De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verbond en reformatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verbond en reformatie

11 minuten leestijd

In verband met de bezinning op de kerkorde voor een Verenigde Protestantse Kerk in Nederland is telkens ook aan de orde de visie op het Verbond. De opvattingen verschillen. Ook in hervormd gereformeerde kring is er wat dit betreft verscheidenheid. In de loop van de tijd kregen we als redactie van de Waarheidsvriend diverse stukken ter plaatsing aangereikt, niet alleen over deze kwestie maar ook over de kerkorde als geheel en het S.o.W.-proces in het algemeen.De redactie heeft nu aan een aantal personen uit hervormd gereformeerde kring, die niet allen gelijk denken over 'Kerk en Verbond', en zich daarover publiekelijk hebben geuit of wilden uiten, de vraag voorgelegd 'of met een visie op het Verbond, op grond waarvan hervormd gereformeerden de jaren door de Nederlandse Hervormde Kerk trouw gebleven zijn, ook een Verenigde Protestantse Kerk in Nederland tegemoet kan worden getreden'.De verschillende scribenten hebben niet van elkaars bijdrage kennis genomen. Ieder beoordeelt op eigen wijze thetisch het onderwerp.De bedoeling van dit themanummer is niet een afgeronde bijbels-theologische bezinning op het Verbond te geven maar aspecten te behandelen, die in verband met S.o.W. aan de orde zijn, zonder de beleidsmatige kant van het S.o.W.-proces daarbij te betrekken.v. d. G.

Geldt het verbond Gods één specifieke kerk? Dat kan niet waar zijn. Daar, waar de heilige doop wordt bediend en waar de dis des verbonds staat aangericht in het midden van de gemeente, zijn de merktekenen van het verbond aanwezig. Daarom heeft het verbond alles te maken met de gemeenten, die worden bijeengebracht rondom het Woord en de sacramenten.
Binnen de gemeente heeft het verbond een persóónlijke spits. Zoals verkiezing particulier is, ofwel mensen persóónlijk geldt, zo is een mens ook persoonlijk krachtens de doop betrokken in het verbond. Maar vervolgens direct ook sámen, in gemeenschap met anderen. Binnen de geméénte worden de weldaden van het verbond ontvangen. God verwezenlijkt dáár Zijn verkiezing, langs de weg van het verbond (I. Kievit).
Als zodanig is geen enkele kerk, waarbinnen het Woord Gods in de gemeenten opklinkt en de sacramenten worden bediend naar de instelling van Christus, los van het genadeverbond. En als zodanig hebben verbondszegen en verbondsvloek alles te maken met verbonds-gehoorzaamheid of òn-gehoorzaamheid, met de reine prediking van het Evangelie of het tegendeel daarvan.

Verbond en kerk
Zodra we echter over verbond en kèrk spreken, valt méér te zeggen. De kerk is enerzijds en allereerst daar, waar de geméénte is. Wat is de kerk zonder de gemeente? Maar de kerk is ook meer, de kerk omvat ook de gemeenten sámen. En hoe zit het dan met het verbond? Over die kwestie gaat het in dit speciale themanummer, dat met het oog op Samen op Weg verschijnt.

De grondlijnen van het verbond lopen in het Oude Testament vanaf Abraham. Met hem wordt het verbond opgericht. Het geldt hem en zijn zaad na hem (Gen. 17 : 7). Als zodanig zijn allen, die uit Abraham zijn gesproten – het natúúrlijke en, nieuw-testamentisch, het gééstelijke zaad – binnen het verbond begrepen.
Oudtestamentisch gezien geldt zo het verbond het hele volk. Wanneer het volk God gehoorzaam is, naar Zijn wetten leeft, ontvangt het de zegen. Bij ongehoorzaamheid valt het telkens weer onder het oordeel der profeten, die midden onder het volk staan. Het verbond van God met Zijn volk betekende dan ook nimmer vanzelfsprekend heil en zegen. Het verbond vroeg ook telkens om vernieuwing, in de weg van bekering, persoonlijk en als volk. En het was telkens genade als de God des Verbonds zich weer tot Zijn volk wendde.


