De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Elia, Obadja en christelijke politiek vandaag

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Elia, Obadja en christelijke politiek vandaag

9 minuten leestijd

Onlangs verscheen een belangwekkend boek waarin een aantal auteurs uit de gereformeerde gezindte zich uitspraken over de positie van christenen in de hedendaagse maatschappij en politiek (Uitgedaagd – Belijdend geloven in de veranderende samenleving, uitg. Boekencentrum, Zoetermeer, 1994, 156 blz., ƒ 23,50). In dit artikel duid ik de inhoud van de verschillende bijdragen kort aan, maar geef vooral aandacht aan de inzet van een discussie die aan het eind van het boek te vinden is naar aanleiding van wat drs. C. Blenk schreef over 'Profeet en minister in tijd van afval'.

De handschoen van Hirsch Ballin
Drs. W. H. Dekker, politicoloog, gaat in op het appèl dat minister Hirsch Ballin op de kerken en levensbeschouwelijke organisaties heeft gedaan om een bijdrage te leveren aan de morele opvoeding van de burgers. Daarbij wijst hij er terecht op dat deze zelfde minister (mede)verantwoordelijk is voor de totstandkoming van de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB), die de bewegingsvrijheid van christenen juist op het punt van de moraal of ethiek inperkt. Dekker wil de achtergrond laten zien van de 'drie gevoelige verliezen' die christenen in de politiek de laatste tijd te verwerken gekregen hebben (de legalisatie van abortus, de AWGB en de euthanasiekwestie). Voor orthodoxe christenen tekent zich hier een verbijsterende ontwikkeling van een op drift geraakte samenleving af. Toch zou het volgens hem te ver gaan om deze ontwikkelingen als anti-christelijk te typeren. 'De wetgeving is niet bedoeld om christenen in hun bewegingsruimte te beperken. Er wordt alleen meer bewegingsruimte voor de moderne mens beoogd. Wanneer dit toevallig botsingen oplevert, moeten christelijke waarden en, in beperkte mate, christelijke organisaties wijken' (blz. 25).
In een in brokstukken uiteenvallende maatschappij ('differentiatie') conformeert het individu zich noodgedwongen aan de geldende gedragspatronen, maar claimt dan in het eigen privé-wereldje volstrekte vrijheid. Deze vrijheid wordt ingevuld vanuit het 'hedonistisch consumentisme', een levensstijl waarin het najagen van genot het hoogste goed is. Abortus provocatus, euthanasie, vrije hetero- èn homoseksuele praktijken moeten kunnen ten dienste van het genot. 'In een hedonistische cultuur is iedere begrenzing van seksueel genot bij voorbaat taboe, omdat seksualiteit één van de belangrijkste genotmiddelen is in het menselijk bestaan' (24). De enorm snelle homo-emancipatie staat niet los van de cultus van het seksuele genot, die kenmerkend is voor onze cultuur.
Dekker waarschuwt tegen symtoombestrijding. Christenen moeten niet alleen maar voor eigen vrijheid strijden. In het christelijke verzet dient altijd het heil voor de gemeenschap gezocht te worden.
De uitdaging van Hirsch Ballin moet aanvaard worden door (1) achter de symptomen het daar achterliggende moderniseringsproces te onderkennen en zich dáártegen te verzetten, (2) het gesprek te zoeken met anderen, waarbij wij hun relevante agendapunten (milieu, criminaliteit en vervreemding) dienen over te nemen, (3) onze boodschap te communiceren met hen die van het geloof vervreemd zijn en (4) samen met andersdenkenden te komen tot een gemeenschappelijke cultuur- of probleemanalyse.

Op dit waardevolle inleidende hoofdstuk volgt een evenzeer belangwekkende bijdrage van mr. drs. S. O. Voogt over inhoud en achtergronden van de AWGB. Hij toont aan dat 'bijna uitsluitend de puur interne aangelegenheden van kerkgenootschappen buiten schot' blijven (40). Aan de hand van een aantal concrete voorbeelden maakt hij duidelijk dat weliswaar de 'interne gewetensvrijheid' en de 'eredienstvrijheid' (de eerste en de tweede schil van de godsdienstvrijheid) onaangetast worden gelaten, maar dat 'de derde schil van de godsdienstvrijheid', namelijk om zich naar zijn geloof te gedragen, ernstig wordt aangetast. Het denkklimaat achter de AWGB is dat van het 'seculier humanisme' (Francis Schaeffer), waarin de mens zelf de maatstaf van alle dingen is. De godsdienst wordt hier naar de privé-sfeer teruggedrongen. De AWGB daagt christenen uit om zich nu juist niét terug te trekken binnen (vooralsnog) veilige kerkmuren, maar zoekend en vragend naar Gods wil in deze tijd de maatschappelijke relevantie van het geloof te onderstrepen.

