Gezond-gereformeerd (2)
Lezing jaarvergadering Gereformeerde Bond op 25 mei te Nijkerk
2. Het evenwicht in de verkondiging
Het gezonde gereformeerde leven wordt gewekt en onderhouden door het gezonde Woord, vereist daarom een gezonde evenwichtige prediking. Een trinitarische prediking, waarin het werk van de Vader, het werk van de Zoon en het werk van de Heilige Geest zonder enige terughoudendheid ontvouwd en verkondigd wordt. Daarbij staat niet het subjectieve, maar de objectiviteit van het door de drieënige God tot stand gebrachte heil voorop, en vooral centraal. Het gaat om de grote werken Gods, waardoor de gemeente op de hoogte gesteld wordt van de Heilsfeiten. Ik hoorde eens een christen zeggen: 'Het liefste hoor ik de heilsfeiten preken'. Geen wonder, want daarin ligt het behoud van de verloren en aan Gods recht en wet onderworpen zondaar beloofd, gewaarborgd en verankerd. Wie zo'n prediking als 'maar oppervlakkig' kwalificeert, spreekt misschien van ontdekking zonder tot op de bodem van z'n bestaan ontdekt te zijn. Van zonde, maar helaas drukt hem het gewicht der zonde niet zo zwaar, dat hij het leven buiten zichzelf in Christus zoekt. Wat betekent het in de praktijk alle nadruk op de doodstaat van de mens, de onmacht van de zondaar, de noodzakelijkheid van de wedergeboorte, zonder dat het Evangelie van onze grote God en Zaligmaker verkondigd wordt, met bevel van geloof en bekering? Het houdt de mensen van God weg. Gereformeerd is veelzijdig, beslist niet eenzijdig.
Gezond-gereformeerd prediken, vereist dat je je biddend ingraaft in de Schriften en de schatten opdelft om uit te delen menigerlei genade Gods. Theologiestudenten kunnen zich niet grondig genoeg verdiepen in de theologie, met name de gereformeerde theologie. Calvijn zei van de Dopersen, 'dat zij hun dienaren creëerden met haast'. Gezond-gereformeerd betekent niet studeren met de hete adem van de gemeente in je nek. Als je straks wilt staan voor gezond-gereformeerd preken, dan moet je nu niet volstaan met een vijfje of een mager zesje behaald via een geleend collegedictaat. Misschien vinden zij spoedig aansluiting bij een soort gemeentetheologie, opvattingen, gezegden, spreekwijzen, die – welke waarheidsmomenten zij ook mogen bevatten – toch de toets van de Schrift en belijdenis niet kunnen doorstaan. Te pas en te onpas staande uitdrukkingen gebruiken, die nadere toelichting behoeven, maar deze niet krijgen, zodat deze uitdrukkingen een zelfstandig leven gaan leiden, los of haaks op het geestelijkgereformeerde leven.
Het gezonde evenwicht komt niet tot stand en de gereformeerde prediking komt niet tot haar bijbels recht en élan als predikanten hun hele wetenschappelijke opleiding op de hoop oud roest werpen. Hun exegetisch geweten verzwakt. Zij gaan soms klankexegese bedrijven en sluiten zich met huid en haar aan bij wat ze in de gemeente aantreffen aan spreekwijzen, gedachten enzovoort.
Daarbij rijst soms het kwade vermoeden, dat zij dit doen om gunst of eer of voordeel. Meestal zijn we ons dit zelf niet bewust, maar niemand onzer is er te goed voor. Wij hebben dan ook met onze bediening voor God te komen om in het evenwicht te blijven; of wanneer we qua prediking uit het lood gezakt zijn recht gezet te worden. En als de vraag nooit klemt; is het voor God waar, wat wij anderen verkondigen, kunnen we dan nog bidden: Maak in Uw Woord mijn gang en treden vast?
