Globaal bekeken
In De Reformatie (Gereformeerde Kerken, vrijg.) schreef J. Smelik over het lied 'God, enkel licht', oorspronkelijk 'Du reines Licht' van Schubart:
'Het lied "Du reines Licht" werd geschreven door Christian Friedrich Daniel Schubart (1739-1791). Wie Schubart alleen van het lied "God, enkel licht" kent, zal verwachten dat de auteur een soort voorbeeldig christen was, die een onberispelijk leven leidde. Schubarts biografen helpen ons echter snel uit de droom. In zijn losbandig leven ontpopte Schubart zich meermalen als hartstochtelijk fan van de combinatie drank en vrouwen. Omgekeerd evenredig was zijn liefde voor alles wat met de overheid of het gezag te maken had. In 1777 kwam Schubart in conflict met de wereldlijke overheid. Hertog Kart Eugen zette hem voor 10 jaar achter slot en grendel, waar Schubart zich overigens intensief met bijbelstudie heeft beziggehouden. Zijn anarchistische levensopvatting bleek ook toen Schubart in 1789 de Franse Revolutie met veel enthousiasme begroette.
Het lied "God, enkel licht" is het enige lied van Schubart dat in het Nederlands protestantisme bekend is geworden. De originele tekst staat bij dit artikel afgedrukt Boven het lied staat de titel "Um Reinigkeit". En dat geeft kort maar krachtig aan, waar het in dit lied om draait. Gezien de levensloop van Schubart is het curieus dat uitgerekend deze tekst, dit gebed om reinheid, bekend is geworden.'
• Om zuiverheid
Gij, heilig licht!
Uw aangezicht, waarvoor
geen Engel zelf ooit zuiver is
bevonden, Ziet mij bevlekt,
met stof bedekt.
Misvormd door duizend zonden.
Met euveldaân
Bemorst, belaên, Moest ik mij voor
uw oog, uw heilig oog, versteken;
Dat vlammend oog
Ziet, van omhoog,
in reinen zelfs gebreken.
Wat is dit Al?
Een donkre bal, Een woning van
bederf, een slijkhoop, in uw oogen?
Der starren pracht
Is bij U nacht,
Hoe hel zij schittren mogen!
Tot U alleen
Wend ik mij heen, O Jezus, hoop
en heil van alle ware vromen!
Ja, Jezus! Gij
bemoedigt mij.
Om voor Gods troon te komen.
Op Golgotha,
Hebt gij gena, Door 't storten van
uw bloed, voor mij, bij God gevonden:
En, door dat bloed,
wordt mijn gemoed
Gereinigd van de zonden.
Maar ach! wat smart!
Dit ijdel hart Doet mij gestaâg
voor nieuwe onreinheên vreezen:
Mijn God! Gij ziet,
Hoe 't mij verdriet.
Steeds weêr zoo vuil te wezen.
Eens komt de tijd.
Die blijde tijd, Dat ik voor U zal
staan, in hagelwitte kleêren,
En eeuwig daar
Met de Englenschaar,
Zoo rein als zij, verkeeren.
(vertaling: A. van den Berg)
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's