De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hervormde overpeinzingen bij vijftig jaar Vrijmaking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hervormde overpeinzingen bij vijftig jaar Vrijmaking

13 minuten leestijd

Het is voor een hervormde niet eenvoudig, om bij de herdenking van het vijftigjarig bestaan van de Gereformeerde Kerken (Vrijgemaakt) de passende woorden te vinden. Dat heeft niet te maken met onderwaardering onzerzijds van deze kerken. Integendeel, er is alle reden om met groot respect te spreken over kerken als deze, die ernst maken met 'Schrift en belijdenis' en op allerlei wijzen gestalte geven aan het bewaren en doorgeven van het erfgoed der Reformatie in kerk en samenleving.
Maar de vrijgemaakt-Gereformeerde Kerken zijn nu eenmaal een afgeleide van Afscheiding en Doleantie. Ze zijn kerken, waarin het principe wordt gehuldigd, dat 'voortgaande reformatie' ook als consequentie moet hebben voortgaande àfscheiding. En op dit voor het kerk-zijn vitale punt gingen de jaren door wegen van vrijgemaakte gereformeerden en hervormde gereformeerden nu eenmaal uiteen.


Bij jubilea van kerkelijke gemeenschappen, of die nu Gereformeerde Kerken heten of verbanden binnen een kerk zijn, die uit de nood geboren zijn, zoals de Gereformeerde Bond, is er nooit reden tot uitbundig vieren. Wel is er bij mijlpalen reden tot nieuwe bezinning. In deze willen ook wij hier enige aandacht geven aan het feit, dat deze kerken een halve eeuw bestaan.
We willen hierbij niet verhelen – en bij een herdenking valt zulks eerlijk uit te spreken – dat we steeds met groot respect en ook in confessionele betrokkenheid hebben kennis genomen van de theologische arbeid en de bezinning op de hedendaagse vragen, zoals die bij het licht van Schrift en belijdenis binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) plaatsvonden. De Broederweg in Kampen alléén al leverde machtig veel studiemateriaal.
Doordat vrijgemaakten evenwel kozen voor een strikt vrijgemaakt organisatieleven 'op alle terreinen des levens' was er ook sprake van sterk doorgevoerde, principieel onderbouwde isolering ten opzichte van andere kerken of groeperingen van gereformeerde confessie. Maar de vrijgemaakten hebben ongetwijfeld kerk en samenleving mogen dienen met hun doorwrochte bezinning op allerlei gebied.

Oriëntatie
In het hiervolgende oriënteer ik mij op het vorig jaar in vrijgemaakte kring gestarte 'gereformeerd magazine voor opinievorming', met de naam 'Bij de Tijd'. In dit orgaan laat de redactie allerlei mensen uit eigen kring aan het woord, zowel van de eerste als van de tweede en derde generatie vrijgemaakten, met daarbij ook personen uit andere kerkelijke kringen – uit hervormd gereformeerde kring bijvoorbeeld drs. C. Blenk.

In het hiervolgende oriënteer ik mij vooràl op de openingsbijdrage in dit lijvige nummer van de hand van prof. dr. J. Douma, iemand die de vrijmaking bevrast heeft meegemaakt en tot een op grond van eigen ontwikkeling afgewogen en evenwichtig oordeel komt, nu hij terugblikt op vijftig jaar Vrijmaking.
Het eerste deel van zijn persoonlijke impressies geven we hiernaast weer, omdat het de sfeer tekent van de vrijmaking in 1944, toen de hoogleraren Schilder en Greijdanus door de synode van de Gereformeerde Kerken waren geschorst.

