De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In de ruimte van Gods verbond

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In de ruimte van Gods verbond

12 minuten leestijd

De laatste tijd is er vanuit onze Herv. Ger. kring veel aandacht besteed aan het SoW-proces. Bij het overzien en verwerken van recent verschenen publikaties, overviel mij een gevoel van twijfel en onzekerheid. Zijn we op deze wijze wel op de goede weg? Ik werd mij steeds sterker bewust dat het hier om fundamentele zaken gaat. Het is naar mijn mening niet alleen goed, maar ook noodzakelijk, deze twijfel en vragen hierover in een breder kader aan de orde te stellen. Het is duidelijk dat ook binnen de Ger. Bond over het SoW-proces verschillend wordt gedacht. Tenslotte is ook de brochure 'In gesprek' door een predikant van de Ger. Bond opgesteld. Kennelijk zijn er verschillende visies en de zaak waarom het gaat is belangrijk genoeg om naar elkaar te blijven luisteren en elkaar te blijven aanspreken. Binnen de context van het thema 'kerk en verbond' wil ik op een aantal zaken ingaan.

Staan in de Hervormde traditie
De vele contacten, door de jaren heen, met Gereformeerden in verband met oriënterende SoW-gesprekken, maar ook met anderen uit de Ger. gezindte en evangelische stromingen, hebben bij mij in zeker opzicht een gevoel van dankbaarheid opgeroepen, de geestelijke opvoeding binnen de Herv. kerk te hebben ontvangen.
Ik wijs op drie dingen:
1. De concentratie op de Schrift en dan vooral een brede aandacht voor de geestesstructuur van de Schrift. Deze brede benadering geeft houvast voor het persoonlijk geestelijk leven, maar ook voor het staan in kerk en maatschappij. Denkend vanuit de structuur van de Schrift krijgen het verbond en b.v. de kinderdoop de juiste plaats.
2. Er heerst binnen de Herv. kerk een diepe overtuiging dat we het in alle levensverbanden waarin we worden gesteld ten diepste alleen van de trouw van God moeten hebben. De God van het verbond laat niet varen het werk Zijner handen. Dit brengt een milde ruime visie op 'heel de kerk en heel het volk' met zich mee. Het dwingt ons ook om ons te concentreren op de zaak en ons meer in het Centrum te bewegen, dan ons op te houden aan de grenzen. (A. J. Zoutendijk, Open Boek, blz. 66)
3. Er is een diepe eerbied en ontzag voor de Here God. Voor Zijn aangezicht speelt ons bestaan zich dagelijks af. De Heilige God legt beslag op ons gehele leven. Schrift en cultuur worden op elkaar betrokken. We worden opgeroepen alles ter ere van God te doen.
Uitdrukking van wat hierboven werd genoemd, vind ik tot mijn vreugde ook terug in de theologische bezinning van een groot aantal theologen binnen onze Herv. Ger. Kring.
Van harte hoop ik dat de hierboven aangegeven gezichtspunten ons, in onze benadering van de ontwikkelingen rond SoW, voor ogen zullen blijven staan.

