De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

Naar aanleiding van het artikel van ondergetekende 'Isolement en communicatie' in het nummer van 14 april l.l. zond ds. A. W. Vlieger te Oldenzaal de volgende reactie, die we zonder commentaar overnemen:

'(…) In hoeverre dienen wij, in de navolging van Christus, soms grenzen te overschrijden en ons eigeneigen gelijk tussen haakjes te plaatsen?
Ik moest denken aan de roman van de Japanse schrijver Endo, die "Stilte" heet. Een gevangen genomen priester moet op zeker moment ófwel Christus verloochenen, en daarmee kan hij een broeder uit diens doodsstrijd verlossen (deze wordt gemarteld), ofwel Christus belijden, waardoor de medebroeder in zijn afschuwelijke situatie moet blijven. De priester kiest ervoor Christus te verloochenen, ten einde zijn medebroeder verder leed te besparen.
Dit is een extreme situatie. Wij worden, gelukkig, niet voor deze keuze gesteld. Niettemin kunnen wij in gedachten dit dilemma meemaken.
Van der Graaf pleit ervoor dat wij ons niet in het bastion van eigen gelijk terugtrekken, maar ons durven blootstellen aan communicatie. Ik stem daar van harte mee in. Ik zou zelfs zo ver willen gaan dat ik van mening ben dat wij soms grenzen moeten overschrijden en ons eigen gelijk tijdelijk moeten inleveren, teneinde de liefde te beoefenen die Christus van ons vraagt. Soms kan de ander geholpen worden, wanneer wij ons principieel op onze eigen stelling verweren, maar soms kan de ander ook geholpen worden, wanneer wij die eigen stelling verlaten, en er geheel zijn voor onze naaste. God, die de Garant is van de Ruimte die Hij biedt, laat dat, denk ik, toe. Sterker nog. Hij vergt dit wellicht van ons. Principieel wil ik stellen dat het uiteindelijke oordeel hierover bij Hem ligt, en wij nimmer kunnen vaststellen of wij goed handelen, als wij zo handelen. We zullen altijd het voorbehoud moeten maken, dat Hij Zijn eigen oordeel hierover heeft.
Toch denk ik dat de liefde van Christus ons, in alle voorlopigheid, als maatstaf mag dienen. En dan moeten we soms over grenzen heen.'


Een IJsselmuidense lezer vond op 'de Albert Cuyp' in Amsterdam tussen de rommel van een inboedel een brief uit 1941 van (kennelijk) een joodse mijnheer in Amsterdam aan een christelijke mijnheer in Baambrugge. Een ongezouten brief, die we ongekuist en uiteraard zonder commentaar hier laten volgen.

'Daar ik van de week 9 bovenbillen en 3 spierstukken heb kunnen koopen voor 90 ct. p. pond en ik in doorsne ƒ 2,– p. pond kon maken dat is ongeveer ƒ 100,– à ƒ 150,– winst vraag ik nogmaals om een gedeelte van het vleesgeld wat moeder van het vlees wat ik voor jullie allemaal geofferd heb heeft over kunnen houden.
Als je het niet doet dan zal ik Floor en de Commedanteur over jullie lage schurkenstreken inlichten.
Ik heb jullie altijd Cristelijk behandelt. Maar jullie weet niet wat Cristelijkheid is. En al heeft Judas, Iskariot honderd bijbels en al leest hij zijn eigen blind. Denk dan niet dat hij op zulke lage schurken gesteld is.
Want van zulke lasteraars en lollepotten heeft Cristus voor zijn goedheid genoeg geleden. Want die geheimzinneg sloome dazen weet genoeg wat ik voor jullie allemaal gedaan heeft. Maar wat kan je anders van een Jevivat verwachten. Maar gevaarlijk goedje zijn zulke schurken, dat zij in de Heer gelooven dat is mij onbegrijpelijk, want deze brachten zij voor zijn goede doen ook ten val. En denk je dat hij nu niet, open armen op zulk ruig van de duivel zit te wachten, voor tuig die voor een mens die zooveel goed gedaan heeft die julli Cristelijk behandelt, dus in de Heer behandelt heeft en jullie zelf geen pardon kent. Geloof dat nu maar niet en stel dat maar uitje hoofd, dat er een Cristus voor jullie bestaat.
Voor sluipmoordenaars, lasteraars, veraders, raddelaars, huichelaars, zwendelaars, en lui die met draierij omgaan enz. dwepers en stiekemers iets verzwijgen en edele daden en een edelkarakter besmeuren en nooit een edele daad vericht hebben, daar bestaat geen Ewig leven voor en mogen blij wezen als zij gewoon doodgaan, maar ik denk dat het een benauwde dood zal wezen, let maar op mijn woorden, en dat zal niet meer als billijk zijn.'