Positiebepaling en peiilood
In het hart van het boek staan twee artikelen die de principiële bezinning dienen. Prof. dr. W. H. Velema trekt basislijnen ten aanzien van 'christen-zijn in onze maatschappij', na het peillood te hebben uitgeworpen in het bijbelse gedachtengoed èn in de hedendaagse samenleving. Met name de eerste brief van Petrus wordt benut om de positie van burgers van het Godsrijk te tekenen. Ze zijn in deze wereld vreemdelingen, allochtonen, ontworstelden, wier hoop is gericht op hun thuiskomst in het hemelse vaderland. Maar ze hebben in deze wereld (niet vàn deze wereld) een opdracht te vervullen, en wel 'in de vreze des HEEREN'. Wat dit concreet inhoudt, werkt Velema uit in een aantal 'thema's van een christelijke levenwandel'. Zo staan gelovige christenen in een samenleving die 'door het christelijk geloof heengeslagen' is. Er is een duidelijk voelbare anti-stemming en een terugkeer tot een stuk heidendom. In deze situatie moet 'een christen om dienstbaar te zijn soms een compromis sluiten. De grens van het compromis ligt daar waar medewerking eraan leidt tot medezondigen. Indien nodig, is het beter met voorbede, profetie en protest in de samenleving te staan dan het kwaad te dienen, ook al verwacht men door die dienst het kwaad te beperken' (78).

Ook mr. G. Holdijk draagt in het door hem geschrevene over 'Spanningen in de democratische rechtsorde – een poging tot een gereformeerd antwoord' een steentje bij aan de analyse van de huidige tijd en maatschappij (onder verwijzing naar Francis Fukuyama). Van harte stem ik in met zijn beschouwingen inzake theocratie. Zijn opmerking – in navolging van A. A. van RuIer – dat 'de waarachtige verdraagzaamheid alléén gewaarborgd is in de gereformeerde theocratie', zou concreter uitgewerkt dienen te worden, wil zij meer zijn dan een bewering. Hierbij zou hij dan ook het recente besluit van zijn partij, de SGP, om vrouwen van actieve participatie in de politiek uit te sluiten, moeten evalueren.
Een misser in formulering acht ik het op blz. 88 gestelde: 'Bijbels beschouwd is eenzaamheid zonde'. Bedoeld is wellicht: gevólg van de zonde (en dan niet in de eerste plaats de zonde van de eenzame, maar van de falende gemeenschap!).

Het model van Blenk
In zijn boven reeds gememoreerde opstel zet de Amsterdamse pastor uiteen dat de beide gestalten van profeet en minister in 1 Koningen 18, Elia en Obadje, model zouden kunnen staan voor enerzijds de reformatorische oppositiepartij en anderzijds de christen-democratische regeringspartij, die in een moeilijke situatie van de kerstening nog tracht te redden wat er te redden valt.
Deze dubbele spiegel zou ons moeten leren dat de Godvrezende minister en de 'politieke' profeet elkaar niet afvallen. Het mag een reformatorische partij niet gaan om stemmenwinst ten koste van het CDA en het CDA mag het reformatorische geluid niet hautain negeren. 'De minister nam het appèl van de profeet ter harte! Hij zag de grens van het compromis scherper. Hij vatte er moed door om kleur te bekennen' (105).
Met dit 'model' uit de Bijbel wil Blenk onderliggende verschillen tussen christenen over politieke keuzen bespreekbaar maken, in de gemeente, in de christelijke school, enzovoorts. Een heilzaam motief. Maar of dit model, ook met inachtneming van door Blenk zelf aangebrachte nuanceringen, ons werkelijk verder helpt? Op blz. 111 lees ik van Obadja als 'minister-president': 'Hij aanvaardde zijn post met alle bijbehorende compromissen, om te redden wat te redden viel'. Welke compromissen? De Bijbel geeft ze niet aan. Obadja zal echter vanuit de vreze des HEEREN nooit het 'mindere kwaad' getolereerd hebben om het 'grotere kwaad' te verhinderen! Overigens ben ik het op een ander punt wèl hartgrondig met collega Blenk eens: drie reformatorische partijen tegelijk brengen schrijnend de kerkelijke verdeeldheid op de straten van Askalon. Eén protestants-christelijke partij zou in zeteltal niet onder behoeven te doen voor Groen Links en zo een factor van betekenis kunnen vormen in het parlement!