3. Het evenwicht tussen Woordverkondiging en de gereformeerde Belijdenis
Het zou niet gereformeerd meer zijn als wij in de verkondiging de Belijdenis van de Kerk der eeuwen en van de Kerk der Reformatie niet laten meeklinken. Volop en voluit. Het geloven dringt tot belijden. Niet een enkele privémening wordt in de Belijdenis ter sprake gebracht, maar de volle omvang en inhoud van het in de Schrift geopenbaard en geschonken heil van de Heere wordt beleden. De Belijdenis is uiting van de geformeerde katholiciteit. Het gaat om de Woordverkondiging; dàt is het primaire uitgangspunt voor leer en leven. Het secondaire oriëntatiepunt is met de algemeen christelijke en in de gereformeerde belijdens ons gegeven. Het is de samenvatting van het geloof, dat ons door de heiligen is overgeleverd. Men bedoelde niet te zeggen, dat de gereformeerde belijdenis het laatste en het hoogste woord heeft. Maar men bedoelde óók te zeggen: dit zijn de grenzen voor het verstaan van de Godsopenbaring. Je zou tevens kunnen zeggen: Belijdenis is zelf uiterst evenwichtige Woordverkondiging.
Wie met dit belijden in strijd komt, komt in strijd met de Schrift, omdat ieder die belijdt de dingen die ons van God geschonken zijn zich in laatste instantie mag beroepen op de Schrift. Wie nu de belijdenis op bepaalde punten in twijfel gaat trekken of totaal onverschillig staat tegenover de gereformeerde belijdenis, omdat het christelijk activisme van meer betekenis is dan het gereformeerd belijden, is bezig zijn gereformeerd-zijn prijs te geven. Als de band met de gereformeerde belijdenisgeschriften verslapt gaat het gereformeerd-zijn verbleken.
De belijdenis is belijdenis van het evenwicht tussen de soevereiniteit Gods en de menselijke verantwoordelijkheid. Zij be hoedt ons, mits recht verstaan, voor de overheersing van een verkiezingsidee als een alle leven dodend systeem. Voor een gnostische versluiering van de grote gereformeerde waarheid van de predestinatie, en dat in de volle Dordtse zin van de dubbele predestinatie. Van Ruler zegt: 'Aan Calvijn en de vaderen van Dordt komt de eer toe, dat zij de geestelijke moed en kracht hebben opgebracht, deze waarheid tot op de bodem toe uit te spreken en het in haar uit te houden, hoe groot de spanning ook moge zijn, welke zij in de geestelijke existentie aanbrengt. Het heeft ons volle instemming als dr. A. de Reuver in een interview met het R.D. van 4 mei stelt, 'dat men, om de gehele Schrift recht te doen en om de genade voluit als genade te laten gelden, voor het geheimenis van het dubbelbesluit heeft te buigen. Als we maar veruit de buurt blijven van een logisch evenwicht tussen verkiezing en verwerping (non eodem modo, zegt Dordt) en vooral ook recht doen aan de wondere werkelijkheid dat God van Zijn geheimenis geen geheim maakt, maar in de gekruiste en gepredikte Christus Zijn hart ontsluit en dat de Heilige Geest het welbehagen Gods realiseert op de wijze van een levenwekkende oproep, een lokroep, een hartgrondige en welgemeende nodiging.' Te mogen delen in Gods genade is voor een gereformeerd hart, dat zich zalig hoort aan de prediking van de Zoon van Gods welbehagen, het allergrootste wonder. Dan staat ons leven te trillen op de spits van Gods verkiezende liefde.
