De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Historische banden tussen Nederland en Hongarije

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Historische banden tussen Nederland en Hongarije

Toespraak na uitreiking eredoctoraat

6 minuten leestijd

Op vrijdag 24 juni l.l. ontving ir. J. van der Graaf een eredoctoraat aan de Raday Academie te Boedapest, de theologische faculteit, die recent werd geïntegreerd in de gereformeerde of hervormde Gáspár Károli Universiteit. Volgende week zal ds. C. van den Bergh van dat gebeuren een impressie geven.Na de zogeheten laudatio, uitgesproken door dr. Hegedüs Loránt, werd gerespondeerd. De tekst van het gesprokene is hiernaast afgedrukt.

Mijnheer de bisschop,
mijnheer de decaan,
hooggeleerde heren,
dames en heren,

Het is met gevoel van diepe dankbaarheid, dat ik hier op dit moment staan mag. U hebt mij de eer vergund een doctoraat te ontvangen vanwege uw theologische faculteit, de aloude Raday Academie. Deze eer versta ik allereerst als een grote genade, waarvoor ik God ootmoedig wil danken. Wanneer binnen de lichtkring van het Woord van God mensen elkaar onderscheiden, eer bewijzen, dan moet de nadruk vallen op het feit, dat God mensen in Zijn dienst wil gebruiken. We zijn niet meer dan dienende mensen. Zo beleef ik deze dag dan ook als een teken van Zijn genade en trouw over mijn leven en werk; genade die ik op een dag als vandaag ook delen mag met diegenen die mijn lief zijn.
De dankbaarheid voor dit gebeuren wordt voor mij verder in hoge mate bepaald door het feit, dat mij dit eredoctoraat geschonken is aan úw faculteit, uw theologische faculteit hier in Hongarije. Hoe sterk en nauw zijn immers de banden, die er in de loop van de geschiedenis juist in kerkelijk en theologisch opzicht hebben bestaan tussen Hongarije en Nederland!


Niet zelden wordt dan in herinnering geroepen de tijd onder Leopold I alhier (1657-1705), toen het proces van Pozsony diende tegen 300 Hongaarse predikanten, van wie er zestig als galeislaven naar Napels werden verkocht, maar die in opdracht van de Hollandse Staten Generaal door Michiel Adriaanszoon de Ruyter werden bevrijd (1676). Het waren overigens diezelfde Staten Generaal, die in Nederland opdracht hadden gegeven voor de in 1635 in Nederland verschenen vertaling van de Bijbel, de Statenvertaling; een vertaling, die te uwent een parallel heeft in de vermaarde Bijbel van Gáspár Károli, naar wie uw universiteit is genoemd. Beide vertalingen, die zowel in Hongarije als in Nederland de taal en cultuur diepgaand hebben beïnvloed, mogen documenten in onze gemeenschappelijke reformatorische traditie heten.


Maar op een dag als deze wil ik vooral ook herinneren aan het feit, dat in de loop der eeuwen duizenden protestantse jonge mensen, vooral kandidaten voor het ambt van dienaar des Woords aan buitenlandse universiteiten, met name ook in Nederiand, hebben gestudeerd. Alleen al in het Friese Franeker bijvoorbeeld werden aan de universiteit, die daar in 1585 werd gesticht, in een tijdsbestek van ongeveer 165 jaar (in 1843 werd deze namelijk opgeheven) in totaal ongeveer 1200 Hongaarse studenten ingeschreven, vooral aan de theologische faculteit. Franeker had in het verleden roemruchte gereformeerde hoogleraren als Maccovius, Amesius, Witsius en Coccejus, hoewel bij de opheffing in 1843 daar ook de zeer vrijzinnige J. H. Scholten hoogleraar was, één van de grondleggers van het zogeheten modernisme in die tijd. De namen van genoemde en vele andere oude gereformeerde theologen in Nederland komen we ook in Hongaarse bibliotheken tegen, zoals de namen van Hongaarse theologen terug te vinden zijn in de nederlandse theologische bibliotheken.
Vanwege onze gemeenschappelijke geschiedenis nu in de traditie van de Reformatie is het mij vooral een voorrecht, dat ik hier, binnen het kader van het Hongaarse Gereformeerde Protestantisme deze onderscheiding ontvang.


