hebben bepaald. Uiteraard krijgen Luther en Calvijn een eigen hoofdstuk (resp. van de hand van drs. K. Exalto en prof. dr. K. Runia). Dat een veel minder bekende figuur als Comenius eveneens met een apart hoofdstuk werd bedacht, door prof. dr. W. Balke, vond ik wat vreemd. Wellicht had in zijn plaats een centraler vertegenwoordiger van de reformatorische traditie meer op zijn plaats geweest. Ik heb wat de periode van de Reformatie betreft, een apart hoofdstuk over de spiritualiteit van de Dopersen gemist. Zij zijn als front en referentie voor de traditie van de Reformatie van grote betekenis geweest. Ik heb dat gemist, des te meer daar er in het vervolg wel twee aparte hoofdstukken zijn gewijd aan de evangelischen (Runia) en charismatici (Floor), waarbij er zelfs enigszins sprake is van overlapping.
Wat de eeuwen na de Reformatie betreft, geven de bijdragen niet zozeer een overzicht, maar worden er bepaalde keuzes gemaakt, die een beperkter beeld bieden. Dr. T. Brienen heeft terecht gekozen voor de bespreking van de voor de Nadere Reformatie kenmerkende vroomheid van vader en zoon à Brakel. Graafland bespreekt in zijn bijdrage de spiritualiteit van de Puriteinen aan de hand van de invloedrijke broeders Erskine. Wat de vorige eeuw betreft, is er een bijdrage over de reveilfiguren Da Costa en Kohlbrugge door Balke en over de gereformeerden Bavinck, Kuyper en Schilder van de hand van dr. R. H. Bremmer. De laatste drie bijdragen van het historische gedeelte gaan over 'moderne roomskatholieke spiritualiteit' door dr. B. Wentsel en de reeds gemelde hoofdstukken over evangelischen en charismatici. Bij deze laatst genoemde bijdragen worden de verschillende vormen van spiritualiteit kritisch tegen het licht gehouden van de reformatorische traditie.
Een tussenbalans van Van 't Spijker vormt de overgang naar het derde deel van dit boek dat een meer praktische opzet heeft, waarin enkele relevante thema's in verband met de vroomheid aan de orde komen. De 'tussenbalans' is de uitloper van de gang langs de spiritualiteit in de loop der eeuwen naar de stemmen van deze tijd. Het karakteristieke van de gereformeerde traditie komt daarbij ter sprake, o.a. de gerichtheid op de Schriften, de roem van de genade en het hart voor de kerk.
De bijdragen van het laatste deel zijn divers van aard. Exalto geeft een behartenswaardige bijdrage over het kerkelijke karakter van de vroomheid in bijbelse en reformatorische zin. Ware vroomheid keert zich nooit tegen de kerk, maar is doortrokken van liefde voor de kerk. Prof. dr. M. J. G. van der Velden schrijft over het belang van de Liturgie voor de vormgeving van vroomheid, dr. W. Verboom onderzoekt het spirituele element van geloofsonderricht. Velema geeft een hoofdstuk over 'spiritualiteit en aktie', over de verhouding van de binnenkant van het geestelijk leven en de praktijk van het christelijke leven. Van 't Spijker gaat in een historische oriëntatie nader in op de boeiende en soms spanningsvolle relatie tussen spiritualiteit en theologie. Een geheel eigen plaats temidden van de historische en theologische bijdragen heeft het hoofdstuk van de hand van drs. B. Roukema-Koning over de verhouding van spiritualiteit en psychologie. Een boeiende bijdrage over de beperkte waarde van de psychologie bij de bezinning op het geestelijke leven, die aan het denken zet, maar ook vragen op kan roepen. Het een na laatste hoofdstuk is een praktische handleiding door Velema over de vormgeving van het persoonlijk geestelijk leven. Van 't Spijker sluit dit boek af met de relatie van spiritualiteit en Spiritus Sanctus. Hij trekt vanuit de belijdenis van 'de Heilige Geest die Heere is en levend maakt' in trinitarisch licht nog enkele lijnen vanuit het verleden tot in de verwachting van de toekomst van de eeuwige vreugde. Tot zover de inhoud.
Een korte evaluatie als slot. Dit boek heeft veel te bieden. De schrijvers hebben vanuit hun deskundigheid, maar ook in verbondenheid met het reformatorische belijden een boek geschreven over het zo veelzijdige thema, dat een eigen plaats verdient in de aandacht voor spiritualiteit in onze tijd. Het schriftuurlijk genormeerde, het historisch belijdende en het kerkelijke denken geven de toon aan en zorgen voor de eenheid van dit boek, bij alle verscheidenheid van onderwerpen en auteurs. Of het inderdaad een 'standaardwerk' zal worden – een aanduiding waarmee het zich op de flaptekst enigszins voorbarig reeds aandient – zal de tijd alleen kunnen leren. Wel is nu reeds duidelijk dat het voor een brede kring van theologisch geïnteresseerde lezers op een heldere wijze een inleiding en een leidraad geeft bij de nadere bezinning op de vroomheid in bijbels licht. Het is op dezelfde verzorgde manier als de drie voorgangers in deze reeks uitgegeven. Van harte aanbevolen!
M. A. van den Berg

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's