Perspectief voor geloofsopwekking (1)
Steeds meer in het blikveld
Steeds meer wordt er in de kerk het belang ingezien van een opwekking in het geloofsleven. Steeds meer lees je er over. De geestelijke nood in kerk en samenleving lijkt steeds meer mensen te beroeren. De ontrouw aan God en zijn woord, de lauwheid in het geloof, de afval van de Heere, het vertrappen van zijn geboden gaat blijkbaar steeds meer nood worden. Zodat niet alleen het belang, maar zelfs ook de noodzaak van een opwekking in het geloofsleven steeds meer wordt onderkend. Steeds meer gaat het verlangen groeien dat het geloofsleven tot volle doorbraak zal komen. Steeds meer ontwaakt het besef dat er een krachtiger getuigenis inzake het evangelie dient te ontstaan, wat op zijn beurt weer zegenrijk zal doorwerken naar ongelovigen toe, zodat die tot geloof komen.
Steeds meer gebed
Dat mag hoop geven dat er ook steeds meer voor gebeden wordt. Ja zelfs geworsteld aan de troon der genade. En we met Jakob aan de Jabbok tiitroepen: 'Ik laat U niet gaan tenzij dat Gij mij zegent'.
Dat mag hoop geven ook, dat de Heere Zelf de last van de nood op de zielen van vele gelovigen bindt. En als de Heere dat doet, dan doet Hij dat nooit zo maar. Dan heeft Hij daar een bedoeling mee, namelijk deze, dat wij die last gelovig en biddend aan Hem zullen teruggeven en op Hem zullen neerleggen. Het enige en beste Adres voor al onze lasten. Want als de Heere Zelf onze lasten draagt, dan gaat Hij ermee aan de gang. Hij neemt ze niet alleen van ons bezwaard gemoed af, maar Hij ruimt ze ook in werkelijkheid op.
Perspectief?
Bij de vraag of er ook echt perspectief is voor een geloofsopwekking, willen we ons vooral laten leiden door wat de Heere zegt in Ezechiël 36 : 22. Daar lezen we: 'Daarom zeg tot het huis Israëls: Zo zegt de Heere Heere: Ik doe het niet om uwentwil, gij huis Israëls, maar om mijn heilige Naam, die gij ontheiligd hebt onder de heidenen, waarheen gij gekomen zijt'.
God doet het dus niet om 'uwentwil' d.i. niet om Israël. Want dat volk heeft het er niet naar gemaakt dat het teruggevoerd wordt uit de ballingschap. Israël heeft immers de afgoden gediend. En daarmee heeft het de Heere verlaten en zijn verbond verbroken. Kort gezegd: Israël heeft Gods heilige Naam ontheiligd. Dat blijkt onder andere hieruit, dat de heidenen gelegenheid hebben om spottend te zeggen: 'Waar is nu hun God, dat Hij hen niet verlost uit de ballingschap?'
Niet om 'uwentwil' dus. Dat geldt ook voor ons vandaag in betrekking tot een geloofsopwekking. Ook wij hebben het er niet naar gemaakt, dat God het gaat doen. Integendeel, wij hebben het ernaar gemaakt, dat de Heere ons in geestelijke ballingschap laat omkomen. Want ook wij hebben in Nederland en in onze Nederlandse Hervormde Kerk (laten andere kerken het voor zichzelf beoordelen) de Heere verlaten en vergeten, dagen zonder getal. En niemand van de gereformeerde gezindte in onze hervormde kerk zal aanleiding kunnen vinden om hierin zelf buiten schot te blijven. Daarom hebben wij allen eveneens reden om te belijden dat wij het verbond van God hebben verbroken, ja Zijn Naam hebben ontheiligd.