In het uiterlijk veranderde en zeer verfraaide orgaan van de hervomd gereformeerde vereniging voor gehandicapten 'Op weg met de ander' haalde mevr. A. D. Ooms-Slob in verband met de mei-maand in de natuur het gedicht dichterbij van Jan Prins (Chr. L Schep) over 'en Holland is de bruid'. Hier volgt het, met daarna het bekende fraaie gedicht van H. Marsman 'Herinnering aan Holland':

• De bruid van Jans Prins

De lucht, over den jongen dag,
was helderder dan ooit.
Iets ongewoon-verblijdends lag
in weide en veld gestrooid.
De torenklok zong wat ze kon,
de vlaggen staken uit.
De bruigom was de lentezon
en Holland was de bruid.

Ze was des morgens opgestaan,
een ranke frisse meid.
Ze deed haar gazen sluier aan van dunne dauwigheid.
ze stak zich van een pereboom
den bloesem in het haar,
die witter dan een winterdroom
is, – wonder, wonderbaar.

Ze deed een gladden gordel om
van zilverig allooi,
van zuiveren waterglans, – wat glom
die ronde gordel mooi!
Toen hechtte ze als een donzen vacht
aan haar satijnen kleed
den schuimrand, dien de zee haar bracht.
Toen was de bruid gereed.

Een ooievaar trad op de deel,
gewichtig met zijn stok.
De merel was in zwart fluweel
de zwaluw kwam in rok.
Toen keken, daar 't zoo prachtig was, –
en Holland is de bruid, –
de madeliefjes in het gras
haar gouden oogjes uit.

De bruigom is een edel man
de bruid is jong en sterk.
Daar komen schone kinders van
en blijdschap bij het werk.
De bruid, – waar zag men weker leest,
een vriendelijke mond, –
de bruid, – die maakten zeewind meest
en ruimten zo gezond.

Nu komt ze met haar lief gezicht
den bruigom tegemoet.
Wat is de hemel wijd, – en licht.
Wat is het leven goed.
De wereld is een wonderbron
van telkens nieuw geluid.
De bruigom is de lentezon
en Holland is de bruid.

• Herinnering aan Holland van H. Marsman
Denkend aan Holland
zie ik de brede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan,
rijen ondenkbaar
ijle populieren
als hoge pluimen
aan den einder staan;
en in de geweldige
ruimte verzonken
de boerderijen
verspreid door het land,
boomgroepen, dorpen,
geknotte torens,
kerken en olmen
in een groots verband,
de lucht hangt er laag
en de zon wordt er langzaam
in grijze veelkleurige
dampen gesmoord,
en in alle gewesten
wordt de stem van het water
met zijn eeuwige rampen
gevreesd en gehoord.


Het R.D. gaf in een overzichtelijke brochure 'lezerskring-informatie'. Hier volgen enkele gegevens over de gemiddelde R.D.-lezers in vergelijking met de gemiddelde Nederlander:

• Gemiddelde gezinsgrootte
Onder de lezers van het Reformatorisch Dagblad bevinden zich veel grote gezinnen.

De gemiddelde gezinsgrootte van de RD-iezers bedraagt 3,9 personen. Landelijk is dit 2,8 personen. Gemiddeld bestaat het gezin van de RD-lezer dus uit ruim één persoon meer.

• Opleiding

[tabel]

• Welstand
De gemiddelde RD-lezer is minder hoog opgeleid dan het landelijk gemiddelde, hetgeen vooral veroorzaakt wordt door een hoog percentage 'alleen lager onderwijs'.

Een indicatie voor welstand geeft het netto gezinsinkomen per jaar.

[tabel]

• Produktbezit

[tabel]

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's