De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gods verbond en de Nederlandse Hervormde (volks)Kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gods verbond en de Nederlandse Hervormde (volks)Kerk

10 minuten leestijd

Mij is door de redactie van de Waarheidsriend verzocht een artikel te schrijven over de vraag 'of met een visie op het verbond, op grond waarvan hervormd gereformeerden de jaren door de Nederlandse Hervormde Kerk trouw gebleven zijn, ook een Verenigde Protestantse Kerk in Nederland tegemoet kan worden getreden'. Het gaat dus om een hervormd-gereformeerde visie op het verbond, zoals ze 'de jaren door' onder ons is gehuldigd met betrekking tot de N.H. Kerk. We moeten dus daarvoor terugkijken naar de geschiedenis van de Gereformeerde Bond vanaf 1906 tot heden.

Verbond en Kerk in de Schrift
Dat willen wij nu in het kort doen, maar dan beginnen wij bij het begin. Wij hebben als gereformeerden, niet slechts de jaren door, maar de eeuwen door, gemeend, dat ons belijden geworteld is in de Schrift. Dat geldt ook het belijden aangaande het verbond en de relatie tussen het verbond en de kerk. Daarom willen wij eerst hierop de aandacht richten.
Het wezen van Gods verbond is, dat God gemeenschap sticht met de mens. Dat deed Hij al in en door zijn schepping (werkverbond). Na de zondeval heeft God zijn verond vernieuwd en doorgezet. Het werd oen een genadeverbond. Dat verbond sloot God al met Adam. Daarna met Abraham en zijn zaad. De centrale inhoud van dit verbond was: 'Ik zal u tot een God zijn en gij zult Mij tot een volk zijn'.
God beloofde zijn genade (vergeving en vernieuwing), en Hij vroeg geloof en gehoorzaamheid: 'Wandel voor Mijn Aangezicht'. Maar wat Hij vroeg, wilde Hij zelf schenken. '… op mijn trouwverbond, al wat u ontbreekt, schenk ik, zo gij 't smeekt, mild en overvloedig' (Ps. 81).
De geschiedenis van dit verbond van God met Zijn volk is een bewogen geschiedenis geweest. Maar ondanks alle ontrouw en ongeloof van Israëls kant heeft God zijn verbond met dit volk in stand gehouden. We mogen geloven: tot op deze dag. Het is een eeuwig verbond. Daarom is er ook nu nog hoop voor Israël.
Maar er is in dit verbondsgebeuren wel een enorme stroomversnelling opgetreden. Er kwam het nieuwe verbond, door Christus' komst en door de uitstorting van de Pinkstergeest. Toen ging Joel 2 in vervulling: de uitstorting van de Geest op alle vlees. Daarom is er nu een volk van God uit alle volken en talen. Gods verbond met Israël wordt uitgebreid over alle volken. Deze wereldkerk is wel in Israël ingelijfd, maar neemt niet zijn plaats in. Israël blijft Gods verbondsvolk en de kerk uit de volken mogen als mede-burgers bij haar inwonen (Efese 2). De nationale beperking van het Oude Testament blijft dus voor Israël gelden, maar is in het Nieuwe Testament verruimd tot een internationaal en wereldomvattend heilsgebeuren.
Maar hoezeer Gods verbond nu ook alle volken aangaat, zijn inhoud en wezen blijft gelijk. Het blijft het ene verbond: Ik zal u tot een God zijn en gij zult Mij tot een volk zijn. Dat is het heil, dat nu in Christus door de Geest wereldwijd tot volle openbaring is gekomen. In het Nieuwe Testament is de kerk (ecclesia) dan ook allereerst de universele kerk uit alle volken. Daarnaast echter is de ecclesia altijd de plaatselijke gemeente. De gemeente Gods die te Corinthe is. En als het om regio's en landen gaat, dan wordt altijd gesproken in het meervoud: niet de kerk maar de gemeenten van Galatië, de gemeenten van Klein-Azië enz.