Ontwikkelingen
Douma zet, na dit persóónlijke begin, in met te zeggen, dat het na de Vrijmaking voor velen geen prettig idee was vrijgemaakt te blíjven. Het werd hen onder de 'doorgaande reformatie' te benauwd. De – nog steeds befaamde, want telkens opduikende – Open Brief uit 1966 riep op om 'veten te beëindigen' en 'voorliefde voor eigen ideeën te overwinnen'. Ds. B. J. Schoep, inspirator van deze brief, keerde terug naar de Gereformeerde Kerken. Die brief leidde uiteindelijk tot het ontstaan van de vrijgemaakt Gereformeerde Kerken-buiten-verband, de huidige Nederlands Gereformeerde Kerken. In het onderhavige nummer van Bij de Tijd zijn de vrijgemaakte prof. dr. K. Veling en de Nederlands gereformeerde prof. dr. E. Schuurman daarover met elkaar ook in gesprek. De Open Brief is nog steeds hun twistappel.


Douma gaat dan verder met te zeggen waarom hij en velen met hem vrijgemaakt zijn gebléven. Niet alleen vanwege het 'historisch goed recht van de Vrijmaking'. Hij is vooral vrijgemaakt gebleven, omdat hij niet 'gereformeerd-af' wilde worden. 'Het typisch vrijgemaakte – zegt hij – kan men van mij cadeau krijgen, het typisch gereformeerde wil ik niet inleveren'.
Dat gereformeerde illustreert Douma dan aan wat bij de belijdenis van het geloof binnen de Geref. Kerken vrijgemaakt wordt beleden:
1) de leer van het Oude en Nieuwe Testament bevat de ware en volkomen leer van de verlossing;
2) het geloof in Gods verbondsbeloften (wat iets anders is dan veronderstelde wedergeboorte);
3) de begeerte om de Heere God lief te hebben en Hem te dienen naar Zijn Woord;
4) de belofte zich te onderwerpen aan de kerkelijke vermaning en tucht.

Douma zegt dan dat bij deze belijdenis ook helemaal de belijdenis aangaande de kerk hoort. Een gereformeerde kerk heeft ook zuinig te zijn op haar gereformeerde belijdenis. Dat betekent voor Douma geen confessionalisme, want, zegt hij, 'het is niet moeilijk aan te tonen, dat onze drie formulieren van eenheid gebreken vertonen'. Voor het geval we vandaag een nieuwe belijdenis zouden opstellen, zegt hij verder, zouden we het anders doen dan onze vaderen destijds. Vier eeuwen nadere theologische bezinning moet men namelijk ook niet wegwerpen.
In het licht van de belijdenis acht Douma overigens de beslissing, die tot een scheiding met de (huidige) Nederlands Gereformeerde Kerken leidde, een juiste. Er waren duidelijk confessionele beslissingen in het geding.

Vrijgemaakte eigen(aardig)heden
Maar dan komt Douma ook openhartig te spreken over 'het typisch vrijgemaakte'. Dat vrijgemaakt eigen(aardig)e lag allereerst in het zicht op 'ware en valse kerk'. De Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) hebben immers jarenlang het beeld opgehouden van een ware kerk, waarop zij het alléénrecht meenden te hebben. Maar daarin – zegt Douma – is verandering gekomen. Hij zegt: 'Moeten we werkelijk geloven dat er in de huidige Nederlandse situatie maar één aanwijsbare ware kerk is, namelijk de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt)?' Want wat betekent het dan als in artikel 27 wordt gezegd dat er buiten die kerk geen zaligheid is? Vrijgemaakten durfden immers toch ook niet zeggen dat er buiten eigen kring geen gelovigen waren?


Douma zelf haalt eerlijkheidshalve sprekende voorbeelden aan uit het verleden, die blijk ervan geven dat men niet samen met anderen kon bidden, of – met een plaatselijke hervormde kerkeraad bijvoorbeeld – kon opkomen voor bijbelse normen in de samenleving. Eerst moest de kerkvraag beantwoord worden. Voor Douma is herdenking van de vrijmaking dan ook tegelijk 'bezinning op de schade die wij door onze te enge kerkopvatting veroorzaakt hebben'.

