Nederland verloren als er geen opwekking komt
Hervormde synode over 'Secularisatie in Nederland'
Waarom zouden we nog aan zending doen wanneer de verzoening algemeen is?, vroeg ooit dr. Paul Schrotenboer op de assemblee van de Wereldraad van Kerken in Nairobi, toen het thema zending aan de orde was. Hieraan moest ik denken toen ds. M. Oostenbrink, Baambrugge, vorige week op de hervormde synode zei: 'een groot deel van ons volk zal niet meer bij Christus horen in de eeuwigheid.' De schrik des Heeren zet aan tot nieuwe activiteit, zei hij. God heeft ons Zijn opdracht gegeven. Waarop dr. A. H. van den Heuvel, voormalig secretaris generaal van de Hervormde Kerk, zei: 'Ik kan het niet uit mijn strot krijgen dat Nederland voor Christus verloren gaat. Ik laat het aan Christus over. Ik heb oneindig vertrouwen in Jezus Christus'.
Deze discussie speelde zich afin een debat over het in februari van dit jaar verschenen geruchtmakende rapport 'Secularisatie in Nederiand, 1966-1991' van het Sociaal en Cultureel Planbureau, waarvan hiernaast een samenvatting van de hand van dr. K. Blei, secretaris generaal van de Hervormde Kerk, is afgedrukt. In 2020 zal nog een vierde deel van het Nederlandse volk godsdienstig zijn! Dat is de verontrustende uitkomst van de cijfers.
Om de discussie een 'deskundige' klankbodem te geven was een forum gevormd, bestaande uit dr. J. W. Becker van het Sociaa en Cultureel Planbureau, één van de opstellers van het rapport en zelf niet godsdienstig; dr. A. H. van den Heuvel, na zijn functie bij de Hervormde Kerk voorzitter van de VARA en de NOS; de rooms katholieke godsdienstsocioloog, voormalig priester, prof. dr. W. J. Goddijn en dr. K. Blei. Het forum stond onder leiding van drs. P. de Visser, voormalig lid van de Tweede Kamer voor de PvdA, lid van de Raad van de Zaken van Overheid en Samenleving (ROS). De vraag of in een forum over een zó aangelegen thematiek ook niet iemand van andere geestelijke ligging had moeten zitten, werd door het moderamen gepareerd met de opmerking, dat men bewust niet gestreefd had naar evenwicht wat betreft de kerkelijke stromingen, maar naar deskundigheid. Alsof die slechts in bepaalde kringen aanwezig is. En of bepaalde deskundigheid niet in zekere zin richtingbepalend kan zijn voor een discussie.
Welnu, met de forumsamenstelling konden we niet bepaald gelukkig zijn.
In ieder geval werd deskundigheid soms gecombineerd met een bepaalde vorm van grappigheid, waardoor soms een hilarische sfeer aanwezig was. Een journalist van de wereldlijke pers merkte na afloop op, dat het hem ontging waarom soms gelachen werd. Ds. W. P. van der Aa, Herwijnen, lid van het moderamen, merkte terzake op, dat niet alleen het rapport verdrietigmakend was maar ook 'de sfeer waarin het nu gaat'. 'Als in de secularisatie een oordeel ligt opgesloten wil ik niet lachen'. Luthers humor, zo zei hij, was bloedernstig. De echtheid van de belijdenis, zo vervolgde hij, moet ons niet alleen uit het hart gegrepen zijn maar is absoluut nódig. Hebben we het nog?
Gevarieerd
Uit het gevarieerde geheel van opmerkingen licht ik de volgende punten.
Dr. Becker merkte op, dat de Gereformeerde Gezindte geen grote invloed zal hebben op de cultuur. Datzelfde geldt voor de islam. Hun afstand tot onze cultuur is te groot, hoewel er bij de moslims sprake is van modernisering.
Prof. Goddijn stelde, dat de kerken nog te weinig gebruik maken van de netwerken van vrijwilligers. Hij pleitte verder voor nadruk op de eigen gemeente (parochie) en een goede ambtsbediening, die bij de Reformatie – zei hij – beter is dan bij Rome. Hij pleitte ook voor 'een religieus informatiebureau', dat snel te gebruiken is, omdat allerlei boeken niet meer gelezen worden. Verder noemde hij de televisie de grote veroorzaker van de culturele verloedering.