Zo lezen we van de hervormingen tijdens het bewind van koning Josia (2 Kon. 23). De koning zèlf ging op in het huis des Heeren, samen met de priesters en de profeten en 'met al het volk, van de minste tot de meeste' (vs. 2).
De koning zèlf las voor de oren van het volk de woorden van 'het boek des verbonds' ofwel het wetboek (vgl. 2 Kon. 22 : 8).
De koning zèlf 'stond bij de pilaar en maakte een verbond voor het Aangezicht des Heeren, om de Heere na te wandelen en Zijn geboden, en Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen van ganser harte en van ganser ziele te houden… En het ganse volk stond in dit verbond' (vs. 3).
Alles wat van Baal was ging er bij deze hervorming vervolgens uit.
Bij dit Schriftgedeelte zegt prof. dr. C. van Leeuwen in Tekst voor Tekst:

'Naast oordeelsaankondigingen (22 : 16) bevatte het gevonden boek, nu het boek des verbonds genoemd (vs. 2), ook allerlei geboden en voorschriften des HEEREN (vs. 3). Josia, zelf diep getroffen door de inhoud van het boek (22 : 11), wil heel Juda en Jeruzalem ermee bekend maken. Hij ontbiedt alle familieoudsten als vertegenwoordigers van het volk en leest hun en de profeten en priesters en allen die maar naar de tempel waren gestroomd, die gevonden boekrol voor. Dan neemt hij plaats bij de zuil ofwel "op het koninklijke podium" (vgl. 11 : 14) en sluit daar in deuteronomische termen (vgl. Deut. 6 : 5 v. 11) het verbond voor het aangezicht des HEEREN, d.w.z. verplicht zich met heel zijn hart de voorschriften des HEEREN uit de boekrol te houden. De koning functioneert hier als verbondsmiddelaar (vgl. Mozes en Jozua. Ex. 24 en Joz. 24) die het voorbeeld geeft dat door het volk wordt gevolgd: het gehele volk "ging staan in" het verbond (vs. 3), een uitzonderlijke uitdrukking, die verder niet voorkomt (Deut. 29 : 11 heeft "toegetreden tot" of "overgaan in" het verbond).
Met het gevonden wetboek als richtsnoer laat Josia de hoge clerus, waartoe naast de hogepriester en zijn waarnemer ook de (drie) dorpelwachters behoorden (12 : 9; 25 : 18), een reformatie van de eredienst uitvoeren, waarbij de deuteronomische leuzen "zuiverheid en eenheid van eredienst" uitgangspunten zijn: de zgn. deuteronomische cultuscentralisatie in Jeruzalem. Duidelijker dan bij Hiskia (18 : 4) heeft Josia's reformatie naast een godsdienstige ook een politieke kant. Het uitroeien van de Assyrische afgoderij, waarop veel nadruk ligt (vss. 4, 5, 11 v) staat in het kader van Josia's afzweren van de Assyrische opperheerschappij, hetgeen hem werd vergemakkelijkt doordat in zijn dagen het Assyrische rijk reeds sterk was verzwakt en zijn ondergang (met de val van Nineve in 612 v. Chr.) tegemoet ging.'

Josia's reformatie had een inderdaad een godsdienstige en een politieke kant. Dat blijkt heel duidelijk uit dit Schriftgedeelte.


In 1 Korinthen 10 worden de vermaningen vanuit het oude verbond naar het nieuwe verbond worden doorgetrokken: allen in Mozes gedoopt…, allen dezelfde geestelijke spijs gegeten…, allen dezelfde geestelijke drank gedronken…, maar in het merendeel van hen heeft God geen welgevallen gehad.
Op grond van deze en andere Schriftgedeelten hebben de (hervormd gereformeerde) vaderen altijd willen weten van tweeërlei kinderen des verbonds, zodat het ook binnen de verbondsgemeente en binnen de kerk, die in de lichtkring van het verbond ligt, om bekering, om herstèl en vernieuwing van het verbond gaat.