De twijfel aangaande de vrijgemaakte kerkopvatting ging onder meer ontstaan vanwege contacten met andere kerken in het buitenland, waar het alles óók niet op vrijgemaakte maat gesneden was. Dan werden vrijgemaakten opeens ruimhartiger, kwam men tot erkenning van het goede bij anderen 'tot bij Baptisten en volkskerken toe' (!, v. d. G.). Kwamen die buitenlanders in Nederland bovendien op bezoek, dan was – relativeert Douma – 'hun genoegen doorgaans even groot in Kampen, Apeldoorn en bij de Gereformeerde Bond.'

Openheid
Douma gaat dan tenslotte in op de ontstane grotere openheid naar anderen toe in vrijgemaakte kring, wat bijvoorbeeld ook blijkt op het terrein van de gereformeerde organisaties, met name in de politiek. Hij meent dat dit proces van openheid zich overal zal doorzetten en acht het winst, dat wat zich vijf jaar geleden nog niet liet denken, nu werkelijkheid is geworden, namelijk het bestaan van vier kerkelijke weekbladen: naast De Reformatie, jarenlang het officiële orgaan, de bladen Reformanda, Bij de Tijd en Nader Bekeken.
Reformanda verdedigt de oude posities, die Douma zelf zegt te willen bestrijden.
Nader Bekeken doet dat óók, maar minder polemisch.
Bij de Tijd vraagt aandacht voor zaken, die in De Reformatie onderbelicht blijven.


Douma vindt de 'opmerkelijke aanwezigheid' van deze vier kerkelijke bladen niet alleen verlies, hoewel ook niet alleen winst. Wat het laatste betreft zegt hij, dat er nu namelijk ook onderlinge bestrijding is. Dat kan tot partijvorming leiden en de eenheid schaden. Toch meent hij, om zich heen kijkende, dat er geen tweede kerkelijke gemeenschap is met een nog zó duidelijke eensgezindheid. Hij spreekt tenslotte wèl de wens uit, dat diegenen, die alles graag bij het oude willen houden, met slechts zódanige vernieuwers te maken krijgen 'aan wie ze bemerken dat vernieuwing wat anders is dan wrikken aan ons gemeenschappelijk fundament'.

Aan de zijlijn en toch betrokken
Boven dit stuk heb ik gezet 'hervormde overpeinzingen bij vijftig jaar Vrijmaking'. Hier past onzerzijds namelijk enige terughoudendheid.
We kunnen natuurlijk snel de conclusie trekken, dat scheidingen telkens nieuwe scheidingen oproepen en dat als zodanig de vrijmaking van 1944 de Gereformeerde Gezindheid verder verdeelde. Dat wàs ook zo; symbool van verdere neergang van het gereformeerde leven in dit land.
Maar, zoals de kerkelijke pers en de dagbladpers binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), die zeer aandachtig het Samen op Weg proces volgen, meestal met grote ingehoudenheid hebben gereageerd op de positie van de hervormd gereformeerden in dit proces, zo past ons óók terughoudendheid in de beoordeling van de ontwikkelingen bij de vrijgemaakten vandaag.


Bovendien, als we eerlijk zijn, moeten we zeggen dat hervormde gereformeerden en vrijgemaakte gereformeerden met de zijde en de keerzijde van dezelfde medaille te maken hebben. De Vrijgemaakten kunnen niet terùg naar de Gereformeerde Kerken om dezelfde reden waarom de hervormd gereformeerden niet op wèg willen mèt de Gereformeerde Kerken. Breed kerkhistorisch gezien zijn hervormd gereformeerden en vrijgemaakt gereformeerden vandaag merkwaardigerwijs tot elkaar 'veroordeeld' in hun argumentatie inzake hun kerkelijke positie.
Hoewel de situatie binnen de Gereformeerde Kerken in 1944 bepaald nog niet die van vandaag was, hebben de ontwikkelingen daarná wel laten zien dat er tussen de Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) een even diepe kloof is ontstaan vanwege de gereformeerde belijdenis als tussen Hervormd Gereformeerden en de Gereformeerde Kerken.