Verbond en Woorden
De prachtige regels uit het psalmvers 'Hun, die Zijn verbond en woorden, als hun schatten gadeslaan', geven aan dat er een nauwe relatie bestaat tussen Gods verbond en Gods woorden. Binnen het kader van het verbond komt God tot ons met Zijn woorden van gericht en erbarming. Veel kunnen we leren van het verbondshandelen van God met Zijn volk in het O.T. De Geschiedenis van Israël is vol van zonde en schuld en loopt ten tijde van koning Rehabeam uit op de grote breuk. Het is leerzaam en verrassend te ontdekken hoe God in die situatie met het volk is omgegaan. De God van het verbond heeft Zijn zorg zowel naar het twee- als naar het tien stammenrijk uitgestrekt. Naar beide delen worden de profeten gezonden en God laat hen verkondigen dat de gescheurdheid niet Gods laatste woord zal zijn.
'Hoe zou Ik u prijsgeven, Efraïm, u overleveren, Israël?…
Mijn hart keert zich om in Mij, ten volle wordt mijn erbarming opgewekt.' (Hosea 11)
In de ernst van die tijd concentreren de profeten zich op de grote daden van God in schepping en verlossing en roepen het volk op tot geloof en bekering.
Ook de apostel Paulus laat er geen twijfel over bestaan, dat Jezus Christus en Zijn verlossingsplan met deze wereld centraal staan. Er is geen plaats voor eindeloze verfijningen, spitsvondigheden en haarkloverijen. Het kan niet worden ontkend, dat hier een aantal valkuilen ligt. Zo bestaat voortdurend het gevaar dat we ons van de hoofdzaken laten afleiden en de strijd op verkeerde fronten voeren.
Op een aantal punten wil ik duidelijk maken wat ik bedoel.
– Vanuit, naar ik aanneem, een oprecht bedoelde zorg wordt de nieuwe kerkorde aan een steeds verfijnder systeem van kritiek onderworpen. Het bestuderen van de inhoudelijke kritiek heeft mij echter in de overtuiging gesterkt, dat deze nieuwe kerkorde niet het eigenlijke struikelblok is. Kennelijk heeft men weinig vertrouwen in het confessioneel gehalte van de nieuwe verenigde kerk en tracht men d.m.v. formuleringen zoveel mogelijk zekerheden in te bouwen. Maar hiermee wordt de kerkorde overvraagd. De kerkorde is geen belijdenisgeschrift. 'Zij geeft alleen de lijnen aan, volgens welke de belijdenis in het leven en werken der kerk functioneert', (prof. Van Ruler in 'Hoe functioneert de Belijdenis?')
– Daarnaast is er ook een tendens te bespeuren om juist nu een aanscherping van belijden te willen, terwijl de verschillen in confessionele tradities die in de SoW-kerk samenkomen, groter zijn. Is het dan ons, met het verbond Gods voor ogen, niets waard als 'broeders van hetzelfde huis' weer samenkomen? Getuigt het dan ook van onderscheidingsvermogen dat de Dordtse leerregels i.v.m. de nieuwe kerk zo hoog wordt ingezet? Het geheimenis, waarom het gaat, stijgt immers uit boven datgene wat ons direct in de' Schrift is geopenbaard. Door prof. Graafland is aangetoond (Van Calvijn tot Barth) dat ook in de onder ons gangbare verklaringen aan de Dordtse leerregels een wending wordt gegeven om ze bruikbaar te maken voor de gemeente van onze tijd.
Datgene wat de Herv. Ger. geestesstroming binnen onze kerk ten diepste beweegt, deel ik van harte. Maar laten we de opdracht die we in Gods kerk hebben, op een zuivere en geestelijke manier vervullen. Slechts op die manier mogen we hopen en verwachten dat onze diepste intentie als zuiver wordt ervaren en tot zegen voor de kerk zal zijn.

Blikrichting van de kerk
Naar mijn mening is de meest wezenlijke vraag die in dit verband gesteld moet worden: hoe zien we de kerk?
Is de kerk onze kerk, en nog nader onze Herv. Kerk?
Moeten we in dit tijdsgewricht weer niet opnieuw leren de kerk te zien als gemeente van Jezus Christus? We hebben toch een Hoofd die gezegd heeft: 'Mij is gegeven alle macht' en 'Ik ben met u tot aan het eind der dagen'. Wordt het geen tijd om meer vertrouwen op Hem te stellen en al onze wensen en gedachten ondergeschikt te maken aan de voortgang van Zijn Koninkrijk?
Versta mij goed, in deze hartekreet gaat het mij niet om het simpele 'De Heer boven de leer', maar om in onze gerichtheid oog te hebben voor Hem die waardig is de boekrol te nemen en haar zegels te openen. Ik moet met droefheid constateren, dat deze gerichtheid in deze zaak onder ons weinig te vinden is.