Dat er vandaag zoveel geestelijke malaise is, gaat niet buiten onze schuld om. En hierin zijn we medeschuldig aan de ontheiliging van Gods Naam. Immers, Gods Naam wordt vandaag ontheiligd. Niet alleen in toenemend lasteren en vloeken. Vooral ook hierin, namelijk dat steeds meerderen menen redenen te hebben om te beweren dat het met de kerk en met het geloof een afgelopen zaak is. Een nieuw tijdperk (New Age) is aangebroken, waarin terugval naar puur heidendom, van god in onszelf zoeken, de toon aangeeft. God buiten onszelf zoeken, in Zijn Woord en in Jezus Christus, is niet meer aan de orde. Die God heeft afgedaan. Je ziet het immers dagelijks om je heen, zegt men. Het christelijk geloof stelt niets meer voor. En men bedoelt te zeggen: 'De God van het christelijk geloof stelt niets meer voor'. En daarin wordt de Naam van God ontheiligd, mede door onze schuld.
Het is dus duidelijk dat God niet om 'onzentwil' aan een geloofsopwekking kan beginnen. En dat is verootmoedigend, ja beschamend. Het is onze afgang naar punt nul. We blijven met absoluut lege handen staan. Zelfs onze gebeden en onze verootmoediging gelden niet als goede werken die God kunnen bewegen om tot een geloofsopwekking over te gaan. Inderdaad, niet om 'onzentwil'. Dat is verootmoedigend en beschamend, zeiden we. Doch het is ook meer. Het is ook uitermate bevrijdend. Het verlost ons van alle godsdienstige kramp 'dat we dit en dat en van alles en nog wat moeten doen' om tot een geloofsopwekking te komen. We hoeven echt niet op onze geestelijke tenen te lopen, maar mogen gewoon zijn die we zijn, desnoods tot over onze enkels en verder weggezakt in nood en ellende.
'Niet om onzentwil'. Dat prikt door al onze opgeblazen ballonnen heen en brengt ons tot de nuchtere werkelijkheid. En we kunnen maar met één conclusie komen, namelijk: gelet op ons is er geen perspectief voor een geloofsopwekking.
Ja, toch perspectief
Doch er is God-dank nog een andere kant aan de medaille. De profeet Ezechiël mag nog een andere boodschap brengen, namelijk 'maar om mijn heilige Naam'. Al heeft het huis van Israël het er niet naar gemaakt. God zal het toch terugvoeren uit de ballingschap. En God zal dat doen 'omwille van Zijn heilige Naam'. Er zal een nieuwe toekomst aanbreken voor Israël. Waarbij we zeker ook met name mogen denken aan de komst van Christus in de volheid des tijds. Met daarachter al de heilsfeiten zoals Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart, Pinksteren en ook de Wederkomst. Dat alles zal God niet doen omdat Israël zo goed is. Hij doet het uitsluitend 'om Zijn heilige Naam'.
Dat betekent ook dat er vandaag hoop is voor de kerk, enkel en alleen vanuit de heilige Naam des Heeren. Al onze door te prikken ballonnen hebben God-dank niet het laatste woord. Want er is een Naam die perspectief biedt. Dat is de Naam van God, de Schepper van alle dingen en de Vader van onze Heere Jezus Christus. Die Naam mag ons vrolijk maken in de Heere. Die Naam mag ons doen opveren uit al onze moedeloosheid en neergezonkenheid.
Want die Naam is groot en geeft daarom grote verwachtingen. Van die Naam zingen we terecht: 'Goedertieren Vader, milde Zegenader'. Daarom is er perspectief, toch, voor een geloofsopwekking. De Naam van God geeft Zelf het perspectief. En de kwestie van een geloofsopwekking mag gehaald worden uit de kramp van onze inbreng en geplaatst worden in de ontspannen ruimte van de lofzegging op de grote Naam des Heeren. God doet het omwille van Zijn heilige Naam en daarom is er geen situatie te hopeloos, geen mens te zondig, geen kerk te slecht en geen land en volk te ver ontzonken aan het woord des Heeren.
R. H. Kieskamp, Leerdam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's