Toen ik enige weken geleden hier in Boedapest was en het bericht mij juist had bereikt, dat dit eredoctoraat zou worden gegeven, werd mij verzekerd, dat één en ander op persoonlijke verdienste geschiedde. Uiteraard ben ik daarvoor zeer erkentelijk. Ik wil nochtans ook graag het eerbetoon delen, juist omdat ik één en ander ook sterk beleef in het kader van de gemeenschap, vanwege onze gemeenschappelijke traditie. Die gemeenschap heb ik telkens beleefd wanneer ik in de loop der jaren hier was; een gemeenschap, die ten diepste gestempeld werd door ons gemeenschappelijk belijden, zoals dat met name ook vertolkt is in de Heidelbergse Catechismus, bij u in Hongarije en bij ons in Nederland een geliefd leerboek voor de kerken, en als confessie ook vandaag in ere. Ook uw universiteit immers is, behalve op de Confessio Helvetica ook de Heidelbergse Catechismus gefundeerd.


Het is die gemeenschap in geloof en belijden, die ook de stuwkracht vormde voor de contacten, die er vanuit Nederland met u hier in Hongarije waren in de moeilijke jaren na 1948. Mede daarom wil ik op dit moment het persoonlijke overstijgen door ook nadruk te leggen op de gemeenschap. Het is mij in de loop der jaren mogelijk gemaakt – en daarin had ik uiteraard ook mijn eigen persoonlijke keuze en inbreng – om hier te zijn, doordat in Nederland binnen de kerk en daarin binnen de gemeenten het werk werd gedragen. Ik wil ook niet nalaten twee broeders te noemen, die reeds zijn overleden en die kerk, en daarin ook direct of indirect de theologiebeoefening terwille van de geméénten in Hongarije, op het hart hebben gedragen, te weten ds. Jacob van Rootselaar en Leendert Koppert. En verder mag ik met dankbaarheid zeggen, dat het werk, dat ik op bescheiden schaal hier heb mogen doen, ook vandaag binnen de kerk in Nederland een breed draagvlak heeft en als zodanig ook mogelijk is gemaakt. Kerkelijk Nederland en kerkelijk Hongarije hebben nu eenmaal iets van een door de geschiedenis bepaalde schering en inslag.


Door het verkrijgen van een eredoctoraat, neem ik de dankbare verplichting op mij een voorvoegsel in de vorm van een tweede titel aan mijn naam toe te voegen. Ik zal mij voor de titel die u mij verwaardigt niet schamen, omdat ú mij deze verwaardigt. Ik zeg er volgaarne en in één adem bij, dat mijn eigenlijke naam niet te veel achter voorvoegsels schuil moet gaan. Het liefst blijf ik toch genoemd worden met de naam, die mijn moeder mij verleende en die verbonden werd met die van de Drieënige God, toen ik in Zijn Naam werd gedoopt: Jan, méér niet. In het Koninkrijk Gods gaan titels schuil achter de genade van de doopbelofte.
Nu u mij echter de eer hebt waardig gekeurd uw doctor te zijn, spreek ik de wens uit dat de geestelijke gemeenschap, gegroeid in een lange reeks van jaren, nog verder mag worden versterkt en verdiept. Ik wens het Raday Collegium, ook nu het is opgenomen in de nieuwe Gáspár Károli Universiteit, toe, dat ze bij mag dragen aan de verspreiding van het licht, waarvan wordt getuigd in het zegel van de universiteit: daar zij licht! Hoewel dat licht het licht van de schepping is, ligt er toch ook een boven het aardse uitgaande hogere symboliek in; een symboliek, die ook in het zegel van de universiteit te Utrecht ligt opgesloten: Sol Iustitiae Illustra Nos, Zon der Gerechtigheid bestraal ons.
In tenebris Lux, Licht in de duisternis van deze wereld.
In Christus, het Licht der wereld zijn wij over grenzen heen verbonden.

J. van der Graaf, Boedapest, 24 juni 1994

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Historische banden tussen Nederland en Hongarije

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's