De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen (2)

De Apostolische Geloofsbelijdenis (15)

11 minuten leestijd

Gods ene Kerk en onze vele kerken
Het is dus duidelijk dat op het geloof van de gelovige een sterk beroep wordt gedaan wanneer beleden wordt: ik geloof een Kerk of ik gelooft de Kerk. Ik geloof dat God Zijn Kerk hier heeft. Kerk staat in het enkelvoud. Maar wij zien een meervoud. Er zijn immerss talloze Kerken in de wereld? Alleen al in Nederland zijn er tientallen. Hoe kan dat, de ene Kerk geloven en het veelvoud daarvan zien? Hier blijkt de macht van de boze, die een vijand van God en Zijn Kerk is, hier stoten wij op de macht van de zonde, die zich ook in de Kerk (die gave is van de Heilige Geest) ook in het leven van de gelovigen nog gelden laat. De gelovige bidt om vergeving van de schuld en belijdt als een andere gave van de Heilige Geest de vergeving van de zonden. Hij doet dit omdat hij de macht van het kwaad niet onderschat, maar dagelijks ervaart. Hij lijdt daaronder en belijdt zijn zwakheid en schuld voor God. Zo is het menselijke schuld dat de eenheid van Gods Kerk zo zeer verbroken is. Als een glas, dat, op de grond gevallen, in honderden stukken is uiteengespat. De oorzaken zijn vele. Soms zijn het kleinmenselijke ruzies, heerszucht of geldingsdrang die tot verbreking van de eenheid leiden. Gebrek aan liefde en waarachtige ootmoed spelen niet zelden een geduchte rol. Veelal is het echter omdat de waarheid in het geding is gekomen en de strijd om haar, dat is de strijd om het verstaan van de Heilige Schrift als gezaghebbend Woord van God, meningen en kerken verdeelt en eenheid verscheurt. Maar ook daarin manifesteert zich de macht van de zonde. Bijvoorbeeld doordat men de ratio, de rede over de Heilige Schrift laat heersen. Of doordat men de Schrift met een beroep op de traditie terzijde schuift. Of haar horig maakt aan het levensgevoel van de eigen tijd. Of niet let op de gang die God in de historie met Zijn Kerk is gegaan. Moet te onzent de oorzaak van de kerkelijke gebrokenheid voor een groot deel niet op het conto van gebrek aan bereidheid zich aan het juk van Christus te onderwerpen (Nederlandse Geloofsbelijdenis), worden geschreven? Door al deze en nog veel andere oorzaken meer treedt onderlinge vervreemding op, waardoor eenheid in het geloven en soms ook eenheid van de Kerk als instituut verloren gaat. Zo verkeren wij in Nederland in een situatie van een verstarde en nog steeds groeiende verdeeldheid, een situatie waarin eenheid van organisatie geen enkele garantie meer biedt voor eenheid in geloven en belijden.
Toch wordt de Kerk geroepen ernst te maken àlle ruimte te geven aan Christus, haar Hoofd. Hij wil immers in zijn Kerk wonen en zijn heilzaam gezag laten gelden door zijn Woord, zijn Heilige Geest.
Naarmate Hij méér aan zijn recht komt door haar geloof en belijdenis, haar liefde en toewijding, lof en dienst, beantwoordt de Kerk aan Gods bedoeling, is zij werk- en woonplaats van de Geest, is zij… Kerk.
Daarom zal in onze gebroken werkelijkheid geen Kerk die met het Apostolicum de eenheid belijdt, zich kunnen onttrekken aan de roeping, de eenheid in eigen huis te bewaren en te bevorderen en de eenheid met andere Kerken te zoeken. Maar dan zó dat aan de waarheid haar recht wordt gegeven en geen nieuwe breuklijnen ontstaan. Aan het merkwaardig feit, dat daar waar in de 16e eeuw de Reformatie haar gezegend werk aan de Kerk deed, als regel Landskerken zijn ontstaan, die dus ophielden bij de landsgrenzen, ga ik nu verder voorbij.