Op een vraag van diaken A. Kaptein, Haarlem inzake 'christelijke normen en waarden' vroeg dr. Becker zich af of er nog wel zo veel christelijke waarden zijn. Hij zou ook niet weten wat hij er onder moest verstaan. 'Solidariteit was aanvankelijk een christelijke waarde maar die is nu algemeen. Prof. Goddijn wees op de liefde, 'die steeds op weg is naar de ander' en stelde, dat veel diaconale organisaties de functie van de kerk hebben overgenomen (NOVIB e.a.).
Dr. van den Heuvel zei, dat verzet in christelijke kring tegen de wetenschap, en verder de kolonisatie in het verleden de christelijke waarden hebben doen exploderen. De kerk heeft door eigen falen de secularisatie vertienvoudigd. Maar het diaconaat – opvang van asielzoekers door de Gereformeerde Bond in Putten, de Pauluskerk in Rotterdam van dominee Hans Visser – noemde hij een tegengif tegen het falen van de kerk. Als de kerk in zorg voor de minst bedeelden de bakens uitzet, worden de negatieve kanten van de secularisatie gekeerd.
De Bron
Prof. dr. F. G. Immink (kerkelijk hoogleraar) zette de discussie op principieel spoor door te zeggen, dat één van de punten van de secularisatie is, dat de binding aan de Bron – het Woord, Jezus Christus – door de mensen niet meer wordt beleefd. In reactie op dr. Van den Heuvel, die met schrijvers uit het verleden – Dietrich Bonhoeffer, Hendrik Kraemer en Karel Hoekendijk – het positieve van de secularisatie onderstreepte, zei hij dat die boeken door de studenten allang niet meer gelezen worden. De secularisatie is ook bevorderd door een bepaalde vorm van theologie.
Nochtans is de mens een religieus wezen, zei Immink. De koppeling van het christelijk geloof aan normen en waarden mag zijn afgenomen, er is anderzijds weer nieuwe aandacht voor religie. We hebben als kerk daarom diepteboring nodig. Wat is de aard van het Godsgeloof?
Van den Heuvel vroeg van Immink wat méér respect voor Bonhoeffer. Als vandaag een deel van 'het christelijk pakket' en van 'de evangelische geboden en beloften' functioneren vanuit 'onzichtbare bronnen', dan heeft dat met het Koninkrijk Gods te maken. Wanneer met name de menselijkheid functioneert, is er reden voor 'lofprijzing in de kapel'. Christelijke waarden zijn 'ingegaan in de samenleving'. De gemeente is er dan voor de lofprijzing. Van den Heuvels schrikreactie heeft meer te maken, zo zei hij, met een kerk die faalt dan met de secularisatie op zich.
Waarop dr. K. Blei vroeg of het dan toch niet reden tot zorg moet zijn, dat de gemeente slinkende is. De gemeente is op de Bron aangesloten en waarden lopen het gevaar af te sterven wanneer de aansluiting op de Bron er niet meer is. 'We kunnen er hier toch geen halleluja over roepen?'
Dr. Becker ontkende overigens, dat waarden en normen verwateren als er geen godsdienst meer is. Hij betwijfelde ook of de mens altijd een religieus wezen is. Mensen, die hun geloof opgeven, geven daarom geen uiting aan 'religieuze wanhoop.' Slechts 5 tot 10 procent van de mensen heeft de neiging met godsdienst bezig te zijn.
Dr. Immink zei daarop, dat in wat 'de onderzoeker' (Becker) nú zei juist het probleem ligt voor de kerk. Er zijn specifieke normen vanuit het geloof in God, in Jezus Christus. We moeten predikanten dan ook niet 'omscholen' (Van den Heuvel) maar we moeten als kerk investeren in het aanbrengen van de koppeling van normen en waarden aan de Bron.
Evangelisatie
Drs. M. Bruggraaf, Ede, trok nog een ander lijn. Hij zei, dat sociaal wetenschappelijk geen revival, geen nieuwe opwekking is te verwachten. Maar de kerk moet wel het evangelisch élan hebben zoals in de vorige eeuw. Toen zijn er in Engeland evangelische opwekkingen geweest. Aandacht hìèrvoor dient de kerk veel meer dan het 'met relativering kennis nemen van de cijfers van de secularisatie'. Het is meer bijbels om vanuit Christus te komen tot een bewogen evangelisatorisch appèl.
