De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het factotum en de diaconie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het factotum en de diaconie

7 minuten leestijd

Wat een vreemd woord is dat nu weer, hoor ik u al zeggen. Waarom gebruikt u toch Latijn, wanneer er ook een Nederlands woord voor is? U hebt, waarde lezer, volkomen gelijk. Welnu, we zullen er geen gras over laten groeien. Factotum betekent in onze taal overgezet: manusje van alles. Maar u moet het mij toegeven: factotum klinkt heel wat deftiger en zeker voor het ambt, dat wij nu gaan beschrijven. Het woord hierboven wordt nogal eens gebruikt voor de leidinggevende persoonlijkheid, die overal verstand van heeft, maar ook overal naar toe wordt gesleept.


In de nabijheid van onze eerste gemeente kwam indertijd een ouder welbekend predikant. Het duurde niet lang, of het gerucht liep door de ganse streek, dat in de naburige gemeente ieder ambtenaar wel naar huis kon worden gezonden. De dominee kon alles alleen af. Hij was behalve predikant ook diaconaal adviseur en politieagent en kantonrechter en desnoods ook burgemeester erbij. Er zijn nu eenmaal van die mannen van gezag, wie dat alles goed afgaat. Toch vrees ik, dat de predikant er niet bij wint, of wilt u liever, dat zijn evangeliearbeid in zegen achteruitgaat, naarmate de dominee zich aan andere terreinen van werk toewijdt.


Zelfbeperking is een eis ook voor ons. Zelfs in diaconale aangelegenheden. De belanghebbenden zoeken de predikant weldra op. Klagen hem hun bittere nood. Wij vinden op onze gang door de gemeente een jammerlijk toneel van haveloosheid en ellende. Wij worden er door geschokt. Daar moet hulp worden geboden. Wij proberen voorlopig in de ergste nood te voorzien en dringen met klem van woorden bij de administrerende diaken op ondersteuning aan. Deze is tegen onze vurige welsprekendheid niet bestand. Hij maakt wel een paar tegenwerpingen, maar hij wil niet teveel zeggen. Het einde is, dat hij toegeeft, hoewel schoorvoetend en met tegenzin. Wij hebben een gevoel, alsof wij een huisgezin hebben gered. Al heel spoedig blijkt ons vaak, dat wij ons door de schijn hadden laten bedriegen. Dat wanorde en slordigheid van dat huisgezin hebben gemaakt, wat het is. Het is niet ieder gegeven om met juiste tact zulk een huisgezin zich aan te trekken en het aan orde te gewennen. Trouwens – dit geldt ook voor een menigte ondersteunende stichtingen en instituten. ledere diaconie wordt overspoeld met een zee van aanvragen om een gift. Ze werken aan eenzelfde doel, maar volkomen langs elkaar heen. Kijken we eens achter de voorgevel – och lieve, daar heerst de chaos…


In de vorige eeuw vond ook ds. Heldring zulke gezinnen, die hoogst verwaarloosd waren, op een eilandje in de Linge, toen hij te Hemmen kwam. In plaats van geld bracht hij allereerst een klok. En hij beloofde voor enige ondersteuning te zullen zorgen; hij zegde toe bovenal voor wat werk te zullen zorgen, maar dan moest de klok dagelijks op een bepaalde tijd worden opgetrokken. Naar de klok moest worden ontbeten, het middageten toebereid en verder de arbeid van de gehele dag worden ingedeeld. Hij liep op ongeregelde tijden het huis in, om er zich van te overtuigen of de klok goed werd behandeld en of de dagtaak naar de klok werd geregeld. En inderdaad, het mocht hem gelukken zulke huisgezinnen door orde en daarmee opgewekte ijver op te heffen uit hun diep verval. Maar u begrijpt het – daar was het niet de diaconale onsteuning, die het gezin ophief. De tegemoetkoming was alleen maar een tijdelijk hulpmiddel. Orde bracht evenwicht.


Het is wel eens een invliegende gedachte in onze geest, dat een klok weer meer dan ooit nodig is in onze maatschappij. Orde in het regeren, orde in de opvoeding, orde in de verschillende sociale lagen van ons volk. Natuurlijk ontbreekt het in deze eeuw niet aan klokken. Overal kunt u ze vinden. Maar – men kijkt er niet naar, men regelt zijn leven niet naar het aangewezen uur. Men rommelt maar wat aan. En terwijl er in de tijd van Heldring maar spaarzamelijk geld voor handen was, is er nu overvloed. Zou dat niet evenzeer een vloek zijn, omdat het niet geordend wordt gebruikt? Of althans geen beroep doet op het juiste gebruik?


