De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zingen

6 minuten leestijd

In de schaduw van Uw vleugelen zal ik vrolijk zingenPsalm 63 : 8b

In het gedicht 'Graalridder' beschrijft de dichter Gerrit Achterberg het verlangen naar verzoening. Om dit diepe verlangen tot uitdrukking te brengen, gebruikt de dichter het beeld van een kruisridder, die op zoek is naar de graal.
Met deze graal wordt het vaatwerk bedoeld van het Laatste Avondmaal, de beker, waaruit Jezus zelf met Zijn discipelen dronk. Vooral daarnaar zochten kruisridders, temeer daar volgens een oude legende Jozef van Arimathea het bloed van Christus in deze graal zou hebben opgevangen. Dit aansprekende beeld van de zoekende graalridder gebruikt Achterberg dus om zijn verlangen naar verzoening met God door het bloed van Christus te beschrijven. De kruisridder, waarmee de dichter zich identificeert, vindt deze graal ook.
'Dwalende door mijn zonden, heb ik de graal gevonden van Zijn laatste Avondmaal' zo luiden enkele regels van het gedicht.
Nu staat er in dit gedicht een merkwaardige uitdrukking. Het is een bede.
'Moge. ik zingen vinden'.
Het gaat dan over het zingen vanwege het werk van Christus op Golgotha.
Men zou zich kunnen voorstellen, dat de dichter Achterberg op zoek is naar een lied, waarin zijn vreugde over of verlangen naar verzoening, zijn diepste ervaringen onder woorden gebracht worden.
Dan zou er echter staan: 'moge ik een lied vinden'.
Daarnaar kunnen we op zoek zijn.
Naar een lied, dat onder woorden brengt, wat er in het diepst van ons hart omgaat. De liturgie, het zingen van de psalmen, waarin alle facetten van het leven aan de orde komen, speelt daarom in de eredienst een belangrijke rol.
Daarin worden ons vanuit de schrift berijmde gedeelten aangereikt om wat we ervaren uit te zingen. Veel mensen hebben een geliefde psalm. Ze herkennen zich daarin.
In de psalmen zien we Gods kinderen in het hart, wordt er wel gezegd.
Een vreugde is het te merken, dat er een psalm is, waarin wat we ten diepste ervaren, ook kunnen uitzingen. 'Moge ik een lied vinden'.
Hoewel Achterberg daaraan ook gedacht kan hebben, schreef hij 'Moge ik zingen vinden'. Men kan daarbij behalve aan een lied ook denken aan stof tot zingen. Om werkelijk te zingen, moet er immers een aanleiding zijn.
Daarvan spreekt de bijbel ook. In een berijmde psalm staat dat de Heere rijke juichensstof gaf. U herkent dat mogelijk in uw leven.
Na de genezing van een ziekte, het doorkomen van een crisis, situaties, waarin u met David kunt zeggen: Gij zijt mijn hulp geweest, is er die stof tot zingen. Vooral waar we op zoek naar genade deze hebben gevonden, daar is stof tot zingen.
Toch bedoelde Achterberg met deze uitdrukking nog meer.
Het zingen zelf als uiting van vreugde, het echte zingen. Die activiteit wil hij vinden. Die beleving. Men kan met de lippen zingen, terwijl men met het hart en de gedachten elders is. Men kan een lied in stilte, in het hart een lied hebben.
Maar echt met mond en hart zingen. Daar gaat het om. Om die activiteit. Die wil Achterberg vinden. Hij hoopt daarop en bidt daarom.
'Moge ik zingen vinden'. Een lied, aanleiding tot lofzang en vooral het zingen zelf. In Psalm 63 spreekt David over zingen.
In het heiligdom werd immers gezongen door de priesterkoren.
In vers 4 spreekt David over het met de lippen God prijzen.
In vers 6 over het met de mond roemen met vrolijk zingende lippen.
In vers 8 'in de schaduw van uw vleug'len zal ik vrolijk zingen'.
Het gaat dus niet om een klaaglied of om een lied, waarin een gebed wordt uitgesproken, maar om een vreugdelied.
De plaats, waar David zich voorneemt te zingen, is opmerkelijk. In de schaduw van Gods vleugelen.
Dat iemand in de hitte van de woestijn verlangt naar schaduw, kun je begrijpen als je er ooit bent geweest. Die schaduw zoek je op als bescherming tegen de verzengende zon, die schaduw verkwikt.
Het beeld van de schaduw spreekt dus vooral in de woestijn sterk aan.
Hoewel deze gedachte meespeelt, doelt in de oud-oosterse beeldspraak de uitdrukking in de schaduw van iemand vooral op bescherming, die daar genoten wordt.
In de schaduw van een koning zocht men beschutting tegen de bedreigingen.
Hier spreekt David over de schaduw van God. Hij zoekt bij God bescherming.
Het is begrijpelijk, dat David in deze bedreigende situatie verlangt naar een plek, waar hij veilig is voor zijn vijanden. David wist van vijandschap, van mensen en machten, die het op hem voorzien hadden. In de schaduw van die God, wiens sterkheid en eer David heeft gezien, weet hij zich veilig.
De uitdrukking 'de schaduw van Gods vleugelen' komen we vaker tegen in de bijbel, vooral in de psalmen.
Die in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, die zal vernachten in de schaduw van de Almachtige'.
In psalm 17 bidt David om verberging door God onder de schaduw van Zijn vleugelen. In psalm 36 wordt over de vleugelen van God gesproken als een plek, waar men toevlucht kan zoeken. De Heere Jezus roept tot Jeruzalem, terwijl Hij over haar weent.
'Hoe heb ik u willen vergaderen gelijk een hen haar kuikens'.
Daar waar de jongen het beschermende liefdevolle hart voelen kloppen.
Bij de schaduw van de vleugelen kan men zich ook concreet een plaats voorstellen. Het is de ark des verbonds, waarop de cherubim stonden met uitgespreide vleugelen. In de schaduw van die vleugelen lag het verzoendeksel. Daar werd op de grote verzoendag het bloed van het volkomen lam gesprenkeld. Bij vijanden wordt in de bijbel gedacht aan mensen en machten, maar ook aan de zonde.
In psalm 65 spreekt de dichter over de zonde als een macht. Overtredingen hadden de overhand op mij. Het was alles sterker dan ik. Dat wat je bij God vandaan wil houden, is vaak enorm sterk. In de schaduw van Gods vleugelen blijkt, dat de macht van Gods verzoening groter is, de genade het wint. Vandaar dat een mens in de schaduw van Gods vleugelen echt kan zingen. Niets is er meer dat hem de adem in de keel doet stokken, de vijanden worden gezien in het licht van Gods macht, de zonden in het licht van Gods genade. Meer dan David wist, mogen wij weten. De schaduw van Gods vleugelen is de verzoening door het bloed van Christus. De verzoening, die verkondigd wordt, betekend en verzegeld in het Heilig Avondmaal. Waar een mens zich in die schaduw mag weten, kan hij vrolijk zingen. Daar wordt het lied geboren. De zoeker vindt er zijn bestemming, het loflied op de naam des Heeren. Daar wordt het zingen gevonden.
In de schaduw van Gods vleugelen worden we genodigd. Christus zegt, dat wie tot Hem komt, de toevlucht neemt, geenszins zal worden uitgeworpen.

D. M. van de Linde, Groningen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1994

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Zingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1994

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's