De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Profilering of profielschets?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Profilering of profielschets?

Impressie vanuit de hervormde synode agendapunt TWO

5 minuten leestijd

De generale synode der Nederlandse Hervormde Kerk besprak donderdagavond de plannen van haar commissie TWO (Theologisch Wetenschappelijk Onderwijs) over de invulling van het zgn. Hervormd Theologisch Wetenschappelijk Instituut (HTWI). Reeds in 1993 was besloten tot de oprichting van zo'n instituut. Een en ander was het gevolg van de veranderingen in het Hoger Onderwijs, de aanpassing van de zgn. duplex ordo en de eertijds vernietigende kritiek van de cie. Oberman, die het gehalte van het theologisch onderzoek aan de Rijksuniversiteiten waar onze kerk haar opleiding doet plaatsvinden, beneden de maat vond. Het belang van het instituut ligt daarom bij meerdere zaken. Er is een goede gelijkwaardige relatie nodig – op gelijk niveau – met de faculteiten, met vergelijkbare instituten in binnen- en buitenland. Het Instituut is nu de volwaardige gesprekspartner, terwijl dat met de kerk als zodanig veel moeilijker lag. Tegelijk is het Instituut verantwoording schuldig aan de synode over beleid en inhoud van het wetenschappelijk onderzoek van de kerkelijke hoogleraren. De synode is en blijft de eindverantwoordelijke.
Daar ligt ook het belang van de synodebespreking. Het lijkt een technisch noodzakelijk verhaal, terwijl er toch 'wel weinig inhoudelijk zal veranderen…', zo hoorde ik iemand opmerken. Dat is echter schijn. De diverse bijdragen van synodeleden lieten dat ook zien. Een enkeling ging in op het technische deel van beheer en bestuur van het Instituut. Het is goed (en knap) dat ook zulke personen er zijn, zoals ouderling M. Burggraaf uit Ede die wees op het gevaar van een dubbele bestuursverantwoordelijkheid van de beheerder van het Instituut enerzijds en de Cie Kerkelijke Hoogleraren anderzijds. Daarmee kan de impasse rijzen: wie beslist over wat? Op de belofte van prof. A. van der Beek hier nog eens goed naar te kijken ging hij voorlopig nog even ter ruste als wakende derde, maar we zijn aangescherpt en mogen van hem op dit punt hopelijk meer en blijvende aandacht verwachten.
Voor velen werd het begrijpelijker en interessanter toen de profileringsnota voor het onderzoek/onderwijs van het Instituut aan de orde werd gesteld. Daarin wordt beschreven hoe het onderzoek en onderwijs aan de vier faculteiten er uit ziet op dit moment. Groningen, Leiden, Utrecht en Amsterdam lagen onder de loep. Enige onduidelijkheid was er wel. De nota gaf een schets van de huidige stand van zaken. Daarop was weinig aan te merken, hooguit, dat in Utrecht de opkomende Utrechtse School – de nieuwe doordenking en verbinding van geloof en rede – nog niet werd vermeld. Profilering geeft helderheid. Profilering is in de huidige tijd van specialisatie ook noodzakelijk. Dat een dogmaticus nu wordt benoemd als hoogleraar praktische theologie is ondenkbaar geworden. Deze all-rounders zijn verdwenen. Het onderzoek en de voortgaande ontwikkelingen op het eigen (deel)vakgebied maken dat onmogelijk.
Intussen was de vraag eigenlijk: wat is de visie achter de profilering? Of, anders gezegd, in een profilering moet toch ook iets van een schets zitten, zoals bij de profielschets van een predikant? Het gaat bij het HTWI immers om de opleiding en vorming van dienaren des Woords. Daarnaast om de theologische arbeid der kerk. Met andere woorden nog eens: wat vindt de terk nodig voor haar predikanten? Waarin moeten ze worden geschoold en bijgeschoold op Universiteit en seminarie? De kerkorde geeft daartoe de verplichte vakken aan in ord. 7. Die bleven ongewijzigd. De sprekers die hier op ingingen wezen met name op de liturgie (onderdeel prakt. theologie) en op de bijbelse theologie als eerste noodzaak voor het wekelijkse werk in de eredienst, het hart van de reformatorische kerk, omwille van Woord en Antwoord (ligurgie). Juist op de inhoudelijke kant moet de synode haar eindverantwoordelijkheid verstaan en nemen.
Het geheel overziende viel het op, dat er meestentijds dominees aan het woord waren. Zoals zoveel en zo vaak… Natuurlijk hebben zij over zichzelf en wat zij zelf nodig vinden een mening. Zeker ook de hoogleraren hebben op dit punt een eigen verantwoordelijkheid als leraren der kerk (ter synode verwoord door de professoren Van de Beek en Hoedemaker). Maar wat vinden de ouderlingen, de ouderlingen-kerkvoogd en de diakenen? Zij hebben toch hun heel eigen inbreng, wensen en verlangens ten aanzien van hun dienaren des Woords?! Een 'goeie dominee' willen we toch allemaal? Wat moet hij dan in zijn bagage hebben? Waarin moet hij worden opgeleid en waartoe dient dan het theologisch onderzoek van de kerk? We moeten ook op dit gebied toe naar profilering, opdat we verlost worden van de dominee die alles moet kunnen – het bekende vijfpotige schaap – en toegroeien naar de verscheidenheid van gaven in de gemeente die ontwikkeld mogen worden in alle ambten en bedieningen met het oog op de opbouwvan de gemeente. Zo bevorderen we de menigerlei genade in velerlei opzicht. Op naar de profielschets nu dus, wat mij betreft. Visie gevraagd! Een graag ook vaart, want het tij zit niet mee, zoals wel bleek op de vrijdag bij het gesprek over de secularisatie. Een visie die zich in mijn ogen vooral toespitst op de levende verkondiging van het Woord, de bron waaruit wij leven en werken. Hoe losser wij daarvan komen, hoeveel te minder wij als kerk voor onszelf en die ons horen – de wereld – hebben te verwachten. En last but not least: een visie die zich grondig herbezint op de gestalte van het antwoord aan God in de liturgie, liefst als praxis pietatis, de praktijk der godzaligheid, waartoe wij de exercitia pietatis, de oefening – onderzoek en ontwikkeling – broodnodig hebben.

W. P. van der Aa, Herwijnen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Profilering of profielschets?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's