Men hield het in vrijgemaakte kring overigens wel lang vol om het afgesloten-eigene te bewaren. Zo zelfs, dat we ons wel eens afvroegen: hoe làng houdt men dit vol? Een tweede en derde generatie zou dat afgeslotene toch niet zo maar automatisch overnemen! Nu breken eigenlijk heel snel de dijken rondom de vrijgemaakte afgeslotenheid. Dat dit spanningen oproept, is duidelijk. Welke kerkelijke kring kent overigens vandaag zulke spanningen niet? De openheid van het leven vandaag roept allerwégen in de kerken eigentijdse spanningsvelden op. We mogen alleen maar hopen, dat de tegenstellingen, die nu openbaar komen, de echte eenheid in belijden, waarover Douma spreekt, niet zullen verstoren. Verbreken van eenheid leidt bij principieel afgescheidenen immers sneller tot nieuwe breuken. Daarmee zal het gereformeerde leven in Nederland niet gediend zijn.


Hervormd gereformeerd en vrijgemaakt gereformeerd
Er ontstond de laatste jaren in vrijgemaakte kring ook grotere openheid naar hervormde gereformeerden. Daarom nu tenslotte toch nog enkele opmerkingen over de principiële verhouding tussen hervormde gereformeerden en vrijgemaakte gereformeerden. Vanwege de belijdenis zijn we nauw met elkaar verbonden. In de keuze – liever: het gekozen zijn – voor de kerk waren we de jaren door verschillend.
In de discussies over ware en valse kerk lieten vrijgemaakte gereformeerden er bijvoorbeeld in de loop der jaren geen onduidelijkheid over bestaan, in welk licht men de Hervormde Kerk zag.
Als zodanig herinner ik me ook nog levendig enkele debatavonden in vrijgemaakte gemeenten (met massale opkomst) met broeder Douma, in 1971, ten tijde van het Getuigenis, dat in de Hervormde Kerk en daarbuiten zoveel beroering wekte. Het was voor mij persoonlijk de eerste, overigens onvergetelijke ontmoeting met vrijgemaakt gereformeerden binnen hun eigen 'bastion'. Er vielen harde woorden. Ook Douma, 'zo herinner ik mij nog, sprak over het Babel van de Hervormde Kerk. Ik weet niet meer of er discussie is geweest over de vraag of we aan het eind samen konden bidden, al waagde Douma het toen al wèl de uitdrukking 'broeder' te gebruiken.
Maar hoe dan ook, de liefde vóór en de zorg òm de gereformeerde belijdenis bij vrijgemaakten is me vanaf dat moment bijgebleven.


Er was vanwege de gereformeerde belijdenis wederzijds de jaren door betrokkenheid van hervormd gereformeerden en vrijgemaakt gereformeerden op elkaar. Dat bleek uit het veelvuldig overnemen van artikelen, óver en wéér, in de persschouw van de kerkelijke bladen. Het is echter nog maar pas van de laatste jaren, dat niet meer steevast aan het eind van overgenomen stukken in de vrijgemaakte bladen wordt gezegd, dat het jammer is, dat zulke goede dingen in de verkeerde kerk worden gezegd of dat we als hervormd gereformeerden tot afscheiden worden opgeroepen. Als het vandaag nog geschiedt, gebeurt het milder, met meer begrip ook voor de positie van hervormde gereformeerden, hetgeen wellicht ook veroorzaakt wordt door de nieuwe openheid in eigen kring en de daaraan verbonden interne spanningen.