Calvijn
In die bijbelse lijn heeft ook Calvijn zijn leer aangaande het verbond ontvouwd. Alle nadruk legt ook hij op de eenheid van het verbond, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament. Maar de gestalten van het verbond zijn in beide Testamenten verschillend. In het Oude Testament is Gods verbond beperkt tot Israël. Dan heeft het verbond nog typisch nationale, volksachtige trekken. In het Nieuwe Testament gelden deze niet meer. Nu komt het geestelijk karaktervan het verbond tot volle openbaring. Alle volken mogen nu delen in de heilsgeheimen van Gods verbond. En er is maar één weg daartoe en dat is, dat wij geloven in Gods beloften in Christus, daartoe gebracht door middel van de verkondiging van het Woord en de werking van de Geest.
Hoewel Calvijn geen directe lijn trekt van het verbond naar de kerk, geldt ook van haar, dat God haar vergadert uit alle volken. Ze is een universele kerk. Maar tegelijkertijd ziet hij de concrete gestalte van de kerk in de plaatselijke gemeente. Want daar wordt het Woord verkondigd en daar werkt de Geest en doet Hij een gemeente ontstaan door en rondom het Woord. Zo is de kerk Moeder, die kinderen van God baart, voedt en opvoedt door Woord en Geest. Calvijn kent dan ook in zijn Institutie alleen de universele en de plaatselijke gestalte van de kerk. Aan een nationale of vaderlandse kerk gaf hij in zijn kerkleer geen plaats.

De belijdenis
Ook in onze Nederl. Geloofsbelijdenis wordt er geen expliciete verbinding gelegd tussen het verbond en de kerk. Evenals bij Calvijn wordt ook hier de nadruk gelegd op de kerk als kerk van het Woord, die zich enerzijds wereldwijd en anderzijds plaatselijk manifesteert (art. 27-29). Zij is 'een enige Katholieke of algemene Kerk', die tegelijk is 'een heilige vergadering der ware christgelovigen', en het eerste en beslissende kenmerk daarvan is, dat daarin de reine prediking van het Evangelie en de zuivere bediening van de sacramenten plaatsvinden. Dat wordt zichtbaar in de gemeente des Heeren rondom Woord en sacrament. Met geen woord wordt er in onze belijdenis gesproken over een nationale of vaderlandse kerk. Vanuit het wezen van de kerk was dit ook onbestaanbaar.

Dordtse Synode
Dezelfde lijn vinden wij terug bij de Dordtse Synode. De voorrede in de Acta van de Synode is gericht aan de 'Ghereformeerde Kercken Christi'. Daarmee worden de plaatselijke gemeenten bedoeld. Er wordt, dan ook gesproken o.a. over de 'Nederlandtsche Kercken', die ook genoemd worden de 'Ghemeynten der Vereenichde Nederlanden'. Maar ook wordt er gesproken over de 'Suydt-Hollandtsche Kercken'. Telkens dus kerk in het meervoud, omdat de kerk en de gemeente gelijk waren. Zo wordt de plaatselijke gemeente van Leiden de 'kercke van Leyden' genoemd. Ook dus kerk, nu in het enkelvoud. Terwijl als het gaat over de universele gereformeerde kerk in alle landen, wordt ook over de 'kercke' in het enkelvoud gesproken. In Dordt werd dus op een gelijke wijze als bij Calvijn over de kerk gesproken. Enerzijds is ze de kerk uit alle volken, de universele kerk. Anderzijds is ze de plaatselijke gemeente. Wat het laatste betreft, hebben gemeente en kerk dezelfde betekenis. De naam 'nationale' of 'vaderlandse' kerk komt niet voor, zelfs niet de naam Nederlandse 'kerk', wel Nederlandse 'Kerken'.

Voetius en Brakel
Zien wij nu, hoe dit in de klassiek-gereformeerde traditie is, dan noem ik twee van haar voornaamste woordvoerders. G. Voetius schrijft in zijn disputatie over de kerk, dat het tot het wezen van de kerk behoort, dat zij plaatselijk verenigd is rondom Woord en sacrament. Gaat zij een vereniging aan met andere plaatselijke kerken, dan is er sprake van 'een synodaal verband of een synodale correspondentie'. Wat het nationale aspect betreft, zegt Voetius, dat de vorm van de kerk niet bestaat 'in de plaatselijke eenheid van burgerlijke , samenwoning en nabuurschap, noch in de politieke eenheid door te leven onder één regering in dezelfde staat: ook kan het een niet met het ander verwisseld worden. Immers, het een is van deze wereld (…) en een wereldlijke regering, het andere is hemels en betreft het rijk en de heilige regering van Christus'. Landelijk spreekt Voetius dan ook voortdurend over 'Nederlandse Kerken'. Nergens wordt door hem over een vaderlandse kerk gesproken.
W. à Brakel laat in zijn 'Redelijke Godsdienst' de kerk rechtstreeks voortkomen uit het verbond. Aan het begin van zijn hoofdstuk over de kerk (Hfdst. 24) schrijft hij: 'Nu gaan wij over tot het tweede, nl. tot de Bondgenoten, die samengevat Kerk of Gemeente worden genoemd'. Kerk en gemeente vallen ook bij Brakel samen en dat komt, omdat ook hij het wezen van de kerk ziet in de samenkomst van de gelovigen rondom Woord en sacrament. Hij ziet dan ook een verschil met de kerk van het Oude Testament in Israël. In 24, 17 schrijft hij: 'Algemeen wordt de gemeente van het N.T. genoemd in tegenstelling tot het O.T. Toen was zij aan een natie en een land gebonden, maar in het N.T. is zij algemeen ten opzichte van plaats, natie en tijd, verspreid' over de hele wereld en wordt ze dan hier, dan daar gevonden. Zij bestaat uit allerlei natiën'. De term vaderlandse kerk komt ook bij Brakel nergens voor. Zelfs het accent op Nederland vindt men bij hem vrijwel nergens.

