Boekbespreking
Jan Zwemer, Het gevaar van het hellend vlak. De Gereformeerde gemeenten en de SGP in historisch perspectief. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen, 1994, 160 pag. ƒ 25,50.
Onder de nieuwsgierig makende titel Het gevaar van het hellend vlak heeft Jan Zwemer een aantal bijdragen gegeven aan de geschiedenis van de zogenaamde 'bevindelijk-gereformeerden'. De ondertitel, 'De gereformeerde gemeenten en de SGP in historisch perspectief' doet meer verwachten dan Zwemer geeft. Het is geen historische behandeling van de bovengenoemde relatie, die op zich heel boeiend zou kunnen zijn.
Het gaat in dit boek om een aantal min of meer losse hoofdstukken, die samengebundeld zijn rond hetzelfde thema waarmee hij zich in zijn proefschrift, dat onlangs verscheen met als titel In conflict met de cultuur, heeft beziggehouden. Er is in dit boek sprake van een reactie op de beoordelingen van zijn vorige studie en van een verdere toelichting van zijn standpunt, dat kort gezegd hierop neerkomt, dat er in de gereformeerde gezindte, en wel voornamelijk in de Gereformeerde Gemeenten en de SGP, sprake is van een verrechtsing van standpunten wat de theologie en de politiek betreft. Zwemer licht dit toe met het instrumentarium van de socioloog en maakt daarbij ook gebruik van theologische waardeoordelen. Het wordt duidelijk dat zijn voorkeur niet ligt bij de 'zwaren', zoals hij ze zelf noemt. Hij maakt echter geen karikatuur en probeert ze te begrijpen. In het geding omtrent de 'algemene genade', in kerk en politiek, vallen de beslissingen. Tegenover de 'doperse wereldmijding' heeft de auteur meer op met de aanvaarding van de wereld en schepping zoals hij die bijvoorbeeld in de theologie van Van Ruler aantreft.
Er zit niet zoveel lijn in de orde van de hoofdstukken. De plaatselijke en de politieke situaties van een gemeente als Waarde in Zeeland en de sociale structuur van Staphorst (overigens geenszins een Gereformeerde Gemeente-plaats) komen uitgebreid aan bod. Dat is voor de inwoners van die plaatsen wellicht wel aardig, maar binnen het geheel van het boek is het iets te veel van het bijzondere. Waarom een plaats als Ottoland in de Alblasserwaard in dit verband ook genoemd wordt, is mij niet duidelijk geworden. Over de sociologische waarnemingen kan ik niet oordelen. De theologische karakteriseringen van Zwemer vind ik wat te algemeen en ongenuanceerd. Overigens getuigt het van niet helemaal op de hoogte zijn met het beroepingswerk in de Hervormde Kerk als hij schrijft dat er in de eerste helft van de twintigste eeuw in bepaalde hervormde streken 'met goedvinden van de kerkeraad' steeds zwaardere predikanten beroepen werden. Ik dacht dat het juist de kerkeraden waren, die het beroepingswerk steeds meer in handen kregen, die tot een rechtzinniger koers kwamen.
Verder is er o.a. nog een hoofdstuk over de invoering van de vrije zaterdag en de kritiek daarop, over het generatieconflict met als veelzeggende titel 'Ie bin nog maar een snotteneuze' enz. Het meest werd ik echter aangesproken door die hoofdstukken die ingaan op de actualiteit van de discussie binnen de SGP van de laatste vijfentwintig jaar, die o.a. rond het zogenaamde 'vrouwenstandpunt' veel aandacht heeft getrokken. Niet dat Zwemer op dat standpunt als zodanig ingaat, maar hij laat wel zien dat de wijze waarop er binnen de SGP met elkaar wordt omgegaan rond controversiële standpunten, alles te maken heeft met een groeiend subjectivisme en een daarmee gepaard gaand 'vijandsdenken'.
Terecht stelt hij tegenover het 'labadistische' verabsoluteren van de 'eigen waarheid' en het daarmee gepaard gaande veroordelen en afschrijven van anderen die daarvan afwijken, dat het gereformeerde beginsel in wezen anti-subjectivistisch is. Zwemer raakt hier m.i. aan de wortel van de problemen, waarin de SGP verkeert. Het gaat om meer dan een bepaald partijstandpunt, het gaat over de wijze waarop de broeders met elkaar omgaan. In zijn laatste hoofdstuk 'Misverstanden omtrent de Bruiloftszaal' geeft Zwemer een verrassende kritiek op een principiële en strenger wordende uiterlijke levensstijl, die met beroep op het Bijbelse voorbeeld van de Rechabieten wordt gepropageerd. Het verrassende is, dat Zwemer hierbij gebruik maakt van de woorden van twee toonaangevende en gezaghebbende figuren uit de bevindelijke traditie zelf. Met een beroep op de bekeringsgeschiedenis van Pleun Kleijn en de woorden van ds. Ledeboer raakt hij de kern van de zaak: het grote verschil tussen de ideologisering en dogmatisering van het bevindelijke leven in een strak en groepsvormend systeem en dat bevindelijke leven zelf. De beschouwing is strenger dan het leven zelf! In dit verband zijn er enkele treffende citaten van Ledeboer, die duidelijk maken, dat de levenshouding niet onbelangrijk is, maar dat het uitwendige 'uitvloeisel moet zijn van het inwendige leven des geloofs'. Uit zorg en verontrusting over een verdrietig misverstaan en wederzijdse verdachtmakingen in de Gereformeerde Gezindte is dit boek – evenals het proefschrift – volgens Zwemer mede ontstaan. Het kan een bijdrage leveren tot een zo hoognodige bezinning op een ontwikkeling die ons allen in de Gereformeerde Gezindte grote zorgen moet baren, opdat mede door die bezinning de zonen van hetzelfde huis weer als broeders samen zouden wonen. Het gevaar van het 'hellend vlak' dat zo vaak waarschuwend in stelling wordt gebracht tegen ontwikkelingen van nieuwe denkbeelden, kan na lezing van dit boek ook op een geheel andere manier worden geduid. Ik lees dit boek ook als een waarschuwing van Zwemer tegen het 'hellend vlak' van subjectivisme en ontbinding waaraan het bevindelijke gereformeerde leven in kerk en samenleving stuk dreigt te gaan. Een waarschuwing om terdege ter harte te nemen, ook als we de waarnemingen en opvattingen van Zwemer niet altijd voor onze rekening kunnen nemen. Het boek heeft als eerste hoofdstuk een literatuuroverzicht en is van een aantal aardige illustraties voorzien.
M. A. van den Berg
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's