Hoe evenwichtig spreekt ook de belijdenis over de verhouding van geloof en wedergeboorte, en in die volgorde. Om te voorkomen dat we verward raken in het struikgewas van een wedergeboortetheorie, waar de mens blijvend tevergeefs in zichzelf moet zoeken naar de kenmerken van de wedergeboorte en hem geruststelt dat hij door het ingestorte leven de ganse zaligheid in de kiem bezit, zonder dat het leven des geloofs uit Christus voluit openbloeit. Dat kan misschien, maar dat hoeft per se niet, zo wordt gesteld. Zoiets vind je niet in de Schrift, noch in de gereformeerde Belijdenis. De belijdenis leert ons duidelijk het evenwicht tussen verkiezing en verbond. Het is gezond-gereformeerd om die twee niet tegen elkaar uit te spelen. Ze zijn met elkaar in harmonie. Men verlaat het gereformeerde spoor wanneer men gaat zeggen, dat men eerst de tekenen of vruchten van de verkiezing in eigen hart en leven moet hebben ontdekt, voordat men mag pleiten op Gods verbond en zich het beloofde heil mag toeëigenen. Wij houden de zaak gezond-gereformeerd als we in acht nemen hoe de stroom der verkiezing zich beweegt in de bedding van het verbond. Zeker het verbond wordt ingewilligd door hen, die door God daartoe verkoren zijn. Geen verbond zonder verkiezing en geen verkiezing zoder verbond. Ze liggen voor het geloof in één lijn. Hoewel de leer van de verkiezing niet mag domineren in de leer van het verbond, zal zij er wel in functioneren.
In de belijdenis treffen wij het evenwicht aan in de hele orde des heils. Zij wordt beleden, maar allerminst gesystematiseerd. In de orde des heils klinkt niet de monotone dreun van ingeheide waarheden, maar horen we alle klokken van het Evangelie luiden van roeping, rechtvaardiging, heiliging en verlossing tot heerlijkheid. Dan dient de eschatologie een volwaardiger plaats in de prediking krijgen dan nu het geval. Gezond gereformeerd is het om niet de Geest van God voor de voeten te lopen met het steeds terugkerende 'eerst, eerst'. De Geest blaast in goddelijke vrijheid waarheen Hij wil en laat Zijn windrichtirig niet door ons bepalen. Op geen enkele wijze mag het Evangelie tot een nieuwe wet gemaakt worden. Dat gebeurt waar de prediking van de Wet, die de zondaar tot op zijn diepst voor God vernedert, zodat hij verlegen wordt om Christus, die hij in de belofte Gods door het geloof omhelst, identiek gemaakt wordt aan een wettische prediking.
Daarin worden de zonden wel breed uitgemeten, opgeroepen tot bekering, maar tegelijk wordt de onmacht van de mens zó overgeaccentueerd, dat de gemeente het dorre bos van een uitgebalanceerd systeem wordt ingestuurd, door te zeggen: een onbekeerd mens kan niet bidden. Over de onwil wordt nauwelijks gerept. Het is ongezond-gereformeerd om een uiterlijke vormelijkheid als een last de schare op te leggen. Calvijn zegt, dat als een christen niets gemeen heeft met een ongelovige, Paulus niet zulke dingen op het oog heeft als voedsel, kleding of landerijen of zon of lucht. Zo'n wettische prediking leidt tot eigen willige godsdienst en tot een dualistisch levensgedrag. In de praktijk zie je dan vaak: hoe rechtzinniger hoe libertijnser en onder het mom van een wettische wereldmijding kan er soms ontzettend veel bij door.
Je kunt toch niet eerst iemand voor onbekeerd verklaren, zeggen dat hij de waarheid mist en hem tegelijk oproepen om voor de waarheid te strijden! Wettische prediking heeft geen ontdekkende kracht, omdat ze nooit concreet genoeg is, omdat zij de wet niet ernstig neemt in haar eis God lief te hebben boven alles en uw naaste als uzelf. Wetsprediking daagt de mens voor Gods rechterstoel en zij is geen wetsprediking als zij geen tuchtmeester tot Christus is, die het einde der wet is voor ieder die gelooft.