Het verslag van de lezing uitgesproken op de ambtsdragersvergaderingen heb ik, met de intentie de eigenlijke bedoeling te verstaan, gelezen en herlezen. Toch kan mijn conclusie geen andere zijn, dan dat we hier muurvast zitten in een gesloten denkwereld. De lijnen vanuit de Schrift worden niet getrokken en ook de betekenis van het verbond voor ons omgaan met de nieuwe situatie komt m.i. niet aan de orde. Met dit stuk zijn we naar mijn gevoelen geheel in kerk-politiek vaarwater terecht gekomen.
Als gemeente van Christus leven we in een moeilijke tijd. De invloed van de secularisatie is schrikbarend. Het aantal christenen en kerkbezoekers neemt zorgwekkend af. De invloed van kerk en christendom is tanend. Er staan zulke belangrijke zaken op het spel. Als we dit overzien, moeten we dan niet concluderen dat ons denkmodel te gesloten is naar de toekomst? Is er niet teveel alleen maar ruimte voor het verleden en het historisch gegroeide? Als wij ons openstellen voor het werk van de H. Geest, dan zal Hij zijn opbouwend werk kunnen doen en is er zelfs een mogelijkheid van een opwekking. Wie zal de Geest de weg voorschrijven en Hem opsluiten binnen de grenzen van onze eigen kerk?
Nogmaals, versta mij goed, ik bedoel hiermee niet te pleiten voor idealisme, dat is gegrond op onze eigen mogelijkheden. Het gaat mij om een geloofshouding, waarbij we grote dingen van God verwachten.
Ook wil ik hiermee niet zeggen dat het met de waarheid niet zo nauw komt, en dat we de rijkdom van onze gereformeerde traditie overboord moeten gooien. Ik pleit voor een biddend en werkend staan in de gemeente en voor het doorgeven en levend houden van de wezenlijke bijbelse zaken en het waardevolle van onze traditie. Dat betekent naar mijn inzicht een open staan voor de weg, die Christus met Zijn gemeente wil gaan. Dan kijken we verder dan de grenzen van onze eigen gemeente, ook verder dan de grenzen van ons eigen land en voelen we ons verbonden met de wereldkerk.

Waarvoor pleit het Hervormd Pleidooi?
De aandachtige lezer zal gemerkt hebben dat ik de kerk op een andere wijze zag dan het Hervormd Pleidooi.
Ook in dit geschrift vinden we weer dezelfde denkwijze terug.

1. Reeds de inzet van deze brocure stelt niet de voortgang maar de onderbreking van het SoW-eenwordingsproces centraal. Het verlangen naar eenheid, dat gegrond is op de woorden van Christus: 'Dat zij allen een zijn', wordt geneutraliseerd, door dit te plaatsen in het kader van het seculiere eenheidsstreven van deze tijd en door er een inhoud aan te geven, waaraan elk appel ontbreekt. Door het verlangen naar eenheid zo te diskwalificeren, geeft men er blijk van weinig te lijden aan de geesteloze situatie waarin we als chr. gemeente verkeren.