Verbond
Dat brengt me nu op een laatste punt, namelijk de kwestie van het verbond. Het verbond neemt zowel bij vrijgemaakten als bij hervormd gereformeerden een belangrijke plaats in, ook in verband met de kerkelijke kwestie.
Ongetwijfeld zijn vrijgemaakten op dit punt door anderen wel eens onheus beoordeeld, in die zin namelijk, dat gesuggereerd werd, dat bij hen altijd sprake is van een zódanig verbondsoptimisme en derhalve ook verbondsautomatisme, dat het persoonlijke element er niet meer toe zou doen. Douma – die overigens zelf toegeeft dat het persoonlijke bij hen soms teveel ontbreekt – zegt, dat vrijgemaakten tegenover een veronderstelde wedergeboorteleer hebben vastgehouden aan 'de betrouwbaarheid van Gods beloften voor alle gedoopten'. Dat is een oergereformeerde notie. Maar, zegt hij, dit was niet bedoeld als een soort verbondsautomatisme, alsof het er niet toe doet hoe gedoopte mensen op Gods beloften reageren. Dat is óók een oergereformeerde notie.

Vraag
Toch willen wij onzerzijds hier wel een vraag stellen. Is er ten gevolge van de breuk in 1944 niet een eigen lijn zich gaan ontwikkelen ten aanzien van het verbond binnen de kring van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt)? Zijn er ook niet blinde vlekken ontstaan? Is het verbond niet het één en het al geworden en is het beloftekarakter van het verbond niet zo massief geladen geworden, dat de keerzijde, namelijk de wraak van het verbond, óók binnen de geméénte van het verbond, is gaan mankeren? Anders gezegd: is het zicht op de tweeërlei verbondskinderen niet op de achtergrond geraakt, op grond waarvan namelijk ook binnen de verbondsgemeente de wekroep tot geloof en bekering moet klinken? Waarom vallen immers verbondskinderen af?


Nu in vrijgemaakt gereformeerde kring dan ook méér en méér de ontmoeting met anderen wordt gezocht, moet het vooral ook gaan om die kwestie van de tweeërlei kinderen des verbonds. En daar staat dan de kwestie van de bevinding niet buiten. Bij bekering gebeurt er iets van binnen. Wedergeboorte en bekering gaan zeker ook geloofsmatig toe, maar niet minder bevindelijk. Daarom heeft ook een kind des verbonds bekering des harten nodig.
In vrijgemaakt gereformeerde kring ontwaakt vandaag de vraag naar meer spiritualiteit. Een boek van prof. dr. C. Trimp over ervaring' is er een symptoom van. Vooral jongeren in vrijgemaakte kring missen de ervaring, die wij gaarne bevinding in bijbelse zin plegen te noemen. Is er bij de vooral oudere generatie van vrijgemaakten niet een vrees – hier en daar zelfs een afkeer – geweest van bevinding? Soms werd al snel van (valse) mystiek gesproken, waar niet anders dan bijbels bevindelijk leven werd bedoeld, ofwel Geest-doorademd persoonlijk geloof.
Het is wellicht vooral dit punt, waarover het gesprek tussen (onder anderen) hervormd gereformeerden en vrijgemaakt-gereformeerden nog moet beginnen. De ontmoeting hierover zou bevruchtend kunnen werken, juist omdat en wanneer er sprake is van eenheid in belijdenis. Het gaat ook om de religie ervan.


In de ontmoeting van hervormde gereformeerden en vrijgemaakte gereformeerden zal niet de kwestie van de al of niet eigen vrijgemaakte organisaties doorslaggevend zijn, maar wèl die van het verbond.
Omdat – om in het vrijgemaakte gedachtengoed te blijven – zicht op het verbond ook verrijkende en vèr-reikende gevolgen heeft voor het zicht op de kerk.

v. d. G.

P.S. Besteladres Bij de Tijd: Postbus 5018, 8260 GA Kampen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1994

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Hervormde overpeinzingen bij vijftig jaar Vrijmaking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1994

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's