De kern
Hier zijn we dan ook bij de kern van de vraag, waarom het vandaag gaat in de kwestie 'kerk en verbond'. De Reformatie in de zestiende eeuw was toch immers niet minder een hervorming van de kerk dan de reformatie ten tijde van koning Josia. Het verbond werd vernieuwd, de afgodsbeelden gingen weg en de ware dienst van het Woord werd hersteld. En ook hier had reformatie een godsdienstig en een politiek karakter. Te onzent durfde Willem de Zwijger zeggen, dat hij met de Potentaat der potentaten een vast verbond had gemaakt.
Zo betekende de Reformatie in de 16e eeuw óók een vernieuwing van het verbond. Daarmee kreeg de kerk der Reformatie geen alleenrecht op de geestelijke goederen van het verbond, maar ze kreeg wel een nieuwe gestalte binnen het verbond. En als zodanig was – uniek in de geschiedenis! – het héle volk er ook bij be trokken. De Reformatie raakte kerk en volk samen, in nauwe samenhang ook met de overheid.
Maar ook hier gold geen automatisme. Ook hier waren heil en zegen niet op afroep verkrijgbaar. Ook binnen de kerk der Reformatie moest het telkens weer gaan om bekering, vernieuwing, uitzuivering van wat niet was naar de reinheid van het heiligdom.


Men kan zich afvragen of de afscheidingen in de vorige eeuw óók reformaties waren in de zin van de Reformatie van de zestiende eeuw. Deze vraag is principieel verschillend beantwoord. Afgescheidenen zeiden ja op deze vraag. Hervormd gereformeerden en diegenen, hen voorgingen, hebben de jaren door gesteld, dat zó niet te geloven. Ze hebben het beleefd als bréúk en stonden naar vernieuwing van binnenuit, naar innerlijke reformatie in de zin van kerkherstel naar de belijdenis. Verbondsvernieuwing diende binnen de kerk zelf aan de dag te treden. De bede 'Aanschouw het verbond' betekende voor hen de roep tot God om vernieuwing, om hervorming.

De volkskerk
Omdat de kerk der Reformatie hier van meet af zozeer met het hele volk verbonden was, spreken we over een volkskerk. Nooit in de geschiedenis van deze kerk is het echter zo geweest, dat daarmee het hele volk, al stond het dan als kerkelijk te boek, gereformeerd mocht heten. Kerkhistorici spreken van maximaal tien procent. Er was derhalve altijd weer de noodzaak om het volk profetisch te vermanen. Men leze er de tijdredenen van de vaderen maar op na. Nimmer echter heeft men in de vaak desolate gestalte van de kerk aanleiding gevonden haar te verlaten. Déze lijn nu is door de hervormd gereformeerden, juist vanwege het verbond doorgetrokken, ook na Afscheiding en Doleantie.


Het is echter een vertekening te stellen, dat daarmee de volkskerk werd verhéérlijkt of zelfs maar geacceptéérd. Maar ieder van de vaderen en ieder, die later, tot op de dag van vandaag, in de Hervormde Kerk diende, had en heeft wel met die concrete gestalte van de kerk te maken. Haar niet aanvaarden als werkterrein voor de profetische verkondiging en de priesterlijke dienst moet leiden tot afscheiding. Dat is dan ook de weg van velen geworden in het verleden. Niet alzo echter van de hervormd gereformeerde vaderen.

Grondlijnen
Het is met name dr. Ph. J. Hoedemaker geweest, die in het historische geding met Kuyper rondom diens Doleantie, vanuit de grondlijnen van het Oude Testament ook lijnen heeft getrokken voor de kerk in de nieuwtestamentische bedeling en als zodanig ook voor de kerk der Reformatie in dit land, ontstaan in de worsteling om de ware religie.
Hoedemaker was niet hervormd gereformeerd, reageerde zelfs kritisch op de oprichting van de Gereformeerde Bond. Het ging hem echter wel om een voluit hervòrmde, want gereforméérde kerk. Zo heeft hij altijd in brede kring (binnen en buiten de Hervormde Kerk) aangesproken, zeker ook vanwege zijn theocratische visie, waarin het hem ging om de ene ongedeelde kerk der Reformatie, in haar profetische gestalte naar volk en overheid toe. Van afscheiding verwachtte bij geen goeds. Die zou de kerk nog alleen maar verder in het slop brengen, het herstel der kerk alleen maar verder achterop doen raken.