2. Indien we vanuit de Schrift nadenken over de kerk, komen we naar mijn mening ergens anders uit dan dit Hervormd Pleidooi.
Wie het artikel van dr. A. Noordegraaf 'De kerk in het N.T.' (De Kerk, blz. 62) leest, merkt dat het N.T. de concrete gemeente ziet staan in de spanning van het gekomen en komende koninkrijk van God. Hierbij zijn het verticale (de gemeenschap met Christus) en het horizontale (de communio met elkaar als broeders en zusters in het ene lichaam) nauw met elkaar verbonden. De in Christus gegeven eenheid vormt de grondslag voor de roeping.
Het Pleidooi noemt zeker waardevolle elementen van het gemeente-zijn, maar speelt toch, in een verheven taal, teveel met accenten om werkelijk richting te kunnen wijzen in de ernst van de tijd waarin wij leven.
3. Ik vraag mij ook ernstig af of het spreken en verheerlijken van onze Herv. Kerk zoals gebeurt wel binnen verantwoorde grenzen blijft. Verschillende scribenten hebben er reeds eerder op gewezen, dat hier grote gevaren dreigen. Zo heeft bv. ds. Poot (W&D van 15-1-93), grote moeite met de uitdrukking 'Vaderlandse Kerk': 'Zij is mij te romantisch en ze bindt mij de kerk teveel aan land en volk. De geschiedenis heeft ons geleerd en leert ons heden ten dage weer hoe onheilspellend deze verbindingen kunnen werken'. In dezelfde geest schreef ook drs. C. Blenk in zijn artikel 'Geen Vaderlandse Kerk?' (Uitdagend Ger. blz. 128 e.v.): 'Een landelijke kerk mag, moet bijbels, want het hemels Evangelie wil "landen". Maar op de juiste wijze: meer Geestdoorademd dan organisatorisch doortimmerd. En op de juiste plaats: tussen de plaatselijke en de algemene kerk in'. In het Hervormd Pleidooi worden hier m.i. grenzen overschreden. Bovendien maakt het ook wel erg gemakkelijk – bijna onopvallend – de sprong van de grootheid van de Nederlandse Kerk naar de grootheid van de Nederlandse Hervormde Kerk.

Onderscheiden waarop het aankomt
Met het bovenstaande hoop ik voldoende duidelijk te hebben gemaakt, wat de reden is van mijn twijfel en zorg.
Wat de gemeente in deze tijd nodig heeft, is het profetisch Woord, dat haar leert te onderscheiden waarop het aankomt en haar leert de weg te gaan die de Meester haar wijst.
Ga ik hiermee niet veel te gemakkelijk voorbij aan alle terechte bezwaren en zorgen die er t.a.v. SoW leven? Als ambtsdrager in een Herv. Ger. wijkgemeente besef ik maar al te goed voor welke problemen we kunnen komen te staan. Er zullen zich situaties voordoen, waarbij het voor ons moeilijker zal worden. Het hart van het gemeentezijn speelt zich af rond de Woordverkondiging in de zondagse diensten. Hier liggen de zaken teer en kan een gemeente gevoelig reageren. Op plaatselijk vlak kan het zijn dat in bepaalde situaties de opbouwvan de gemeente niet is gediend met SoW. Maar toch is het mijn diepe overtuiging, dat niet meegaan in het verband van de Verenigde Protestantse Kerk geen optie is.
Naar mijn mening is dit vooral geen optie, vanwege de trouw aan Gods verbond en aan onze roeping. Immers juist als we denken vanuit het verbond, zullen we ontdekken dat het verbond zich uitstrekt naar Gereformeerden en Lutheranen. In onze vaderlandse geschiedenis zien we hoe de Lutheranen aan de basis van onze kerk stonden (zij waren de eerste martelaren) en hoe vervolgens de Heere zijn verbondsweg ging met de Herv. kerk, ondanks haar verval. Beleefden de Afgescheidenen en Dolerenden het verbond vooral in hun afgescheidenheid, binnen de Herv. kerk werd duidelijk dat het verbondshandelen van God zich breder uitstrekt. Hoe kunnen wij, die leven van de verwondering over Gods trouw, dan de Gereformeerden en Lutheranen buitensluiten? Juist door te denken vanuit het verbond zullen we aan de Gereformeerden en Lutheranen plaats kunnen en moeten geven. Want Gods verbond is wijd en Gods hart is ruim en het Verlossingswerk van onze Heere Jezus Christus is voldoende voor ons allemaal. Laten we ons vertrouwen op de Heere stellen, dan gaat de toekomst open en zullen we weer gezichten gaan zien en dromen gaan dromen. De hand des Heeren is niet verkort, dat het Hem uit de hand zou gaan lopen.

A. van Wingerden, H. I. Ambacht
scriba Herv. wijkgemeente Elim

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

In de ruimte van Gods verbond

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's