Een Kerk Kerk àf?
Die gemeenschap, waaraan zoveel ongunstigs, waarvan zoveel negatiefs te zeggen valt… Kerk? Tempel van de Heilige Geest? Lichaam van Christus? Huis van God? Van het geloof wordt veel spankracht gevraagd als de gelovige belijdt: ik geloof een Kerk. Het is zoals ten tijde van het Oude Verbond met Israël, dat temidden van de volkeren het volk van God was. Maar wat is daarvan weinig te zien geweest! Wat heeft de Heere met Zijn volk veel te stellen gehad, wat heeft het Hem op het hart getrapt. Toch hield Zijn verbond niet op, tot Hij in Christus een nieuw verbond geschonken heeft.
Het is niet alleen de veelheid van Kerken, het is ook de zwakheid van haar gestalte, die het geloof aanvecht. Zwakheid, omdat datgene waar het in de Kerk om gaat in zo geringe mate aanwezig is, omdat Christus zo weinig in haar gevonden wordt. Zijn in de wereld, dat machtsgebied van de boze, waarheid en liefde als witte raven, ook tot de Kerk vinden deze moeilijk toegang. Toch zijn deze constituerend voor de Kerk. Niet alles wat Kerk heet, is ook Kerk. Daarom is steeds weer de vraag gesteld, waaraan de Kerk herkenbaar moet zijn. De kerk van Rome zegt: waar de bisschop is, daar is de Kerk. De Reformatie noemt steeds twee kenmerken: de zuivere prediking van het Evangelie en de zuivere bediening van de Sacramenten. Soms wordt, zoals in de belijdenis van Nederlands Kerk der Hervorming, als derde kenmerk genoemd de kerkelijke tucht om dwaling en zonde te bestraffen.
Bederf van het ene kenmerk raakt ook altijd de beide andere. Verbastering van de prediking van het Evangelie maakt dat de sacramenten hun zuiverheid verliezen. Verwaarlozing van de tucht leidt tot verval van Kerk en prediking. Tuchtoefening zonder liefde doet dit eveneens. Naarmate de waarheid van het Evangelie als boodschap van Gods souvereine genade wordt verminkt, wordt Christus een vreemde in eigen Huis en trekt de Geest zich terug. Zodat van de Kerk, naar een woord van Calvijn, slechts sporen overblijven. Onophoudelijk komt tot de Kerk de roeping van Godswege om waarlijk Kerk te zijn, ruim baan te maken voor het Woord van haar Heer, opdat het kruis niet verijdeld worde. Want de Heere erkent nergens iets als het zijne, dan waar zijn Woord gehoord en nauwkeurig in acht genomen wordt (Calvijn).

De Kerk – onmisbaar?
Niet zelden ontmoet men de mening dat het niet nodig is bij een Kerk te behoren. Ook zonder haar kan men immers wel 'een goed mens zijn'. Deze uitspraak op zich is er al een bewijs van hoe nodig de Kerk is! Want de Kerk, die het Woord van God moet doorgeven, laat een ander geluid horen en daardoor moet de mens zich laten gezeggen. Al van Cyprianus, uit de vroeg-christelijke Kerk, is de uitspraak dat wie God tot Vader hebben wil, de Kerk als Moeder nodig heeft. Calvijn heeft haar overgenomen en staat eveneens op het standpunt dat de Kerk onmisbaar is. Want de Heere heeft zijn barmhartigheid slechts in de gemeenschap der heiligen beloofd en de vergeving der zonden wordt slechts binnen de Kerk ontvangen. Het komt er dan wel op aan dat de Kerk niet vervalt tot het niveau van een vereniging, tot een godsdienstig genootschap, een gezelligheidsclub of een organisatie voor wereldverbetering of maatschappelijk hulpbetoon. In onze tijd rijst het schrikbeeld op van een Kerk die is verworden tot een religieus genootschap, waar de geest van deskundigen en managers de Heilige Geest heeft uitgebannen, waar het Woord wordt overstemd door eigentijdse meningen, waar de sacramenten van hun heiligheid zijn beroofd, waar de tucht over leer en leven is verdwenen en alles kan en alles mag. Een Kerk, waaruit Christus, die door het instrument van de ambten door Woord en Geest zijn Kerk regeert, bedroefd is weggegaan. Kunnen de gelovigen anders dan dat zij van zo'n Kerk zich terugtrekken? Met de verbluffendste liturgie kan men de Kerk niet vasthouden, als de zuivere prediking en de rechte sacramentsbediening zijn geweken (O. Noordmans). Zo kan het gebeuren dat een gelovige in de bittere situatie komt, buiten de kerk te raken, maar van de Kerk te zijn.