Later op de dag zei Ds. A. Baas, Ermelo, dat we echte evangeliedienaars nodig hebben, boetepredikers ook. 'Kennen we nog de twee wegen van eeuwig wel of wee, zoals Paulus, die in de wereldsteden zaaide in geloof?'.
Prof. Goddijn zei, dat er inderdaad elk moment iemand in de geschiedenis kan opstaan als – in zijn rooms katholieke traditie – vroeger Franciscus van Assisi. Maar Dr. van den Heuvel meende, dat alle revivals in het verleden plaats vonden in religieuze landen en daar een voedingsbodem hadden. EO jongerendagen en Billy Graham-campagnes in Oost Europa vinden in een ander kader plaats, namelijk in eigen kring. Moet de kerk dan niet evangelisatorisch zijn? 'Ja, als jullie dat kunnen, doe het dan. Maar kom eens even langs voor je het in Amsterdam doet'.
Ook dr. Blei meende, dat revivals niet zoveel kansen meer hebben. Daarvoor ontbreekt het geëigende kader. Het christelijk geloof moet ook, stelde hij, niet geïdentificeerd worden met emotionaliteit. We moeten liever de ontmoeting zoeken met de tijdgeest.
Dr. A. van Ginkel, Generale Visitatie, steld dat mensen de secularisatie beleven als winst: ze zijn bevrijd van de kerk en van God. De motieven om te leven moeten dan ook aan het leven zelf worden ontleend.
Ook ds. Sj. van der Zee, Oosterhout, juichte de secularisatie toe. De twintigste eeuw is de meest ontzettende van de geschiedenis. Het aantal slachtoffers bedraagt meer dan honderd miljoen, méér dan in alle 1900 jaar daarvóór. Is het wonder dat Europa geseculariseerd is? Hij verwees naar Bonhoeffers 'Religion als Unglaube' (Religie als ongeloof). De normen en waarden waren slechts burgerlijk fatsoen. De God van Israël echter is niet afhankelijk van onze religiositeit. Een theologie, die na Auschwitz nog dezelfde is als daarvóór, verdient die naam niet meer. Alleen een kerk, die gegrepen is door Israëls God en Zijn Zoon, 'die we als messiaanse kracht beleven', brengt ons op weg.
Ds. H. Klink, Hoornaar benadrukte, dat, wanneer de betrekking van de mens op God verloren gaat, er meer nadruk komt te liggen op de wereld, op het hier-en-nu. Vanaf de 18e eeuw al hebben daardoor begrippen als hoop en liefde een andere inhoud gekregen. Dat geldt ook voor gerechtigheid: niet meer 'rechtvaardig zijn voor God' maar 'een rechtvaardige samenleving'. De God van Israël begint echter met de geboden: 'Gij zult de Heere Uw God liefhebben. Wanneer dit gebod op de achtergrond raakt, komt er de secularisatie. We komen niet via de naaste tot God maar via God tot de naaste. 'Als God niet bestaat is alles geoorloofd' (Dostojevski), zo besloot hij.
Slotopmerkingen
Wat is het nut van een dergelijke synodale bezinningsdag? Uitgesproken werd, dat het nogal opmerkelijk was, dat een synode zich een dag lang met een rapport uit de sociologische hoek bezig hield.
Waarom zijn eerdere rapporten aan de kerk voorbij gegaan? Dat heeft ongetwijfeld te maken met het feit, dat het rapport, dat nu voorlag, méér dan enig ander stuk hiervóór, brede aandacht in de pers heeft getrokken. Het voorspelde cijfer van 25 procent godsdienstigheid in 2020 gaf een schrikeffect. Dat speelde ongetwijfeld een rol.
Het bepaalt intussen in zekere zin de betrekkelijkheid van de cijfers op zich. Waarom zijn de lijnen niet doorgetrokken tot 2050?, zo werd gevraagd. Zou men dan 'op nul procent godsdienstigheid' zijn uitgekomen? Het antwoord was: misschien wel negatief. Dat zit'm natuurlijk in het feit, dat ontwikkelingen, die nu zichtbaar worden, gewoon wetenschappelijk worden doorgetrokken. Dan kan het zelfs negatief uitkomen.