H. Visscher, J. Severijn en I. Kievit
Komen wij nu tot de Gereformeerde Bond, dan is de bijdrage over de kerk van drs. K Exalto in 'Beproefde Trouw' (75 jaar G.B. in de N.H. Kerk, 1981) heel leerzaam. Hier worden de visies van de leiders van de G.B. de jaren door weergegeven. Om te beginnen Prof. Hugo Visscher. Enkele citaten. Visscher doet 'al terstond een forse aanval op de Hervormde kerk als vòlkskerk'. Visscher bestrijdt dat 'de reglementaire hervormde Gemeente zonder meer mag beschouwd worden als de gemeente van Christus (…)' Hij noemt dat een dwaling. 'Wij gereformeerden staan voor de vraag, of dat agglomeraat, dat onder de Synodale Organisatie huist, als geheel beschouwd nog Kerk Gods mag heeten'. 'Conclusie: een volkskerk is noch bijbels noch gereformeerd' (A.W. 103 v.). 'Er is een louter formele uniformiteit' (107). Juist Visschers verbondsvisie, waarin hij verbond en verkiezing nauw op elkaar betrok, bracht hem ertoe om 'aan het nationale karakter van de Hervormde Kerk weinig betekenis toe te kennen'. Dit nationale is Oudtestamentisch. 'Er is geen sprake meer van een verbond met het hele volk als zodanig, slechts met delen van het volk. Gods verbond strekt zich intern uit over 's Heeren volk; en dat leeft thans in verschillende kerkgemeenschappen'. Visscher stond niet een Hervormde volkskerk, maar 'een Gereformeerde Kerk voor ogen, die haar Belijdenis zou handhaven' (103).
Exalto merkt op, dat in grote lijnen hetzelfde is terug te vinden bij Prof. Severijn en ds. I. Kievit. Van Severijn schrijft Exalto: 'De volkskerk wees hij af, ook de zogenaamde Christus belijdende volkskerk'. Daartegenover begeerde hij vurig de eenheid met allen die zich aan de gereformeerde Belijdenis wilden houden (127).
Tenslotte ds. I. Kievit. Hij komt 'krachtig op voor het recht der plaatselijke gemeenten'. Ook hij spreekt over plaatselijke 'Kerken'. Zij zijn 'formaties met een eigen zelfstandigheid', al is er een 'confoederatief verband' tussen deze kerken (128 v.) Over de Hervormde Kerk als geheel is Kievit zeer kritisch. Hij spreekt van de 'totaalkerk' en de 'Genootschapskerk'. De N.H. kerk is feitelijk 'een genootschap', ook na 1951, omdat de belijdenis niet daadwerkelijk functioneert. Exalto merkt dan op: 'De jaren na 1951 hebben hem volkomen in het gelijk gesteld'. De volkskerk was Kievit een gruwel.
Zelfs van de meer op het geheel van de N.H. Kerk gerichte ds. Jongebeur geldt, dat hij de onder invloed van Hoedemaker ontstane visie op de volkskerk ziet als 'een schadelijke vermenging van volk en kerk'. Ook voor hem is de plaatselijke gemeente de primaire openbaring van de kerk.

Conclusie
Hiermee heb ik de gestelde vraag in het kort beantwoord. Mijn conclusie is, dat in de gereformeerde traditie, vanaf Calvijn, het verbond gerealiseerd is gezien in de gemeente, die vergaderd is rondom Woord en sacrament. Deze gemeente is tegelijk de kerk, die daarmee de concrete gestalte is van de universele kerk uit alle volken. De idee van een nationale kerk komt daarin niet voor. We menen tevens aangetoond te hebben, dat deze gereformeerde opvatting over de kerk op de Schrift is gegrond.

C. Graafland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Gods verbond en de Nederlandse Hervormde (volks)Kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's