Heilig
Van de Kerk belijden wij dat zij heilig is. Heilig is in de Bijbel God en alles waar Hij Zijn hand op legt. Heilig is nooit een kwaliteit van iets of iemand in zichzelf. Als stukje in de tijd is de zevende dag op zich niet heiliger dan de andere dagen. Heüig is die evenwel omdat God die dag als rustdag heiligde en zegende. Israël was op zichzelf niets beter dan welk volk ook. Heilig was het door Gods verkiezing en verbond. Niets heiligs had de berg Sion van zichzelf. Geheiligd was die plaats omdat de Heere daar zijn Naam deed wonen. Heiligheid betekent afgezonderd te zijn. Heilig is de Kerk omdat zij Christus' lichaam is. Heilig zijn de gelovigen niet van zichzelf, maar omdat zij Jezus Christus toebehoren. De heiligheid van de Kerk bestaat hierin dat Christus in haar midden, temidden van onheiligen en zondaren wil wonen. Zij mogen de boodschap van oordeel en genade vernemen. Daar klinkt zijn bevrijdend woord. Daar wordt Gods liefde beantwoord, zijn lof gezongen, zijn Naam en werk geprezen en aan de wereld bekendgemaakt. Want de heiligheid der Kerk betekent niet een veilig eiland, een enclave in veel onheiligheid. De Kerk draagt de boodschap, die oproept tot bekering en geloof de wereld in. Zij wil winnen en werven voor haar Meester. Zij gunt het heil aan allen, wil anderen doen delen in haar vreugde.

Algemeen
Niet alleen heilig is de Kerk, zij is ook algemeen. Dit is een vertaling van het woordje katholiek. Ten onrechte maakt de Kerk van Rome met uitsluiting van andere Kerken aanspraak op de katholiciteit. Wat ligt in de ware katholiciteit die wij belijden opgesloten? Niet zo weinig. Zij is niet gebonden aan enige plaats of tijd. Zij omspant de tijden en de gelovigen in alle volkeren tot wie het Evangelie is gekomen. In Christus is de belofte die God aan Abraham gaf, vervuld: in u zullen alle geslachten der aarde gezegend worden. Daarom wist de eerste christenheid zich ook het heilige volk van God, het nieuwe Israël (E. Lohse). Wij denken ook aan Paulus' woord dat in Christus jood is noch Griek, noch slaaf noch vrije, noch man noch vrouw. Die verschillen, soms tegenstellingen, zijn er in de wereld terdege. Maar in Christus zijn zij als tegenstelling overwonnen. De Kerk omvat deze alle. Voor haar doet rang en stand er niet toe, noch verschillen in ontwikkeling en status, van natie of ras. Zij herbergt mensen die onderling zeer ongelijk zijn. Daarvoor is in de Kerk plaats. Zij is de kathedraal der liefde (A. A. van Ruler). De katholiciteit van de Kerk betekent niet dat zij universeel alle mensen omvat, zoals in het voetspoor van Karl Barth tegenwoordig niet zelden wordt gesteld. Om deel te krijgen aan de verlossing door Christus, is en blijft nodig te worden herboren uit de Heilige Geest.

Christelijk
Een derde karakteristiek is dat de Kerk christelijk is. Dit bijvoeglijk naamwoord stond er oorspronkelijk niet en is heel laat in het Credo gekomen. Het is ten diepste ook overbodig, omdat wat ermee gezegd wil zijn, al ligt opgesloten in het woord Kerk op zichzelf. Er is maar één Kerk. Zij is het lichaam van Christus. Hij is haar alles. Een andere Kerk dan die van Christus is er niet, tenzij een namaak-Kerk of een valse. Christus houdt haar in stand. Zij belijdt Hem als haar enige Verlosser. Zij leeft van zijn genade, zij ziet als zijn bruid naar haar Bruidegom uit. Zij is in de wereld, maar niet tot haar te herleiden. In deze wereld is zij een vreenrde, omdat zij Hem toebehoort. Zij loopt het gevaar te ontaarden in een valse kerk, die, naar H. F. Kohlbrugge karakteriseert, de enige Hoeksteen, Christus terzijde stelt, op mensen bouwt en haar inrichtingen hoger schat dan de waarheid van Christus. Deze matigt zich de heerschappij over de gewetens aan in plaats van de liefde te beoefenen en werpt de goeden uit. De ware Kerk daarentegen houdt vast aan haar Hoofd, Christus, laat zich door zijn Woord en Geest regeren, bedient de Sacramenten naar zijn bevel en handhaaft de tucht in Christus' zin. A. A. van Ruler stelt met grote nadruk dat de Kerk een eigen, aparte gestalte in de wereld is en dat zij niet incognito kan gaan. Dat aparte ligt opgesloten in het woord 'christelijk'. Met zijn waarschuwing sluit ik deze voorlaatste aflevering af: alle progressieve christenen zijn bezig de Kerk weer op te lossen in een maatschappelijke en internationaal-politieke functie en daarmee tot het heidendom terug te keren.

L. J. Geluk, Rotterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's