De vraag is echter wel hoe de kerk zèlf met zulke gegevens verder omgaat. De kerk zal haar toekomst toch niet laten dicteren door (onomkeerbaar lijkende) sociologische prognoses maar door haar opdracht van Godswege! En hier nu is het, dat we van het beraad op de synode de nodige twijfels over hielden. Hoe ziet de kerk haar roeping? Nog afgezien van de 'hilariteit' soms, moeten we vragen of we – en ik bedoel dit 'we' zo breed mogelijk in de kerk – echt wel wakker liggen van de verontrustende cijfers. Op de synode bleek er weinig van. Van den Heuvel had als reactie, dat God nu kennelijk wil laten zien, dat Hij het wel zonder ons, zonder onze 'gedoopte natie' af kan. Dat zal wáár zijn! Maar zou het dan ook een óórdeel kunnen zijn? En is het dan juist te zeggen, zoals Van den Heuvel immers deed, dat toch het volk bij Christus is bewaard? Hier is klaarblijkelijk weer die verlammende theologie van de algemene verzoening, in wèlke vorm dan ook, die de schrik des Heeren om de mensen te bewegen tot het geloof ontbeert.
Ooit heeft William Booth, de stichter van het Leger Des Heils, gewaarschuwd voor een geloof zonder bekering, een hemel zonder hel. In de beoordeling van de secularisatie ontbreekt zo ook de rechte bewogenheid, gaat het nog 'slechts' om de medemenselijkheid. De kerk echter – zegt een hervormd geschrift – acht die (mede)menselijkheid niet veilig wanneer het levende besef van Gods recht verbleekt.
Ooit vroeg Ph. J. Hoedemaker aan De Savomin Lohman: 'Gelooft gij, dat God Nederland weer een christenland, Neerlands overheid een christelijke overheid, Neerlands kerk een welingerichte kerk kan maken? ....Laat mij het anders formuleren: gelooft gij dat Hij....op Zijn eigen tijd…dit doen zal? Neen, ook deze vraag is nog niet geheel terzake: wenst gij dat Hij dit doet? Zoudt gij het een zegen achten indien Hij het deed? Zijt gij overtuigd dat wij verloren zijn indien Hij het niet doet?'
Nauwelijks klonk ter synode de zorg op, dat wij verloren zijn indien Hij 'het niet doet', indien wij geen herleving vaan het christelijk geloof ontvangen. Ten diepste gaat het dan niet om restauratie van een achterhaald instituut, om een voor de vorm gedoopte natie, om naamchristendom. Maar buiten de kennis van de levende Christus is geen heil. Durven we dat nog zeggen? Zo niet, dan zou het kunnen zijn dat de wijze, waarop we over secularisatie spreken, een teken van die secularisatie zelf is. Wie behoud van eigen leven kent in de lévende kennis van de lévende Christus zal zich ook niet 'gemakkelijk' van de secularisatie afmaken.
Van de behandeling op de synode werd ik niet vrolijker, omdat er geen vonk van evangelische bewogenheid om het heil van mensen oversloeg. Wij bidden u van Christuswege, laat u met God verzoenen! Zo niet, dan zijn we verloren! En ook al weten we best, dat evangelisatie in een na-christelijke samenleving op harde weerstand stuit, de vraag is maar wèl of de kerk nog de intentie, de hartstocht heeft om mensen tot de kennis van Christus te leiden.
Zo niet, dan kunnen zouden de prognoses wel eens harde werkelijkheid kunnen worden.
Indien wel, dan doen geen sociologische prognoses er meer toe. Een opwekking valt immers niet te voorspellen, alleen maar af te bidden. Maar, bid en werk.
Een opmerking bleef bij mij haken. Dr. Becker zei dat de Gereformeerde Gezindte de cultuur nauwelijks zal beïnvloeden. Verder constateert het rapport wel een toename van 'orthodoxie' onder jongeren. Betekent dat relatieve groei, maar afnemende wervingskracht of uitstraling? Ter bezinning!
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's