Kritiek van Rouvoet en Klink
Blenk krijgt van twee verschillende kanten kritiek op zijn model. De 'RPF-partij ideoloog' mr. A. Rouvoet geeft onder het motto 'Getuigend regeren, regerend getuigen' enkele beschouwingen over een vals dilemma in de christelijke politiek. Die onjuiste tegenstelling betreft enerzijds zakelijk-constructieve politiek en anderzijds getuigenispolitiek. Getuigen en regeren gaan in werkelijkheid hand in hand, hebben elkaar nodig en veronderstellen elkaar. Het zijn facetten die per definitie beide in iedere politieke partij aanwezig zijn. Het is ook niet zo dat een kleine orthodox-christelijke partij geen compromissen zou willen sluiten. Wat echter in het geding is, zijn de grenzen van het compromis. Hier citeert Rouvoet met instemming de CDA-er dr. C. J. Klop, die in 1989 stelde: 'De grenzen van het compromis liggen daar waar aan fundamentele principes. van één van beide partijen afbreuk zou worden gedaan'. Rouvoet: 'Niet ieder compromis waarmee een minder gunstige oplossing wordt afgewend, kan voor een christen-politicus acceptabel zijn'. 'In laatste instantie zal hij toch naar eer en geweten verantwoordelijkheid moeten kunnen dragen voor het daadwerkelijke resultaat en niet voor het voorkòmen van een slechter alternatief (129).
Er is voor christenen vandaag niet een tweeërlei roeping, waardoor sommigen als Elia's en anderen als Obadja's in de praktische politiek gescheiden wegen zouden kunnen (en moeten?) gaan. Er is de ene gemeenschappelijke roeping om zich in te spannen 'voor een naar bijbelse maatstaven verantwoorde inrichting van de publieke samenleving, voor wetgeving en beleid overeenkomstig de normen uit Gods Woord' (130).
De kleine christelijke partijen willen niet zijn als een getuigende profeet langs de zijlijn van het politieke veld, maar gewetensvolle medespelers in het veld. Goed beschouwd is iedere christen-politicus een Obadja en als het goed is, wordt in iedere Obadja altijd iets van Elia gevonden.

Dr. A. Klink komt als CDA-er met zijn kritiek van de tegenovergestelde kant. De boodschap van de profeet Elia klinkt in het binnenste van het CDA zèlf op. De 'getuigende' stem kan heel goed aanwezig zijn in de boezem van een partij die regeringsverantwoordelijkheid draagt en uit dien hoofde compromissen moet sluiten. 'Elia en Obadja' moeten niet institutioneel van elkaar gescheiden worden.
In het artikel van Klink waardeer ik het pleidooi om de eigentijdse problemen voluit onder ogen te zien en er zoveel mogelijk aan te tillen. Niet wegvluchten 'in de luwte van de geschiedenis'! Minder waardering kan ik opbrengen voor de wijze waarop de – mijn inziens principieel grensoverschrijdende – compromissen die het CDA sloot inzake abortus, AWGB en euthanasie, worden goed gepraat. De wissel werd gepasseerd toen het CDA meewerkte aan een abortuswetgeving die het ongeboren leven in feite vogelvrij heeft verklaard. Toén kwam het er op aan, neen – niét om aan de zijlijn in onschuld de handen te wassen, maar om midden in het veld als Elia-Obadja duidelijk te maken: 'hier stáán wij. Wij kunnen niet anders, om des gewetens wil!'

J. Hoek, Veenendaal

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Elia, Obadja en christelijke politiek vandaag

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's