Wanneer wij onze overwinning over de diaken hebben behaald, beginnen de aanvragen eerst recht. Van alle kanten dagen de ondersteuningbehoevenden op. Zij beweren het meer nodig te hebben dan de geholpenen en het is niet altijd tegen te spreken. Wij kloppen weer bij de diaken aan. Het is mogelijk, dat hij weigert. Het is niet mogelijk te helpen. Daarenboven hij kent de mensen langer dan de predikant. Dan worden wij kribbelig en proberen andere fondsen te vinden. Het is ook mogelijk, dat de diaken toegeeft, maar nu is hij ontstemd, zozeer dat hij verder de gehele administratie aan ons overlaat. En zie – daar ondervinden wij al de moelijkheden van deze vaak zo streng gekritiseerde bediening. Wie geen huisje ontvangt in de diaconale woningstichting verwijt het de predikant en blijft uit de kerk. Wie wel een inleunwoning ontving in het bejaardencentrum komt ter kerke en roemt onze prediking! Wij ontvangen niet de rechte blijdschap over zulke hoorders. Men gevoelt intuïtief, dat het alles om den brode gaat. Bovendien geeft de diaconale verzorging zovelerlei beslommeringen, zoveel verdrietelijkheden, dat de prediking des Woords er onwillekeurig onder lijdt.


Vroeg of laat komen wij tot het inzicht, dat het onder de leiding van de Heilige Geest aldus is geordend, dat er diakenen zijn. Maar de predikanten doen er goed aan zich op dat gebied te beperken tot medewerking met hen. Wij geven toe – er kan een te grote kloof tussen hen en ons heersen. Predikanten beschikken soms over intieme informatie, die diakenen niet hebben. Anderzijds kan er ook verstrengeling heersen. Wij zullen goed doen hen zoveel wij kunnen, met raad en daad bij te staan, hun zoveel wij vermogen inlichtingen te geven. Wij moeten ook op hun bezwaren acht geven en al wat ondersteuning is door hun hand laten gaan.


Het zou kunnen zijn, dat wij met diakenen te doen hebben, die geheimen blootgeven. Gelukkig hebben wij er slechts zelden mee te maken gehad. Maar wanneer wij ons teveel bemoeien met het diaconaat dan ligt het voor de hand, dat de diaconie er op gaat zinspelen, dat de predikant een bemoeial is. Met het oog daarop is grote voorzichtigheid nodig. Wij mogen onze informatie niet achterhouden. Maar wij gaan het veiligst de kerkeraad zelf de gevolgtrekking met het oog op de ondersteuning te laten maken. Er zijn overal in iedere gemeente buiten de predikant informatiebronnen aan te boren, die de werkelijke stand van zaken aan het licht kunnen brengen. Al kost het soms moeite.


Natuurlijk, wij hebben de roeping de belangen van ondersteunden te behartigen. Hier kunnen wij eens met invloedrijke personen de mogelijkheid bespreken werk te verschaffen. Daar kunnen wij verkeerde gewoonten beteugelen door een vertrouwenspersoon in te schakelen. Wij mogen hier interesse in de kerkeraad bepleiten en wij hebben tot taak middelen te zoeken om de diaconie in staat te stellen haar roeping naar de eis te volbrengen. Maar hoe minder wij als predikant op de voorgrond treden als uitdelende of als werkverschaffende, te beter is het voor onze invloed als prediker.


Wij geven toe, een predikant is gauw een factotum. Hijzelf is er toe geneigd en de omstandigheden maken het hem gauw. Veel meer dan bijbelse woorden kunnen wij niet geven. Het is hard en waar. Maar wat zullen wij nu moeten denken, als men ons wel tolereert om de wille van de concrete ondersteuning? Daar is toch helemaal geen zegen meer? Laat onze linkerhand niet weten, wat onze rechterhand doet. Ook voor de predikant is de diaken de tussenpersoon om het begeerde te mogen ontvangen. Anders geven wij de grenzen prijs. Het predikantschap wordt vertroebeld. Wij zijn geen broodheer.


Hoe zuiverder wij ons tot ons eigen terrein bepalen, hoe beter het werk voortgaat. Natuurlijk is er verwantschap en verbinding in het bedienen van het Woord Gods en de dienst der tafelen. Handelingen 6 evenwel heeft het onderscheid bepaald. Maar dat onderscheid bepaalt een ander ambt. Het diaconaat. Ieder heeft zijn eigen terrein. Dat maakt het werk vruchtbaar.

A. van Brummelen, Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Het factotum en de diaconie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's