Ook hervormd gereformeerden reageerden telkens weer op Hoedemaker. Direct na de Tweede Wereldoorlog schreef ds. I. Kievit in het Gereformeerd Weekblad een serie waarderende, hoewel niet kritiekloze artikelen over de volkskerkgedachte bij Hoedemaker. Hij zegt: 'Zo dacht Hoedemaker zich de volkskerk, als kerk, gebonden aan Schrift en belijdenis… Wanneer inmiddels de tucht op leer en leven wordt gehandhaafd kunnen wij tegen deze volkskerkopvatting niet zoveel bezwaar hebben…' Ik citeer nu letterlijk:

'Zij (d.i. de Hervormde Kerk, v.d.G.) blijft voor Hoedemaker "de openbaring van het lichaam van Christus in en voor dezen lande". Er is in deze voorstelling veel, dat ons aantrekt, ook al hebben wij onze bedenkingen. Maar het gaat ons nu om de voorstellingen van Hoedemaker.
Wel zou ik, bij het ouder worden, willen opmerken, dat afscheiding ons steeds minder aantrekkelijk en wat meer zegt: onschriftuurlijk voorkomt, want door voortgaande scheiding en scheuring wordt de toestand steeds hopelozer, en iedere kerkformatie zoekt een grond voor zijn gescheiden-zijn. Dat doen de Gereformeerde Gemeenten, de Christelijke Gereformeerde Kerk, enz.'
'Hoedemaker was geen politicus, maar was en bleef enkel dienaar des Woords. Hiermee moge ik volstaan en vertrouwen, dat de lezers nu enig idee hebben van het getuigenis van Hoedemaker dat ook voor onze tijd nog betekenis heeft.'

Wie over de volkskerkgedachte bij I. Kievit spreekt moet hem wel helemaal laten uitspreken, wil men de geschiedenis recht doen.
Zo hebben hervormd gereformeerden in dit spoor ook de volkskerk tot reformatie willen brengen en op grond van het verbond afscheiding afgewezen. Kerkherstel niet door reorganisatie maar door reformatie! Ze hebben zich daarbij niet teruggetrokken op de plaatselijke gemeente maar hun roeping voor de kerk als geheel, in het licht van het verbond, willen uitrichten ('verbreiding en verdediging van de Waarheid…').

Samen op Weg
In het licht van het bovenstaande sluit ik af met nog slechts enkele woorden over Samen op Weg. Zo goed als mag worden gevraagd of de afscheidingen in de vorige eeuw als reformatie mogen worden bestempeld, zo goed mag men zich ook afvragen of de veréniging, die nu wordt beoogd, tot reformatie leiden zal.
Naar onze diepste overtuiging betekenden afscheidingen in het verleden een verbreken van het verbond, zoals dat in de tijd van de Reformatie in dit land gestalte had gekregen. Wel dient hier direct aan te worden toegevoegd dat de Hervormde Kerk zelf niet buiten die schuld staat, ook grote schuld draagt. Als zodanig wilden afgescheidenen en dolerenden buigen voor het gezag van de Schrift en hadden ze duidelijk reformatorische intenties.
Samen op Weg nu lijkt de breuk met het verleden te gaan completeren, niet alléén en niet zozéér omdat de continuïteit in de geschiedenis van de kerk der Reformatie verbroken wordt, maar alleréérst en allerméést omdat de tucht van het Woord en de gezamenlijke terugkeer tot die tucht ontbreken. Samen op Weg komt niet op uit een nieuwe reformatie.


Om het daarom nu ter afsluiting scherp te zeggen: Samen op Weg zou in het licht van het verbond wel eens ernstiger kunnen zijn dan de afscheidingen in de vorige eeuw.
Niet omdat de Hervormde Kerk alleenrecht heeft op het verbond. Maar omdat miskenning van de reformatorische gestalte en verzaking van het reformatorisch gehalte de breuk met het verleden compleet dreigen te maken.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Verbond en reformatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's