Wettische prediking bevordert het besef van eigen vroomheid, waardoor men uit de hoogte op de goddeloze wereldlingen kan neerzien. De drie stukken die de enige troost van de christen uitmaken worden gereduceerd tot het ene stuk der ellende, even eenzijdig als de reductie tot het ene stuk der dankbaarheid. De belijdenis leert ons het evenwicht tussen rechtvaardiging van de goddeloze en de heiliging van het christenleven. Het is onmogelijk, belijdt de Catechismus, dat wie Christus door een waar geloof is ingelijfd, niet zou voortbrengen vruchten der dankbaarheid. Als dat niet gebeurt, ligt dat niet aan het gereformeerd-zijn, niaar aan de gereformeerde mens, die zo nodig steeds weer ge-re-formeerd moet worden.
Dwalen tussen de dorre bomen van een houterig systeem, maakt onszelf tot bomen in het afgaan der herfst, tweemaal verstorven en ontworteld. Het is de Geest die waaiend door de hof van Gods kerk en van Christus' bruid doet roepen: 'O dat mijn Liefste tot Zijn hof kwame en ate Zijn edele vruchten'. De toets van het gezonde-gereformeerd leven wordt ons aangereikt in Galaten 5: De vrucht des Geestes is liefde, blijdschap vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof zachtmoedigheid, matigheid: Gezond-gereformeerd leven is gezond geloofsleven, die de twijfel niet tot kenmerk van het ware, nieuwe leven stelt, maar de aanvechtingen van de twijfel afweert met het schild des geloofs. Tenslotte, want ik zou nog veel meer moeten en kunnen noemen, gezond-gereformeerd geloofsleven is een bevindelijk geloofsleven. Ik zou voor een lief ding afwillen van de thans gangbare term 'bevindelijk-gereformeerd'. Het riekt me teveel naar een groepsgebeuren, een aanduiding voor de Gereformeerde, eventueel 'Reformatorische Gezindte', die zich vastbijt in een zogenaamd historisch geloof en die de kenmerken draagt van een bepaalde kleur kleding. Ik zeg het opzettelijk ietwat gechargeerd, wat tevens inhoudt dat ik niet allen die daartoe wensen te behoren over één kam wil scheren. Er zijn oprecht godvruchtigen onder de verdwaalden in het ultra-gereformeerde. Ik zou de term 'bevindelijk-gereformeerd' willen ruilen voor en spreken over 'gereformeerd-bevindelijk'. Bevinding getoetst aan en gegrond op de Schrift, waarbij je niet met een lantaarntje naar het autentiek-gereformeerde hoeft te zoeken, maar het bevindelijke een uitstraling is van het bijbels-gereformeerde leven. Wat ik bedoel? Bevindelijk is namelijk niet, dat wij, na wat God gedaan en gezegd heeft, nu eens gaan praten over wat wij voelen en weten, of – wat nog erger is – moeten voelen en weten. Dan zetten wij het Evangelie op zijn kop. Dit 'moeten' leidt velen tot een keurmeesterachtige houding, die schuchtere zielen de angst op het lijf jaagt, bang dat Gods kinderen hen niet overnemen. Het is gezond-gereformeerd om je geloofsleven van dat soort lieden niet afhankelijk te laten maken. Wat zegt overgenomen door mensen? Mij zegt het niets. Overgenomen door Christus en aangenomen in door de Vader in de Geliefde en zo opgenomen in de gemeenschap der kinderen Gods, daar komt het op aan. Dat is gezond en gereformeerd, derhalve bijbelsbevindelijk. Het 'bevindelijk gereformeerd' vindt menigeen mooi, maar niemand komt er verder mee en God wordt er niet in verheerlijkt. Bevindelijk is niets anders, dan dat de grote woorden Gods, door de Heilige Geest worden uitgeschreven in mijn kleine leven, het leven van iedere dag. Dat zij daarin betekenis krijgen en waargemaakt worden. Bevindelijke prediking is prediking, waarin de dominee de Heere God niet telkens voor de voeten loopt en in de rede valt, maar waarin het Woord des Heeren mag doorstromen tot in de harten, tot in de gemeente en anderen door onze godzalige wandel voor Christus gewonnen worden.
H. Visser, Katwijk aan Zee
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's